Constantijn kreeg de bijnaam 'de Grote' omdat hij het christendom legaliseerde, Constantinopel stichtte en het Romeinse Rijk herenigde na decennia van burgeroorlog.
Het Edict van Milaan (313) maakte een einde aan de christenvervolgingen en gaf geloofsvrijheid in het Romeinse Rijk, opgesteld door Constantijn en Licinius.