Wie introduceerde de beroemde vergelijking E=mc²?

Timo van Loon

Geupdate op:

Wie introduceerde de beroemde vergelijking E=mc²?
Je leest dit artikel in 10 minuten

Laatst bijgewerkt: 2 april 2026

Albert Einstein introduceerde de vergelijking E=mc² in 1905, als onderdeel van zijn speciale relativiteitstheorie. De formule verscheen voor het eerst in een kort artikel dat hij in september 1905 publiceerde in het wetenschappelijke tijdschrift Annalen der Physik. Toch is de volledige geschiedenis complexer: meerdere wetenschappers kwamen eerder op verwante ideeën, maar Einstein was de eerste die de relatie volledig en correct bewees binnen een sluitend theoretisch kader.

De vergelijking zegt iets verbluffend eenvoudigs: energie (E) is gelijk aan massa (m) maal de lichtsnelheid in het kwadraat (c²). Omdat de lichtsnelheid onvoorstelbaar groot is (ongeveer 300.000 kilometer per seconde), betekent dit dat zelfs een kleine hoeveelheid massa enorm veel energie bevat. Dit inzicht veranderde de wetenschap voor altijd en maakte zaken als kernenergie en kernwapens theoretisch verklaarbaar.

Einsteins wonderjaar 1905: de context van de formule

Het jaar 1905 geldt als het annus mirabilis van de wetenschap. Einstein, op dat moment 26 jaar oud en werkzaam als technisch assistent bij het octrooibureau in Bern (Zwitserland), publiceerde dat jaar vier baanbrekende artikelen. Elk artikel zou afzonderlijk al voldoende zijn geweest voor een wetenschappelijke reputatie. Samen herschreven ze de natuurkunde.

Het eerste artikel verklaarde het foto-elektrisch effect, waarvoor Einstein in 1921 de Nobelprijs ontving. Het tweede ging over de Brownse beweging. Het derde legde de grondslagen van de speciale relativiteitstheorie. Het vierde, gepubliceerd op 27 september 1905, droeg de titel “Ist die Trägheit eines Körpers von seinem Energieinhalt abhängig?” (Is de traagheid van een lichaam afhankelijk van zijn energieinhoud?) en bevatte de kern van wat later E=mc² werd.

Opvallend: Einstein schreef de formule niet letterlijk op als “E=mc²”. Hij formuleerde het als een zin in het Duits, die in vertaling luidt: “Als een lichaam de energie L afgeeft in de vorm van straling, neemt zijn massa af met L/V².” Hierin staat V voor de lichtsnelheid (tegenwoordig aangeduid met c). De moderne notatievorm E=mc² verspreidde zich pas later, door werk van andere natuurkundigen en populairwetenschappelijke uitleg.

Einstein bouwde zijn redenering op vanuit zijn speciale relativiteitstheorie, die hij eerder dat jaar beschreef. De kerngedachte was dat massa en energie twee uitdrukkingen zijn van dezelfde fysieke werkelijkheid, uitwisselbaar en met elkaar verbonden via de enorme factor c².

Vergelijking met vroegere onderzoekers: wie was er eerder?

De vraag “wie introduceerde E=mc²?” heeft geen simpel antwoord. Meerdere wetenschappers kwamen vóór Einstein op verwante formuleringen, maar geen van hen bewees de relatie volledig en correct.

Wetenschapper Jaar Land Bijdrage Beperking
Henri Poincaré 1900 Frankrijk Beschreef stralingsimpuls als M_R = S/c², wat impliciet E=mc² bevat Geen algemene bewijs, beperkt tot elektromagnetische straling
Olinto De Pretto 1903 Italië Publiceerde formule V²/2 per eenheid massa in artikel over ether, verwant aan E=mc² Geen theoretisch fundament, amateurwetenschapper, geen bewijs
Friedrich Hasenöhrl 1904 Oostenrijk Toonde aan dat elektromagnetische straling in een doos extra traagheid (massa) geeft Berekende de factor fout (3/8 in plaats van 1), later gecorrigeerd
Albert Einstein 1905 Zwitserland/Duitsland Bewees volledig de algemene equivalentie van massa en energie uit relativiteitstheorie Wiskundig bewijs later verder verfijnd door hemzelf en anderen
Max Planck 1907 Duitsland Werkte Einsteins afleiding verder uit, introduceerde E₀ = mc² als rustemassa Vervolgwerk, niet de oorspronkelijke ontdekking
Paul Dirac 1928 Engeland Breidde E=mc² uit naar kwantummechanica, voorspelde antimaterie Uitbreiding, geen alternatieve formulering

De wetenschappelijke consensus is duidelijk: Einstein was niet de allereerste die een verwante formule opschreef, maar hij was de eerste die de vergelijking correct afleidde uit een samenhangend theoretisch framework. Zijn bewijs is fundamenteel anders dan de losse formuleringen van zijn voorgangers. De Scientific American publiceerde hierover een uitgebreid artikel: geen van de eerdere onderzoekers begreep de volledige betekenis van de massa-energie equivalentie zoals Einstein die beschreef.

Wat betekent E=mc² precies? Een uitleg van de drie onderdelen

De vergelijking bestaat uit drie onderdelen, elk met een eigen betekenis.

E staat voor energie, uitgedrukt in joule. Energie is het vermogen om werk te verrichten. Dat kan kinetische energie zijn (beweging), thermische energie (warmte), of potentiële energie (opgeslagen in een systeem).

m staat voor massa, uitgedrukt in kilogram. Massa is de hoeveelheid materie in een object, of technischer: de weerstand die een object biedt tegen versnelling. Massa en gewicht zijn niet hetzelfde: gewicht hangt af van de zwaartekracht, massa niet.

c² is de lichtsnelheid in het kwadraat. De lichtsnelheid is circa 299.792.458 meter per seconde. Kwadraat betekent dat je dat getal met zichzelf vermenigvuldigt: c² is ruwweg 9 × 10¹⁶ m²/s². Dat is een onvoorstelbaar groot getal. Zelfs 1 gram massa bevat theoretisch genoeg energie om een stad te verwarmen.

De formule zegt dus: de energie die in een massa is opgeslagen is gelijk aan die massa maal dit enorme getal. Massa en energie zijn in feite twee vormen van dezelfde grootheid. Ze zijn uitwisselbaar. Dat was voor 1905 ondenkbaar: men beschouwde massa en energie als volledig gescheiden begrippen.

Een handig voorbeeld: de zon zet elke seconde ongeveer 600 miljoen ton waterstof om in 596 miljoen ton helium via kernfusie. Die 4 miljoen ton “verdwenen” massa verschijnt als stralingsenergie, warmte en licht, berekend via E=mc². Die hoeveelheid energie is zo groot dat ze de aarde op miljoenen kilometer afstand verwarmt en verlicht.

Drie concrete toepassingen van E=mc² in de praktijk

De vergelijking bleef niet bij theorie. Ze heeft drie grote praktische toepassingen gekregen, elk met een eigen context en impact.

Toepassing 1: kernsplijting en de atoombom

Bij kernsplijting splits je een zwaar atoomkern (zoals uranium-235 of plutonium-239) in kleinere kernen. De twee nieuwe kernen samen wegen iets minder dan de oorspronkelijke kern. Dat kleine massaverschil, het zogenaamde massadefect, wordt omgezet in energie via E=mc². Bij de atoombom “Little Boy”, die in augustus 1945 boven Hiroshima explodeerde, verdween slechts ongeveer 0,7 gram massa. Dat leverde een explosie op gelijkwaardig aan circa 15.000 ton TNT. Zo extreem is de factor c². Meer over de werking van een atoombom lees je in het artikel Wat is een atoombom en hoe werkt het?.

Toepassing 2: kernfusie in sterren en reactors

Kernfusie is het omgekeerde: twee lichte kernen (waterstof of deuterium) smelten samen tot één zwaardere kern (helium). Ook hier weegt het product iets minder dan de som van de onderdelen, en ook hier levert E=mc² die energie op. Sterren zoals de zon werken op kernfusie. Onderzoekers proberen al decennia kernfusie op aarde te beheersen als schone energiebron. Projecten zoals ITER in Zuid-Frankrijk, de grootste experimentele fusiereactor ter wereld, zijn rechtstreeks gebaseerd op de principes achter E=mc².

Toepassing 3: medische beeldvorming via PET-scan

Een PET-scan (Positron Emissie Tomografie) maakt gebruik van een radioactieve stof die positronen uitzendt. Wanneer zo’n positron een elektron tegenkomt in het lichaam van de patiënt, vernietigen ze elkaar volledig. Hun gecombineerde massa verdwijnt en verschijnt als twee gammastralen met een specifieke energie, berekend via E=mc². Detectoren rondom de patiënt vangen deze stralen op en berekenen zo precies waar in het lichaam het radioactieve stof zich bevindt. PET-scans worden onder meer ingezet bij kankerdiagnostiek en hersenonderzoek. Dit is massa-energie equivalentie in medische praktijk.

De speciale relativiteitstheorie als basis: wat Einstein anders deed

Wat Einstein fundamenteel onderscheidt van zijn voorgangers is het theoretische fundament. Hij leidde E=mc² niet af uit een enkel experiment of uit toeval, maar als een logische consequentie van twee postulaten die hij in datzelfde jaar 1905 opstelde.

Het eerste postulaat: de wetten van de natuurkunde zijn gelijk voor alle waarnemers die zich in eenparige rechtelijnige beweging bevinden ten opzichte van elkaar. Er bestaat geen “absoluut” rustpunt in het universum.

Het tweede postulaat: de snelheid van licht in een vacuüm is constant voor alle waarnemers, ongeacht de beweging van de lichtbron of de waarnemer. Licht reist altijd met c, nooit sneller of langzamer.

Uit deze twee uitgangspunten volgden bizarre maar wiskundig dwingend bewezen gevolgen: tijddilatatie (bewegende klokken lopen langzamer), lengtecontractie (bewegende objecten worden korter in de bewegingsrichting) en de massa-energie equivalentie. E=mc² was geen gelukkige gok of intuïtieve sprong, maar het noodgedwongen logische eindpunt van de redenering.

Zijn voorgangers, hoe scherpzinnig ook, koppelden hun formules niet aan dit fundamentele kader. Poincaré begreep het principe van relativiteit deels, maar trok niet dezelfde consequenties. De Pretto’s artikel was speculatief en zonder wetenschappelijke onderbouwing. Hasenöhrl’s berekening had een fout in de factor en was beperkt tot één specifiek systeem. Einstein’s kracht was de algemeenheid: de formule geldt voor elk soort massa en energie, overal in het universum.

Wetenschapsgeschiedenisonderzoekers, waaronder John Stachel en anderen die de Collected Papers of Albert Einstein samenstelden, zijn het erover eens: Einstein was de grondlegger van de correcte, algemene massa-energie equivalentie. De eerdere formuleringen zijn historisch interessant maar niet gelijkwaardig.

E=mc² en wetenschappelijk onderzoek: hoe de vergelijking de methode veranderde

De introductie van E=mc² had niet alleen gevolgen voor de natuurkunde als vakgebied, maar ook voor hoe wetenschappers onderzoek doen. Voor 1905 was het ondenkbaar dat massa kon “verdwijnen” en energie kon “verschijnen” uit niets. Dit betekende dat de klassieke behoudswetten moesten worden herzien.

De wet van behoud van energie en de wet van behoud van massa golden voortaan als één wet: de wet van behoud van massa-energie. Massa en energie samen zijn behouden, maar ze kunnen in elkaar worden omgezet. Dit had gevolgen voor de thermodynamica, de quantummechanica, de kosmologie en de deeltjesfysica.

Deeltjesversnellers zoals de Large Hadron Collider (LHC) bij CERN in Genève werken rechtstreeks met dit principe. Wanneer twee deeltjes op bijna lichtsnelheid botsen, kan de kinetische energie van de botsing worden omgezet in nieuwe deeltjes met meer massa dan de originelen. Dit is E=mc² in omgekeerde richting: energie wordt massa. Deze processen worden dagelijks waargenomen en gemeten in experimenten die de grondslagen van de materie onderzoeken. Je kunt dit vergelijken met hoe wetenschappelijk onderzoek altijd stap voor stap werkt, van hypothese tot bewijs, zoals beschreven in de stappen van wetenschappelijk onderzoek.

De vergelijking speelt ook een rol in de kosmologie. Bij het oerknal-model (Big Bang) werd het vroege universum gedomineerd door energie, die geleidelijk condenseerde tot materie. De achtergrondstraling die we nu kunnen meten is een restant van die vroege fase. E=mc² verbindt de studie van het grootste (het universum) met het kleinste (subatomaire deeltjes).

Missverstanden over de vergelijking: wat E=mc² niet zegt

Rond E=mc² bestaan hardnekkige misverstanden. Hieronder staan de meest voorkomende, met een correctie.

  • Misverstand 1: Einstein vond de atoomenergie uit. Onjuist. Einstein beschreef de theoretische relatie tussen massa en energie. De technische toepassing ervan in kernreactors en atoomwapens was het werk van grote teams fysici, ingenieurs en militaire programma’s. Einstein was zelf geschokt toen hij hoorde dat zijn formule aan de basis lag van kernwapens.
  • Misverstand 2: De formule zegt dat alles in energie kan worden omgezet. Deels juist, maar in de praktijk is dit extreem moeilijk. Volledige omzetting van massa naar energie vereist annihilatie van materie met antimaterie. Kernsplijting zet slechts een fractie van de massa om: bij uranium is dat circa 0,1% van de massa.
  • Misverstand 3: Einstein was een slechte student die niets van wiskunde begreep. Een populaire maar onjuiste mythe. Einstein was een briljante wiskundige en theoretisch natuurkundige. Hij had problemen met de autoritaire leerstijl op sommige scholen, maar niet met de stof zelf.
  • Misverstand 4: De vergelijking is de hele relativiteitstheorie. E=mc² is slechts één gevolg van de speciale relativiteitstheorie. De theorie beschrijft ook tijddilatatie, lengtecontractie en de relativiteit van gelijktijdigheid. De algemene relativiteitstheorie van 1915 gaat verder en beschrijft de zwaartekracht als kromming van de ruimtetijd.
  • Misverstand 5: De lichtsnelheid speelt een centrale rol in de formule omdat licht bijzonder is. De c in de formule verwijst naar de maximale snelheid in het universum, die toevallig ook de snelheid van licht is. Zelfs als er geen licht bestond, zou de formule met diezelfde constante werken. De constante c is fundamenteler dan licht zelf.

Dit soort misverstanden laat zien hoe belangrijk het is om de oorspronkelijke theorie te begrijpen, niet alleen de populaire versie ervan. Vergelijkbare verwarring bestaat rond andere beroemde wetenschappelijke objecten, zoals de Sfinx in Egypte, waarover ook allerlei mythes bestaan.

De erfenis van Einstein en E=mc² in de wetenschap van 2026

Meer dan 120 jaar na de publicatie staat de formule stevig overeind. Geen enkel experiment heeft ooit een afwijking van E=mc² aangetoond. Integendeel: elke nieuwe meting in deeltjesversnellers, elke kernreactie die precies zo verloopt als voorspeld, bevestigt de vergelijking opnieuw.

In de hedendaagse kosmologie speelt de formule een rol bij het begrijpen van zwarte gaten, neutronensterren en de stralingsprocessen in het vroege universum. Bij zwarte gaten kan materie die in het zwaartekrachtsveld valt worden omgezet in intense straling, een proces dat ook wel accretieschijfstraling heet en dat indirect is waargenomen dankzij de EHT (Event Horizon Telescope).

In de medische technologie groeien toepassingen van annihilatiestraling (zoals bij PET-scans) nog steeds. Nieuwe radioactieve tracers en detectortechnologieën maken diagnostiek nauwkeuriger dan ooit. Dit alles staat op het fundament dat Einstein in 1905 in Bern legde.

De formule heeft ook een culturele betekenis gekregen. Ze is een van de meest herkenbare symbolen van wetenschappelijke kennis geworden, afgebeeld op T-shirts, muren en schoolborden wereldwijd. Dat popularisering soms leidt tot misverstand, is een keerzijde. De kern blijft overeind: massa en energie zijn uitwisselbaar, en Einstein was de eerste die dat correct en algemeen bewees.

Andere iconische symbolen uit de wetenschap en cultuur hebben een vergelijkbare status bereikt, zoals de Venus van Milo in de kunstwereld of de hiërogliefen als symbool van oude beschaving. E=mc² staat als symbool voor de kracht van menselijk denken.

Veelgestelde vragen

Heeft Einstein E=mc² letterlijk opgeschreven?

Nee, Einstein schreef de formule in zijn oorspronkelijke artikel van 1905 niet in de bekende wiskundige notatie. Hij formuleerde de relatie als een zin in het Duits, waarin hij beschreef hoe de massa van een lichaam afneemt als het energie uitstraalt. De notatie E=mc² werd later gangbaar, mede door popularisering door andere wetenschappers en wetenschapsjournalisten. Einstein gebruikte in zijn eigen werk ook varianten zoals L/V² voor wat we nu als mc² kennen.

Was Olinto De Pretto echt eerder dan Einstein?

De Pretto publiceerde in 1903 een artikel waarin een verwante formule voorkwam. Historici erkennen dit, maar benadrukken dat De Pretto geen theoretisch bewijs leverde en de fysische betekenis van zijn formule niet begreep. Hij werkte binnen het achterhaalde ethermodel en kon de equivalentie van massa en energie niet verklaren. Einstein’s bijdrage was het sluitende bewijs vanuit de relativiteitstheorie, niet slechts het opschrijven van een getal.

Wat is het verschil tussen E=mc² en de algemene relativiteitstheorie?

E=mc² komt voort uit de speciale relativiteitstheorie (1905), die geldt voor situaties zonder zwaartekracht en met eenparige beweging. De algemene relativiteitstheorie (1915) breidt dit uit naar versnelling en zwaartekracht, beschreven als kromming van de ruimtetijd. E=mc² blijft geldig binnen de algemene theorie, maar de context is uitgebreider. Kernsplijting en kernfusie worden beschreven door de speciale theorie; zwarte gaten en de kosmologie vereisen de algemene theorie.

Hoeveel energie zit er in 1 kilogram massa?

In 1 kilogram massa zit, via E=mc², een energie van circa 9 × 10¹⁶ joule. Dat is grofweg 90 petajoule. Om dat te vergelijken: het totale jaarlijkse energieverbruik van Nederland bedraagt circa 3.000 petajoule. Één kilogram massa volledig omgezet in energie zou dus ruim 3% van het jaarlijkse Nederlandse energieverbruik dekken. In de praktijk zijn we echter lang niet in staat om massa volledig in energie om te zetten, behalve bij annihilatie van materie en antimaterie.

Speelt E=mc² een rol bij zonne-energie?

Ja, indirect. De zon produceert energie via kernfusie: waterstofkernen smelten samen tot heliumkernen. Het fusieproduct weegt iets minder dan de som van de onderdelen, en dat massaverschil wordt via E=mc² omgezet in stralingsenergie. De zon verliest op die manier elke seconde circa 4 miljoen ton massa. De licht- en warmte-energie die de aarde bereikt is het rechtstreekse gevolg van die massaomzetting. Zonnepanelen op aarde vangen een fractie van die uitgestraalde energie op.

Waarom is de lichtsnelheid precies het getal in de formule?

De lichtsnelheid c verschijnt in E=mc² omdat hij de maximale signaalsnelheid in het universum is, een fundamentele constante die volgt uit de structuur van de ruimtetijd. Licht reist met die maximale snelheid omdat het geen rustmassa heeft. Alle deeltjes zonder massa reizen met c, en alle deeltjes met massa kunnen c nooit bereiken. De formule zou ook geldig zijn als er geen licht bestond: c is de snelheid van causaliteit, van de maximale informatiesnelheid in het universum. Dat licht er ook mee reist is een bijkomend gevolg. Meer over het belang van wetenschappelijke kennis lees je in het artikel over hoe een atoombom werkt en waarom begrip van kernfysica relevant blijft.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie