Johan Cruijff speelde tijdens zijn actieve loopbaan voor zeven clubs: Ajax, FC Barcelona, Los Angeles Aztecs, Washington Diplomats, Levante UD, opnieuw Ajax en tot slot Feyenoord. Dat laatste verraste heel Nederland, want niemand verwachtte de absolute held van Amsterdam in Rotterdam te zien eindigen.
Zijn carriere liep van 1964 tot 1984. In die twintig jaar verwierf hij de reputatie van de beste Europese voetballer van de twintigste eeuw. Waar hij ook speelde, hij drukte zijn stempel.
Zijn beginjaren bij Ajax (1964-1973)
Johan Hendrik Cruijff werd geboren op 25 april 1947 in Amsterdam. Als kind van dertien jaar tekende hij bij de jeugd van Ajax. Zijn vader overleed vroeg, waarna zijn moeder als schoonmaakster voor het clubgebouw werkte. Die band met Ajax was daardoor niet alleen sportief, maar ook persoonlijk en emotioneel diepgeworteld.
Op 15 november 1964 maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van Ajax. Hij was zeventien jaar. In zijn eerste volledige seizoen liet hij al zien dat hij anders was dan anderen: snelheid, overzicht, techniek en een buitengewone dribbel maakten hem ongrijpbaar voor verdedigers. Trainer Rinus Michels haalde het maximale uit zijn talent. Samen ontwikkelden zij het systeem dat later wereldberoemd werd als totaalvoetbal.
In de periode van 1971 tot 1973 won Ajax drie jaar op rij de Europese Cup I. Dat was een prestatie die daarvoor alleen Real Madrid had geleverd, in de beginjaren van dat toernooi. Cruijff was niet alleen de beste speler van het team, hij was de motor achter het spel. Hij werd drie keer tot Europees Voetballer van het Jaar verkozen: in 1971, 1973 en 1974.
In zijn eerste Ajax-periode scoorde hij 190 goals in 240 officiële wedstrijden. Dat zijn indrukwekkende cijfers voor een aanvallende middenvelder die ook voortdurend terugkwam om het spel op te bouwen. Hij won met Ajax drie landstitels, meerdere nationale bekers en die drie Europese Cups.
Zijn verhouding met de clubleiding was niet altijd rooskleurig. Na een conflict over zijn contract en zijn rol in de club verliet hij Ajax in 1973 voor het tot dan toe grootste transferbedrag in de voetbalgeschiedenis.
FC Barcelona: de eerste periode (1973-1978)
In augustus 1973 tekende Cruijff bij FC Barcelona voor een bedrag van rond de 60 miljoen peseta’s, wat destijds neerkwam op ongeveer zes miljoen gulden. Dat was een wereldrecord. FC Barcelona had jarenlang in de schaduw gestaan van aartsrivaal Real Madrid. Cruijff veranderde dat.
In zijn eerste seizoen bij Barcelona won de club de Spaanse landstitel, het eerste kampioenschap in veertien jaar. Het gewonnen kampioenschap in 1974, met een 5-0 zege op Real Madrid in het Santiago Bernabeu, is legendarisch. Cruijff scoorde twee keer in die wedstrijd.
Buiten het veld speelde hij ook een rol. Hij gaf zijn tweede zoon de naam Jordi, een Catalaanse naam. Dat gebaar was bijzonder in een tijd dat de Franco-dictatuur het Catalaanse cultuurleven onderdrukte. De Catalanen adopteerden hem als een van hun eigen.
In totaal speelde Cruijff 143 officiële wedstrijden voor Barcelona in zijn eerste periode en scoorde 48 goals. Hij won naast de landstitel ook de Copa del Rey in 1978. Daarna zette hij zijn loopbaan voort in Noord-Amerika, mede ingegeven door financiele zorgen na een mislukte varkensfokkerij-investering waardoor hij zijn gespaard vermogen grotendeels kwijtraakte.
De Noord-Amerikaanse periode: Aztecs en Diplomats (1979-1981)
De NASL, de North American Soccer League, probeerde in de late jaren zeventig met grote namen het voetbal populair te maken in de Verenigde Staten. Pele had bij New York Cosmos gespeeld, Franz Beckenbauer eveneens. Cruijff sloot zich in 1979 aan bij de Los Angeles Aztecs.
Bij de Aztecs deed hij het uitstekend. Hij speelde 27 wedstrijden en scoorde acht goals, maar zijn invloed reikte verder dan de statistieken. Hij won de NASL Player of the Year Award in 1979, een erkenning voor zijn dominante spel in dat seizoen. In zijn totaliteit trok hij ook meer toeschouwers naar de stadions, zoals hij dat overal in zijn carriere had gedaan.
In februari 1980 betaalden de Washington Diplomats een transfersom van een miljoen dollar om hem naar de hoofdstad te halen. In zijn eerste seizoen bij de Diplomats scoorde hij tien goals in 27 wedstrijden. Zijn tweede seizoen in Washington werd echter onderbroken door een tussenperiode bij de Spaanse club Levante. Daarna keerde hij terug naar Washington, maar de club ging financieel ten onder en viel na het seizoen 1981 uiteen. Daarmee eindigde zijn Noord-Amerikaanse avontuur.
Zijn periode in de NASL wordt soms onderschat. In die leagues speelden destijds ook Caribou, George Best en andere grote namen, maar Cruijff was in staat om zijn niveau ook in die competitie te handhaven en tegelijk voetbalopleidingen te beinvloeden die later vruchten zouden afwerpen.
Het Spaanse intermezzo: Levante UD (1981)
Tussen zijn twee NASL-seizoenen door tekende Cruijff in het begin van 1981 bij Levante UD, een club die destijds in de Segunda Division speelde. De reden was deels dat hij zijn conditie op peil wilde houden en deels dat hij dichter bij zijn familie in Spanje wilde zijn.
Zijn periode bij Levante was kort maar opvallend. Hij speelde tien officiële wedstrijden voor de club en scoorde twee keer. Wat het meest opvalt uit die periode is een anekdote die zijn karakter typeert: op de dag van Levante’s laatste competitiewedstrijd weigerde Cruijff voor die ploeg te spelen. Hij koos er in plaats daarvan voor om mee te doen aan een benefietwedstrijd voor FC Barcelona, zijn voormalige club. Levante was niet blij, maar Cruijff duidde aan dat zijn hart daar lag.
Het verblijf bij Levante was geen succesperiode in traditionele zin, maar het laat zien hoe hij zijn loopbaan inrichtte op basis van eigen keuzes, ook als die niet altijd strookten met de verwachtingen van zijn werkgevers. Voor liefhebbers van voetbalgeschiedenis is de rijke club-geschiedenis in Europa altijd fascinerend om te vergelijken met de Nederlandse clubtraditie.
Terugkeer bij Ajax en het kampioensjaar (1981-1983)
In de zomer van 1981 keerde Cruijff terug bij Ajax. Het was een emotioneel weerzien. Hij was inmiddels 34 jaar, maar hij toonde dat zijn kwaliteiten nog lang niet waren verdwenen. In twee seizoenen leidde hij Ajax naar twee nationale kampioenschappen, in 1982 en 1983, en een KNVB-beker in 1983.
Zijn tweede Ajax-periode was sportief sterk, maar achter de schermen sluimerde er opnieuw onenigheid met het bestuur. Cruijff wilde meer invloed op het technische beleid, iets wat hij al tijden bepleitte. Dat conflict liep hoog op en leidde uiteindelijk tot zijn vertrek. Ironisch genoeg zou hij jaren later juist via FC Barcelona enorme invloed uitoefenen op hoe Ajax zijn jeugdopleiding inrichtte.
In zijn tweede Ajax-periode scoorde hij 22 goals in 65 wedstrijden. Dat zijn mooie aantallen voor een speler van zijn leeftijd die ook steeds meer een dirigerende rol op het veld innam. Jonge spelers zoals Marco van Basten en Frank Rijkaard leerden in die periode van hem. Zijn erfenis bij Ajax is daarmee niet alleen geteld in trofeeën maar ook in de generatie die na hem kwam.
Voor een bredere context over het belang van kampioenscompetities zoals de Champions League en haar voorloper de Europese Cup I is het goed om te begrijpen hoe groot zijn prestaties in die vroege edities waren.
Het controversiele einde bij Feyenoord (1983-1984)
Dat Johan Cruijff zijn carriere zou afsluiten bij Feyenoord was voor de meeste Nederlanders ondenkbaar. Ajax en Feyenoord zijn de twee grootste rivalen in het Nederlandse voetbal. Een overstap van de ene naar de andere club was gevoelsmatig ondenkbaar.
Toch tekende hij in de zomer van 1983 bij Feyenoord, na zijn conflict met het Ajax-bestuur. Zijn reden was zakelijk en persoonlijk: hij had financieel herstel nodig en wilde aantonen dat hij nog op topniveau kon spelen, ongeacht de clubkleuren.
Wat er vervolgens gebeurde verraste zelfs de felste critici: Feyenoord won in het seizoen 1983-1984 het dubbelkampioenschap, zowel de Eredivisie als de KNVB-beker. Cruijff was op zijn 36ste nog altijd een serieuze speler. Hij scoorde veertien goals in dat kampioensjaar. Voor Feyenoord-supporters was het een van de mooiste seizoenen ooit, mede door zijn bijdrage.
Hij speelde 33 wedstrijden voor Feyenoord en scoorde die veertien goals. Na afloop van dat seizoen stopte hij definitief als profvoetballer. Het was een afscheid dat niemand had verwacht maar dat perfect paste bij de onverwachte keuzes die zijn hele carriere had gekenmerkt. Zijn Cruijffiaanse uitspraken over het leven en het spel werden daarna even legendarisch als zijn loopbaan; meer daarover lees je op de pagina over de bekendste cruyffiaanse uitspraken.
Overzicht van alle clubs en statistieken
Hier zie je in een tabel alle clubs waarvoor Cruijff officieel speelde, met de bijbehorende perioden en beschikbare cijfers:
| Club | Land | Periode | Wedstrijden (ong.) | Goals (ong.) |
|---|---|---|---|---|
| Ajax (eerste periode) | Nederland | 1964-1973 | 240 | 190 |
| FC Barcelona (eerste periode) | Spanje | 1973-1978 | 143 | 48 |
| Los Angeles Aztecs | Verenigde Staten | 1979 | 27 | 8 |
| Washington Diplomats | Verenigde Staten | 1980-1981 | 32 | 12 |
| Levante UD | Spanje | 1981 | 10 | 2 |
| Ajax (tweede periode) | Nederland | 1981-1983 | 65 | 22 |
| Feyenoord | Nederland | 1983-1984 | 33 | 14 |
Daarbij speelde hij ook voor het Nederlands elftal. In totaal droeg hij 48 keer het oranje shirt en scoorde hij 33 internationale doelpunten. Zijn hoogtepunt met Oranje was het WK 1974 in West-Duitsland, waar Nederland de finale bereikte maar verloor van gastland West-Duitsland (2-1). Cruijff was in dat toernooi de onbetwiste ster, ook op het WK 1974 zelf verkozen tot beste speler van het toernooi.
Zijn trainersjaren: hetzelfde voetbalfilosofische kompas
Na zijn spelersloopbaan werd Cruijff trainer. Hij coachte Ajax van 1985 tot 1988 en leidde de club naar twee landstitels en de Europa Cup II in 1987. Daarna stapte hij over naar FC Barcelona, waar hij van 1988 tot 1996 als hoofdcoach werkte. Met Barcelona won hij vier opeenvolgende landstitels (1991-1994) en de Europese Cup I in 1992, de eerste Europese prijs ooit voor de Catalaanse club.
Zijn trainersstijl was een directe vertaling van zijn voetbalfilosofie: positiespel, druk zetten hoog op het veld, het team als collectief met ruimte voor individuele creativiteit. Die filosofie heeft via FC Barcelona’s jeugdopleiding La Masia een enorme invloed gehad op het wereldvoetbal. Spelers als Xavi, Andres Iniesta en Lionel Messi zijn opgegroeid in een systeem dat sterk door Cruijff’s ideeen was beinvloed.
Zijn invloed strekte zich verder uit dan zijn directe werkgevers. Via zijn technisch advieswerk bij Ajax droeg hij bij aan de hervorming van de jeugdacademie. Het resultaat was zichtbaar in de jaren negentig, toen Ajax opnieuw Europees succesvol werd met een generatie eigen opgeleide talenten. Voetbal kent zijn eigen rangschikking van clubs en hun successen; zo zijn er ook andere clubs met een rijke Europese traditie, zoals de meest succesvolle clubs in de Serie A.
Johan Cruijff overleed op 24 maart 2016 op 68-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Zijn nalatenschap leeft voort in de Johan Cruijff Foundation, die sport inzet als middel voor maatschappelijke ontwikkeling, en in de Johan Cruijff ArenA in Amsterdam, het stadion van Ajax dat in 2018 naar hem vernoemd werd.
Wat maakte Cruijff zo bijzonder als speler
Cruijff was geen traditionele spits en geen traditionele middenvelder. Hij opereerde in een zone die hij zelf kon invullen. Zijn grootste kracht was zijn vermogen om de ruimte te lezen en te creeren. Waar anderen de bal zagen, zag hij drie zetten vooruit.
Technisch was hij uitzonderlijk. Zijn schijnbeweging, de “Cruijff turn”, werd wereldberoemd nadat hij hem gebruikte tijdens het WK 1974 in de wedstrijd tegen Zweden. De speler die hij voor de gek hield, de Zweedse back Jan Olsson, vertelde jaren later dat hij zichzelf had voorgesteld dat hij al wist wat Cruijff ging doen. “Hij deed het toch, en ik trapte er toch in.”
Fysiek was hij niet de sterkste. Hij rookte, iets wat pas later breed bekend werd. Maar zijn looptechniek, zijn vermogen om af te remmen en te versnellen in een beweging, maakte hem bijna onverdedigbaar in een-op-een-situaties. Veel tegenstanders kozen er bewust voor hem niet aan te vallen maar hem te volgen, uit angst dat hij hen zou passeren.
Naast zijn technische kwaliteiten was hij ook verbaal sterk. Hij stuurde zijn ploeggenoten constant aan, zowel op als naast het veld. Zijn teamgenoten bij Ajax in de vroege jaren zeventig vertelden dat ze soms meer van hem leerden dan van de officiële trainingen. Hij had ook uitgesproken opvattingen over voetbaltactiek die hij niet voor zich hield. Die combinatie van spel en woord maakte hem uniek. De structuur van het voetbal, van laagste klasse tot absolute top, werd mede gevormd door spelers en trainers die zijn ideeeen overnamen.
Een aanvullende vergelijking: terwijl Cruijff zijn hoogtijdagen beleefde in de Eredivisie en La Liga, kwamen andere sporten tot bloei in hun eigen disciplines. De atletiek, met zijn eigen hoogtepuntjagers, kende ook zijn record-achtige prestaties, net zoals het wereldrecord hoogspringen een eigen bijna mythische status heeft gekregen in de atletiekwereld.
Veelgestelde vragen
Bij hoeveel clubs speelde Johan Cruijff in totaal?
Cruijff speelde in zijn actieve loopbaan voor zeven clubs: Ajax (twee perioden), FC Barcelona (een periode), Los Angeles Aztecs, Washington Diplomats, Levante UD en Feyenoord. Dat maakt hem een voetballer met een brede internationale ervaring, van Amsterdam tot Los Angeles en terug. Zijn twee perioden bij Ajax worden doorgaans apart geteld, omdat er jaren tussen zaten.
Wanneer speelde Cruijff bij Feyenoord en hoe reageerden Ajax-fans?
Cruijff tekende in de zomer van 1983 bij Feyenoord, na een conflict met het Ajax-bestuur. De reacties van Ajax-fans waren overwegend negatief tot teleurgesteld. Veel supporters voelden zich verraden. Toch won hij met Feyenoord dat seizoen het dubbelkampioenschap (Eredivisie plus KNVB-beker), wat de pijn voor Ajax-fans extra groot maakte. De meesten kwamen er later op terug en erkennen zijn bijdrage aan beide clubs.
Hoe lang speelde Cruijff in Amerika bij de NASL?
Cruijff speelde van 1979 tot 1981 in de North American Soccer League. Hij begon bij de Los Angeles Aztecs, waar hij in 1979 de prijs voor beste speler van de competitie won. Daarna vertrok hij naar de Washington Diplomats, waarvoor hij twee seizoenen speelde. Zijn verblijf in Amerika werd onderbroken door een korte periode bij Levante UD in Spanje. In totaal was hij ruim twee jaar actief in de NASL.
Welke trofeeën won Cruijff als speler?
Als speler won hij met Ajax drie keer de Europese Cup I (1971, 1972, 1973), meerdere Nederlandse landstitels en KNVB-bekers, de Spaanse landstitel met Barcelona in 1974 en de Copa del Rey in 1978, en het Eredivisie-kampioenschap plus KNVB-beker met Feyenoord in 1984. Daarnaast werd hij driemaal verkozen tot Europees Voetballer van het Jaar. Met het Nederlands elftal bereikte hij de WK-finale in 1974, die verloren ging tegen West-Duitsland.
Wat was de beroemde “Cruijff turn” en wanneer gebruikte hij hem voor het eerst?
De Cruijff turn is een schijnbeweging waarbij de speler doet alsof hij de bal overspelt maar hem in plaats daarvan met de binnenkant van de voet achter het standbeen door naar de andere kant trekt, gevolgd door een draaiende beweging. Cruijff gebruikte de beweging op 15 juni 1974 tijdens het WK-groepsduel tussen Nederland en Zweden. Zijn tegenstander Jan Olsson trapte volledig in de val. De beelden gingen de wereld over en de schijnbeweging draagt sindsdien zijn naam. Tegenwoordig leren wereldwijd miljoenen jeugdspelers de techniek.
Wat deed Cruijff na zijn actieve loopbaan voor het voetbal?
Na zijn spelerscarriere werd hij trainer bij Ajax (1985-1988) en daarna bij FC Barcelona (1988-1996). Bij Barcelona won hij vier opeenvolgende landstitels en de Europese Cup I in 1992. Naast zijn coachwerk was hij actief als technisch adviseur en ambassadeur. Hij richtte de Johan Cruijff Foundation op voor sport en maatschappelijke ontwikkeling. Ook hielp hij Ajax zijn jeugdopleiding hervormen naar een filosofie die sterk leunde op zijn voetbalideeen. Hij overleed op 24 maart 2016 op 68-jarige leeftijd.










