De drie koningen heten volgens de christelijke traditie Caspar, Melchior en Balthasar. Die namen staan nergens in de Bijbel. Ze zijn in de loop van de eeuwen aan het verhaal toegevoegd via apocriefe teksten en volkslegenden. Het oudste Latijnse manuscript dat alle drie namen bij elkaar noemt, stamt uit ongeveer 700 na Christus.
Het bijbelverhaal zelf, beschreven in het Evangelie van Matteüs (hoofdstuk 2), spreekt alleen van “wijzen uit het Oosten”. Het woord in de oorspronkelijke Griekse tekst is magoi, wat magiërs of geleerden betekent. Hoeveel het er waren, staat er niet bij. Omdat ze drie geschenken meebrachten, goud, wierook en mirre, nam men later aan dat er ook drie bezoekers waren. De namen en de titel “koningen” kwamen pas later.
Hoe zijn de namen Caspar, Melchior en Balthasar ontstaan?
De namen die wij kennen zijn Latijnse omzettingen van oudere, waarschijnlijk Perzische of Aramese vormen. De eerste duidelijke vermelding van alle drie namen samen als christelijke traditie dateert uit circa 700 na Christus, in een Latijns manuscript. Vóór die tijd circuleerden andere namenreeksen.
In Griekse bronnen uit de vroege middeleeuwen komen geheel andere namen voor: Apellius, Amerius en Damascus. Hebreeuwse tradities spreken over Galgalat, Malgalat en Sarathin. De Perzische versie gebruikt namen als Hormizdah, Yazdegerd en Perozadh. Geen van die varianten haalde het in het Westen. De Latijnse versie met Caspar, Melchior en Balthasar won het pleit, mede dankzij de invloed van de Rooms-Katholieke Kerk in middeleeuws Europa.
Een sleutelfiguur in de verspreiding van dit verhaal is de 6e-eeuwse schrijver die bekend staat als Pseudo-Beda. Hij beschreef elk van de drie koningen als afzonderlijk personage met een eigen uiterlijk en afkomst: een oudere man, een man van middelbare leeftijd en een jonge man. Die driedeling verwijst symbolisch naar de drie levensfasen van de mens, en tegelijk naar drie delen van de wereld.
Rond het jaar 1000 waren de namen stevig ingeburgerd in de westerse kerk, en na de 12e eeuw kwamen ze ook terecht in schilderkunst, beeldhouwwerk en liturgische teksten als de vaste benaming voor de drie aanbidders van het Jezuskind.
Wat betekenen de namen precies?
Over de exacte etymologie van de drie namen bestaan verschillende opvattingen, maar de meest gangbare interpretaties zijn de volgende:
| Naam | Mogelijke herkomst | Betekenis | Symbool in de traditie |
|---|---|---|---|
| Caspar (ook: Gaspar, Jasper) | Mogelijk Perzisch of Aramees | “Schatbewaarder” of “heer van de schat” | Jonge koning, bracht mirre mee, afkomstig uit Afrika |
| Melchior | Hebreeuws/Semitisch: Malki + Or | “Mijn koning is licht” of “koning van het licht” | Oudste koning, bracht goud mee, afkomstig uit Europa of het Nabije Oosten |
| Balthasar (ook: Balthazar) | Babylonisch: Bel-schazzar | “Baal beschermt de koning” of “God beschermt het leven” | Middelste in leeftijd, bracht wierook mee, afkomstig uit Azië |
De naamsvorm Caspar verschilt per land: in het Spaans en Portugees heet hij Gaspar, in sommige Nederlandse dialecten ook Jaspar of Jasper. De naam Balthasar leeft voort in de hedendaagse voornaam Balthazar. Melchior is als naam minder gangbaar geworden, al komt hij nog voor in Polen en andere Midden-Europese landen.
Wie waren de drie koningen volgens de Bijbel echt?
Strikt genomen waren het geen koningen. In het Evangelie van Matteüs staan ze als magoi: een Grieks woord dat geleerden, magiërs of sterrenwichelaars betekent. In het oude Perzische Rijk was een magos een lid van een priesterlijke klasse die astrologie bedreef, dromen uitlegde en de goden raadpleegde. Dat past bij het bijbelverhaal: ze herkenden een bijzondere ster en reisden daarnaar toe.
De titel “koningen” verscheen pas later in de christelijke traditie. Eén reden daarvoor is een interpretatie van twee psalmteksten: Psalm 72 (“Koningen zullen hem geschenken brengen”) en Psalm 68. Ook de profeet Jesaja schrijft in hoofdstuk 60 over koningen die naar het licht zullen komen. Vroegchristelijke uitleggers verbonden die teksten met de wijzen uit Matteüs, en zo werden het gaandeweg “koningen”.
Een ander punt: de Bijbel vermeldt nergens dat ze in Bethlehem kwamen net na de geboorte. Jezus kon al een peuter zijn geweest. Herodes liet namelijk alle jongetjes tot twee jaar oud doden in Bethlehem, wat er op wijst dat hij rekening hield met een kind dat al enige tijd eerder geboren kon zijn.
Het land van herkomst blijft onbekend. Veel bijbelwetenschappers wijzen naar Perzië (het huidige Iran), Babylonië (het huidige Irak), of Arabië. De ster die hen leidde is ook een punt van discussie: astronomen en theologen hebben gesuggereerd dat het ging om een conjunctie van Jupiter en Saturnus in het jaar 7 voor Christus, een komeet, of een supernova.
Voor meer achtergrond over hoe het christendom zich in die vroege eeuwen verspreidde, lees je dit artikel over hoe het christendom zich in het Romeinse Rijk verspreidde.
Wat brachten de drie koningen mee en waarom?
De drie geschenken, goud, wierook en mirre, zijn niet willekeurig. Elk cadeau draagt een diepere symbolische betekenis, al werd die betekenis pas later uitgewerkt door kerkvaders en theologen.
- Goud: het geschenk voor een koning. Goud symboliseert macht, rijkdom en koningschap. Door goud te schenken erkenden de wijzen Jezus als aardse heerser en toekomstige koning van de mensheid.
- Wierook: het geschenk voor een god. Wierook (Latijn: incensum) werd in de tempel verbrand als offer aan God. Daarmee erkenden de wijzen de goddelijke natuur van het kind. Wierook is ook een verwijzing naar gebed dat opstijgt naar de hemel.
- Mirre: het geschenk dat vooruitwijst naar de dood. Mirre was een harsachtige stof die gebruikt werd bij de balseming van overledenen. In het Johannesevangelie wordt mirre ook genoemd bij de begrafenis van Jezus. Dit geschenk symboliseerde zijn toekomstige lijden en dood als mens.
Samen vatten de drie geschenken dus de christelijke leer over Jezus samen: hij is tegelijk koning, God en sterfelijk mens. Theologen spreken ook wel van het “drievoudige ambt”: priester, profeet en koning. De drie geschenken passen precies daarin.
Wierook en mirre kwamen in die tijd uit het zuiden van Arabië en uit de Horn van Afrika, gebieden die we nu kennen als Jemen en Somalië. Goud was overal verkrijgbaar maar gold als het kostbaarste metaal. In die zin brachten de wijzen inderdaad waardevolle, doorleefde cadeaus mee, niet zomaar symbolische spullen.
Hoe wordt Driekoningen vandaag gevierd?
Op 6 januari viert de christelijke wereld het feest van Driekoningen, ook wel Epifanie (van het Grieks: “verschijning”) of Openbaring des Heren genoemd. Het feest herdenkt de aankomst van de wijzen bij het Jezuskind. In de westerse kerk sluit het de kersttijd af. In de oosterse christelijke tradities, zoals de Ethiopische, Koptische en Russisch-Orthodoxe Kerk, is 6 januari (of 7 januari in de Juliaanse kalender) zelfs de belangrijkste kerstviering.
Per land zijn de gewoonten heel verschillend:
- Spanje en Latijns-Amerika: de Reyes Magos brengen de cadeautjes op 5 januari (Driekoningenavond). Kinderen zetten hun schoenen buiten. Er zijn grote optochten door de steden. In veel gezinnen is dit het feestelijkere moment dan 25 december.
- Nederland en België: kinderen gaan op 6 januari langs de deuren verkleed als de drie koningen. Ze zingen liederen en vragen om snoep of geld. De traditie heet “driekoningen zingen”. Op sommige plaatsen schrijven mensen met gewijde krijtjes CMB (Caspar, Melchior, Balthasar) boven de voordeur, als bescherming voor het huis in het nieuwe jaar.
- Italië: hier heet het feest La Befana. Een oude heks brengt cadeautjes aan brave kinderen en kolen aan stoute kinderen. Ze rijdt op een bezem. De naam Befana is een verbastering van “Epifania”.
- Duitsland en Oostenrijk: sterrekinderen trekken van deur tot deur, vergelijkbaar met België en Nederland. Ze zegenen het huis door de letters C, M en B boven de deurpost te schrijven, soms uitgelegd als het Latijnse “Christus mansionem benedicat” (Christus zegene dit huis).
- Ethiopië: het grote kerstfeest Timkat op 19 januari (7 februari in sommige jaren) viert de doop van Jezus en is nauw verweven met het Driekoningenthema.
De drie koningen raken ook aan het bredere verhaal van Jeruzalem als heilige stad voor meerdere religies. Lees meer over waarom Jeruzalem heilig is voor drie religies.
Waar zijn de relikwieën van de drie koningen bewaard?
In de Dom van Keulen bevindt zich het Driekoningenschrijn, dat geldt als de grootste middeleeuwse reliekhouder ter wereld. Volgens de overlevering bevatten de drie vergulde schrijnen de resten van Caspar, Melchior en Balthasar. Het schrijn dateert uit omstreeks 1225 en is een meesterwerk van de Rijnlandse goudsmeedkunst.
Hoe kwamen die relikwieën in Keulen terecht? In 1164 liet de Keulse aartsbisschop Reinald van Dassel de resten overbrengen vanuit Milaan, waar ze in de kerk van Sant’Eustorgio lagen. Milaan had ze eerder gekregen uit Constantinopel, en de overlevering voert ze terug naar de heilige Helena (moeder van keizer Constantijn), die ze in de 4e eeuw zou hebben gevonden in Jeruzalem of Bethlehem.
Of het werkelijk de resten zijn van de drie wijzen uit het bijbelverhaal, is historisch gezien niet te bewijzen. De Rooms-Katholieke Kerk ziet de relikwieën als een geloofsbewijs, maar benadrukt dat het christelijk geloof niet op de echtheid van de beenderen staat of valt. Wetenschappelijk onderzoek uit 2004 stelde vast dat de beenderen uit verschillende periodes stammen, sommige mogelijk uit de eerste eeuwen na Christus.
De Dom van Keulen werd grotendeels gebouwd ter ere van deze relikwieën. Pelgrims kwamen er in de middeleeuwen van over heel Europa naartoe. Keulen groeide daardoor uit tot een van de belangrijkste pelgrimsplaatsen van Europa, naast Rome en Santiago de Compostela.
De aanwezigheid van het heilige schrijn in Keulen heeft ook de naam van de stad beïnvloed: het wapen van Keulen toont drie gouden kronen op een zwart veld, verwijzend naar de drie koningen. Die verbinding tussen stad en religie is vergelijkbaar met de rol die heilige plekken zoals de Rotskoepel in Jeruzalem spelen voor het religieuze leven van miljoenen mensen.
Waarom verschilt de westerse traditie van de oosterse over de drie koningen?
De westerse en oosterse christelijke tradities zijn al eeuwen op een ander spoor terechtgekomen als het gaat om de drie koningen. Die kloof begon bij de splitsing tussen de Rooms-Katholieke en de Oosters-Orthodoxe Kerk in 1054, maar de verschillen in de Driekoningenvering zijn nog ouder.
In de westerse (Latijnse) traditie zijn Caspar, Melchior en Balthasar stevig verankerd als koningen met eigennamen, afkomst en persoonlijkheid. Ze worden afgebeeld in westerse kunst als drie mannen van verschillende leeftijden en huidskleuren. De iconografie verbeeldde zo de drie continenten die men in de middeleeuwen kende: Europa, Azië en Afrika.
In de Syrische christelijke traditie heten de wijzen Larvandad, Hormisdas en Gushnasaph. De Armeens-Apostolische Kerk gebruikt de namen Kagpha, Badadakharida en Badadilma. De Ethiopische Kerk kent de namen Hor, Karsudan en Basanater. Elk van die namen weerspiegelt de culturele context van de betreffende christengemeenschap.
Wat de tradities ook scheidt, is het getal. In het westerse christendom is het getal drie (gebaseerd op de drie geschenken) de vaste standaard. De Syrische traditie sprak lange tijd van twaalf wijzen, een getal dat ook symbolisch geladen is (twaalf apostelen, twaalf stammen van Israël). Sommige Armeense bronnen noemen er zelfs twee.
De precieze betekenis van Epifanie verschilt ook. In het Westen staat 6 januari voor de komst van de wijzen. In het Oosten ligt het accent op de doop van Jezus in de Jordaan, een ander openbaringsmoment. Veel oosterse kerken vieren Kerstmis (geboorte) en Epifanie (doop) als aparte, even belangrijke feesten.
Voor wie meer wil weten over de rol van de kerk in het dagelijks leven door de eeuwen heen, biedt dit artikel over de rol van de kerk in de middeleeuwen goede achtergrondinformatie.
Ook interessant in dit verband: de verspreiding van het christendom over de wereld laat zien hoe al die verschillende tradities zich hebben kunnen ontwikkelen.
Veelgestelde vragen
Staan de namen Caspar, Melchior en Balthasar in de Bijbel?
Nee. De Bijbel noemt de namen van de wijzen nergens. Het Evangelie van Matteüs, het enige evangelie dat de wijzen vermeldt, spreekt slechts van “magoi” (wijze mannen of magiërs) die uit het Oosten kwamen. De namen Caspar, Melchior en Balthasar verschenen pas rond de 6e tot 8e eeuw in christelijke teksten en verspreidden zich daarna via de middeleeuwse kerk door heel Europa.
Waarom worden het “koningen” genoemd als dat niet in de Bijbel staat?
De aanduiding “koningen” is gebaseerd op een verwijzing naar oudtestamentische psalmen, vooral Psalm 72, die spreekt over koningen die het kind eer brengen. Vroegchristelijke uitleggers verbonden die psalmteksten met de wijzen uit Matteüs. Zo groeide de interpretatie dat het om koningen moest gaan. De officiële kerkelijke benaming is nog steeds “wijzen” of “magoi”, maar in de volksmond won “koningen” het.
Hoeveel wijzen waren er eigenlijk?
De Bijbel noemt geen aantal. Omdat de wijzen drie cadeaus meebrachten, goud, wierook en mirre, werd in de westerse traditie aangenomen dat er ook drie bezoekers waren. In de Syrische traditie werden het er twaalf, een getal dat symbolisch verwees naar de twaalf apostelen. In sommige vroegchristelijke schilderijen zijn zelfs twee of vier wijzen te zien. Het getal drie is dus een latere, weliswaar dominante, maar geen bijbelse interpretatie.
Welke geschenken brachten ze mee en wat betekenen die?
De drie geschenken zijn goud, wierook en mirre. Goud staat voor het koningschap van Jezus, wierook voor zijn goddelijke natuur (wierook werd in de tempel aan God geofferd) en mirre voor zijn sterfelijkheid en begrafenis (mirre werd gebruikt bij het balsemen van de doden). Samen symboliseren de cadeaus de driedelige christelijke identiteit van Jezus als koning, god en sterfelijk mens.
Waarom zijn de relikwieën van de drie koningen in Keulen?
In 1164 bracht aartsbisschop Reinald van Dassel de vermeende relikwieën van de drie koningen vanuit Milaan naar Keulen. Ze lagen in Milaan in de kerk van Sant’Eustorgio en waren eerder afkomstig uit Constantinopel. Om de relikwieën te huisvesten werd de Dom van Keulen gebouwd, die pas in 1880 helemaal klaar was. Het Driekoningenschrijn uit omstreeks 1225 geldt als de grootste middeleeuwse reliekhouder ter wereld.
Wat is de betekenis van de letters CMB boven de voordeur op Driekoningen?
In Duitsland, Oostenrijk, België en Nederland schrijven mensen op 6 januari de letters C, M en B met gewijde krijtjes boven de voordeur, samen met het jaartal. De letters staan voor de namen Caspar, Melchior en Balthasar. Sommigen leggen het uit als het Latijnse Christus mansionem benedicat, wat betekent: “Christus zegene dit huis”. Het is een volksreligieuze traditie die het huis bescherming moet bieden voor het komende jaar. De gewoonte gaat terug tot de vroege middeleeuwen.










