De nierfunctie geeft aan hoe goed je nieren het bloed filteren en afvalstoffen afvoeren. Een dalende nierfunctie is niet altijd direct merkbaar, maar kan op termijn ernstige gevolgen hebben voor je gezondheid. In dit artikel lees je wat een normale nierfunctie is, hoe laag de waarde mag zijn zonder gevaar, welke stadia artsen onderscheiden en wat je kunt doen om verdere achteruitgang te vertragen. Heb je vragen over je eigen nierfunctie? Overleg altijd met je huisarts of nefroloog – zij kunnen de waarden in de context van jouw situatie beoordelen.
Wat is de nierfunctie en hoe wordt deze gemeten?
De nierfunctie wordt uitgedrukt in de eGFR (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid, van het Engelse “estimated Glomerular Filtration Rate”). Dit getal geeft aan hoeveel milliliter bloed je nieren per minuut reinigen, gecorrigeerd voor lichaamsoppervlak. De eGFR wordt berekend aan de hand van een eenvoudige bloedtest waarbij het creatininegehalte wordt gemeten. Creatinine is een afvalstof die ontstaat bij spierafbraak. Als de nieren minder goed filteren, stijgt het creatininegehalte in het bloed en daalt de eGFR.
Hoe wordt de eGFR berekend?
Het laboratorium berekent de eGFR op basis van het creatininegehalte in combinatie met je leeftijd, geslacht en soms ook gewicht of etniciteit. Er zijn verschillende formules in gebruik, waarvan de CKD-EPI-formule in Nederland het meest gangbaar is. De uitkomst is een getal in mL/min/1,73 m² en geeft een schatting van de nierfunctie. Omdat het een schatting is, kan de waarde licht schommelen tussen metingen.
Aanvullend onderzoek: albumine in de urine
Naast de eGFR kijken artsen ook naar de hoeveelheid albumine (eiwit) in de urine. Dit wordt uitgedrukt als de albumine-creatinine-ratio (ACR). Eiwitverlies via de urine duidt op schade aan de filtermembranen in de nieren en is een aanvullende maat voor nierschade. Artsen combineren de eGFR-categorie (G1 t/m G5) met de albuminecategorie (A1 t/m A3) om het risico en de behandeling te bepalen.
Wat is een normale nierfunctie?
Bij gezonde volwassenen ligt de eGFR boven de 90 mL/min/1,73 m². Dat geldt als de normale referentiewaarde. Toch is het belangrijk te weten dat de nierfunctie van nature afneemt met de leeftijd: gemiddeld daalt de eGFR vanaf het 40e levensjaar met circa 0,4 tot 1 mL/min per jaar. Een 70-jarige met een eGFR van 65 kan daarmee een geheel normale nierfunctie voor zijn leeftijd hebben, terwijl dezelfde waarde bij een 30-jarige reden is voor verder onderzoek.
Nierfunctie en leeftijd
Artsen houden rekening met de leeftijdsgerelateerde daling. Een eGFR tussen 60 en 89 wordt bij jongvolwassenen als verlaagd beschouwd, terwijl dit bij ouderen (70 jaar en ouder) soms binnen de verwachte range kan vallen, zeker als er geen andere tekenen van nierschade zijn. Je huisarts of nefroloog beoordeelt altijd de combinatie van de eGFR-waarde, leeftijd, klachten en eventueel eiwitverlies in de urine.
Hoe laag mag je nierfunctie zijn? De stadia van chronische nierschade
Artsen gebruiken een indeling in vijf stadia (G1 t/m G5) om de ernst van chronische nierschade vast te stellen. Deze indeling is gebaseerd op richtlijnen van de internationale organisatie KDIGO en wordt ook in Nederland gehanteerd via het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap).
Stadium G1 en G2: licht verminderde nierfunctie
- G1: eGFR boven 90 mL/min/1,73 m² – normale of hoge nierfunctie, maar er kan wel al sprake zijn van nierschade (bijvoorbeeld eiwitverlies in de urine).
- G2: eGFR 60-89 mL/min/1,73 m² – licht verminderde nierfunctie. Klachten zijn er doorgaans nog niet. Regelmatige controle is wel verstandig.
In de stadia G1 en G2 is de nierfunctie vaak nog voldoende om het lichaam te ondersteunen. Het belangrijkste doel is op dit moment het vertragen van verdere achteruitgang door risicofactoren aan te pakken.
Stadium G3: matig verminderde nierfunctie
- G3a: eGFR 45-59 mL/min/1,73 m² – licht tot matig verminderd.
- G3b: eGFR 30-44 mL/min/1,73 m² – matig tot ernstig verminderd.
In stadium G3 is extra aandacht voor bloeddruk, bloedsuiker en medicijnen van groot belang. Sommige medicijnen worden minder goed uitgescheiden door de nieren en moeten worden aangepast. Verwijzing naar een nefroloog is vaak zinvol in dit stadium.
Stadium G4 en G5: ernstig verminderde nierfunctie
- G4: eGFR 15-29 mL/min/1,73 m² – ernstig verminderde nierfunctie. In dit stadium is voorbereiding op nierfunctievervangende therapie (dialyse of transplantatie) aan de orde.
- G5: eGFR onder 15 mL/min/1,73 m² – nierinsufficiëntie of nierfalen. Zonder behandeling kan het lichaam de afvalstoffen niet meer voldoende verwerken.
Stadium G5 wordt ook wel terminaal nierfalen of eindstadium nierziekte (ESRD) genoemd. Op dit punt is dialyse of niertransplantatie noodzakelijk om te overleven. Dialyse neemt de filterfunctie van de nieren gedeeltelijk over.
Wanneer is een lage nierfunctie gevaarlijk?
Een nierfunctie wordt als kritisch laag beschouwd bij een eGFR onder de 30 mL/min/1,73 m² (stadium G4). Op dit niveau kunnen afvalstoffen zich opstapelen in het bloed, een toestand die uremie wordt genoemd. Uremie kan leiden tot ernstige klachten en complicaties als het onbehandeld blijft.
Signalen dat de nierfunctie te laag is
- Vermoeidheid en gebrek aan energie
- Verminderde urineproductie of juist veel plassen ’s nachts
- Vochtophoping (oedeem) in benen, enkels of rond de ogen
- Kortademigheid
- Misselijkheid, braken of verlies van eetlust
- Concentratieproblemen en verwardheid (bij ernstige uremie)
- Huidklachten zoals jeuk of een vale teint
- Spierkrampen of rusteloze benen
Let op: in vroege stadia van nierschade (G1-G3) zijn er vaak geen merkbare klachten. Nierschade wordt daarom vaak pas ontdekt via een routinebloedinvestigatie of bij controle voor een andere aandoening, zoals diabetes of hoge bloeddruk. Dit maakt vroege opsporing extra belangrijk.
Acuut nierfalen versus chronische nierschade
Acuut nierfalen treedt plotseling op, bijvoorbeeld door uitdroging, infectie, ernstig bloedverlies of bepaalde medicijnen. De eGFR daalt snel, maar kan na behandeling van de oorzaak herstellen. Chronische nierschade (CKD) is een langzaam progressieve aandoening waarbij de nierfunctie over maanden tot jaren daalt en de schade meestal blijvend is. Het onderscheid is belangrijk voor de behandeling.
Wat zijn de meest voorkomende oorzaken van een lage nierfunctie?
Diabetes mellitus
Langdurig verhoogde bloedsuikers beschadigen de kleine bloedvaatjes in de nieren. Diabetische nefropathie is wereldwijd de meest voorkomende oorzaak van chronische nierschade en nierfalen. Goede bloedsuikerregulatie vertraagt de progressie aanzienlijk.
Hoge bloeddruk (hypertensie)
Aanhoudend hoge bloeddruk beschadigt de bloedvaten in de nieren en belast de filtercellen. Tegelijkertijd veroorzaakt nierschade zelf ook hoge bloeddruk, waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Een bloeddruk lager dan 130/80 mmHg is het streefgetal voor mensen met nierschade, al kan dit per situatie verschillen.
Nierstenen, nierbekkenontsteking en andere structurele oorzaken
Herhaalde niersteenaanvallen, langdurige urinewegobstructies of chronische infecties van de nieren kunnen op termijn littekens vormen in het nierweefsel, waardoor de filterfunctie afneemt. Ook auto-immuunziekten zoals lupus of bepaalde vormen van glomerulonefritis kunnen de nieren beschadigen.
Medicijnen en toxines
Langdurig gebruik van bepaalde pijnstillers (vooral NSAID’s zoals ibuprofen en diclofenac), contrastmiddelen bij röntgenonderzoek, sommige antibiotica en bepaalde chemotherapiemiddelen kunnen de nieren belasten of beschadigen. Overleg met je arts als je regelmatig pijnstillers gebruikt.
Hoe kun je een lage nierfunctie vertragen of stabiliseren?
Het goede nieuws is dat je met de juiste aanpak de progressie van nierschade in veel gevallen kunt afremmen. Dit vereist een combinatie van leefstijlaanpassingen en medische behandeling.
Leefstijl aanpassingen
- Stoppen met roken: roken versnelt de achteruitgang van de nierfunctie aanzienlijk en verhoogt ook het risico op hart- en vaatziekten.
- Gezond gewicht: overgewicht belast de nieren en verhoogt de bloeddruk. Afvallen verlaagt de druk op de nieren.
- Voldoende bewegen: matige lichaamsbeweging helpt de bloeddruk en bloedsuiker onder controle te houden.
- Zoutbeperking: minder zout eten verlaagt de bloeddruk. Streef naar minder dan 5-6 gram zout per dag.
- Voldoende drinken: bij goede nierfunctie is voldoende vochtinname (circa 1,5-2 liter per dag) belangrijk, tenzij je arts anders adviseert.
Dieet bij nierschade
Bij gevorderde nierschade (vanaf stadium G3b-G4) adviseert een nierdiëtist vaak om de inname van kalium, fosfaat en soms ook eiwit te beperken. Dit om de belasting op de verminderd functionerende nieren te verlichten. Een standaard nierdieet verschilt per persoon en stadium – volg altijd het advies van je behandelend team.
Medicamenteuze behandeling
Artsen zetten diverse medicijnen in om de nieren te beschermen:
- ACE-remmers of ARB’s: bloeddrukverlagende middelen die ook de druk in de nierfilters verlagen en eiwitverlies verminderen.
- SGLT2-remmers (zoals dapagliflozine, empagliflozine): oorspronkelijk ontwikkeld als diabetesmedicijn, maar inmiddels bewezen effectief in het vertragen van nierschade, ook bij mensen zonder diabetes.
- Statines: verlaging van cholesterol vermindert het risico op hart- en vaatziekten, die bij nierpatiënten verhoogd is.
Wanneer moet je naar de dokter?
Raadpleeg je huisarts als je klachten hebt die kunnen wijzen op nierproblemen, zoals vermoeidheid, vochtophoping, veranderd plaspatroon of een onverklaarbare stijging van de bloeddruk. De huisarts kan een bloedtest aanvragen om de eGFR en creatininewaarden te bepalen.
Verwijs je huisarts je door naar een nefroloog (nierspecialist), dan is dat doorgaans bij:
- Een eGFR onder 30 mL/min/1,73 m² (stadium G4 of G5)
- Snel dalende eGFR (meer dan 5 mL/min/jaar)
- Ernstig eiwitverlies in de urine
- Onbegrepen oorzaak van de nierschade
- Moeilijk te behandelen hoge bloeddruk in combinatie met nierschade
Veelgestelde vragen
Hoe laag mag je nierfunctie (eGFR) zijn voordat dialyse nodig is?
Dialyse wordt over het algemeen overwogen bij een eGFR onder 15 mL/min/1,73 m² (stadium G5), maar het exacte moment hangt af van klachten, voedingstoestand en de snelheid waarmee de nierfunctie daalt. Sommige mensen starten met dialyse iets eerder, anderen iets later. De nefroloog beslist dit samen met de patiënt.
Kan een lage nierfunctie herstellen?
Bij acuut nierfalen is herstel mogelijk als de oorzaak tijdig wordt behandeld. Bij chronische nierschade is het nierweefsel blijvend beschadigd en kan de eGFR doorgaans niet naar het oorspronkelijke niveau terugkeren. Met de juiste behandeling is het wel mogelijk de achteruitgang sterk te vertragen of te stabiliseren.
Is een eGFR van 60 gevaarlijk?
Een eGFR van 60 valt in stadium G2 (60-89) of net aan de grens van G3a (45-59). Op zichzelf is een eGFR van 60 niet onmiddellijk gevaarlijk, maar het verdient aandacht, zeker als er ook eiwitverlies in de urine is of als de waarde snel daalt. Overleg met je huisarts over de betekenis in jouw specifieke situatie.
Welke voeding is goed of slecht voor de nieren?
In het algemeen zijn groenten, fruit, volkoren granen, magere eiwitten en voldoende water gunstig voor de niergezondheid. Overmatig zout, verwerkt vlees, veel suiker en alcohol belasten de nieren extra. Bij gevorderde nierschade gelden specifieke beperkingen voor kalium en fosfaat, die worden bepaald in overleg met een nierdiëtist.
Wat is het verschil tussen creatinine en eGFR?
Creatinine is een afvalstof die door de nieren wordt uitgescheiden. Het creatininegehalte in het bloed stijgt als de nieren minder goed werken. De eGFR is een berekende waarde op basis van creatinine, leeftijd en geslacht en geeft een directere schatting van de filtercapaciteit van de nieren. Een hoog creatinine betekent dus een lage eGFR en omgekeerd.
Hoe vaak moet ik mijn nierfunctie laten controleren?
Dit hangt af van het stadium van nierschade en de risicofactoren. Bij een stabiele licht verminderde nierfunctie volstaat vaak één of twee controles per jaar. Bij snelle achteruitgang of gevorderde nierschade kan de arts frequentere controles adviseren. Mensen met diabetes of hoge bloeddruk wordt aangeraden de nierfunctie jaarlijks te laten controleren, ook als er nog geen klachten zijn.










