Hoe schrijf je een tekst in eenvoudige taal?

Mario Vullings

Geupdate op:

Hoe schrijf je deze tekst in eenvoudige taal?
Je leest dit artikel in 10 minuten

Laatst bijgewerkt: 8 februari 2026

Eenvoudige taal schrijven betekent: schrijven zodat zoveel mogelijk mensen je tekst begrijpen. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk gaan er tientallen dingen mis. De meeste schrijvers maken telkens dezelfde fouten, en ze hebben zelf vaak niet door dat hun tekst moeilijk te lezen is. Hieronder lees je welke fouten dat zijn, hoe je ze herkent en hoe je ze corrigeert.

Eenvoudige taal is niet hetzelfde als kinderachtige taal. Het gaat om teksten die toegankelijk zijn voor mensen met een taalniveau rond B1. Dat is het niveau dat de meeste volwassen Nederlanders aankunnen. Toch schrijven overheden, bedrijven en organisaties hun teksten regelmatig op C1- of zelfs C2-niveau. Gevolg: een groot deel van de lezers haakt af.

Fout 1: Te lange zinnen

Dit is de meest voorkomende fout. Een lange zin vraagt veel van het werkgeheugen. Je moet het begin van de zin onthouden terwijl je het einde nog niet kent. Bij meer dan 20 woorden per zin gaan de meeste mensen fouten maken in het begrijpen van de betekenis. Schrijvers die meer dan 25 woorden per zin gebruiken, verliezen al snel een groot deel van hun lezers.

Toch zijn er ook schrijvers die per ongeluk een tegenovergesteld probleem creëren: ze maken alle zinnen even kort. Dan wordt de tekst hortend en saai. De oplossing is afwisseling. Korte zinnen voor kernpunten. Iets langere zinnen voor uitleg of nuance. Maar als vuistregel geldt: maximaal 15-20 woorden per zin is prettig leesbaar voor een breed publiek.

Hoe splits je een lange zin? Zoek de kern van de mededeling. Die kern wordt je eerste zin. De aanvulling of uitleg wordt de tweede zin. Gebruik koppelwoorden zoals “omdat”, “daardoor” of “maar” om zinnen te verbinden zonder ze samen te voegen tot één long monster van een zin die de lezer uitput.

Een ander probleem bij lange zinnen zijn tussenzinnen die je tussenvoegt (zoals deze) waardoor de hoofdboodschap verborgen raakt. Streep tussenzinnen weg of maak er aparte zinnen van.

Fout 2: Vakjargon en moeilijke woorden

Vakjargon is taal die alleen insiders begrijpen. Dokters schrijven over “hypertensie” terwijl “hoge bloeddruk” voor iedereen duidelijk is. Juristen gebruiken “derogeren” waar “afwijken van” precies hetzelfde betekent. Ambtenaren schrijven “conform het gestelde in de betreffende regelgeving” terwijl “volgens de wet” het ook doet.

Het probleem is dat schrijvers hun eigen jargon niet meer als moeilijk ervaren. Ze zijn er zo aan gewend dat het voelt als gewone taal. Daarom helpt het om je tekst te laten lezen door iemand buiten jouw vakgebied. Als die persoon struikelt over een woord, is dat een signaal.

Er zijn ook woorden die niemand echt moeilijk vindt, maar die toch niet nodig zijn: “teneinde” in plaats van “om”, “dientengevolge” in plaats van “dus”, “onderhavige kwestie” in plaats van “dit probleem”. Kies altijd het kortste woord met dezelfde betekenis. De website ishetb1.nl geeft aan of een woord op B1-niveau valt.

Afkortingen zijn een apart struikelblok. Schrijf de eerste keer de volledige term uit, gevolgd door de afkorting tussen haakjes. Pas daarna gebruik je de afkorting. En vraag je af of de afkorting überhaupt nodig is. Soms is “de wet” duidelijker dan “de WMO” voor lezers die niet weten wat die afkorting inhoudt.

Fout 3: Passieve zinnen

Passieve zinnen verbergen wie iets doet. “Er wordt besloten dat…” Wie beslist dat? “De brief werd verstuurd.” Door wie? Actieve zinnen zijn duidelijker en directer. Vergelijk: “De gemeente stuurt je een brief” tegenover “Er wordt een brief verstuurd”. De actieve versie is korter en duidelijker.

In Nederlandse ambtelijke teksten staan passieve zinnen bij de vleet. Dat heeft een historische reden: de schrijver wilde niet verantwoordelijk lijken, of wilde generiek klinken. Maar voor de lezer werkt het averechts. Je weet niet wie iets doet, wie je kunt aanspreken en wie verantwoordelijk is.

Hoe herken je een passieve zin? Zoek naar “worden” of “zijn” gecombineerd met een voltooid deelwoord: “wordt besloten”, “is goedgekeurd”, “werd betaald”. Vraag jezelf bij elke passieve zin: wie doet dit? Als je dat weet, schrijf het dan op en maak er een actieve zin van. Als je het echt niet weet, is dat zelf al een probleem dat je moet oplossen.

Soms is passief wel handig, bijvoorbeeld als de handeling belangrijker is dan de uitvoerder: “De brug wordt gerenoveerd.” Maar gebruik het bewust, niet als standaard.

Fout 4: Geen duidelijke structuur

Een tekst zonder structuur lijkt op een kamer waar alles door elkaar ligt. De lezer weet niet waar te beginnen, kan niets terugvinden en haakt af. Goede structuur begint vóór je eerste woord: bepaal eerst wat je wilt zeggen en in welke volgorde.

De meest leesbare volgorde is: kernboodschap eerst, uitleg daarna. Dit heet ook wel de omgekeerde piramide. Traditioneel onderwijs leert schrijvers anders: zet context eerst, dan de uitleg, dan pas de conclusie. Dat werkt goed voor een essay of een wetenschappelijk artikel. Maar voor een informatieve tekst of een brief werkt het averechts: de lezer moet de hele tekst lezen voordat hij het antwoord kent.

Gebruik tussenkopjes om grote blokken tekst op te breken. Een tussenkopje is een mini-samenvatting van wat de lezer gaat lezen. Dat helpt mensen om te scannen: is dit het stuk dat ik nodig heb? Gebruik ook witregels tussen alinea’s. Alinea’s horen bij elkaar als ze over hetzelfde onderdeel gaan. Nieuwe alinea = nieuwe gedachte.

Opsommingen zijn krachtig voor rijtjes. Maar gebruik ze niet voor alles. Een opsomming van drie items die elk maar één woord zijn, is minder leesbaar dan een zin. Opsommingen werken het best bij vier items of meer, of als de items elk een eigen uitleg nodig hebben.

Verbindingswoorden helpen de lezer te volgen. “Omdat”, “daardoor”, “maar”, “toch”, “bovendien”, “ten slotte” zijn het cement tussen zinnen. Zonder dat cement valt de tekst uit elkaar in losse stukjes informatie die de lezer zelf moet verbinden.

Fout 5: Te veel informatie tegelijk

Schrijvers willen volledig zijn. Dat is begrijpelijk. Maar volledigheid en begrijpelijkheid zijn soms elkaars vijanden. Wie te veel informatie in één tekst stopt, maakt het voor de lezer onmogelijk om te onthouden wat echt belangrijk is.

De vraag die je jezelf moet stellen is: wat moet de lezer weten en wat is leuk-om-te-weten? Strikt genomen horen alleen de eerste categorie verplicht in de tekst. Leuk-om-te-weten kun je weglaten, of in een bijlage, of in een apart artikel.

Dit probleem speelt ook op zinniveau. Schrijvers stoppen soms drie gedachten in één zin. Elke gedachte verdient zijn eigen zin. Op alineaniveau geldt hetzelfde: één alinea, één onderwerp. Als je merkt dat een alinea over twee verschillende dingen gaat, splits hem dan op.

Een praktische test: lees je tekst en markeer de drie belangrijkste zinnen. Als die drie zinnen verspreid zijn over de hele tekst, is dat een probleem. De belangrijkste informatie staat idealiter aan het begin, niet aan het einde. Lezers stoppen immers regelmatig halverwege.

Wil je meer weten over het schrijven van duidelijke teksten? Lees ook eens hoe advocaten elkaar aanspreken: ook daar speelt vaktaal een grote rol en kun je veel leren over de kloof tussen insidertaal en gewone taal.

Fout 6: De lezer vergeten

De meeste schrijvers schrijven voor zichzelf, niet voor de lezer. Ze schrijven wat ze weten, in de volgorde dat ze het weten, met de woorden die ze gewend zijn te gebruiken. Maar de lezer heeft andere kennis, andere behoeften en andere vragen.

Begin altijd met de vraag: wie is mijn lezer? Hoe oud is die persoon gemiddeld? Welke opleiding heeft die persoon? Wat weet die persoon al over dit onderwerp? Wat wil die persoon weten? Wat gaat die persoon doen met de informatie? Pas als je die vragen hebt beantwoord, weet je hoe je moet schrijven.

Een veelgemaakte fout is aannemen dat de lezer dezelfde voorkennis heeft als de schrijver. Dat is bijna nooit zo. Leg begrippen uit die voor jou vanzelfsprekend zijn. Geef voorbeelden bij abstracte concepten. Gebruik concrete getallen in plaats van vage aanduidingen. “Veel mensen” is minder duidelijk dan “1 op de 3 mensen”. “Snel” is minder duidelijk dan “binnen 24 uur”.

Een andere manier om de lezer te vergeten: schrijven in de derde persoon over de lezer. “De klant dient te betalen voor 1 maart.” Schrap “de klant” en schrijf direct: “Betaal voor 1 maart.” Dat is korter, actiever en vriendelijker.

Lees ook hoe de vraag bij welke generatie hoor ik beantwoord wordt: dat artikel laat zien hoe je verschillende doelgroepen herkent en aanspreekt, wat handig is als je voor een divers publiek schrijft.

Fout 7: Onduidelijk doel van de tekst

Elke tekst heeft een doel: informeren, overtuigen, instrueren of een combinatie daarvan. Als jij als schrijver dat doel niet weet, weet de lezer het al helemaal niet. Een tekst zonder doel is een tekst die nergens naartoe leidt.

Bepaal voor je begint: wat moet de lezer denken, voelen of doen na het lezen van deze tekst? Dat is je doel. Elke zin die bijdraagt aan dat doel, mag blijven. Elke zin die er niets mee te maken heeft, kan weg.

Bij instructieve teksten is het doel het duidelijkst: de lezer moet iets kunnen doen. Gebruik dan een stappenplan met genummerde stappen, gebruik imperatieven (“Klik op de knop”, “Vul het formulier in”) en controleer of de volgorde van de stappen klopt met de volgorde waarin je ze uitvoert. Bij informatieve teksten is het doel: de lezer snapt iets wat hij of zij nog niet snapte. Zorg dat je de kernboodschap in één zin kunt samenvatten. Als je dat niet kunt, is de tekst waarschijnlijk nog niet duidelijk genoeg.

Praktische checklist: tekst controleren op eenvoud

Gebruik deze checklist nadat je een tekst hebt geschreven. Loop hem punt voor punt na:

Controlepunt Goed teken Aandachtspunt
Gemiddelde zinslengte Onder 15 woorden Meer dan 20 woorden per zin gemiddeld
Moeilijke woorden Geen woorden die niet op B1 staan Jargon, afkortingen, Latijnse termen
Passieve zinnen Minder dan 10% passief Meer dan 3 passieve zinnen per alinea
Structuur Kernboodschap in eerste alinea Conclusie pas aan het einde
Alinea-opbouw Eén onderwerp per alinea Meerdere onderwerpen door elkaar
Doel Lezer weet wat te doen na lezen Geen duidelijke oproep tot actie
Tussenkopjes Elke 200-300 woorden een kopje Paginalange blokken zonder onderbreking
Opsommingen Max. 7 items per lijst Lijsten van 10+ items zonder indeling

Stap voor stap een tekst herschrijven

Als een tekst al bestaat maar moeilijk leesbaar is, herschrijf je hem in stappen. Sleutelwoord: stap voor stap. Doe niet alles tegelijk, anders word je overweldigd door de hoeveelheid aanpassingen.

  1. Lees de tekst één keer door zonder iets te veranderen. Noteer je eerste indruk: wat begrijp ik niet, wat stuit me tegen de borst?
  2. Bepaal het kernpunt van de tekst. Schrijf dat in één zin op. Verplaats die zin naar de eerste alinea als hij er niet al staat.
  3. Splits lange zinnen op. Ga door de tekst en zoek zinnen met meer dan 20 woorden. Knip ze door of maak er twee zinnen van.
  4. Vervang moeilijke woorden. Gebruik een woordenboek of de website ishetb1.nl. Schrijf bij elk moeilijk woord een eenvoudiger alternatief.
  5. Maak passieve zinnen actief. Zoek alle zinnen met “wordt” of “worden” gecombineerd met een voltooid deelwoord. Herschrijf ze.
  6. Voeg tussenkopjes toe als die er nog niet zijn. Elke logische sectie krijgt een kopje dat de inhoud samenvat.
  7. Controleer de volgorde. Staat de belangrijkste informatie bovenaan? Verplaats hem als dat niet zo is.
  8. Lees de tekst opnieuw, bij voorkeur hardop. Fouten die je niet ziet, hoor je wel. Struikel je ergens? Dan struikelt de lezer ook.
  9. Laat iemand anders de tekst lezen die niet bekend is met het onderwerp. Vraag welke woorden of zinnen onduidelijk zijn.
  10. Pas aan op basis van de feedback en lees nog een keer. Herhaal dit totdat je tevreden bent met de toegankelijkheid.

Drie situaties waarin eenvoudige taal extra belangrijk is

Eenvoudige taal is altijd fijn, maar in sommige situaties is het ronduit noodzakelijk.

Situatie 1: Overheid en officiële communicatie

In Nederland zijn er naar schatting 2,5 miljoen laaggeletterden: mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Brieven van de belastingdienst, gemeentelijke beschikkingen en zorgformulieren bereiken deze mensen vaak niet. Stichting Lezen en Schrijven zet zich in voor eenvoudigere overheidsteksten. Steeds meer gemeenten en ministeries werken aan B1-communicatie. Brieven van de Belastingdienst zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd, maar er is nog veel te winnen.

Officiële teksten moeten juridisch kloppen en tegelijkertijd begrijpelijk zijn. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het kan. De truc is: gebruik de juridisch vereiste tekst als bijlage of als kleine lettertjes, en schrijf de hoofdtekst in gewone taal. Veel organisaties doen dit inmiddels zo.

Situatie 2: Gezondheidscommunicatie

Patiënteninformatie is een van de gebieden waar eenvoudige taal het meest levens kan redden. Als een patiënt zijn medicatiegebruik niet begrijpt, kan dat ernstige gevolgen hebben. Toch zijn veel bijsluiters, ontslagbrieven en patiëntenfolders geschreven op C1-niveau of hoger. Ziekenhuizen en apotheken werken steeds vaker met B1-teksten, maar ook hier is het verschil per instelling groot.

Bij gezondheidsonderwerpen is ook het gebruik van concrete getallen extra belangrijk. “Een kleine kans op bijwerkingen” zegt weinig. “1 op de 100 mensen krijgt last van misselijkheid” is precies.

Situatie 3: Digitale teksten en websites

Online lezen mensen anders dan op papier. Ze scannen: ze lezen de eerste woorden van een alinea en beslissen dan of ze verder lezen. Ze slaan stukken over. Ze klikken weg als de tekst niet direct hun vraag beantwoordt. Voor digitale teksten gelden dus nog strengere eisen dan voor papieren teksten. Kortere alinea’s, meer tussenkopjes, vet gedrukte kernwoorden en directe antwoorden zijn online nog belangrijker.

Zoekmachines zoals Google belonen ook leesbare teksten. Pagina’s die lezers snel verlaten (hoge bounce rate) zakken in de zoekresultaten. Eenvoudige taal is dus ook goed voor de vindbaarheid van je website.

Wil je weten hoe je namen helder communiceert? Lees dan wat een naam voor je kan betekenen. En voor wie op zoek is naar de betekenis van taal in een andere context: wat is een olifantenpaadje legt uit hoe informeel taalgebruik en gewoontes in de praktijk werken.

Tools en hulpmiddelen voor eenvoudige taal

Er zijn verschillende hulpmiddelen die je helpen bij het schrijven van eenvoudige taal. Geen enkel hulpmiddel vervangt je eigen oordeel, maar ze kunnen je snel laten zien waar de zwakste plekken in je tekst zitten.

  • ishetb1.nl: controleer of een woord op B1-niveau valt. Handig om snel jargon te detecteren.
  • Leesbaarheidsmeter.nl: geeft een leesbaarheidsscore op basis van zinslengtes en woordlengtes. Gebruik het als indicatie, niet als absolute maatstaf.
  • De Stichting Lezen en Schrijven: biedt trainingen, kennisbladen en praktische tools voor organisaties die eenvoudiger willen communiceren. Zij hanteren het principe “Vertel het eenvoudig”.
  • Taalcentrum-VU: de Vrije Universiteit Amsterdam biedt cursussen en advies over begrijpelijk schrijven, ook voor B1-teksten.
  • Microsoft Word: heeft een ingebouwde leesbaarheidsanalyse (via spellingcontrole) die zinslengtes en passieve zinnen telt. Zet hem aan via de taalinstellingen.
  • Teksttesters: laat iemand zonder vakkennis je tekst lezen. Een echte lezer uit je doelgroep is de betrouwbaarste test van allemaal.

Denk ook aan de visuele kant van je tekst. Een goed opgemaakte tekst met voldoende witruimte, een leesbaar lettertype en een logische lay-out draagt bij aan de leesbaarheid, zelfs als de woordkeuze al klopt. Vergelijk het met de leesbaarheid van een museumtekst: musea die gratis zijn met de VriendenLoterij werken vaak met heel toegankelijke bewegwijzering en korte teksten, precies om bezoekers van alle niveaus te bereiken.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen eenvoudige taal en gewone taal?

Gewone taal is hoe je normaal schrijft, zonder speciale aanpassingen. Eenvoudige taal is bewust vereenvoudigd zodat mensen met een lager taal- of leesniveau het ook begrijpen. Eenvoudige taal gebruikt kortere zinnen, eenvoudigere woorden, actieve zinnen en een heldere structuur. Het is geen kindertaal, maar toegankelijke taal voor een breed publiek. B1 is het meest gebruikte niveau voor overheids- en gezondheidscommunicatie in Nederland.

Hoeveel woorden mag een zin bevatten in eenvoudige taal?

Als richtlijn geldt maximaal 15 tot 20 woorden per zin. Bij de meeste lezers neemt het begrip af bij zinnen langer dan 20 woorden. Het gaat niet om een strenge regel: de ene complexe zin kan prima leesbaar zijn, terwijl een eenvoudige gedachte soms ook in 25 woorden past. Het gemiddelde over de hele tekst is belangrijker dan de lengte van individuele zinnen. Wissel korte en langere zinnen af voor een prettig leesritme.

Hoe weet ik of mijn tekst op B1-niveau is?

Er zijn meerdere manieren. Je kunt de website ishetb1.nl gebruiken om individuele woorden te controleren. Je kunt een leesbaarheidsmeter gebruiken die automatisch zinslengtes en woordlengtes analyseert. Je kunt ook je tekst laten lezen door iemand die niet bekend is met jouw vakgebied: als die persoon alles zonder moeite begrijpt, zit je waarschijnlijk goed. Stichting Lezen en Schrijven biedt ook professionele tekstcheck-diensten aan voor organisaties.

Is eenvoudige taal geschikt voor alle teksten?

Bijna altijd. Er zijn situaties waar vakjargon onvermijdelijk is, zoals in wetenschappelijke publicaties voor vakgenoten, technische handleidingen voor specialisten of juridische contracten. Maar zelfs in die gevallen kun je een samenvatting in eenvoudige taal toevoegen. Voor communicatie met het brede publiek, klanten of burgers is eenvoudige taal altijd beter dan complexe taal. De meeste schrijvers schatten hun doelgroep verkeerd in en schrijven te moeilijk.

Wat zijn de grootste valkuilen bij het herschrijven naar eenvoudige taal?

De grootste valkuil is te veel tegelijk proberen te doen. Schrijvers die alle fouten in één keer willen verbeteren, raken de draad kwijt. Werk stap voor stap: eerst zinslengtes aanpassen, dan jargon vervangen, dan passieve zinnen actief maken, enzovoort. Een andere valkuil is dat je de tekst “te simpel” maakt: je verliest nuances die wél belangrijk zijn. Test altijd bij een échte lezer uit je doelgroep of de tekst nog klopt én begrijpelijk is.

Welke hulpmiddelen zijn gratis beschikbaar voor eenvoudige taal?

Gratis hulpmiddelen zijn ishetb1.nl voor woordcontrole, de ingebouwde spellings- en stijlcheck van Microsoft Word (inclusief leesbaarheidsscore), en de kennisbladen van Stichting Lezen en Schrijven die je gratis kunt downloaden van hun website. Ook biedt Accessibility.nl informatie over B1-taal in digitale teksten. Veel gemeenten en rijksoverheden publiceren hun eigen schrijfwijzers en stijlgidsen gratis online als pdf. Die zijn ook bruikbaar als je zelf beter wil leren schrijven.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie