Hoe werd het Terracottaleger ontdekt en wat is het verhaal?

Timo van Loon

Geupdate op:

Hoe werd het Terracottaleger ontdekt en wat is het verhaal?
Je leest dit artikel in 9 minuten

Laatst bijgewerkt: 29 mei 2026

Het Terracottaleger werd op 29 maart 1974 toevallig ontdekt door een groep Chinese boeren die een put groeven naar water. Wat ze aantroffen, bleek een van de indrukwekkendste archeologische vondsten van de twintigste eeuw: duizenden levensgrote terracotta soldaten, begraven rond 210 voor Christus als bescherming voor de Chinese keizer Qin Shi Huang in het hiernamaals.

Hoe de ontdekking begon: boeren op zoek naar water

In het voorjaar van 1974 was het in de buurt van Xi’an droog. Boer Yang Zhifa en zijn vijf broers, samen met buurman Wang Puzhi, besloten een put te graven op een stuk droge grond in het dorp Xiyang, in het district Lintong, ongeveer anderhalve kilometer ten oosten van een opvallende aardenheuvel. Die heuvel was al eeuwenlang bekend, maar niemand wist precies wat eronder lag.

Op 29 maart 1974 stootten de mannen, op een diepte van zo’n twee meter, op iets hards. Ze verwachtten een steen te treffen, maar wat tevoorschijn kwam waren bronzen pijlpunten en grote scherven van wat leek op een aardewerken menselijk figuur. Yang Zhifa dacht aanvankelijk dat het een lokaal godenbeeldje betrof, misschien iets wat zijn grootvader hem ooit had verteld over de geesten die in die grond zouden wonen. De mannen waren nieuwsgierig maar ook voorzichtig. Ze brachten de scherven naar het culturele centrum van het district.

Archeoloog Zhao Kangmin van het museum in Lintong begreep meteen dat dit geen gewone vondst was. Hij verzamelde de fragmenten, maakte aantekeningen en stuurde een rapport naar hogere overheden. Binnen enkele weken stond er een team van professionele archeologen op het land van Yang Zhifa. De werkzaamheden voor de waterput stopten. In de plaats kwamen opgravingsputten, meetlinten en tientallen arbeiders met kleine penselen en schoppen.

Het casus: wat zagen de eerste archeologen in put 1

De eerste opgravingsput, later officieel aangeduid als Kuil 1 of “Pit 1”, bleek immens groot. Archeologen troffen een rechthoekig ondergronds complex aan van ruim 230 meter lang en 62 meter breed. De vloer lag op een diepte van ruim vier meter. Wat ze er aantroffen overstijgt bijna elk vergelijkingspunt in de wereldarcheologie.

In gangen van roodgebakken aarde stonden de soldaten in gevechtsformatie opgesteld: infanterie vooraan, bewapend met speren, kruisbogen en messen; gevolgd door rijen zwaardere eenheden met paardenspan en strijdwagens. Elke figuur is levensgroten, gemiddeld 1,80 meter hoog. En elk gezicht is anders.

Dit laatste detail trof de archeologen bijzonder. Er zijn geen twee identieke gezichten gevonden. Sommige figuren hebben een baard, anderen een snor of een gladde kin. Sommigen kijken sereen, anderen alert. De haartooi verschilt, de oordelen ook. Wetenschappers denken dat de beeldhouwers levende personen als model gebruikten, of in elk geval een groot repertoire van afzonderlijke vormen combineerden om eindeloze variatie te bereiken.

Bovendien droegen de figuren oorspronkelijk kleur. Bij opgravingen in de afgelopen decennia was die kleur soms nog zichtbaar: helrood, groen, zwart en geel. Helaas oxideert het pigment razendsnel zodra het in contact komt met lucht. Binnen minuten verdwijnt de kleur. Moderne conserveringstechnieken proberen dit te vertragen, maar veel kleur is al verloren gegaan.

Casus 2: de ontdekking van put 2 en put 3

De enorme omvang van de vondst werd pas duidelijk toen in april 1976, twee jaar na de eerste ontdekking, een tweede put (Pit 2) werd gevonden op zo’n twintig meter ten noorden van Pit 1. Deze kuil heeft een L-vorm en beslaat bijna 6.000 vierkante meter. Ze is 124 meter lang en 98 meter breed.

Pit 2 biedt een ander oogpunt op het leger: hier bevinden zich boogschutters in gehurkte en staande positie, cavalerie met paarden op ware grootte, en strijdwageneenheden. Het is als een gecomprimeerde versie van een volledig slagveld. In december 2024 groeven archeologen er opnieuw in en troffen voor het eerst in dit deel van het complex een hoge officier aan, een figuur die door zijn kleding, houding en positie duidelijk een hogere rang vertegenwoordigde. In 2025 kwamen er bovendien twee extra strijdwagens tevoorschijn, vergezeld van vijftien stuks paard-en-wagen-uitrusting en negen wapens.

Een derde kuil (Pit 3) werd kort na Pit 2 gevonden. Deze is veel kleiner: slechts 520 vierkante meter in een hoefijzervorm. Pit 3 bevat 68 figuren en wordt door onderzoekers geïnterpreteerd als het hoofdkwartier van het leger, de plek waar de commandanten stonden. Pit 3 is inmiddels volledig opgegraven. Pit 1 en Pit 2 zijn dat nog niet.

Er bestaat bovendien een vierde put die leeg is aangetroffen. Archeologen vermoeden dat die nooit voltooid is, mogelijk doordat het Qin-regime kort na de dood van de keizer instortte. De bouw van het terracottaleger begon rond 246 voor Christus, toen Qin Shi Huang nog een tiener was en net aan zijn bewind begon. Het werk ging door tot zijn dood in 210 voor Christus.

Overzicht van de drie kuilen

Kuil Oppervlakte Aantal figuren (schatting) Bijzonderheid Status opgraving
Pit 1 14.260 m² ca. 6.000 Grootste kuil, infanterie en strijdwagens in gangen Deels opgegraven (ca. 1/3)
Pit 2 ca. 6.000 m² ca. 1.400 L-vorm, cavalerie en boogschutters, elite-eenheden Deels opgegraven, actief in 2024-2025
Pit 3 520 m² 68 Hoefijzervorm, vermoedelijk hoofdkwartier Volledig opgegraven
Pit 4 onbekend 0 Leeg aangetroffen, nooit voltooid n.v.t.
Totaal kuilen 1-3 ca. 20.780 m² ca. 7.000-8.000 Unieke gezichten, originele kleur, bronzen wapens Deels, opgraving loopt door
Gehele mausoleum ca. 56 km² onbekend (nog veel meer) UNESCO Werelderfgoed 1987, kern nog gesloten Niet opgegraven

Casus 3: de keizer zelf en het bredere mausoleum

Het terracottaleger is spectaculair, maar het is slechts een klein onderdeel van een gigantisch grafcomplex. Qin Shi Huang was de eerste keizer die China verenigde, in 221 voor Christus. Hij was dertien jaar oud toen hij het werk aan zijn toekomstige graf liet beginnen. Hij geloofde, zoals zoveel heerser uit die tijd, dat het leven na de dood naadloos doorging. Zijn leger moest hem ook daar beschermen.

Het totale mausoleum beslaat een oppervlakte van ruwweg 56 vierkante kilometer. Er werkten naar schatting 700.000 dwangarbeiders en geschoolde ambachtslieden aan, over een periode van bijna vier decennia. De terracotta soldaten werden vervaardigd via een soort lopendebandproces: lichaamsdelen werden apart gegoten en daarna samengevoegd. Vervolgens brachten ambachtslieden de individuele details aan, waaronder het gezicht. De figuren werden in een oven gebakken en daarna beschilderd.

Diep onder de aardenheuvel, die nu zo’n 76 meter hoog is, ligt de eigenlijke grafkamer van de keizer. Die is nog nooit geopend. De Chinese overheid besloot het als beleid om de grafkamer voorlopig ongemoeid te laten, zowel uit respect als uit wetenschappelijke voorzichtigheid: huidige technieken zijn misschien nog niet goed genoeg om de inhoud te bewaren zodra ze aan de buitenlucht worden blootgesteld.

De oude Chinese geschiedschrijver Sima Qian beschreef het mausoleum in zijn werk “Shiji” (Geschiedenisregisters) rond 90 voor Christus. Hij schreef over kwikstromen die rivieren en zeeën nabootsten, over plafonds bezet met edelstenen die de sterrenhemel verbeeldden, en over mechanische vallen die eventuele grafrovers moesten tegenhouden. Bodemonderzoek heeft inderdaad hoge kwikconcentraties aangetoond rondom de heuvel, wat de verhalen van Sima Qian geloofwaardig maakt.

De vondst van het Terracottaleger vergroot je begrip van andere grote archeologische vondsten. Net zoals de Steen van Rosetta een nieuw venster opende op het Egyptische verleden, verlichtte het terracottaleger een tijdperk waarvan men dacht dat het nauwelijks materieel spoor had nagelaten. En net als de grafkunst van het oude Egypte, waarbij gewone Egyptenaren hun hele leven werken voor de farao, was ook in het Qin-rijk een enorme massa mensen ingezet voor de eeuwige glorie van één heerser.

Hoe het terracottaleger wordt geproduceerd: het maakproces ontleed

Een deel van wat het terracottaleger zo bijzonder maakt, is de productietechniek. De soldaten zijn niet stuk voor stuk handmatig gemodelleerd. In plaats daarvan gebruikten de ambachtslieden een systeem van uitwisselbare mallen voor de grote onderdelen: de benen, de romp, de armen. Dit maakte het mogelijk om in hoog tempo veel figuren te produceren.

Het hoofd en de handen werden apart gegoten en bewerkt. Daarna monteerden de ambachtslieden de figuur, brachten details aan in de natte klei, en bakten het geheel. Na het bakken volgde het schilderen. Doordat kleur en bakproces gescheiden waren, konden de schilders grote vrijheid gebruiken in de afwerking. De schilderlagen bevatten organische pigmenten op een lak-achtige grondlaag. Het zijn precies die kwetsbare organische stoffen die zo snel degraderen bij blootstelling aan lucht.

De soldaten variëren in lengte. Eenvoudige infanteristen zijn gemiddeld iets over de 1,75 meter. Hogere officieren zijn groter gemaakt, soms 1,90 meter of meer. Dat weerspiegelt de sociale hiërarchie van het Qin-leger. Generaals dragen imposante maillot-achtige pantsers en zijn te herkennen aan hun opvallende hoeden.

De wapens die de soldaten droegen, waren echt. Bij opgravingen zijn bronzen zwaarden, speerpunten, kruisboogmechanismen en pijlpunten gevonden. Opvallend: de bronzen wapens waren bedekt met een dunne laag chroom-oxide, waardoor ze zelfs na meer dan 2.000 jaar onder de grond nog scherp en glanzend waren. Deze techniek was in China al bekend, maar het was verrassend te zien hoe consequent ze werd toegepast.

Dit doet denken aan de zorg die ook bij andere grote culturele erfstukken werd besteed aan het behoud van schoonheid en symboliek. De Venus van Milo verloor haar armen, maar haar lichaam overleefde eeuwen van verwaarlozing. Bij het terracottaleger was het omgekeerd: de figuren zijn grotendeels intact, maar de kleur is vrijwel volledig verdwenen.

Het leven na de ontdekking: Yang Zhifa en het museum

Voor de boer Yang Zhifa veranderde de vondst alles, maar niet altijd op de manier die je zou verwachten. In de jaren die volgden op de ontdekking ontving hij weinig directe erkenning. De communistische overheid zag de grond en de vondsten als staatsbezit. Yang Zhifa en de andere boeren werden onteigend. Ze kregen een kleine vergoeding.

Jarenlang werkte Yang Zhifa in een kleine souveniershop in het museum dat ter plaatse werd gebouwd: het Museum van de Eerste Qin-Keizer. Hij signeerde boeken voor toeristen en vertelde zijn verhaal. Pas op latere leeftijd werd hij erkend als de man die een van de grootste archeologische vondsten ooit deed. Hij overleed in 2021 op 80-jarige leeftijd.

Het museum dat over de opgravingsputten werd gebouwd, is inmiddels een van de drukst bezochte attracties in China. Jaarlijks komen er miljoenen bezoekers, van wie velen de lange reis naar Xi’an specifiek voor het terracottaleger maken. UNESCO schreef het mausoleum in 1987 in op de Werelderfgoedlijst.

De opgraving gaat ondertussen rustig door. Chinese archeologen werken langzaam en systematisch. Ze wachten liever op betere conserveringstechnologie dan te snel op te graven en kostbare informatie of kleur te vernietigen. Pit 1 is voor slechts een derde opgegraven, en zelfs die beperkte excavatie heeft al meer dan tweeduizend complete figuren opgeleverd.

De link naar andere historische mysteries blijft fascinerend. Zoals hiërogliefen ons vertellen over het denken van het oude Egypte, vertelt het terracottaleger over de machtsconcepten van het Qin-tijdperk. En zoals Julius Caesar de grenzen van het Romeinse rijk uitduwde en zijn naam aan de geschiedenis verbond, deed Qin Shi Huang dat voor China, en zorgde er tegelijk voor dat zijn nagedachtenis beschermd zou worden door duizenden getrouwe soldaten van klei.

Wetenschappelijke en culturele betekenis tot nu toe

Het terracottaleger heeft de manier veranderd waarop historici en archeologen naar het vroege Chinese keizerrijk kijken. Voor 1974 was de kennis over de Qin-dynastie (221-206 voor Christus) grotendeels gebaseerd op latere, soms vijandige historische bronnen. De Han-keizers die het Qin-regime opvolgden hadden er belang bij om hun voorganger als tiran af te schilderen.

Het materiële bewijs uit het terracottaleger laat een ander beeld zien: een uitzonderlijk georganiseerde staat, met specialisten in massaproductie van kunst, hoge standaarden voor kwaliteitscontrole (sommige figuren dragen de naam van de ambachtsman in de klei), en een sterk hiërarchisch militair systeem.

Wetenschappers stelden ook vast dat de bronzen wapens op sommige punten technologisch geavanceerder waren dan wat op dat moment in Europa werd gemaakt. De chroomlaag op de zwaarden is een vroeg voorbeeld van oppervlaktebehandeling van metaal.

De bredere mythologie en symboliek rondom de dood en het hiernamaals die het terracottaleger vertegenwoordigt, verbindt het ook met andere culturen. Mythologie en funeraire praktijken overal ter wereld laten zien hoe universeel de menselijke behoefte is om de overgang naar de dood ritueel te begeleiden. Het terracottaleger is daarin extreem, maar niet uniek in zijn intentie.

Ook voor de moderne Chinese identiteit is het terracottaleger van groot belang. Het symbool van de eerste keizer die het rijk verenigde, bewaakt door zijn kleierne garde, is een krachtig nationaal verhaal geworden. Xi’an, de stad waar je het terracottaleger bezoekt, is een van de historisch rijkste steden van China en stond vroeger bekend als Chang’an, de hoofdstad van meerdere dynastieën.

  • Het totale mausoleumcomplex van Qin Shi Huang beslaat ongeveer 56 km²
  • Naar schatting 700.000 arbeiders werkten aan het grafcomplex
  • De bouw duurde van 246 tot 208 voor Christus, bijna 38 jaar
  • Elk terracotta gezicht is uniek, geen twee zijn identiek
  • De bronzen wapens waren behandeld met chroomoxide en zijn na 2.200 jaar nog scherp
  • De grafkamer zelf is nog nooit geopend, door beleidskeuze van de Chinese overheid
  • Bodemmetingen tonen hoge kwikconcentraties rondom de heuvel, passend bij beschrijvingen van Sima Qian
  • In 2024 en 2025 zijn nieuwe vondsten gedaan in Pit 2, waaronder een hoge officier en extra strijdwagens

De vondst van het terracottaleger is ook in vergelijkend perspectief interessant. Denk aan andere momenten waarop een toevallige ontdekking de geschiedschrijving radicaal veranderde. De Sfinx in Egypte was al eeuwenlang deels begraven voordat hij volledig werd blootgelegd. Het terracottaleger lag complete tweeduizend jaar verborgen, op slechts anderhalve kilometer van een heuvel die iedereen kende maar waar niemand serieus naar had gegraven.

Veelgestelde vragen

Wie ontdekte het terracottaleger precies?

De ontdekking op 29 maart 1974 wordt toegeschreven aan boer Yang Zhifa en zijn vijf broers, samen met buurman Wang Puzhi. Ze groeven een put naar water op hun land in het dorp Xiyang, district Lintong, bij Xi’an. Yang Zhifa was de eerste die de scherven en bronzen punten opmerkte en ze naar het lokale museum bracht. Archeoloog Zhao Kangmin herkende de vondst als historisch significant en zette verdere opgraving in gang.

Waarom werd het terracottaleger gebouwd?

Keizer Qin Shi Huang liet het terracottaleger bouwen als bescherming in het hiernamaals. Hij geloofde dat het leven na de dood doorging als een voortzetting van het aardse bestaan. Net zoals hij in zijn leven over een machtig leger beschikte, moest dat leger hem ook in zijn dood begeleiden en beschermen. De Qin-traditie verbood menselijke offers, waardoor terracotta figuren de levende soldaten vervingen die in vroegere Chinese dynastieën bij keizers werden begraven.

Hoeveel soldaten telt het terracottaleger?

Het exacte aantal is nog niet bekend, omdat de opgraving niet voltooid is. In de drie bekende kuilen worden in totaal naar schatting 7.000 tot 8.000 terracotta figuren verwacht, plus honderd houten strijdwagens en meerdere honderden paarden op ware grootte. Tot nu toe zijn ruim tweeduizend figuren volledig opgegraven. Pit 1 alleen al bevat naar schatting meer dan 6.000 figuren, maar is voor slechts een derde opgegraven.

Waarom zijn de terracotta soldaten allemaal anders?

Elk gezicht, elke haartooi en elke gelaatsuitdrukking is uniek. Wetenschappers denken dat de ambachtslieden een uitgebreid systeem van uitwisselbare onderdelen gebruikten om variatie te creëren. Sommige onderzoekers geloven dat levende soldaten als model dienden. De variatie toont ook aan hoe groot het ambachtelijk netwerk was: tientallen ateliers werkten gelijktijdig, elk met eigen stijlaccenten. Namen van ambachtslieden zijn teruggevonden in de klei, wat wijst op een verantwoordingssysteem voor kwaliteitscontrole.

Is de grafkamer van Qin Shi Huang ooit geopend?

Nee. De eigenlijke grafkamer, diep onder de 76 meter hoge aardenheuvel, is bewust niet geopend. De Chinese overheid heeft ervoor gekozen de kamer ongemoeid te laten, deels uit respect, deels omdat men bang is dat de inhoud onomkeerbaar beschadigd raakt zodra conserveringstechnieken tekort schieten. Bodemonderzoek bevestigt hoge concentraties kwik in de grond rondom de heuvel, overeenkomend met de beschrijvingen van de oude geschiedschrijver Sima Qian, die schreef over kwikrivieren in het graf.

Wat is de huidige stand van de opgravingen in 2025 en 2026?

De opgravingen gaan rustig door, met grote nadruk op conservering. In december 2024 werd in Pit 2 een hoge militaire officier ontdekt, de eerste in dat deel van het complex. In 2025 groeven archeologen twee extra strijdwagens op, met bijbehorend paard-en-wagentuig en negen wapens. Pit 3 is volledig opgegraven. Pit 1 en Pit 2 zijn dat nog niet. Het totale mausoleumcomplex, dat 56 vierkante kilometer beslaat, is nog grotendeels onberoerd.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie