Ja, sommige vogels kunnen achteruit vliegen. Maar slechts één vogelgroep doet dat echt gecontroleerd en met spierkracht: de kolibrie. Alle andere vogelsoorten, meer dan 99 procent van de ongeveer 10.000 bekende soorten, kunnen dat niet. Sommige vogels drijven weleens even terug op de wind, maar dat is iets heel anders dan bewust achteruit vliegen.
Hoe de kolibrie dat voor elkaar krijgt, welke andere vogels soms in de buurt komen, en waarom bijna geen enkel dier dit trucje beheerst: dat lees je hier.
Welke vogels kunnen echt achteruit vliegen?
De kolibrie is de enige vogelgroep ter wereld die in stilstaande lucht, volledig onder eigen spierkracht, bewust achteruit vliegt. De familie Trochilidae telt meer dan 360 soorten, allemaal in Noord- en Zuid-Amerika. Van de kleine Bijkolibrie (circa 6 centimeter lang, inclusief snavel en staart) tot de grotere Reuzenkolibrie die de grootte van een spreeuw bereikt.
Andere vogels die soms achteruit bewegen:
- Vliegenvangers en zangers: kunnen een kort, fladderend stapje achteruit maken bij het landen of ontwijken van een tak. Ze doen dit niet over een grotere afstand.
- Reigers en zilverreigers: gaan soms een kleine stap achteruit tijdens het neerstrijken, maar sturen daarvoor op de wind.
- Torenvalk en ijsvogel: kunnen stilhangen in de lucht (ook op windstille momenten) maar bewegen daarbij niet achteruit, ze hangen stil op een vaste positie.
- Afrikaanse honingzuigers en Australische honingeters: staan ook bekend om hun zweefvlucht bij bloemen. Ze kunnen in uitzonderlijke gevallen even achteruitzweven, maar dit is geen gecontroleerde vlucht zoals bij de kolibrie.
Het verschil zit hem in de anatomie van de schouder en vleugel. Kolibries kunnen hun vleugels 180 graden draaien in het schoudergewricht. Andere vogels hebben die draairuimte niet. Daardoor kunnen ze geen stuwkracht genereren in de achterwaartse richting.
Vergelijkingstabel: vogels en achterwaartse vlucht
Hieronder zie je hoe verschillende vogelsoorten zich verhouden als het gaat om achteruit bewegen in de lucht. De tabel maakt het verschil duidelijk tussen echte achterwaartse vlucht en tijdelijk, windgeholpen achteruitzakken.
| Vogelsoort | Kan achteruit vliegen? | Manier van bewegen | Vleugelslagen per seconde | Leefgebied | Bijzonderheid |
|---|---|---|---|---|---|
| Kolibrie (Trochilidae) | Ja, gecontroleerd | Achtvormige vleugelslagen, 180 graden rotatie schouder | 15 tot 80 (naar soort) | Amerika (Noord en Zuid) | Enige vogel die dit volledig beheerst |
| Torenvalk (Falco tinnunculus) | Nee | Stilhangen door kop in de wind te richten | 3 tot 5 | Europa, Azië, Afrika | Hangt stil maar gaat niet achteruit |
| IJsvogel (Alcedo atthis) | Nee | Stilhangen vlak boven water | 10 tot 15 | Europa, Azië | Duikt recht naar beneden voor vissen |
| Vliegenvanger (Muscicapidae) | Kort en beperkt | Fladderend stapje achteruit bij landing | 5 tot 8 | Wereldwijd | Geen echte achterwaartse vlucht |
| Afrikaanse honingzuiger (Nectariniidae) | Sporadisch | Zwevende beweging bij bloemen | 20 tot 35 | Afrika, Azië | Verre verwant van kolibrie in gedrag, niet in afkomst |
| Blauwe reiger (Ardea cinerea) | Nee | Soms windgeholpen terugzakken bij neerstrijken | 1 tot 2 | Europa, Azië, Afrika | Grote vleugelspanwijdte, weinig manoeuvreerbaar |
| Mees (Parus-familie) | Nee | Huppelt achteruit op tak, maar niet in de lucht | 8 tot 12 | Wereldwijd | Beweegt achteruit op oppervlakken, niet vliegend |
| Pauw (Pavo cristatus) | Nee | Nauwelijks in staat tot langdurige vlucht | 2 tot 4 | Zuid-Azië, wereldwijd gehouden | Zware staart maakt manoeuvreren onmogelijk |
Hoe werkt het vliegen van de kolibrie precies?
De kolibrie zweeft als een helikopter. En dat is geen metafoor: de vliegprincipes zijn bijna identiek. Terwijl gewone vogels hun stuwkracht uitsluitend op de neergaande slag genereren, maakt de kolibrie bij zowel de neer- als de opwaartse slag stuwkracht. Dat verdubbelt de efficiëntie.
De vleugel beschrijft een liggend getal-8 in de lucht. Bij de neergaande slag gaat de vleugel naar voren en naar beneden, bij de opwaartse slag draait het schoudergewricht 180 graden, zodat de vleugel van de andere kant omhoog gaat. Die rotatie is het geheim. De meeste vogels kunnen hun schoudergewricht maar een fractie draaien. De kolibrie draait zijn hele bovenarm.
Om achteruit te vliegen, kantelt de kolibrie zijn lichaam iets naar achteren en past de hoek van zijn vleugelslagen aan. De stuwkracht richt zich dan naar voren (vanuit het perspectief van de vogel) maar omdat het lichaam achterover helt, beweegt de kolibrie achterstevoren door de lucht. Het is subtiel maar volledig gecontroleerd.
De vleugelslagen zijn razendsnel. Kleine soorten halen 80 slagen per seconde. Een mens ziet dat alleen als een onscherpe wazige schijf. Dat is ook de reden waarom kolibries een zoemend geluid maken: de lucht trilt mee op de frequentie van de vleugels, net als de snaren van een blaasinstrument.
Waarom kunnen andere vogels dit niet?
De meeste vogels zijn gebouwd voor efficiënte vluchten over langere afstanden, niet voor acrobatisch zweefvliegen. Hun vleugelstructuur is daarop afgestemd. De handpennen, armpennen en schouderbotten zijn geoptimaliseerd voor een krachtige neergaande slag die de vogel vooruit duwt. Dat is energiezuinig over kilometers, maar biedt weinig mogelijkheden voor gerichte beweging op de plek.
Bij de kolibrie is alles omgekeerd. De beenderen in de vleugelarmen zijn korter en de spieren rond het schoudergewricht zijn veel groter in verhouding tot het lichaamsgewicht. De borstbeenkam, het bot waaraan alle vliegspieren zitten, is extreem groot. Bijna een derde van het gewicht van een kolibrie bestaat uit vliegspieren.
Daar staat een prijs tegenover: de poten zijn zo klein en zwak dat kolibries nauwelijks kunnen lopen. Ze kunnen zijwaarts schuifelen op een tak, maar meer niet. Alles is opgeofferd aan de vlucht.
Een ander obstakel voor andere vogels is de energiehuishouding. Kolibries hebben de hoogste stofwisseling van alle gewervelde dieren. Hun hart klopt 1.000 tot 1.200 keer per minuut tijdens de vlucht. Ze eten bijna continu nectar om dat vol te houden. Een gewone mus of lijster kan die energierekening eenvoudigweg niet betalen voor dit type vlucht.
Drie concrete situaties waarin achteruit vliegen nuttig is
Achteruit vliegen is geen trucje voor de show. Het heeft drie concrete functies in het leven van een kolibrie:
1. Bloemen bereiken en verlaten. Kolibries drinken nectar terwijl ze zweven voor een bloem. Ze steken hun lange, dunne snavel in de bloem en zuigen met hun tong de nectar op. Daarna trekken ze de snavel er recht achterwaarts uit, zonder te draaien. Dat gaat sneller en nauwkeuriger dan wegvliegen en terugdraaien. Bij bloemen met een nauwe opening is achteruit wegtrekken de enige optie zonder schade aan snavel of bloem.
2. Ontsnappen uit krap begroeid gebied. Kolibries leven in tropische regenwouden met dichte vegetatie. Als een vogel zich heeft genesteld in een dichte struik of bloemencluster, is terugvliegen soms de snelste uitweg. Draaien kost tijd en ruimte. Recht achteruit gaan is dan veel efficiënter.
3. Territoriumverdediging. Mannetjeskolibries zijn territoriaal. Ze verdedigen nectarbronnen actief tegen andere kolibries en insecten. Tijdens confrontaties in de lucht kunnen ze razendsnel achteruit bewegen om een aanval te ontwijken of zelf de aanvaller te verrassen. De manoeuvreerbare vlucht geeft hen een groot voordeel in dit soort luchthazardeur.
De kolibrie in vergelijking met andere zweefvliegers in de dierenwereld
Achteruit vliegen is zeldzaam, maar de natuur heeft meer oplossingen voor zweefvlucht gevonden. Het is interessant om de kolibrie te vergelijken met andere zweefvliegers om te begrijpen wat uniek is en wat gedeeld wordt.
Vliegende insecten zoals bijen, zweefvliegen en libellen kunnen allemaal achteruit vliegen. Libellen zijn zelfs in staat tot volledig omnidirectionele vlucht: vooruit, achteruit, zijwaarts en ter plaatse stilhangen, allemaal door de vier onafhankelijk aanstuurbare vleugels. De kolibrievlinder, die in Europa voorkomt, is een vlinder die qua uiterlijk en gedrag op een kolibrie lijkt: hij zweeft voor bloemen en drinkt nectar in vlucht. Hij kan echter niet gecontroleerd achteruit vliegen.
Helikopters zijn door ingenieurs bewust naar het voorbeeld van de kolibrie ontworpen. Of beter gezegd: de principes die de kolibrie gebruikt, zijn onafhankelijk ontdekt en daarna herkend in de natuur. De roterende schijf die stuwkracht in alle richtingen kan genereren is het universele concept achter zowel helikoptervlucht als kolibriëvlucht.
Wat de kolibrie uniek maakt onder vogels is de combinatie: volledig gespierden achterwaartse stuwkracht, in stilstaande lucht, op elk gewenst moment. Geen andere vogel haalt dat.
Komen kolibries voor in Nederland of Europa?
Nee. Kolibries leven uitsluitend in de Nieuwe Wereld: van Alaska in het noorden tot Patagonië in het zuiden van Argentinië. Ze komen voor in regenwouden, berggebieden en halfwoestijnen. In Europa zijn ze nooit van nature aanwezig geweest.
Wat je in Nederland en België weleens ziet, is de kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). Dat is een vlinder, geen vogel. Hij zweeft voor valeriaan, kamperfoelie en andere nectarbloemen op een manier die sterk op een kolibrie lijkt. Met zijn gespreide vlinders en lange roltong kan hij vliegend nectar drinken. Elke zomer duiken er meldingen op van mensen die menen een kolibrie in hun tuin te hebben gezien: het is vrijwel altijd deze vlinder.
In Nederland zijn er ook tuincentra en dierentuinen die kolibries houden in klimaatgecontroleerde kassen. Artis in Amsterdam had in het verleden kolibries in zijn tropische kassen. Wie kolibries in het wild wil zien, reist naar Costa Rica, Ecuador of het zuiden van de Verenigde Staten: daar leven de meeste soorten op betrekkelijk kleine oppervlakten.
Wil je meer weten over bijzondere eigenschappen van dieren en de natuur? Op veel.nl vind je ook uitleg over de Venus van Milo, over hiërogliefen en hun belang, of over de Sfinx in Egypte en haar geheimen.
Aanvullende feiten over de kolibrie die je misschien nog niet wist
De kolibrie is niet alleen uniek door zijn vlucht. Een aantal andere eigenschappen maakt deze vogel tot een van de meest bijzondere gewervelde dieren op aarde:
- Kleinste vogel ter wereld: de Bijkolibrie (Mellisuga helenae) uit Cuba weegt 1,6 gram en is 5 tot 6 centimeter lang. Een normale briefpostzegel weegt meer.
- Hoogste stofwisseling van alle gewervelden: het hart klopt tot 1.200 slagen per minuut. In rust, bij koud weer, vallen sommige soorten in een soort dagelijks coma (torpor) waarbij de hartslag daalt tot 50 slagen per minuut om energie te besparen.
- Geheugen voor bloemen: kolibries herinneren zich welke bloemen ze al hebben bezocht en wanneer die bijgevuld zijn. Ze maken rationele keuzes over nectarbronnen.
- Kleuren zien die mensen niet zien: kolibries hebben vier soorten kegeltjes in hun ogen (mensen hebben er drie). Ze kunnen ultraviolet licht waarnemen. Bloemen die voor mensen éénkleurig lijken, zijn voor een kolibrie gedecoreerd met ultraviolette patronen als landingsstrip.
- Snelste duikvlucht per lichaamslengte: een mannelijke Anna-kolibrie (Calypte anna) haalt tijdens een baltsvlucht een snelheid waarbij hij in één seconde een afstand aflegt van 385 maal zijn eigen lichaamslengte. Een gevechtsvliegtuig haalt dat niet.
- Lange migraties: de Roestkleurige kolibrie (Selasphorus rufus) vliegt jaarlijks een rondreis van meer dan 6.000 kilometer van Mexico naar Alaska en terug, het langst bekende migratieroute voor zijn lichaamsgewicht.
Voor meer weetjes over bijzondere verschijnselen in de natuur en wetenschap: bekijk ook hoe een tsunami precies ontstaat of lees over waarom een plant koolstofdioxide nodig heeft.
Veelgestelde vragen
Is de kolibrie echt de enige vogel die achteruit kan vliegen?
De kolibrie is de enige vogelgroep die bewust en gecontroleerd achteruit vliegt in stilstaande lucht, volledig op eigen spierkracht. Andere vogels bewegen soms even terug door winddruk of een korte fladderbeweging bij het landen, maar dat is geen echte achterwaartse vlucht. Meer dan 99 procent van alle vogelsoorten bezit de anatomie simpelweg niet om dit te doen. Het draait om het unieke schoudergewricht van de kolibrie dat 180 graden kan draaien.
Hoe snel slaat een kolibrie zijn vleugels?
Dat hangt sterk af van de soort. Kleinere kolibries, zoals de Bijkolibrie, halen tot 80 vleugelslagen per seconde. Grotere soorten zitten dichter bij 15 tot 20 slagen per seconde. Ter vergelijking: een duif haalt er 5 tot 8. Die hoge frequentie is de reden waarom je kolibrivleugels als een onscherpe wazige wolk ziet en het typische zoemgeluid hoort.
Kunnen kolibries ook zijwaarts vliegen?
Ja. Kolibries kunnen in alle richtingen vliegen: vooruit, achteruit, zijwaarts naar links, zijwaarts naar rechts, recht omhoog en recht omlaag. Ze kunnen ook volledig op de plek stilhangen. Dit maakt hen de meest manoeuvreeerbare vogels op aarde. De combinatie van het roterende schoudergewricht, de achtvormige vleugelslagen en de enorme vliegspieren maakt al deze bewegingen mogelijk.
Waarom zie je in Nederland nooit een echte kolibrie?
Kolibries leven alleen in Amerika: van Canada tot het zuiden van Argentinië. Ze komen van nature nooit in Europa voor. Wat mensen in Nederlandse tuinen wel soms waarnemen, is de kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). Dit is een nachtvlindersoort die zweeft voor bloemen en nectar drinkt, net als een kolibrie. Hij wordt soms aangezien voor een echte kolibrie, maar is een vlinder. Echte kolibries zijn alleen te zien in dierentuinen of bij een reis naar de Amerika’s.
Hoeveel soorten kolibries zijn er?
De familie Trochilidae telt meer dan 360 erkende soorten, verdeeld over twee onderfamilies. Sommige bronnen noemen getallen tot boven de 500 als je ook de onderverdeling van aparte ondersoorten meerekent. De meeste soorten leven in de tropische en subtropische gebieden van Midden- en Zuid-Amerika. Ecuador is het land met de meeste kolibrie-soorten ter wereld: meer dan 130 soorten komen er voor. In de Verenigde Staten leven er zo’n 15 tot 20 soorten.
Hoe eten kolibries eigenlijk en wat heeft dat met achteruit vliegen te maken?
Kolibries eten voornamelijk bloemennectar, aangevuld met kleine insecten voor eiwitten. Ze steken hun lange, dunne snavel in een bloem terwijl ze zweven, en gebruiken hun gevorkde tong om nectar snel naar binnen te zuigen, tot 13 keer per seconde. Na het drinken trekken ze hun snavel er recht achteruit uit. Die achterwaartse beweging is daarbij essentieel: draaien kost te veel tijd en risico bij nauwe bloemen. Achteruit vliegen is hier dus een direct voedingsvoordeel, geen bijkomstigheid. Het legt ook uit waarom dit vermogen evolutionair zo sterk is bewaard gebleven.










