Waarom heeft februari eigenlijk 28 dagen?

Timo van Loon

Geupdate op:

Waarom heeft februari eigenlijk 28 dagen?
Je leest dit artikel in 10 minuten

Laatst bijgewerkt: 28 maart 2026

Februari heeft 28 dagen (of 29 in een schrikkeljaar) omdat het de laatste maand was die aan de Romeinse kalender werd toegevoegd, en dat heeft zijn sporen nagelaten. De echte reden gaat terug naar het jaar 713 voor Christus, naar een Romeinse koning die zijn kalender wilde reorganiseren, en naar eeuwenoude bijgeloven rond getallen.

Om te begrijpen hoe februari zo kort werd, moet je de hele ontwikkeling van de Westerse kalender volgen. Die begon niet als het systeem dat wij nu kennen. Wat begon als een puur praktisch instrument voor boeren en priesters, groeide uit tot de internationale tijdindeling die vandaag nog altijd geldt.

Stap 1: de allereerste Romeinse kalender had maar 10 maanden

De oorspronkelijke Romeinse kalender, die traditioneel wordt toegeschreven aan de legendarische stichter Romulus rond 753 voor Christus, telde slechts tien maanden. Die begonnen in maart en eindigden in december. Dat klinkt vreemd, maar de winter werd simpelweg niet meegenomen in de telling. Boeren hadden in die maanden weinig te doen, de natuur lag stil en de Romeinen beschouwden de winterperiode als een tijdloze kloof buiten de eigenlijke cyclus van het jaar.

De tien maanden hadden samen 304 dagen. Een aantal van hen herken je direct in onze huidige namen. September betekent letterlijk “zevende maand” (septem = zeven), oktober is de achtste (octo), november de negende (novem) en december de tiende (decem). Dat klopt nu niet meer, want bij ons zijn het de maanden negen tot en met twaalf. De verschuiving is precies het gevolg van wat er daarna gebeurde.

In die vroegste kalender waren de maanden verdeeld over 30 of 31 dagen, en maart gold als het begin van het nieuwe jaar. Dat is ook waarom de naam “Mars” voor maart: de maand was gewijd aan de god van de oorlog, waarna het veldseizoen traditioneel begon.

Stap 2: Numa Pompilius voegt januari en februari toe

Rond 713 voor Christus voerde de Romeinse koning Numa Pompilius een ingrijpende hervorming door. Hij vond dat de kalender nauwkeuriger moest aansluiten op de cyclus van de maan. Een maanjaar duurt ruwweg 354 dagen, en dat betekende dat er nog eens 50 dagen moesten worden verdeeld over twee nieuwe maanden: januari en februari.

Januari werd als eerste geplaatst, als een overgangsmaand die de weg opende naar het nieuwe jaar. Februari kwam als laatste, als een sluitstuk. De naam februari is afgeleid van het Latijnse woord februare, wat “zuiveren” of “reinigen” betekent. In die maand vonden rituele reinigingsfeesten plaats, zoals het Februa-feest, waarbij Romeinen zichzelf en hun huizen symbolisch schoonmaakten om het jaar goed af te sluiten.

Maar hier stuitte Numa Pompilius op een probleem: de Romeinen geloofden dat even getallen ongeluk brachten. Ze wilden dat elke maand een oneven aantal dagen had. Met 12 maanden en 355 dagen totaal (hij voegde een dag toe ten opzichte van het strikte maanjaar) was dat bijna haalbaar. Bijna, want 355 gedeeld door 12 geeft geen netjes getal. Uiteindelijk kregen de meeste maanden 29 of 31 dagen. Februari moest het stellen met 28. Dat was het enige even getal in de reeks, en het kon kloppen omdat februari in zijn functie als reinigingsmaand een bijzondere status had: het stond al buiten de gewone orde van het jaar.

Zo werd februari structureel korter dan alle andere maanden, en dat is sindsdien nooit meer fundamenteel veranderd.

Stap 3: de kalender raakt uit de pas met het zonnejaar

De kalender van Numa Pompilius telde 355 dagen. Een echt zonnejaar duurt echter ongeveer 365,25 dagen. Dat betekende dat de Romeinse kalender elk jaar bijna tien dagen te vroeg afliep. Na een paar decennia liepen de seizoenen en de kalendermaanden volledig door elkaar.

Om dit te compenseren voegden de Romeinen regelmatig een extra maand in: de zogenaamde Mercedonius of Intercalaris. Dit was een ingelaste maand van 22 of 23 dagen die soms na februari werd gevoegd, soms halverwege. De beslissing lag bij de priesters (pontifices) in Rome, die nogal eens politiek misbruik maakten van deze bevoegdheid. Ze verkortten of verlengden het jaar naar believen om politieke bondgenoten langer of korter in functie te houden.

Aan het einde van de Romeinse Republiek, rond 50 voor Christus, was de situatie zo chaotisch geworden dat de kalender zeker 80 dagen voor lag op de werkelijke seizoenen. De lente begon officieel al midden in de winter. Iets moest veranderen.

Stap 4: Julius Caesar hervormt de kalender in 45 voor Christus

Julius Caesar zag tijdens zijn campagnes in Egypte hoe de Egyptenaren een zonnekalender gebruikten van 365 dagen, aangevuld met een extra dag om de rest van 0,25 dag per jaar op te vangen. Dat systeem werkte veel stabieler. Terug in Rome gaf hij zijn astronoom Sosigenes van Alexandrië de opdracht een nieuwe kalender te ontwerpen.

De Juliaanse kalender, zoals die later werd genoemd, trad in werking op 1 januari 45 voor Christus. De belangrijkste veranderingen waren:

  1. Het jaar telde voortaan 365 dagen, gebaseerd op de omloop van de aarde rond de zon.
  2. Elke vier jaar werd een extra dag ingevoegd: de schrikkeljaar-dag, die aan februari werd toegevoegd.
  3. De meeste maanden kregen 30 of 31 dagen, verdeeld op een vaste manier over het jaar.
  4. Het overgangsjaar 46 voor Christus telde maar liefst 445 dagen, om de opgelopen achterstand in te halen. Dat jaar heet het “Jaar van de Verwarring”.
  5. Januari werd definitief het begin van het nieuwe jaar.
  6. Februari bleef 28 dagen houden, met een 29e dag in schrikkeljaren.

Caesars keuze om februari ongemoeid te laten was deels pragmatisch en deels symbolisch. De maand had zijn korte status zo lang gedragen dat het aanpassen ervan de bestaande kalenderlogica zou verstoren. Bovendien was februari nog altijd de traditionele reinigings- en sluitingsmaand.

Dit is overigens ook de reden dat de namen van de maanden september tot en met december bij ons niet meer kloppen: in de 10-maanden-kalender waren het de zevende tot en met tiende maand; in de 12-maanden-kalender zijn het de negende tot en met twaalfde.

Stap 5: de rolle van Julius Caesar en Augustus bij de maandlengtes

Er bestaat een hardnekkige mythe dat augustus 31 dagen heeft omdat keizer Augustus er een dag aan toe liet voegen om niet onder te doen voor Julius Caesar, die zijn juli ook 31 dagen gaf. Die legende circuleerde al eeuwen geleden, maar historici betwijfelen of die precies zo is gegaan.

Wat wel vaststaat: de maand Quintilis werd hernoemd naar Julius (onze juli) ter ere van Julius Caesar, en had al 31 dagen in het Juliaanse systeem. Later werd Sextilis hernoemd naar Augustus ter ere van de eerste keizer. In sommige historische verslagen zou Augustus daarna van de senaat hebben gedaan gekregen dat zijn maand evenveel dagen kreeg als die van Caesar.

Het gevolg was in elk geval dat er bij die aanpassing dagendagen van elders moesten komen. En die kwamen opnieuw uit februari. Zo verloor de kortste maand in sommige versies van dit verhaal nog eens een dag, waardoor hij op 28 bleef in plaats van een dagtelling die tijdelijk al op 29 stond in de herziene versie van Sosigenes.

Historisch bewijs voor dit specifieke verhaal is schaars. Maar de uitkomst is duidelijk: februari heeft 28 dagen, en alle andere maanden hebben er 30 of 31.

Stap 6: de Gregoriaanse hervorming en het schrikkeljaar zoals wij dat kennen

De Juliaanse kalender was een grote stap vooruit, maar niet perfect. Een echt zonnejaar duurt niet precies 365 dagen en 6 uur (dus 365,25 dagen), maar iets minder: 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en 46 seconden. Dat verschil van iets meer dan 11 minuten per jaar klinkt klein, maar over eeuwen loopt het op.

In 1582 had de Juliaanse kalender al meer dan 10 dagen achterstand opgelopen ten opzichte van het astronomische jaar. Paus Gregorius XIII voerde toen een nieuwe hervorming door: de Gregoriaanse kalender. Die is het systeem dat wij vandaag nog gebruiken. De aanpassingen waren:

Aanpassing Juliaans systeem Gregoriaans systeem
Gewoon schrikkeljaar Elk jaar deelbaar door 4 Elk jaar deelbaar door 4
Uitzondering eeuwjaren Geen uitzondering Eeuwjaren géén schrikkeljaar
Uitzondering op uitzondering Niet van toepassing Tenzij deelbaar door 400
Voorbeeld: jaar 1900 Schrikkeljaar Geen schrikkeljaar
Voorbeeld: jaar 2000 Schrikkeljaar Schrikkeljaar
Voorbeeld: jaar 2100 Schrikkeljaar Geen schrikkeljaar
Lengte van februari 28 of 29 dagen 28 of 29 dagen

De kalendersprong van 1582 was letterlijk merkbaar: in oktober van dat jaar verdwenen tien dagen uit de kalender. Op donderdag 4 oktober volgde vrijdag 15 oktober. Zo werd de achterstand gecorrigeerd. Niet alle landen stapten meteen over: protestantse en orthodoxe landen bleven de Juliaanse kalender gebruiken tot soms ver in de twintigste eeuw. Rusland schakelde pas in 1918 over.

Voor februari veranderde er in de kern niets. Het bleef 28 dagen, met een 29e dag in schrikkeljaren. Alleen de precieze regels voor die schrikkeljaren werden verfijnd.

Drie concrete varianten: wanneer heeft februari 28 of 29 dagen?

Niet elk jaar dat deelbaar is door 4 is automatisch een schrikkeljaar. De regels zijn iets genuanceerder dan veel mensen denken. Er zijn drie situaties:

Variant 1: gewone schrikkeljaren. Elk jaar dat deelbaar is door 4 is in principe een schrikkeljaar. Februari krijgt dan 29 dagen. Voorbeelden: 2024, 2028, 2032. Voor de meeste mensen in de meeste jaren is dit de enige relevante regel.

Variant 2: eeuwjaren zonder schrikkeldag. Jaren die eindigen op 00, dus deelbaar door 100, zijn geen schrikkeljaar, ook al zijn ze deelbaar door 4. Februari heeft dan gewoon 28 dagen. Het jaar 1900 was geen schrikkeljaar. Het jaar 2100 wordt ook geen schrikkeljaar. Dit verrast mensen regelmatig, want 2100 is deelbaar door 4.

Variant 3: eeuwjaren mét schrikkeldag. Eeuwjaren die deelbaar zijn door 400 zijn wél een schrikkeljaar. Het jaar 2000 was dus een schrikkeljaar (deelbaar door 400). Het jaar 2400 wordt dat ook. Hierdoor heeft de Gregoriaanse kalender gemiddeld 365,2425 dagen per jaar, wat bijna perfect overeenkomt met het astronomische zonnejaar van 365,24219 dagen.

Het verschil dat overblijft is zo klein dat het pas na zo’n 3.300 jaar oploopt tot één volle dag. Dat is niet een probleem dat wij of onze verre nakomelingen de komende eeuwen hoeven op te lossen.

Deze kalenderregelgeving is ook de reden dat Julius Caesar zo’n bepalende rol speelde in onze tijdrekening. Zijn hervorming in 45 voor Christus was zo goed doordacht dat het systeem meer dan 1.600 jaar standhield voordat het moest worden bijgesteld.

Waarom werd februari specifiek als plek voor de schrikkeljaardag gekozen?

De 29e dag in een schrikkeljaar wordt altijd aan februari toegevoegd. Dat is geen toeval. De reden gaat terug naar de positie van februari in de Juliaanse kalender en naar de Romeinse manier van datumtelling.

In het Romeinse systeem telde men niet van de eerste dag van de maand vooruit, maar van een aantal vaste punten achteruit: de Kalenden (eerste dag), de Nones (vijfde of zevende dag) en de Iden (dertiende of vijftiende dag). De extra dag in een schrikkeljaar werd in de Juliaanse kalender geplaatst vóór de 24e februari. Die dag heette de sexto ante Kalendas Martias: de zesde dag vóór de Kalenden van maart. De extra dag maakte er een dubbele zesde van: bis sextus. Vandaar de naam “bissextile” die in veel talen nog steeds voor schrikkeljaren wordt gebruikt (in het Frans heet een schrikkeljaar nog steeds een année bissextile).

Pas in de loop der eeuwen verschoof de extra dag naar het einde van februari: 29 februari. Maar de traditie om die dag juist in februari te plaatsen is al zo oud als de Juliaanse kalender zelf.

De positie van februari als “sluiter” van het jaar maakte het ook logisch om juist daar te knutselen met de telling. Het was de maand die het jaar afsloot, vóórdat januari in de loop van de geschiedenis het begin van het jaar werd. En als je een dag toevoegt om de kalender bij te stellen, doe je dat het liefst aan het einde van de cyclus.

Wie meer wil weten over hoe de Oude Egyptenaren en andere vroege beschavingen hun tijdrekening organiseerden, kan ook kijken naar de manier waarop hiërogliefen en Egyptische recordering van tijd werkte, of naar de bredere mythologische achtergrond van kalenderfeesten die in de Oudheid een grote rol speelden bij het bepalen van de jaarindeling.

En ook de rol van astronomie en vroege wetenschap is hier relevant: de overgang van een maankalender naar een zonnekalender was mede mogelijk doordat geleerden steeds beter begrepen hoe de hemel werkte. De ontdekking dat de aarde rond is was onderdeel van datzelfde voortschrijdende inzicht.

Overzicht: hoe de kalendermaanden hun lengte kregen

De huidige verdeling van de maanden over het jaar is het resultaat van eeuwen van opeenvolgende hervormingen. Hieronder staat een overzicht van hoe de maanden er uiteindelijk uit zijn komen te zien:

Maand Aantal dagen Oorsprong naam Oorspronkelijke positie (10-maanden-kalender)
Januari 31 Janus (god van de doorgangen) Niet aanwezig, later toegevoegd
Februari 28 (of 29) Februare (zuiveren) Niet aanwezig, later toegevoegd
Maart 31 Mars (god van de oorlog) Maand 1
April 30 Mogelijk Aperire (openen) of Aphrodite Maand 2
Mei 31 Maia (godin van de vruchtbaarheid) Maand 3
Juni 30 Juno (godin van het huwelijk) Maand 4
Juli 31 Julius Caesar Maand 5 (Quintilis)
Augustus 31 Keizer Augustus Maand 6 (Sextilis)
September 30 Septem (zeven) Maand 7
Oktober 31 Octo (acht) Maand 8
November 30 Novem (negen) Maand 9
December 31 Decem (tien) Maand 10

Je ziet het direct: september, oktober, november en december dragen de namen van de zevende tot en met tiende maand, maar staan nu op posities negen tot en met twaalf. Dat is de directe erfenis van de toevoeging van januari en februari aan het begin van de kalender.

Het verhaal van de kalender raakt ook aan het verhaal van Rome als beschaving. Julius Caesar was niet alleen een kalenderhervormer maar ook de man die het politieke systeem van Rome fundamenteel veranderde. Zijn invloed strekte zich uit tot ver voorbij zijn dood in 44 voor Christus. Zijn naam leeft voort in de maand juli, in de term “caesar” als titel voor heersers (waarvan ook het woord “keizer” is afgeleid), en in de kalender die wij nog altijd gebruiken. Zie ook hoe mythologische figuren en historische leiders met elkaar verweven zijn in de namen van onze kalender, of lees over andere verhalen uit de klassieke Oudheid die hun sporen hebben nagelaten in ons dagelijks leven.

Veelgestelde vragen

Waarom heeft februari 28 dagen en niet 29 of 30?

Februari was de laatste maand die aan de Romeinse kalender werd toegevoegd door koning Numa Pompilius rond 713 voor Christus. Om het totale aantal dagen op een oneven getal te houden (Romeinen beschouwden even getallen als ongelukkig) en de kalender passend te maken bij het maanjaar van 355 dagen, bleef voor februari slechts 28 dagen over. Die korte lengte is sindsdien nooit fundamenteel veranderd, ook niet door Julius Caesar.

Heeft Augustus daadwerkelijk een dag van februari afgepakt?

Die theorie is populair, maar historisch bewijs ervoor is dun. Volgens sommige bronnen zou keizer Augustus hebben geregeld dat zijn naammaand augustus evenveel dagen kreeg als julius, en dat die extra dag ten koste van februari ging. Historici zijn er niet over uit. Wat vaststaat is dat augustus 31 dagen heeft en februari 28, maar de precieze politieke dynamiek erachter is niet met zekerheid te reconstrueren.

Hoe werkt het schrikkeljaar precies?

Een zonnejaar duurt 365 dagen en ongeveer 6 uur. Die 6 uur per jaar worden opgeteld en na vier jaar heb je bijna één extra dag. Die dag wordt aan februari toegevoegd als 29 februari. Er zijn wel uitzonderingen: eeuwjaren (deelbaar door 100) zijn géén schrikkeljaar, tenzij ze ook deelbaar zijn door 400. Zo was 1900 geen schrikkeljaar, maar 2000 wel. Het volgende reguliere schrikkeljaar na 2024 is 2028.

Waarom is de schrikkeljaardag aan februari toegevoegd en niet aan een andere maand?

In de Juliaanse kalender werd de extra dag ingevoegd vlak voor 24 februari, de zesde dag voor de Kalenden van maart. De Romeinen noemden dit de bis sextus: de dubbele zesde. Februari was als afsluiter van het jaar de logische plek om de kalender bij te stellen. Later verschoof de dag naar 29 februari, maar de traditie van die maand als aanpassingsmaand bleef bewaard.

Wat is het verschil tussen de Juliaanse en de Gregoriaanse kalender?

De Juliaanse kalender (45 voor Christus) gaat ervan uit dat elk jaar deelbaar door 4 een schrikkeljaar is. De Gregoriaanse kalender (1582) verfijnde dit: eeuwjaren zijn geen schrikkeljaar, tenzij deelbaar door 400. Dit maakt de Gregoriaanse kalender nauwkeuriger: het gemiddelde jaar telt 365,2425 dagen, wat bijna exact overeenkomt met het astronomische zonnejaar. Het verschil met de werkelijkheid loopt pas na meer dan 3.300 jaar op tot één dag.

Bestaan er culturen die een andere maand als kortste maand gebruiken?

Ja. De islamitische kalender is een puur maankalender van 354 of 355 dagen per jaar en heeft maanden van 29 of 30 dagen. De joodse kalender combineert maan- en zonjaren en voegt soms een dertiende maand in. De Ethiopische kalender heeft twaalf maanden van 30 dagen en een dertiende maand van 5 of 6 dagen. In al die systemen is de kortste maand niet noodzakelijk aan één specifieke positie gekoppeld. Onze Gregoriaanse kalender is het enige veelgebruikte systeem waarbij één vaste maand structureel korter is dan alle andere.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie