Volkenbond: oprichting, doel en mislukking

Semir van Dijk

Geupdate op:

Waarom werd de Volkenbond opgericht en wat was het doel?
Je leest dit artikel in 7 minuten

Laatst bijgewerkt: 21 mei 2026

Na de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog, die tussen 1914 en 1918 tientallen miljoenen levens kostte, was de wil om een herhaling te voorkomen groter dan ooit. Uit die wil ontstond de Volkenbond, de eerste internationale organisatie die vrede en samenwerking tussen landen structureel probeerde te waarborgen. De oprichting van de Volkenbond was een historisch moment, maar ook een experiment met grote tekortkomingen dat uiteindelijk zijn doel niet zou bereiken.

De historische context: een wereld na de Grote Oorlog

De Eerste Wereldoorlog had de Europese orde volledig op zijn kop gezet. Vier grote keizerrijken – het Ottomaanse, het Russische, het Oostenrijks-Hongaarse en het Duitse – waren ingestort. Miljoenen soldaten en burgers waren omgekomen. Steden en regio’s lagen in puin. De ervaring van de loopgravenoorlog, met zijn zinloze en kolossale bloedvergieten, had het politieke klimaat grondig veranderd: er moest een systeem komen om dergelijke conflicten in de toekomst te voorkomen.

De Veertien Punten van Woodrow Wilson

Het idee voor een internationale vredesorganisatie werd het meest doeltreffend bepleit door de Amerikaanse president Woodrow Wilson. In januari 1918, nog voor het einde van de oorlog, presenteerde hij zijn befaamde Veertien Punten als basis voor een duurzame vrede. Het veertiende punt was de meest ambitieuze: de oprichting van een “algemene vereniging van naties” die via collectieve veiligheid, diplomatie en internationale samenwerking toekomstige oorlogen zou voorkomen.

De Vredesconferentie van Parijs

Na de wapenstilstand van 11 november 1918 kwamen de overwinnaars bijeen op de Vredesconferentie van Parijs, die begon in januari 1919. De vijf grote mogendheden – het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten, Italië en Japan – domineerden de onderhandelingen. Wilsons visie op een rechtvaardige vrede botste regelmatig met de wens van met name Frankrijk om Duitsland zwaar te straffen. Desondanks kreeg het idee van een Volkenbond uiteindelijk de steun van de conferentie.

De oprichting van de Volkenbond

Op 25 januari 1919 besloot de Vredesconferentie van Parijs officieel een commissie in te stellen die het statuut van de nieuwe organisatie zou opstellen. Het eindresultaat werd opgenomen in het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 werd ondertekend. De Volkenbond werd daarmee formeel opgericht en begon zijn werkzaamheden op 10 januari 1920, de dag waarop het Verdrag van Versailles van kracht werd.

Lidmaatschap bij de start

Bij de oprichting telde de Volkenbond 44 leden, voornamelijk de geallieerde overwinnaars en neutrale landen. De verliezende mogendheden – Duitsland, Oostenrijk en Hongarije – werden aanvankelijk niet toegelaten. Duitsland werd pas in 1926 lid. Op het hoogtepunt van de organisatie, in de jaren 1934-1935, telde de Volkenbond 58 aangesloten landen.

De structuur van de organisatie

De Volkenbond kende drie hoofdorganen. De Vergadering was het algemene forum waarbij alle lidstaten vertegenwoordigd waren en elk één stem hadden. De Raad was een kleiner, meer invloedrijk orgaan met permanente leden (de grote mogendheden) en tijdelijk gekozen leden. Het derde orgaan was het Permanente Secretariaat, een internationale ambtelijke dienst gevestigd in Genève, dat de dagelijkse werkzaamheden coördineerde. Naast deze organen werden ook het Permanente Hof van Internationale Justitie en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) ingesteld.

De doelstellingen van de Volkenbond

Het doel van de Volkenbond was breed en ambitieus. De organisatie wilde niet alleen oorlog voorkomen, maar ook internationale samenwerking bevorderen op sociaal, economisch en humanitair terrein.

Collectieve veiligheid

Het hart van het systeem was het principe van collectieve veiligheid: als één lid van de Volkenbond aangevallen werd, zouden alle andere leden gezamenlijk reageren. Artikel 10 van het Volkenbondsverdrag verplichtte lidstaten de territoriale integriteit van alle andere leden te respecteren en te beschermen. Agressie tegen één lid was agressie tegen allemaal. Geschillen zouden worden voorgelegd aan de Raad of de Vergadering voor arbitrage – een breuk met de oude praktijk van directe militaire confrontatie.

Ontwapening

De Volkenbond streefde naar algehele ontwapening van de lidstaten. Artikel 8 van het verdrag stelde dat de handhaving van vrede op langere termijn een vermindering van bewapening vereiste. Er werden commissies ingesteld om dit te begeleiden, maar een doorbraak bleef uit. De grote mogendheden waren huiverig om hun militaire capaciteiten te verminderen zonder garanties voor hun eigen veiligheid.

Humanitaire en sociale taken

Naast vredeshandhaving nam de Volkenbond ook taken op zich op het gebied van humanitaire hulp, volksgezondheid, vluchtelingenzorg en arbeidswetgeving. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), opgericht samen met de Volkenbond, werkte aan internationale normen voor arbeidsomstandigheden, minimumlonen en kinderarbeid. De Volkenbond speelde ook een rol bij de opvang van vluchtelingen na de Russische Revolutie en de Grieks-Turkse bevolkingsuitwisseling van de vroege jaren 1920.

Vroege successen van de Volkenbond

In de beginjaren boekte de Volkenbond een aantal tastbare resultaten. Deze vroege successen gaven hoop dat de organisatie haar doelstellingen daadwerkelijk zou kunnen verwezenlijken.

Het Ålandvraagstuk

Een van de vroegste successen betrof het geschil over de Ålandeilanden, een Fins-Zweedse eilandengroep in de Oostzee. Zowel Finland als Zweden claimde de eilanden. In 1921 wees de Raad van de Volkenbond de eilanden toe aan Finland, maar met garanties voor de Zweedse bevolking en een demilitarisatiestatus. Beide landen accepteerden de uitspraak, en de Ålandeilanden gelden tot op de dag van vandaag als een succesvol voorbeeld van internationale conflictoplossing.

Het Saargebied en Danzig

De Volkenbond beheerde tijdelijk het Saargebied (een Duits industriegebied) namens de geallieerden en organiseerde in 1935 een referendum over de toekomst ervan. De stad Danzig (huidig Gdansk) werd eveneens als “Vrijstad” onder het mandaat van de Volkenbond geplaatst om conflicten tussen Duitsland en Polen te voorkomen. Deze mandaatregelingen toonden aan dat de organisatie een rol kon spelen als neutrale beheerder van omstreden gebieden.

Humanitaire bijdragen

De Volkenbond coördineerde de terugkeer van honderdduizenden krijgsgevangenen na de Eerste Wereldoorlog en verleende hulp aan vluchtelingen. De Noor Fridtjof Nansen werd aangesteld als Hoge Commissaris voor Vluchtelingen. Hij introduceerde het zogenaamde Nansen-paspoort, een internationaal erkend reisdocument voor staatloze personen – een innovatie die het leven van honderdduizenden mensen verbeterde.

De fundamentele zwakheden van de Volkenbond

Ondanks de vroege successen kampte de Volkenbond met structurele tekortkomingen die zijn effectiviteit ernstig beperkten.

De afwezigheid van de Verenigde Staten

Paradoxaal genoeg was de architect van de Volkenbond, de Amerikaanse president Woodrow Wilson, er niet in geslaagd zijn eigen land te laten deelnemen. De Amerikaanse Senaat weigerde het Verdrag van Versailles te ratificeren, mede vanwege de soevereiniteitsoverdracht die het Volkenbondsverdrag impliceerde. De Verenigde Staten bleven permanent afwezig uit de organisatie – een catastrofale tekortkoming, omdat de VS de machtigste economie ter wereld was. Zonder Amerika miste de Volkenbond zowel militaire slagkracht als diplomatiek gewicht.

Gebrek aan militaire macht

De Volkenbond had geen eigen leger. Als een lid agressie pleegde, hing de effectiviteit van sancties volledig af van de bereidheid van andere lidstaten om mee te doen. Economische sancties konden worden opgelegd, maar militaire interventie vereiste de vrijwillige medewerking van lidstaten. In de praktijk bleek die medewerking moeilijk te organiseren – landen gaven de voorkeur aan hun eigen nationale belangen boven collectieve actie.

Het unanimiteitsvereiste

In de Raad golden besluiten die bindend waren voor alle leden, waarvoor unanimiteit vereist was. Dit betekende dat elk groot lid de facto een vetorecht had. Wanneer de belangen van grote mogendheden op het spel stonden, was het vrijwel onmogelijk om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Dit lam­legde de Volkenbond op de meest kritische momenten.

De grote mislukkingen van de Volkenbond

In de jaren dertig, toen de internationale spanningen opnieuw opliepen, toonde de Volkenbond zijn onvermogen om agressie effectief te stoppen.

De Japanse invasie van Mantsjoerije (1931)

In 1931 viel Japan de Chinese provincie Mantsjoerije binnen en richtte er de satellietstaat Mantsjoekwo op. China diende een klacht in bij de Volkenbond. De organisatie veroordeelde de invasie en stuurde een onderzoekscommissie (de Lytton-commissie), die in 1932 vaststelde dat Japan de aggressor was. Japan gaf geen gehoor aan de oproep tot terugtrekking en verliet in 1933 de Volkenbond. Er volgden geen militaire sancties. De machteloosheid van de organisatie was pijnlijk duidelijk geworden.

De Italiaanse aanval op Ethiopië (1935-1936)

Een nog flagrantere tekortkoming volgde toen Italië in 1935 Ethiopië binnenviel. De Ethiopische keizer Haile Selassie deed persoonlijk een emotioneel beroep op de Volkenbond in Genève. De organisatie legde economische sancties op aan Italië, maar sloot cruciale goederen zoals olie uit van de sancties. De sancties bleken tandeloos. Ethiopië werd veroverd en Italië verliet de Volkenbond. Het prestige van de organisatie was verder geërodeerd.

De herrijzenis van Duitsland

De Volkenbond was evenmin in staat de herbewapening van Duitsland onder Adolf Hitler te stoppen. Duitsland verliet de Volkenbond al in 1933, kort nadat Hitler aan de macht was gekomen. De remilitarisering van het Rijnland in 1936, de annexatie van Oostenrijk en de bezetting van de Sudetenland werden door de Volkenbond niet effectief tegengegaan. Het systeem van collectieve veiligheid had gefaald op elk beslissend moment.

Het einde van de Volkenbond en de opkomst van de VN

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 was de mislukking van de Volkenbond een feit. De organisatie verloor iedere relevantie. De vergaderingen werden gestaakt, het personeel van het secretariaat werd gereduceerd en de kantoren in Genève kwamen grotendeels leeg te staan.

De formele ontbinding

Op 18 april 1946 hield de Volkenbond zijn laatste vergadering en werd de organisatie formeel ontbonden. Het vermogen en de taken werden overgedragen aan de pas opgerichte Verenigde Naties, die in 1945 waren opgericht als opvolger met een sterkere structuur en – cruciaal – met deelname van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

De erfenis van de Volkenbond

Ondanks zijn uiteindelijke mislukking op het gebied van vredeshandhaving liet de Volkenbond een blijvende erfenis na. De organisatie introduceerde het concept van multilaterale diplomatie als standaard voor internationale betrekkingen. Organen als de Internationale Arbeidsorganisatie bestaan nog altijd. De Volkenbond bewees dat internationale samenwerking op humanitair en sociaal vlak wel degelijk mogelijk was – en legde de basis voor de architectuur van de naoorlogse wereldorde.

Veelgestelde vragen

Wanneer werd de Volkenbond precies opgericht?

De beslissing om de Volkenbond op te richten werd genomen op 25 januari 1919 tijdens de Vredesconferentie van Parijs. Het statuut werd opgenomen in het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 werd ondertekend. De Volkenbond begon formeel te functioneren op 10 januari 1920, de dag waarop het verdrag van kracht werd.

Waarom deden de Verenigde Staten niet mee aan de Volkenbond?

Hoewel president Woodrow Wilson de grondlegger was van het idee, weigerde de Amerikaanse Senaat het Verdrag van Versailles te ratificeren. Een meerderheid van de senatoren, onder leiding van Henry Cabot Lodge, vreesde dat het lidmaatschap van de Volkenbond de soevereiniteit van de VS zou beperken en het land zou kunnen verplichten deel te nemen aan buitenlandse conflicten. De VS werd nooit lid.

Wat was het Nansen-paspoort?

Het Nansen-paspoort was een internationaal erkend reisdocument voor staatloze personen, geintroduceerd door de Noor Fridtjof Nansen in zijn rol als Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Volkenbond. Het document hielp honderdduizenden vluchtelingen, met name Russen na de revolutie, zich opnieuw te vestigen. Meer dan 50 landen erkenden het paspoort.

Waarom mislukte de Volkenbond als vredesorganisatie?

De Volkenbond had geen eigen militaire macht, kende een unanimiteitsvereiste dat effectief optreden blokkeerde, en miste de deelname van de VS als grootste macht. Wanneer grote mogendheden zoals Japan of Italië agressie pleegden, ontbrak de politieke wil en de militaire middelen om hen te dwingen zich te schikken. De organisatie kon alleen adviseren en veroordelen, maar niet afdwingen.

Wat is het verschil tussen de Volkenbond en de Verenigde Naties?

De VN heeft een sterkere structuur dan de Volkenbond. Waar de Volkenbond unanimiteit vereiste, kunnen de VN bij conflicten besluiten nemen met een meerderheid in de Veiligheidsraad. De VN heeft ook een eigen militaire capaciteit via vredesmissies. Bovendien zijn de VS en de Sovjet-Unie vanaf het begin lid geweest van de VN, wat de geloofwaardigheid van de organisatie aanzienlijk vergrootte. Ook heeft de VN een bredere humanitaire, ontwikkelings- en mensenrechtenmandaat uitgebouwd dan de Volkenbond had.

Wanneer werd de Volkenbond ontbonden?

De Volkenbond werd formeel ontbonden op 18 april 1946, tijdens zijn laatste vergadering in Genève. De taken en het vermogen van de organisatie werden overgedragen aan de in 1945 opgerichte Verenigde Naties. Het gebouw van de Volkenbond in Genève, het Palais des Nations, wordt nog steeds gebruikt door de VN als het Europese hoofdkantoor.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie