Wat is de beknopte geschiedenis van Eritrea?

Amira Bosman

Geupdate op:

Wat is de beknopte geschiedenis van Eritrea?
Je leest dit artikel in 10 minuten

Laatst bijgewerkt: 21 maart 2026

Eritrea heeft een van de bewogener geschiedenissen van Afrika. Het kleine land aan de Rode Zee werd achtereenvolgens bestuurd door de Aksum-beschaving, Ottomaanse heersers, Egypte, Italië en Groot-Brittannië, voordat het dertig jaar vocht voor onafhankelijkheid van Ethiopië. Pas in 1993 werd Eritrea een soevereine staat, na een van de langste gewapende vrijheidsoorlogen uit de moderne geschiedenis.

De naam “Eritrea” is afgeleid van het Latijnse woord voor de Rode Zee: Mare Erythraeum. Die geografische ligging verklaart voor een groot deel waarom zo veel machten interesse hadden in dit gebied. Wie de havens van Massawa en Assab beheerste, controleerde een strategisch knooppunt op de route tussen Europa, Azië en Oost-Afrika.

De oudheid: van Ona-cultuur tot het Aksum-koninkrijk

Menselijke bewoning in het gebied van het huidige Eritrea gaat terug tot de vroege prehistorie. Archeologen hebben rond de hoofdstad Asmara resten gevonden van de zogenoemde Ona-cultuur, een pre-Aksumitische beschaving die tussen ongeveer 800 v.Chr. en 400 v.Chr. floreerde. Deze gemeenschappen leefden van landbouw en veeteelt en bouwden nederzettingen die later de basis legden voor grotere stadsculturen.

Rond het begin van de jaartelling ontwikkelde zich het machtige Aksumitische Rijk, met zijn centrum deels in het huidige Eritrea en deels in het noorden van Ethiopië. Aksum was geen klein lokaal koninkrijkje: het was een van de vier grote rijken van de antieke wereld, naast Rome, Perzië en China. De Aksumieten handelden actief met Arabia, India en het Middellandse-Zeegebied via de haven van Adulis, bij het huidige Zula aan de Rode Zee.

In de vierde eeuw nam koning Ezana het christendom aan, waardoor Eritrea tot een van de vroegst gekerstende gebieden ter wereld behoort. Dit religieuze erfgoed is tot op de dag van vandaag merkbaar: de Eritrees-Orthodoxe Kerk speelt nog steeds een centrale rol in de samenleving. Het Aksumitische Rijk begon in de zevende en achtste eeuw te verzwakken, deels door de opkomst van de islam en de daarmee gepaard gaande verschuiving van handelsroutes. Net zoals de opkomst van de islam veel politieke kaarten door de wereld herschreef, had het ook hier ingrijpende gevolgen voor de bestaande machtsstructuren. Je kunt vergelijkbare omwentelingen lezen in de wereld van mythologie en religie, waarbij geloofsovergangen hele beschavingen herschapen.

Na het verval van Aksum versnipperde het gebied in kleinere vorstendommen en sultanaten. Het hoog plateau bleef bewoond door agrarische volken die later de Tigrinya-sprekende bevolking zouden vormen, terwijl de kustvlakten geleidelijk bevolkt raakten door nomadische en semi-nomadische groepen.

Ottomaans en Egyptisch bestuur (16de-19de eeuw)

In de zestiende eeuw vestigden de Ottomanen zich aan de Eritrese kust. Ze namen in 1557 de haven van Massawa in en controleerden daarna meer dan drie eeuwen lang de kustregio. Massawa was vanuit Ottomaans perspectief vooral interessant als handelspost en als strategisch punt aan de Rode Zee. De Ottomanen bemoeiden zich weinig met het binnenland en het hooglanbevolking bleef grotendeels autonoom.

Toen het Ottomaanse Rijk in de negentiende eeuw verzwakte, nam Egypte de touwtjes aan de kust over. In 1865 verwierf Egypte Massawa van de Ottomanen en probeerde vervolgens zijn invloed landinwaarts uit te breiden. Die Egyptische ambities stuitten echter op hardnekkig verzet van de Ethiopische keizer Johannes IV, die de Egyptische troepen in 1875 en 1876 versloeg bij de slag bij Gura en bij Gundet.

Die Egyptische terugtrekking opende de deur voor een nieuwe speler: Italië. Dit is een patroon dat je in de koloniale geschiedenis van Afrika vaker tegenkomt: machtsvervalvacua worden snel gevuld door Europese mogendheden die op zoek zijn naar invloedssferen.

Italiaanse kolonisatie: 1885-1941

Italië begon zijn aanwezigheid aan de Rode Zee bescheiden: in 1869 kocht de particuliere scheepvaartmaatschappij Rubattino de haven van Assab van een lokale Afar-sultan. Na de opening van het Suezkanaal datzelfde jaar werd de strategische waarde van de regio duidelijker. De Italiaanse staat nam Assab over in 1882 en bezette Massawa in 1885, gebruik makend van het terugtrekken van Egypte.

Op 1 januari 1890 werd officieel de Italiaanse kolonie Eritrea uitgeroepen, de eerste kolonie van het moderne Italië. Rome investeerde aanzienlijk in de infrastructuur: spoorwegen, wegen en de uitbouw van Asmara als administratief centrum. De stad Asmara groeide uit tot een van de meest opmerkelijke Art Deco-steden ter wereld, met duizenden gebouwen in futuristische, rationalistische en cubistische stijl die vandaag nog deels overeind staan.

Italië gebruikte Eritrea ook als springplank voor verdere imperialistische ambities. Vanuit Eritrea lanceerde Rome zijn aanval op Ethiopië in 1895-1896, maar die campagne eindigde in een vernederende nederlaag bij Adwa. Veertig jaar later, in 1935-1936, slaagde Mussolini er alsnog in Ethiopië te veroveren en voegde het samen met Eritrea en Italiaans Somaliland tot het zogenoemde Italiaans Oost-Afrika. Dat rijk duurde slechts zes jaar.

In 1941 verdreven Britse en Gemenebest-troepen de Italianen uit de regio. Eritrea kwam onder Brits militair bestuur te staan, een situatie die tien jaar zou duren.

Federatie en annexatie door Ethiopië (1950-1962)

Na de Tweede Wereldoorlog stond de toekomst van de voormalige Italiaanse koloniën ter discussie. De Eritrese bevolking was verdeeld: een deel wilde onafhankelijkheid, een deel zocht aansluiting bij Ethiopië en een kleine groep droomde van eenwording met Soedan. Uiteindelijk nam de VN-Vergadering in 1950 resolutie 390A aan, die bepaalde dat Eritrea een autonoom deel zou worden van een federatie met Ethiopië, onder het gezag van keizer Haile Selassie.

In theorie garandeerde die federatie Eritrea eigen instellingen: een eigen parlement, een eigen rechterlijk systeem en een eigen vlag. In de praktijk begon Haile Selassie al snel de Eritrese autonomie te ondermijnen. Eritrese politieke partijen werden verboden, vakbonden ontbonden en Tigrinya als onderwijstaal vervangen door Amhaars. In 1962 schafte Haile Selassie de federatie eenzijdig af en annexeerde Eritrea als een gewone provincie van Ethiopië.

Dat was de directe aanleiding voor een gewapende vrijheidsstrijd die dertig jaar zou duren.

De bevrijdingsoorlog: dertig jaar strijd (1961-1991)

Op 1 september 1961 schoot Hamid Idris Awate de eerste schoten van de Eritrese vrijheidsstrijd. Hij wordt beschouwd als de vader van de gewapende strijd. Aanvankelijk waren het vooral moslims van de Eritreese Bevrijdingsbeweging (ELF) die de strijd voerden. Later kwamen er naast de ELF ook andere groeperingen, waarvan het Eritreese Volksbevrijdingsfront (EPLF) het bekendst werd.

De vrijheidsoorlog kenmerkte zich door grote hardheid aan beide kanten. Ethiopië gebruikte zijn luchtmacht om dorpen te bombarderen en verdreef honderdduizenden mensen naar vluchtelingenkampen in Soedan. Het EPLF bouwde een uitgebreid netwerk van ondergrondse tunnels en bases in de bergachtige regio rond Nakfa. Die tunnels zijn nu een toeristische bezienswaardigheid en symboliseren de veerkracht van de beweging.

Na de val van Haile Selassie in 1974 nam het militaire junta-regime van Mengistu Haile Mariam de macht over in Ethiopië. De repressie werd eerder harder dan zachter. De Derg (de naam van het junta) voerde massale executies uit en deed een beroep op Sovjet-Cubaanse militaire steun om de opstand neer te slaan. Toch wist het EPLF terrein te winnen.

In 1991 stortte het regime van Mengistu in. Tegelijk met de bevrijding van Eritrea namen Ethiopische rebellenbewegingen Addis Abeba in. Er werd afgesproken dat Eritrea een referendum zou houden over zijn toekomst.

Onafhankelijkheid en de eerste jaren (1991-1998)

Van 23 tot 25 april 1993 stemde de Eritrese bevolking in een referendum over onafhankelijkheid. Het resultaat was overweldigend: ruim 99 procent koos voor een onafhankelijk Eritrea. Op 24 mei 1993 werd de onafhankelijkheid officieel uitgeroepen. Isaias Afwerki, de leider van het EPLF, werd president.

De eerste jaren leken veelbelovend. Het land begon met de wederopbouw na decennia van oorlog en droogte. In 1994 werd het EPLF omgevormd tot de Volksfront voor Democratie en Gerechtigheid (PFDJ), de enige toegestane politieke partij. In 1997 werd een grondwet aangenomen die burgerrechten garandeerde en de macht van de president beperkte. Die grondwet is echter nooit in werking getreden.

De relatie met Ethiopië was aanvankelijk relatief goed. Beide landen werkten samen en deelden aanvankelijk zelfs een munt. Maar de onderliggende grensproblemen bleven sluimeren.

Grensoorlog met Ethiopië en internationale isolatie (1998-heden)

In mei 1998 brak een bloedige grensoorlog uit tussen Eritrea en Ethiopië, aanleiding gevend door een dispute over het kleine grensplaatsje Badme. De oorlog kostte naar schatting 70.000 tot 100.000 mensen het leven aan beide kanten. In december 2000 werd een vredesakkoord gesloten in Algiers. Een internationale grenzencommissie wees in 2002 Badme toe aan Eritrea, maar Ethiopië weigerde het vonnis uit te voeren.

Die patstelling werd door de Eritrese regering gebruikt om de nationale dienstplicht praktisch onbeperkt te verlengen. Officieel duurt de militaire dienstplicht 18 maanden, maar in de praktijk dienen veel Eritreërs er tien, vijftien of zelfs twintig jaar. Dit systeem drijft honderdduizenden mensen het land uit.

In 2018 bereikte de Ethiopische premier Abiy Ahmed een historisch vredesakkoord met Eritrea: de grensdoorsteekplaatsen werden heropend en de twee landen hervatten diplomatieke betrekkingen. Abiy ontving hiervoor mede de Nobelprijs voor de Vrede in 2019. Maar die toenadering bleef kwetsbaar. Tijdens de Tigray-oorlog in Ethiopië (2020-2022) vochten Eritrese troepen aan de zijde van de Ethiopische federale regering, wat nieuwe spanningen en mensenrechtenbeschuldigingen opleverde.

Eritrea staat vandaag internationaal bekend als een van de meest gesloten staten ter wereld, soms vergeleken met Noord-Korea. Er zijn geen vrije verkiezingen geweest, geen vrije pers (alle onafhankelijke media werden in 2001 gesloten), en oppositieleiders verdwijnen in gevangenissen zonder proces. Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International documenteren willekeurige detentie, foltering en gedwongen arbeid systematisch. In 2024 stierf oud-minister van Financiën Berhane Abrehe na zes jaar in eenzame opsluiting, nadat hij een boek had geschreven dat kritisch was tegenover president Afwerki.

Ongeveer 500.000 Eritreërs zijn het land ontvlucht, op een geschatte bevolking van 3,8 miljoen. Dat is ruwweg 15 procent van de totale bevolking. Eritreërs vormen een van de grootste groepen asielzoekers in Europa.

Overzichtstabel: de belangrijkste perioden in de Eritrese geschiedenis

Periode Tijdvak Voornaamste kenmerken
Ona-cultuur ca. 800-400 v.Chr. Vroegste nederzettingen rondom huidig Asmara
Aksumitisch Rijk ca. 100-940 n.Chr. Handelsmacht, vroeg christendom, haven Adulis
Ottomaans bestuur 1557-1865 Controle over kust en haven Massawa
Egyptisch bestuur 1865-1885 Kort en turbulent, verslagen door Ethiopië
Italiaanse kolonie 1890-1941 Infrastructuurinvesteringen, Art Deco-Asmara
Brits mandaat 1941-1952 Overgangsperiode na WOII
Federatie met Ethiopië 1952-1962 Autonomie die steeds verder werd uitgehold
Ethiopische annexatie 1962-1991 Gewapende bevrijdingsoorlog van 30 jaar
Onafhankelijkheid 1993-heden Autoritair eenpartijstelsel onder Afwerki

Drie specifieke contexten die de Eritrese geschiedenis kleuren

De geschiedenis van Eritrea laat zich het best begrijpen vanuit drie invalshoeken die steeds terugkeren: de geografische ligging, de religieuze diversiteit en de rol van gewapend verzet.

Geografische ligging als vloek en zegen

De ligging aan de Rode Zee maakte Eritrea tot een begeerd bezit. Telkens wanneer een regionale of wereldmacht het strategische belang van de route naar Azië herontdekte, viel de blik op Eritrea. Dat gold voor de Ottomanen, de Egyptenaren, de Italianen en uiteindelijk ook voor de Sovjet-Unie, die tijdens de Koude Oorlog via Ethiopië invloed uitoefende op de regio. Eritrea’s onafhankelijkheid beroofde Ethiopië van zijn zeekust, iets wat Ethiopiërs in bepaalde kringen nog steeds als een onrecht beschouwen. De vraag of Ethiopië ooit rechtstreeks toegang tot de zee zal claimen, blijft geopolitiek relevant.

Religieuze diversiteit als stabiliserende factor

Eritrea is ruwweg fifty-fifty verdeeld tussen christenen (voornamelijk Eritrees-Orthodox) en moslims. Die verhouding heeft al vroeg, in de jaren zestig, geleid tot interne spanningen binnen de vrijheidsbeweging: de eerste onafhankelijkheidsorganisatie, de ELF, had een overwegend islamitische achterban, terwijl het latere EPLF een meer gemengde identiteit had. Opvallend genoeg is er in de Eritrese samenleving relatief weinig religieus geweld geweest, ook al beknot de overheid zowel islamitische als christelijke geloofsgemeenschappen die zij als bedreiging ziet. De vergelijking met overeenkomsten tussen godsdiensten laat zien dat gedeelde waarden soms sterker zijn dan institutioneel verschil.

De bevrijdingsoorlog als identiteitsvormende ervaring

Vrijwel elke volwassen Eritreër draagt littekens van de dertigjarige oorlog. Families verloren leden aan het front, in vluchtelingenkampen of in Ethiopische gevangenissen. Die gezamenlijke lijdensweg heeft een sterk nationaal besef gecreëerd. De schaduwzijde is dat het huidige regime dit besef misbruikt om oppositie af te schilderen als verraad aan de martelaren van de bevrijding. Net zoals figuren als Gandhi hun strijd gebruikten om een natie te vormen, is in Eritrea de vrijheidsstrijd een politiek instrument geworden, zij het op een heel andere, autoritaire manier.

Wat maakt de Eritrese situatie uniek in Afrikaans perspectief

Veel Afrikaanse landen gingen door kolonisatie en bevrijdingsoorlogen, maar de Eritrese casus heeft enkele opvallend bijzondere elementen. Ten eerste: de vrijheidsstrijd duurde langer dan welke andere in Afrika, namelijk dertig jaar, van 1961 tot 1991. Ter vergelijking: de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog duurde acht jaar en de Zimbabwaanse strijd vijftien jaar.

Ten tweede is Eritrea het enige land ter wereld dat door een referendum van zijn buurland werd afgescheiden via een internationaal erkend proces, nadat beide partijen daarmee instemden. De meeste afscheidingen in Afrika worden betwist. De Eritrese is dat formeel niet, ook al heeft de grensconflict van 1998-2000 dat beeld later gecompliceerd.

Ten derde is Eritrea, ondanks zijn kleine omvang (circa 118.000 km2, iets kleiner dan Engeland) en beperkte bevolking, een opvallend grote bron van vluchtelingen geworden. Dat heeft alles te maken met de onbeperkte militaire dienstplicht en de alomtegenwoordige staatssurveillance.

Wie de Eritrese geschiedenis wil plaatsen in het bredere plaatje van koloniaal Afrika en de gevolgen voor hedendaagse staatsvorming, vindt een vergelijkbaar patroon bij landen als Algerije, Angola en Mozambique. De les is steeds dezelfde: hoe langer en bloediger de bevrijdingsoorlog, des te groter de kans dat de vrijheidsbeweging na de overwinning een gesloten regime vormt dat niet gemakkelijk democratiseert.

Een ander opvallend erfgoed is de architectuur van Asmara. Onder Italiaans bewind werd de stad in de jaren dertig helemaal opnieuw opgezet als een Art Deco-hoofdstad, wat haar in 2017 een UNESCO-werelderfgoedstatus opleverde. Dat is een vrij uniek fenomeen: een stad die haar koloniale verleden zo nadrukkelijk in steen heeft bewaard. Het herinnert enigszins aan hoe de Venus van Milo als cultuurobject bewaard bleef ondanks turbulente historische omstandigheden: fysieke resten van een tijdperk dat politiek en moreel betwist is.

De historische betrekkingen met Egypte en het Midden-Oosten zijn ook interessant. De Eritrese kustvlakte en de eilanden in de Rode Zee, zoals de Dahlak-archipel, waren eeuwenlang doorgeefluiken voor handel en ideeën tussen de Arabische wereld en het Afrikaanse binnenland. Dat maakt Eritrea, net als Egypte, tot een kruispuntland. Als je meer wil weten over hoe Egyptische beschavingen hun kennis doorgaven, lees dan ook over hiërogliefen en hun belang.

Veelgestelde vragen

Wanneer werd Eritrea onafhankelijk en hoe verliep dat proces?

Eritrea werd officieel onafhankelijk op 24 mei 1993, na een referendum waarbij meer dan 99 procent van de kiezers voor onafhankelijkheid stemde. Dat referendum vond plaats van 23 tot 25 april 1993, nadat het Ethiopische regime van Mengistu in 1991 was gevallen. Daarvoor had Eritrea dertig jaar lang een gewapende bevrijdingsoorlog gevoerd, die begon op 1 september 1961. De internationale gemeenschap erkende de onafhankelijkheid vrijwel onmiddellijk.

Hoe lang duurde de Eritrese bevrijdingsoorlog en wat waren de gevolgen?

De Eritrese bevrijdingsoorlog duurde van 1961 tot 1991, precies dertig jaar. Het was een van de langste gewapende conflicten in de Afrikaanse geschiedenis. De oorlog kostte tienduizenden levens, vernielde de infrastructuur van het land en dreef honderdduizenden mensen naar vluchtelingenkampen in Soedan en elders. Het conflict liet diepe sociale littekens na: bijna elke Eritrese familie verloor familieleden aan het front of in gevangenissen. Die gezamenlijke lijdensgeschiedenis vormt een centrale pijler van de nationale identiteit.

Waarom vluchten zo veel Eritreërs het land uit?

De belangrijkste reden is de verplichte nationale militaire dienst die in de praktijk onbeperkt is. Officieel duurt ze 18 maanden, maar veel Eritreërs dienen er tien tot twintig jaar. Daarvoor ontvangen ze nauwelijks betaling. Wie weigert of vlucht, riskeert arrestatie en gevangenisstraf. Bovendien zijn er geen onafhankelijke media, geen vrije verkiezingen en geen onafhankelijk rechtssysteem. Naar schatting 500.000 Eritreërs, ruim 15 procent van de bevolking, zijn gevlucht. Ze vormen een van de grootste groepen asielzoekers in Europa.

Wat is het verband tussen de Eritrese grensoorlog van 1998 en de huidige situatie?

De grensoorlog met Ethiopië (1998-2000) over het grensplaatsje Badme kostte naar schatting 70.000 tot 100.000 levens. Een internationale commissie wees Badme in 2002 toe aan Eritrea, maar Ethiopië voerde het vonnis jarenlang niet uit. Die patstelling gebruikte de Eritrese regering als rechtvaardiging voor de aanhoudende mobilisatie en de verlenging van de militaire dienstplicht. In 2018 sloten Eritrea en Ethiopië een vredesakkoord, maar de mensenrechtensituatie is sindsdien niet fundamenteel verbeterd.

Welke rol speelde Italië in de geschiedenis van Eritrea?

Italië vestigde zijn koloniale aanwezigheid in Eritrea via de aankoop van de haven van Assab in 1869 en de bezetting van Massawa in 1885. Op 1 januari 1890 werd officieel de Italiaanse kolonie Eritrea uitgeroepen. Italië investeerde in wegen, spoorwegen en de ontwikkeling van Asmara als administratief centrum. De stad groeide uit tot een unieke Art Deco-stad die in 2017 werd opgenomen op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Italië gebruikte Eritrea ook als uitvalsbasis voor zijn aanvallen op Ethiopië, maar verloor de kolonie in 1941 aan Britse troepen.

Wat was de Aksumitische beschaving en hoe hangt die samen met Eritrea?

Het Aksumitische Rijk (ca. 100-940 n.Chr.) had zijn centrum deels in het huidige Eritrea en deels in het noorden van Ethiopië. Het was een van de grote handels- en culturele machten van de antieke wereld, met directe verbindingen met de Middellandse Zee, Arabia en India via de haven van Adulis. In de vierde eeuw nam koning Ezana het christendom aan, waarmee Eritrea behoort tot de vroegst gekerstende regio’s ter wereld. De Eritrees-Orthodoxe Kerk beschouwt zichzelf als directe erfgename van dat Aksumitische christendom. Net zoals historische beschavingen zoals het Romeinse Rijk hun sporen nalieten in instituties en religie, heeft ook Aksum een blijvende culturele voetafdruk achtergelaten.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie