Google is het grootste merk in de techsector ter wereld, maar rond de geschiedenis ervan bestaan verrassend veel misverstanden. Het bedrijf begon in 1998 in een garagetje in Menlo Park, Californië, en groeide uit tot een multinational met een marktwaarde van bijna 4 biljoen dollar in 2026. Toch kloppen veel van de verhalen die de ronde doen niet helemaal, of missen ze de nuance.
Mythe 1: Google is in een garage opgericht door studenten die rijk wilden worden
Het garageplaatje is iconisch, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Larry Page en Sergey Brin ontmoetten elkaar in 1995 aan de Stanford University in California. Brin was al student daar, Page was net begonnen aan zijn PhD. Ze waren aanvankelijk geen vrienden: Page omschreef Brin later als “behoorlijk irritant.” Toch werkten ze al snel samen aan een onderzoeksproject.
Dat project heette in eerste instantie BackRub, een zoekmachine die hyperlinks op het web analyseerde om de relevantie van pagina’s te bepalen. Het was wetenschappelijk onderzoek, geen startup. Ze publiceerden in 1998 een academisch paper over hun aanpak, die ze PageRank noemden. Het idee was niet geld verdienen, maar een beter algoritme bouwen.
De beroemde garage in Menlo Park, gehuurd van Susan Wojcicki (later CEO van YouTube), diende als eerste kantoorruimte nadat het bedrijf in september 1998 officieel was opgericht. Google was dus geen typische studenten-startup met een businessplan op een servetje. Het begon als academisch project dat langzaam een commercieel bedrijf werd.
Ook de timing klopt in de mythe niet: de twee zochten aanvankelijk eerder een koper voor hun technologie dan dat ze een bedrijf wilden opbouwen. Ze probeerden hun zoekalgorithme te verkopen aan grote spelers zoals Yahoo voor ongeveer 1 miljoen dollar. Die sloegen het aanbod af. Pas daarna besloten Page en Brin het zelf te doen.
Mythe 2: De naam “Google” was een bewuste keuze
Het verhaal achter de naam is eigenlijk een gelukkige fout. Page en Brin wilden hun zoekmachine vernoemen naar het wiskundige getal “googol”: een 1 gevolgd door honderd nullen. Het getal staat symbool voor een enorme hoeveelheid data, precies wat de zoekmachine wilde doorzoeken.
Bij het controleren of de domeinnaam vrij was, schreven een van de betrokkenen het echter verkeerd. Ze typten “google” in plaats van “googol”, en de naam bleef plakken. Zo werd google.com geregistreerd in september 1997. Het was dus geen strategische branding, maar een spelfout die toevallig uitstekend bleek te werken.
De naam heeft bijkomende voordelen: hij is kort, makkelijk uit te spreken in vrijwel elke taal en het werkwoord “googelen” ontstond organisch. In 2006 nam het Oxford English Dictionary de term “to google” op als werkwoord. Dat is uitzonderlijk snel voor een merknaam. Vergelijk dat eens met andere bekende cases: het duurde veel langer voordat namen als “xeroxen” of “whatsappen” ingeburgerd raakten.
Het domainnaam-verhaal illustreert iets bredere: veel van de meest succesvolle techbedrijven uit de jaren negentig hadden namen die grotendeels toevallig tot stand kwamen. Amazon, Yahoo, eBay, die namen werden ook niet geboren uit een uitgebreid branding-traject maar uit snelle, pragmatische beslissingen.
Mythe 3: Google werd direct succesvol na de lancering
De waarheid is dat Google jarenlang worstelde met het verdienmodel. De technologie was indrukwekkend, maar hoe je er geld aan verdiende was minder duidelijk. In de vroege jaren 2000 leverde de zoekmachine nauwelijks directe inkomsten op.
De echte doorbraak op het gebied van inkomsten kwam pas in 2000 met de introductie van AdWords. Dit advertentiesysteem koppelde kleine tekstadvertenties aan zoekopdrachten en liet adverteerders betalen per klik. Het systeem was eenvoudig maar revolutionair: je betaalde pas als iemand ook daadwerkelijk klikte. Zo groeide Google van een verlieslatende techneef tot een reclame-imperium.
De beursintroductie in augustus 2004 was ook niet zonder problemen. Google koos voor een ongebruikelijke veilingmethode (Dutch auction) in plaats van de traditionele IPO-route via investeringsbanken. Dat leidde tot kritiek van Wall Street en een lastige aanloop. De koers bij introductie was 85 dollar per aandeel. Eind 2004 stond het aandeel al boven de 200 dollar.
De overname van YouTube in 2006 voor 1,65 miljard dollar werd destijds door velen beschouwd als veel te duur. Video op het internet was duur, bandbreedte kostte geld, en YouTube draaide zelf verlies. Toch bleek het achteraf een van de beste overnames in de techgeschiedenis. Vandaag de dag is YouTube een van de meest bezochte websites ter wereld.
Meer over historische processen die op het eerste gezicht simpel lijken maar complexe achtergronden hebben, lees je in het artikel over hoe de Steen van Rosetta werd ontdekt: een soortgelijke les over hoe mythen zich vormen rond historische doorbraken.
Mythe 4: Google is altijd hetzelfde bedrijf geweest
In 2015 maakte Google een ingrijpende herstructurering door die veel mensen zijn ontgaan. Op 2 oktober 2015 werd Alphabet Inc. opgericht als holdingmaatschappij voor alle activiteiten. Google zelf werd een dochteronderneming van Alphabet. Larry Page werd CEO van Alphabet, Sergey Brin werd president, en Sundar Pichai, een Indiase ingenieur die in 2004 bij Google was begonnen, werd CEO van Google zelf.
In december 2019 trokken Page en Brin zich terug. Pichai nam ook de rol van Alphabet-CEO over. Sindsdien leidt hij beide bedrijven. Het is een veelgemaakte vergissing om te denken dat Google en Alphabet hetzelfde zijn: Alphabet omvat ook bedrijven als Waymo (zelfrijdende auto’s), DeepMind (AI-onderzoek), Verily (gezondheidszorg) en Calico (levensduur-onderzoek).
Onder Alphabet groeide Google verder richting kunstmatige intelligentie. De introductie van Gemini (voorheen Bard) in 2023 en de verdere uitrol ervan in 2024 en 2025 markeerden een nieuw tijdperk. In 2026 is AI geïntegreerd in vrijwel alle Google-producten: van zoekopdrachten tot Google Workspace, van Maps tot Android. Sergey Brin keerde in 2023 informeel terug naar de Googleplex om mee te werken aan AI-ontwikkeling, na zijn eerder aangekondigde “pensioen” in 2019.
Tijdlijn: de belangrijkste mijlpalen van Google
| Jaar | Mijlpaal |
|---|---|
| 1995 | Larry Page en Sergey Brin ontmoeten elkaar aan Stanford University |
| 1996 | Lancering van BackRub, de voorloper van Google |
| 1997 | Domeinnaam google.com geregistreerd (met de bekende spelfout) |
| 1998 | Google Inc. officieel opgericht op 4 september, eerste Google Doodle (Burning Man) |
| 1999 | Kantoor verplaatst naar Palo Alto, 500.000 zoekopdrachten per dag |
| 2000 | Lancering AdWords, Google wordt standaard zoekmachine van Yahoo |
| 2004 | Beursintroductie (IPO) op 85 dollar per aandeel, lancering Gmail |
| 2005 | Overname Android Inc., lancering Google Maps |
| 2006 | Overname YouTube voor 1,65 miljard dollar |
| 2008 | Lancering Chrome-browser, lancering Android OS |
| 2015 | Herstructurering: Alphabet Inc. opgericht, Pichai wordt Google-CEO |
| 2019 | Page en Brin treden terug, Pichai wordt ook Alphabet-CEO |
| 2023 | Lancering Bard (later Gemini), Brin keert informeel terug |
| 2026 | Marktwaarde circa 3,9 biljoen dollar, AI in alle kernproducten geïntegreerd |
Mythe 5: Google is altijd onkwetsbaar geweest
Google heeft meerdere grote tegenslagen en mislukkingen gekend. Google+ werd in 2011 gelanceerd als concurrent van Facebook, met enorme marketinginvestering. In 2019 werd de dienst gesloten nadat bleek dat het platform een datalek had van 500.000 gebruikers en nooit een significante gebruikersbasis had opgebouwd. Het is een van de bekendste productflops in de techgeschiedenis.
Google Glass, een slimme bril die in 2013 werd geïntroduceerd, floptde ook spectaculair. De bril kostte 1.500 dollar, wekte privacyzorgen (café’s en bioscopen verboden hem), en werd in 2015 uit de consumentenmarkt teruggetrokken. Een bedrijfsversie bestaat nog steeds, maar het originele product wordt beschouwd als een mislukking.
Ook op het juridische vlak heeft Google forse klappen geïncasseerd. In de VS oordeelde een federale rechter in augustus 2024 dat Google een illegaal monopolie had op de zoekmachtenmarkt, de grootste antitrustuitspraak in de techsector in tientallen jaren. Dit heeft gevolgen voor hoe Google partnerships mag afsluiten, zoals de exclusiviteitsdeal met Apple om standaard zoekmachine te zijn op iPhones. De rechtszaak is in 2026 nog volop in beweging.
Zulke tegenslagen herinneren eraan dat zelfs de grootste merken kwetsbaar zijn. Net als historische figuren die in geschiedenisboeken als onverslaanbaar worden afgeschilderd, blijkt de werkelijkheid altijd complexer. Dat geldt ook voor Julius Caesar, wiens ongekende macht uiteindelijk zijn val inluidde.
Mythe 6: “Don’t be evil” was altijd de leidraad van Google
Google had als informele bedrijfsslogan “Don’t be evil”, wat het bedrijf een bijna idealistisch imago gaf. Maar de werkelijkheid is genuanceerder. De leuze stond in de gedragscode van Google en werd jaren later in 2018 stiekem verwijderd toen de code werd herzien. De nieuwe Alphabet-variant luidt “Do the right thing”, wat minder specifiek is.
De verwijdering viel samen met periodes van kritiek: op privacybeleid, op de werkwijze in China (Project Dragonfly, een gecensureerde zoekmachine die in 2018 uitlekte), op het omgaan met seksueel wangedrag binnen het bedrijf (waarbij hoge managers vertrokken met miljoenenvergoedingen, wat leidde tot een historische werknemersstaking in 2018), en op de machtsconcentratie in de advertentiemarkt.
Google is ook bekritiseerd voor het verzamelen van gebruikersdata. Het bedrijf verdient zijn geld primair via advertenties, wat betekent dat het belang heeft bij het zo nauwkeurig mogelijk profileren van gebruikers. Kritische technologieonderzoekers wijzen erop dat de “don’t be evil”-cultuur moeilijk te rijmen valt met een verdienmodel dat draait op het verkopen van aandacht.
Dit soort spanningen tussen ideaal en praktijk herinneren aan historische bewegingen die ook begonnen met nobele principes maar pragmatische compromissen moesten maken. Een interessante parallel biedt het artikel over overeenkomsten tussen verschillende godsdiensten, die vaak ook beginnen met een ideaal en institutionele complexiteit ontwikkelen over de tijd.
Mythe 7: Google zit alleen in zoeken en advertenties
Veel mensen associëren Google nog altijd primair met de zoekmachine, maar het bedrijf heeft zich in de loop van de jaren uitgebreid naar vrijwel elk domein van de digitale economie. Hier een overzicht van de kernactiviteiten:
- Zoeken en advertenties: nog altijd de grootste omzetbron, maar goed voor een kleiner percentage van de totale inkomsten dan tien jaar geleden
- Cloud computing: Google Cloud Platform is de derde grootste cloudprovider ter wereld, na Amazon Web Services en Microsoft Azure
- Hardware: Pixel-telefoons, Nest-slimme-thuisproducten, Chromebooks
- Android: het meest gebruikte mobiele besturingssysteem ter wereld, met meer dan 3 miljard actieve apparaten
- YouTube: de op een na meest bezochte website ter wereld
- Google Workspace: Gmail, Docs, Drive, Meet, voor meer dan 6 miljoen betalende bedrijven
- DeepMind (via Alphabet): AI-onderzoek dat resultaten boekt op het gebied van eiwitvouwing (AlphaFold) en andere wetenschappelijke domeinen
- Waymo (via Alphabet): zelfrijdende auto’s, actief als commerciële taxidienst in meerdere Amerikaanse steden
- Gemini: de AI-assistent die in 2023 werd gelanceerd en sindsdien snel is uitgebreid
Het is ook een mythe dat Google altijd de originele uitvinder was van de diensten die het aanbiedt. Gmail was niet de eerste webmail, Android werd niet door Google bedacht maar overgenomen, Maps was gebaseerd op technologie van een Australisch bedrijf (Where 2 Technologies), en Chrome was een reactie op de groeiende markt voor webbrowsers. Google excelleert niet zozeer in uitvinden als wel in uitwerken, schalen en integreren.
Meer weten over hoe mythes ontstaan rondom grote namen en verhalen? Het artikel over mythologie en waarom het belangrijk is biedt een interessante achtergrond over de menselijke neiging om vereenvoudigde verhalen te maken van complexe werkelijkheden.
De naam Google is overigens zelf een merk geworden dat strikt wordt bewaakt. Google voert actief beleid om ongeoorloofd gebruik van de merknaam te voorkomen, maar staat tegelijkertijd voor het probleem dat “googelen” als werkwoord zo ingeburgerd is dat het bijna een soortnaam dreigt te worden. Dat is juridisch riskant: bedrijven als Xerox, Aspirin en Jacuzzi verloren hun merkbescherming deels doordat de naam soortnaam werd. Google zet zijn juridische afdeling in om dat te voorkomen.
Het merk staat ook voor een specifieke visuele identiteit. Het logo werd meerdere malen herzien, waarbij de meest ingrijpende verandering in 2015 plaatsvond: van een serif-lettertype (Times New Roman-achtig) naar een strak, geometrisch sans-serif lettertype (Product Sans). Die overgang markeerde de bredere merkvernieuwing rondom de oprichting van Alphabet.
Google Doodles, de tijdelijke aanpassingen van het logo op de homepage ter gelegenheid van bijzondere dagen en personen, zijn ondertussen een cultureel fenomeen geworden. Het eerste doodle dateert van augustus 1998, toen Page en Brin naar het Burning Man-festival gingen en gebruikers wilden waarschuwen dat de servers misschien niet werden bewaakt. Sindsdien zijn er meer dan 5.000 doodles gemaakt voor meer dan 60 landen.
Het belang van symbolen en iconische beelden in cultuur en geschiedenis wordt mooi geïllustreerd door verhalen als dat van de Venus van Milo: objecten en merken krijgen een betekenis die veel verder reikt dan hun oorspronkelijke functie.
Veelgestelde vragen
Wanneer is Google precies opgericht?
Google Inc. werd officieel opgericht op 4 september 1998 door Larry Page en Sergey Brin. Ze registreerden de domeinnaam google.com al in september 1997. De ontwikkeling begon nog eerder, in 1996, met het project BackRub aan Stanford University. De eerste investering van 100.000 dollar kwam van Andy Bechtolsheim, een van de medeoprichters van Sun Microsystems.
Waarom heet Google Google en niet Googol?
De naam was bedoeld als verwijzing naar “googol”, een wiskundig begrip voor het getal 1 gevolgd door 100 nullen. Dit symboliseerde de ambitie om enorme hoeveelheden informatie op het web te organiseren. Bij het controleren van de beschikbaarheid van de domeinnaam werd het woord verkeerd gespeld als “google”, en die naam werd geregistreerd. De spelfout bleek een gelukkige vergissing: de naam is korter en makkelijker te onthouden.
Wie is nu de CEO van Google?
Sundar Pichai is CEO van zowel Google als de moedermaatschappij Alphabet Inc. Hij werd in oktober 2015 benoemd tot CEO van Google na de herstructurering waarbij Alphabet werd opgericht. In december 2019, toen Larry Page en Sergey Brin zich terugtrokken uit operationele rollen, nam Pichai ook de positie van Alphabet-CEO over. Pichai werd geboren in 1972 in Chennai, India, en werkt sinds 2004 bij Google.
Wat is het verschil tussen Google en Alphabet?
Alphabet Inc. is de holdingmaatschappij die Google in 2015 oprichtte als overkoepelende structuur voor zijn diverse activiteiten. Google zelf is een dochteronderneming van Alphabet en omvat de zoekmachine, advertentiebusiness, YouTube, Android, Google Cloud en meer. Alphabet bezit ook afzonderlijke bedrijven zoals Waymo (zelfrijdende auto’s), DeepMind (AI-onderzoek) en Verily (gezondheidszorg), die operationeel los van Google staan.
Heeft Google ooit grote mislukkingen gehad?
Ja, meerdere. Google+ (2011-2019) was een mislukte poging om Facebook te beconcurreren. Google Glass floptde commercieel in de consumentenmarkt. Google Video werd overschaduwd door YouTube, dat Google vervolgens overnam. Ook Google Buzz (een sociaal netwerk), Google Wave en Stadia (cloudgaming) werden gestopt. Het graveyard van beëindigde Google-producten is zo groot dat er websites aan zijn gewijd.
Is “googelen” een beschermde merknaam?
Google heeft de merknaam geregistreerd en treedt actief op om te voorkomen dat de naam een soortnaam wordt, wat juridisch het risico meebrengt van merkverwatering. Tegelijkertijd heeft het Oxford English Dictionary “to google” al in 2006 opgenomen als werkwoord. Google communiceert in stijlgidsen dat de naam altijd als eigennaam moet worden gebruikt (met hoofdletter G), niet als generiek werkwoord voor zoeken op internet in het algemeen.










