Een pogrom is een georganiseerde, gewelddadige aanval op een minderheidsgroep, meestal aangewakkerd door etnische of religieuze haat. Het woord komt uit het Russisch en betekent letterlijk “vernieling” of “verwoesting”. Pogroms worden gekenmerkt door plundering, brandstichting, fysiek geweld en moord, en ze werden door de eeuwen heen bijna altijd gericht tegen Joodse gemeenschappen. De daders gingen zelden voor de rechter.
Het begrip is tot op de dag van vandaag relevant. Tijdens de rellen in Amsterdam in november 2024, na een voetbalwedstrijd tussen Maccabi Tel Aviv en Ajax, doken direct discussies op over de vraag of het woord “pogrom” van toepassing was. Dat debat laat zien hoe geladen en precies het begrip is. Het verdient een grondige uitleg, want een pogrom is iets anders dan een ordinaire rel of een genocide.
Wat maakt een pogrom anders dan gewone rellen of genocide?
Gewone rellen zijn ongecoordineerd, spontaan en niet gericht op een specifieke groep. Een pogrom heeft een duidelijker patroon: de aanvallers kiezen bewust een minderheidsgroep als doelwit, de overheid kijkt toe of grijpt te laat in, en de daders worden achteraf nauwelijks bestraft. Dat straffeloze karakter is een van de meest onderscheidende kenmerken. Het laat zien dat de staat de aanvallen minstens gedoogde, en soms actief faciliteerde.
Een genocide gaat verder. Bij een genocide is er sprake van een systematisch, planmatig beleid gericht op de vernietiging van een hele bevolkingsgroep. Pogroms zijn uitbarstingen van geweld, soms breed georganiseerd maar zelden met die totale vernietigingsintentie. De Holocaust begon met pogroms zoals de Kristallnacht maar groeide uit tot een genocide. Dat maakt het onderscheid niet minder erg, maar wel analytisch nuttig.
Pogroms vinden ook niet toevallig plaats. Ze breken bijna altijd uit tijdens periodes van economische crisis, oorlog, epidemie of politieke spanning. De minderheid fungeert dan als zondebok. Geruchten spelen een grote rol: beschuldigingen van rituele moord op christenkinderen (“bloedlaster”) waren in het tsaristische Rusland een standaardmechanisme om geweld te rechtvaardigen.
- Geweld gericht op een specifieke groep op basis van etniciteit of religie
- Mede georkestreerd of gedoogd door lokale autoriteiten of staat
- Straffeloosheid voor de daders is de norm
- Plundering, brandstichting, verkrachting en moord zijn vaste kenmerken
- Aangewakkerd door propaganda, geruchten of politieke agenda
- Geen genocide: geen systematisch uitroeiingsplan, wel een vergelijkbaar traumatisch effect op gemeenschappen
Tijdlijn: de grote pogroms door de geschiedenis heen
Pogroms zijn geen verschijnsel van de moderne tijd. Ze dateren al uit de middeleeuwen en hebben zich op meerdere continenten en in meerdere eeuwen voorgedaan. De tijdlijn hieronder geeft de belangrijkste historische ijkpunten.
| Jaar | Locatie | Naam / aanleiding | Omvang en gevolgen |
|---|---|---|---|
| 1066 | Granada, Andalusië | Eerste gedocumenteerde Europese pogrom | Duizenden Joden gedood na politieke moord op Joodse vizier |
| 1096 | Mainz, Worms (Duitsland) | Kruistochtpogroms | Kruisvaarders slachtten Joodse gemeenschappen af voor vertrek naar Jeruzalem; duizenden doden |
| 1349 | Groot deel van Europa | Zwarte Pest-pogroms | Joden beschuldigd van vergiftigen van waterputten; honderden gemeenschappen vernietigd |
| 1881-1884 | Tsaristisch Rusland (o.a. Odessa, Kiev) | Eerste golf Russische pogroms | Uitgelokt na moord op tsaar Alexander II; tienduizenden vluchteling, begin grote emigratiegolf naar VS |
| 1903 | Kishinev (nu Moldova) | Kishinev-pogrom | 49 doden, 92 zwaargewonden, 1.500 huizen verwoest; internationaal schandaal |
| 1905 | Odessa (nu Oekraïne) | Odessa-pogrom | Meer dan 400 doden, massale plundering; onderdeel van revolutionair geweld |
| 1919-1921 | Oekraïne en Polen | Burgeroorlogspogroms | Naar schatting 50.000-200.000 Joodse doden tijdens chaos Russische burgeroorlog |
| 9-10 november 1938 | Duitsland, Oostenrijk, Sudetenland | Kristallnacht (Novemberpogrom) | Meer dan 1.400 synagogen verbrand, duizenden zaken vernield, minstens 91 doden en 26.000 arrestaties |
| 1941 | Iasi (Roemenië), Lviv (Oekraïne) | Oorlogspogroms Oost-Europa | Honderden tot duizenden doden, mede uitgevoerd door lokale bevolking naast nazi-bezetter |
De tijdlijn laat zien dat pogroms geen uitzonderingen zijn maar een terugkerend patroon. Dat patroon heeft iets gemeenschappelijks: ze breken bijna altijd uit op momenten van crisis, en ze worden gevoed door al langer bestaande vooroordelen en propaganda.
De Russische pogroms (1881-1921): drie golven van terreur
De term “pogrom” raakte wereldwijd bekend door de reeks aanvallen in het Russische Rijk. Historici onderscheiden drie golven. De eerste golf liep van 1881 tot 1884 en begon kort na de moord op tsaar Alexander II in maart 1881. Geruchten dat Joden betrokken waren bij de aanslag gingen snel rond, hoewel dat onjuist was. In steden als Odessa, Kiev en Elizavetgrad braken rellen uit. De tsaristische politie stond veelal toe te kijken.
De tweede golf vond zijn hoogtepunt in 1903-1906. De Kishinev-pogrom van april 1903 trok internationaal de aandacht. Gedurende twee dagen werden 49 Joden vermoord, werden 92 mensen zwaargewond en werden 1.500 huizen vernield. De directe aanleiding was een antisemitische krant die een Jood beschuldigde van rituele moord. De autoriteiten reageerden pas na twee dagen. De internationale verontwaardiging was groot: er kwamen protesten vanuit de VS en Europa.
De Odessa-pogrom van oktober 1905 was nog bloediger: meer dan 400 doden, tienduizenden ontheemden. Dit speelde zich af tijdens de Russische Revolutie van 1905, toen de centrale overheid tijdelijk de controle verloor. In die chaos maakten extremistische groepen als de “Zwarte Honderden” gebruik van het machtsvacuüm.
De derde golf, tijdens de Russische burgeroorlog van 1919 tot 1921, was de meest dodelijke. Zowel het Witte als het Rode Leger voerde pogroms uit. In Oekraïne alleen worden tienduizenden tot meer dan honderdduizend doden geschat. Het was geen gecoördineerde overheidspolitiek maar een chaos van lokale aanvallers, milities en deserteurs, met als constante factor: Joden als doelwit.
De Kristallnacht van 1938: staatspogrom in nazi-Duitsland
De Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 was geen spontane uitbarsting. Het was een door de nazi-staat georganiseerde aanval, gecamoufleerd als “volkswoede”. De aanleiding was de moord op een Duitse diplomaat in Parijs door een Joodse jongeman, wiens familie eerder uit Duitsland was verdreven. De nazi-leiding gebruikte dit als excuus.
In één nacht werden meer dan 1.400 synagogen in brand gestoken. Naar schatting 7.500 Joodse winkels en bedrijven werden vernield. De scherven van het gebroken glas langs de straten gaven de nacht zijn naam. Minstens 91 Joden werden direct gedood; andere schattingen liggen hoger. Zo’n 30.000 Joodse mannen werden opgepakt en naar concentratiekampen als Dachau en Sachsenhausen gestuurd.
De wereld keek toe maar deed weinig. Veel westerse landen beperkten in diezelfde periode hun opname van Joodse vluchtelingen. De Kristallnacht markeerde een kantelpunt: na deze nacht was voor iedereen die het wilde zien duidelijk dat de nazi-staat geweld tegen Joden niet tolereerde maar actief organiseerde. Het was de opmaat naar de Holocaust.
Historici beschouwen de Kristallnacht als een staatspogrom: het verschil met de Russische pogroms was dat hier geen lokale menigte min of meer spontaan in actie kwam, maar dat de SA en SS de operatie centraal aanstuurden. Dat maakt het ook een schakelmoment in de overgang van discriminatie naar systematische vervolging. Als je meer wilt weten over de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, lees dan ook wie was Martin Luther King en wat deed hij voor de bredere context van burgerrechtenbewegingen als reactie op structureel geweld.
Pogroms buiten Europa: drie andere gevallen
Pogroms zijn geen uitsluitend Europees fenomeen, al vond de meest gedocumenteerde golf er plaats. Buiten Europa zijn drie gevallen bijzonder illustratief.
Granada, 1066. In het islamitische Andalusië werden duizenden Joden gedood na de politieke moord op de Joodse vizier Jozef ibn Naghrela. Hij was een van de machtigste mannen in het koninkrijk. Zijn dood werd uitgebuit als aanleiding om de hele Joodse gemeenschap aan te vallen. Dit geldt als een van de vroegst gedocumenteerde Europese pogroms en laat zien dat de religieuze setting (islamitisch in plaats van christelijk) het patroon nauwelijks verandert.
Fez, Marokko, 1033 en 1275. In de Marokkaanse stad Fez vonden twee grote aanvallen op de Joodse gemeenschap plaats. In 1033 werden duizenden Joden gedood na politieke onrust. In 1275 volgde een tweede golf. Beide gevallen tonen aan dat het patroon van de zondebok-mechanisme ook buiten het christelijke Europa functioneerde.
Bagdad, Irak, 1941 (Farhud). In juni 1941 werden tijdens een tweedaags oproer meer dan 180 Joodse Irakezen gedood en werden honderden huizen en winkels geplunderd. De Farhud (Arabisch voor “gewelddadige ontheemding”) vond plaats vlak na een mislukte pro-nazi coup. De Irakese Joodse gemeenschap, die eeuwen oud was, begon daarna te krimpen en emigreerde uiteindelijk bijna volledig naar Israel. De Farhud wordt beschouwd als het einde van het Joodse leven in Mesopotamië.
Al deze gevallen delen een kern: een minderheidsgroep die als doelwit dient op momenten dat politieke machthebbers ofwel niet kunnen of niet willen optreden. De geografische variatie maakt het tot een historisch patroon dat zich herhaalt ongeacht de specifieke cultuurcontext.
De impact op gemeenschappen en op de geschiedenis
De impact van een pogrom reikt ver verder dan de directe doden en gewonden. Gemeenschappen die eeuwenlang bestonden, werden soms in een paar dagen weggevaagd. Synagogen, archieven, bibliotheken en familiebezittingen gingen verloren. Kennis en tradities die generaties waren doorgegeven, verdwenen met de gevluchte of gedode mensen.
De demografische gevolgen zijn enorm. De drie golven Russische pogroms (1881-1921) waren een directe oorzaak van de grote Joodse emigratiegolf naar de Verenigde Staten. Tussen 1880 en 1924 emigreerden meer dan twee miljoen Joden uit Oost-Europa naar Amerika. Steden als New York, Chicago en Philadelphia kregen daardoor grote Joodse gemeenschappen. De pogroms gaven ook een belangrijke impuls aan het zionisme: de overtuiging dat Joden alleen veilig zijn in een eigen staat. Theodor Herzl, de grondlegger van het politiek zionisme, schreef zijn pamflet “Der Judenstaat” in 1896, mede als reactie op het antisemitisme dat hij in Rusland en West-Europa om zich heen zag.
Psychologisch laten pogroms diepe sporen na. Overlevenden en hun nakomelingen leven met trauma’s die generaties doorwerken. Het gevoel van fundamentele onveiligheid, het besef dat buren ineens vijanden kunnen worden, en het verlies van thuis zijn ervaringen die zich niet laten uitwissen. Wetenschappers spreken van intergenerationeel trauma: kinderen en kleinkinderen van overlevenden vertonen meetbare effecten van de angst en onzekerheid die hun voorouders doormakten.
Op politiek vlak leidden pogroms tot wetgeving en internationale afspraken. Na de Tweede Wereldoorlog werd de genocide op Joden mede aanleiding voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en voor de Genocide Conventie. Dat zijn juridische en morele documenten die direct voortkomen uit de vraag: hoe kon dit gebeuren, en hoe voorkomen we dit?
Wie meer wil weten over historische figuren die streden voor gelijkheid en tegen systematisch geweld, kan ook lezen over wie Gandhi was en waarom hij zo belangrijk is.
Het begrip “pogrom” in het hedendaagse debat
In november 2024 werd het woord “pogrom” gebruikt in debatten over de rellen in Amsterdam, waarbij Israelische voetbalsupporters werden aangevallen na een wedstrijd tussen Maccabi Tel Aviv en Ajax. Politici, journalisten en historici raakten verdeeld over de vraag of dit woord van toepassing was.
Voorstanders van het gebruik wezen op de gerichte aard van de aanvallen op Israelische/Joodse mensen, de ogenschijnlijke voorbereiding en de antisemitische ondertoon van delen van het geweld. Tegenstanders benadrukten dat de historische pogrom een andere schaal en een andere staatsbetrokkenheid kende, dat de lokale Joodse gemeenschap niet werd aangevallen, en dat het woord de ernst van historische pogroms zou relativeren door het te gebruiken voor een nachtelijke rel.
Dit debat illustreert iets belangrijks: woorden over historisch geweld dragen gewicht. Ze zijn niet neutraal. Het gebruik van “pogrom” oproept een hele ketting van historische associaties en legt impliciet claims over verantwoordelijkheid en intentie. Dat maakt zorgvuldig taalgebruik noodzakelijk, zeker bij gevoelige gebeurtenissen. Het betekent ook dat kennis van de historische betekenis van het woord directe politieke relevantie heeft.
Voor meer achtergrond bij actuele politiek-historische kwesties kun je ook lezen over wat een doctrine is en waarom het belangrijk is, of over Viktor Orbán en zijn invloedrijke rollen. Het historische en politieke debat over minderheden en nationale identiteit loopt ook vandaag nog door in heel Europa.
Als je geinteresseerd bent in hoe geweld en machtsmechanismen werken, is het ook nuttig om te lezen over wat een modus operandi is en waarom het belangrijk is: het patroon achter herhaald gedrag, ook bij georganiseerd geweld.
Veelgestelde vragen
Wat is de letterlijke betekenis van het woord pogrom?
Het woord “pogrom” komt uit het Russisch en betekent letterlijk “vernieling” of “verwoesting”. Het werd in de 19e eeuw gebruikt voor gewelddadige aanvallen op Joodse gemeenschappen in het Russische Rijk. Via de internationale berichtgeving over de Russische pogroms raakte het woord in andere talen gangbaar als aanduiding voor georganiseerd etnisch of religieus geweld tegen een minderheid.
Is een pogrom hetzelfde als een genocide?
Nee. Een pogrom is een gewelddadige aanval op een minderheidsgroep, vaak met plundering, brandstichting en moord. Een genocide is een systematisch, planmatig beleid gericht op de vernietiging van een hele bevolkingsgroep. De Holocaust begon met pogroms zoals de Kristallnacht in 1938 maar groeide uit tot een genocide. Pogroms zijn dus geen genocide maar kunnen er wel een opmaat naar zijn.
Wie waren de slachtoffers van pogroms?
In de meeste historisch gedocumenteerde gevallen waren Joden het doelwit, met name in Europa en het Midden-Oosten. De term wordt echter ook gebruikt voor georganiseerd geweld tegen andere minderheden. Armeense christenen in het Ottomaanse Rijk werden bijvoorbeeld ook slachtoffer van aanvallen die historici soms als pogroms bestempelen, naast of als aanloop naar de Armeense genocide van 1915-1923.
Waarom werden de daders van pogroms zelden gestraft?
Straffeloosheid is een van de kernkenmerken van pogroms. In het tsaristische Rusland stond de politie toe te kijken of greep pas in nadat het ergste geweld al had plaatsgevonden. Daders werden zelden vervolgd. Dit liet zien dat de overheid de aanvallen minstens gedoogde. In het geval van de Kristallnacht was de staat zelf de organisator: hier was straffeloosheid gegarandeerd omdat de aanvallers in opdracht van de staat handelden.
Welk effect hadden de pogroms op de Joodse emigratie?
De Russische pogroms van 1881 tot 1921 waren een directe motor achter de grote Joodse emigratiegolf naar de Verenigde Staten. Meer dan twee miljoen Joden vluchtten in die periode uit Oost-Europa. Ze vestigden zich in steden als New York en Chicago en vormden de basis voor grote Joodse gemeenschappen in Amerika. De pogroms gaven ook een sterke impuls aan het zionisme: de beweging die pleitte voor een eigen Joodse staat als enige duurzame oplossing voor antisemitisch geweld.
Kan het woord “pogrom” ook op niet-historische situaties worden toegepast?
Dat is een actief debat onder historici en journalisten. Sommigen gebruiken het woord breder voor elk gericht collectief geweld tegen een minderheidsgroep, ook in de 21e eeuw. Anderen bewaren het strikt voor situaties met staatsbetrokkenheid en historisch vergelijkbare schaal. De rellen in Amsterdam in november 2024 losten dit debat niet op maar maakten wel duidelijk dat de term beladen is en dat het gebruik ervan politieke implicaties heeft die verder gaan dan feitelijke beschrijving.










