Wat was de Gilded Age in de Amerikaanse geschiedenis?

Ravi de Groot

Geupdate op:

Wat was de Gilded Age in de Amerikaanse geschiedenis?
Je leest dit artikel in 12 minuten

Laatst bijgewerkt: 31 mei 2026

De Gilded Age was een periode in de Amerikaanse geschiedenis van ongeveer 1870 tot 1900 die gekenmerkt werd door explosieve economische groei, industrialisatie en enorme rijkdom aan de top, terwijl miljoenen arbeiders in bittere armoede leefden. De naam komt van Mark Twain, die het tijdperk in 1873 ironisch “verguld” noemde: glanzend van buiten, maar hol en corrupt van binnen.

Het woord “gilded” betekent letterlijk “verguld”: bedekt met een dun laagje goud. Twain suggereerde daarmee dat de schijn bedrieglijk was. Onder de glitter van spoorwegen, staalfabrieken en weelderige feesten van de superrijken schuilde een wereld van kinderarbeid, stakingsgeweld en systematische corruptie in de politiek.

Wanneer vond de Gilded Age precies plaats?

Historici situeren de Gilded Age ruwweg tussen 1870 en 1900, al zijn de grenzen niet scherp. Aan het begin staat het einde van de Reconstructie, de periode na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) waarin de zuidelijke staten opnieuw in de Unie werden opgenomen. Aan het einde staat het begin van de Progressive Era, een hervormingstijdperk dat zijn hoogtepunt beleefde tussen 1900 en 1920.

Binnen die drie decennia veranderde Amerika ingrijpend. In 1870 was het grotendeels nog een agrarisch land. In 1900 was het uitgegroeid tot de grootste industriemacht ter wereld, met een economie die Europa oversteeg. De bevolking van de steden groeide explosief: New York telde in 1870 ongeveer 942.000 inwoners, in 1900 waren dat er meer dan 3,4 miljoen.

De spoorwegen vormen een duidelijk ankerpunt. Na de voltooiing van de transcontinentale spoorlijn in 1869, die de Atlantische kust verbond met de Stille Oceaan, begon een ongekende uitbreiding van het spoorwegnet. In 1880 lag er al 150.000 kilometer spoor, in 1900 ruim 300.000 kilometer. Dat netwerk was de ruggengraat van de industrialisatie.

De Gilded Age eindigde niet plotseling. De opkomst van de vakbeweging, de antitrustwetgeving en de politieke hervormingen die de Progressive Era kenmerken, groeiden geleidelijk uit de spanningen die het tijdperk zelf had gecreëerd. Je kunt de twee periodes niet los van elkaar begrijpen.

Waarom heet het de Gilded Age: de naam en zijn betekenis

Mark Twain schreef in 1873 samen met Charles Dudley Warner een satirische roman met de titel “The Gilded Age: A Tale of Today”. Het boek karikaturiseerde de hebzucht, politieke corruptie en het oppervlakkige materialisme van het tijdperk. De naam bleef hangen en werd de officiële historische aanduiding voor de periode.

De ironie van de naam is cruciaal voor het begrijpen van het tijdperk. De Verenigde Staten presenteerden zichzelf als de belichaming van vrijheid en kansen. Voor een kleine klasse van industriëlen en financiers gold dat ook werkelijk. Maar voor de miljoenen immigranten die in ploegendiensten van zestien uur in staalfabrieken werkten, voor de kinderen die in kolenmijnen werkten of voor de boeren die werden uitgeperst door spoorwegmaatschappijen, was de glinsterende buitenkant een bittere illusie.

Historici gebruiken de term ook om het tijdperk te onderscheiden van een gouden tijdperk. Een “golden age” is werkelijk goed, een “gilded age” is slechts goudkleurig van buiten. Die nuance maakt het begrip zo veelzeggend. Het typeert een samenleving die haar diepste problemen verhuld hield achter een laag van spektakel en rijkdom.

De culturele output van het tijdperk sloot daarbij aan. Rijke industriëlen bouwden enorme paleizen in Newport, Rhode Island, die ze bescheiden “cottages” noemden, maar die in werkelijkheid honderden kamers telden. De Vanderbilts, Astors en Belmonts hielden kostumebals waarbij miljoenen dollars werden besteed aan een avond vermaak. Dat contrast met de sloppen van de steden was voor tijdgenoten onmogelijk te negeren.

De grote industriëlen: robber barons of captains of industry?

Geen tijdperk wordt zo sterk geassocieerd met zijn rijkste mannen als de Gilded Age. De figuren die het tijdperk domineerden, werden door critici “robber barons” (roofridders) genoemd en door bewonderaars “captains of industry” (industriekapiteinen). De drie meest emblematische namen zijn John D. Rockefeller, Andrew Carnegie en J.P. Morgan.

Rockefeller richtte in 1870 Standard Oil op en groeide uit tot de rijkste particulier die ooit heeft geleefd, omgerekend naar de economie van zijn tijd. Op het hoogtepunt van zijn macht controleerde hij meer dan 90 procent van de olieverwerking en pijpleidingen in de Verenigde Staten. Dat deed hij via horizontale integratie: het opkopen of vernietigen van concurrenten, gevolgd door prijsdumping totdat rivalen capituleerden.

Andrew Carnegie bouwde een staalimperium op met een andere strategie: verticale integratie. Hij bezat niet alleen staalfabrieken, maar ook de kolenmijnen die de brandstof leverden, de spoorwegen die de grondstoffen vervoerden en de havens waarlangs het staal verscheepte. Op zijn hoogtepunt controleerde hij zo’n 70 procent van de Amerikaanse staalproductie. In 1901 verkocht hij zijn bedrijf aan J.P. Morgan voor 480 miljoen dollar, wat omgerekend naar nu neerkwam op vele tientallen miljarden.

J.P. Morgan was de machtigste bankier van zijn tijd. Toen de Amerikaanse overheid in 1895 dreigde failliet te gaan aan een valutacrisis, redde Morgan het land door goud uit zijn eigen reserves te lenen. Dat illustreert de buitensporige macht die privépersonen in dit tijdperk konden bezitten: meer invloed dan de democratisch verkozen overheid.

De discussie of deze mannen helden of schurken waren, loopt tot op de dag van vandaag. Hun zakelijke methoden waren brutaal en roofzuchtig. Tegelijk financierden ze bibliotheken, universiteiten en concertzalen. Carnegie schonk meer dan 90 procent van zijn fortuin weg, inclusief de bouw van meer dan 2.500 openbare bibliotheken wereldwijd. Vergelijkbaar investeerde Julius Caesar in publieke werken om zijn politieke invloed te verstevigen: private rijkdom als instrument van publieke reputatie.

Checklist: de belangrijkste kenmerken van de Gilded Age

De Gilded Age is geen eenduidig begrip. Het is een samenstel van economische, sociale en politieke ontwikkelingen die elkaar versterkten. Onderstaande checklist vat de meest bepalende kenmerken samen.

  • Explosieve industrialisatie: De staal-, olie-, spoorweg- en textielindustrie groeiden in enkele decennia van beperkte ambachtelijke productie naar massafabricage op wereldschaal.
  • Monopolievorming: Door “trusts” en kartels domineerden kleine groepen ondernemers complete bedrijfstakken. De overheid greep aanvankelijk nauwelijks in.
  • Massale immigratie: Tussen 1870 en 1900 kwamen meer dan 12 miljoen immigranten naar de Verenigde Staten, voornamelijk uit Zuid- en Oost-Europa. Ze vormden het grootste deel van de industriearbeiders.
  • Snelle verstedelijking: Steden als Chicago, Pittsburgh en New York groeiden razendsnel. Sloppenwijken en overbevolkte huurkazernes (tenements) waren de keerzijde van de groei.
  • Enorme inkomensongelijkheid: In 1890 bezat het rijkste procent van de bevolking meer dan de helft van het nationale vermogen. De middenklasse was klein, de armoede groot.
  • Politieke corruptie: “Boss politics” en patronagesystemen beheersten zowel de steden als de federale overheid. Politici en ambtenaren werkten open en bloot voor de belangen van grote bedrijven.
  • Opkomst van de vakbeweging: Als reactie op de uitbuiting organiseerden arbeiders zich in vakbonden. De Knights of Labor en later de American Federation of Labor (AFL) kwamen in deze periode op.
  • Technologische innovatie: De telefoon (Bell, 1876), de gloeilamp (Edison, 1879), de dynamo en de verbrandingsmotor transformeerden het dagelijks leven en de productie.
  • Rassenongelijkheid: Na het einde van de Reconstructie kregen Afro-Amerikanen in het zuiden te maken met de Jim Crow-wetten, die segregatie wettelijk verankerde. In het noorden waren er weinig formele barrières maar grote feitelijke uitsluiting.
  • Expansionisme: De Gilded Age eindigde met de Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898, waarbij de VS Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen in hun machtssfeer betrok. Het markeerde het begin van het Amerikaanse imperialisme.

Deze checklist maakt duidelijk dat de Gilded Age niet simpelweg een “economische bloei” was. Het was een tijdperk van structurele spanningen, waarvan de uitwerking tot diep in de twintigste eeuw voelbaar bleef.

Arbeidsomstandigheden en sociale strijd: de keerzijde van de medaille

Voor het merendeel van de Amerikanen was de Gilded Age geen glorieuze periode. Fabrieksarbeiders werkten twaalf tot zestien uur per dag, zes of zeven dagen per week, voor lonen die zelden genoeg waren om een gezin te onderhouden. Veiligheidsregels bestonden nauwelijks. Ongelukken in mijnen, staalovens en textielfabrieken waren schering en inslag.

Kinderarbeid was wijdverbreid en legaal. In 1880 werkten naar schatting meer dan een miljoen kinderen in fabrieken, mijnen en op boerderijen. Jongens van acht jaar werkten als “breaker boys” in kolenmijnen, waar ze urenlang stofblootstelling hadden terwijl ze kolen van steen scheidden. Meisjes werkte in textielspinnerijen, vaak in ruimtes vol katoenstof die longziekten veroorzaakten.

De reactie was een groeiende arbeidersbeweging. Drie conflicten zijn bijzonder emblematisch voor de spanningen van het tijdperk:

De Great Railroad Strike van 1877 begon in West Virginia en verspreidde zich over het hele land nadat spoorwegmaatschappijen de lonen met 10 procent verlaagden. Militie en federale troepen werden ingezet om de staking neer te slaan. Er vielen tientallen doden. Het was de eerste nationale staking in de Amerikaanse geschiedenis.

De Homestead Strike van 1892 speelde zich af bij de Carnegie Steel plant in Homestead, Pennsylvania. Carnegie en zijn manager Henry Clay Frick weigerden te onderhandelen met de vakbond en huurden 300 gewapende Pinkerton-agenten in. Er volgden gewapende confrontaties met de stakers, waarbij doden vielen aan beide kanten. Uiteindelijk greep de gouverneur van Pennsylvania in met de Nationale Garde.

De Pullman Strike van 1894 begon bij de fabrikant van slaaprijtuigen George Pullman, die de huren in zijn bedrijfsstad even hoog hield terwijl hij de lonen verlaagde. De staking verlamde het spoorwegvervoer in het Midden-Westen. President Grover Cleveland stuurde federale troepen, wat door vakbondsleider Eugene V. Debs werd gezien als een flagrante inbreuk op het stakingsrecht.

Net zoals Mahatma Gandhi later geweldloze weerstand inzette tegen een systeem dat zwakke groepen systematisch uitsloot, gebruikten de vroege Amerikaanse vakbondsbewegingen collectieve actie als enig beschikbaar wapen tegen de macht van het kapitaal.

Politiek en corruptie: de staat als verlengstuk van het bedrijfsleven

De politiek van de Gilded Age was zelden onafhankelijk van de economische belangen van de rijksten. Grote bedrijven kochten letterlijk politici, rechters en ambtenaren. Het systeem had een naam: “machine politics” of “spoils system”. Wie de verkiezingen won, verdeelde de overheidsposities onder zijn aanhangers.

De meest beroemde uitwas was Tammany Hall, de Democratische machtsstructuur die New York City decennialang controleerde. “Boss” William Tweed en zijn Tammany Ring stalen naar schatting 25 tot 200 miljoen dollar aan publieke middelen in de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw. Ze namen steekpenningen aan van aannemers, manipuleerden verkiezingen en haalden de arme immigrantenbevolking van de stad over met kleine gunsten in ruil voor stemmen.

Op federaal niveau was de Credit Mobilier-schandaal (1872) veelzeggend. Aandeelhouders van de Union Pacific Railroad richtten een fictief bouwbedrijf op, Credit Mobilier, dat drastisch te hoge rekeningen stuurde aan de spoorwegmaatschappij. De winst verdwenen naar de aandeelhouders, terwijl de overheid de financiering verschafte. Congressleden die vragen stelden, kregen aandelen aangeboden. Meerdere hoge functionarissen, waaronder de latere president James Garfield, waren bij de zaak betrokken.

De Pendleton Civil Service Reform Act van 1883 was een eerste stap in de richting van een professioneel ambtenarenkorps, waarbij aanstellingen op verdienste in plaats van politieke loyaliteit gebaseerd zouden zijn. Maar pas de Progressive Era, met presidenten als Theodore Roosevelt, bracht ingrijpendere hervormingen.

De rechterlijke macht stond ook niet buiten de invloedssfeer van het bedrijfsleven. Het Hooggerechtshof sprak in 1886 in de zaak Santa Clara County v. Southern Pacific Railroad Railroad uit dat bedrijven juridisch als “personen” beschouwd konden worden en dus recht hadden op grondwettelijke bescherming. Dat oordeel werd gebruikt om antitrustwetgeving en arbeidsregelgeving te beperken.

Technologie en cultuur: de andere kant van het tijdperk

De Gilded Age was ook een tijdperk van spectaculaire uitvindingen. Thomas Edison patenteerde de gloeilamp in 1879 en opende in 1882 de eerste elektrische centrale in New York City. Alexander Graham Bell patenteerde de telefoon in 1876. George Westinghouse ontwikkelde wisselstroomsystemen die elektriciteit over lange afstanden mogelijk maakten. Nikola Tesla werkte in deze periode aan zijn revolutionaire ontwerpen voor elektromotoren en transformatoren.

De spoorwegen brachten niet alleen goederen maar ook ideeën en mensen bijeen. Nationale kranten en tijdschriften konden nu snel over het hele land verspreid worden. De consumptiecultuur ontstond: grootwarenhuizen als Macy’s (opgericht 1858, groot geworden in de Gilded Age) en Sears (opgericht 1886) maakten massaproducten toegankelijk voor de middenklasse.

In de architectuur was het tijdperk flamboyant. De “Gilded Age mansions” van Newport en de Fifth Avenue-paleizen van New York City waren spectaculaire uitingen van nieuwe rijkdom. De Biltmore Estate van George Vanderbilt in Asheville, North Carolina, gebouwd tussen 1889 en 1895, telt 250 kamers en is nog altijd het grootste privéhuis in de Verenigde Staten. Dat soort extravagantie stond in schril contrast met de omstandigheden in de arbeiderswijken van dezelfde steden.

De culturele spanning tussen extravagante rijkdom en bittere armoede leidde ook tot de opkomst van het journalistiek activisme dat later “muckraking” heette. Journalisten als Jacob Riis documenteerden in schrijnende teksten en foto’s de levensomstandigheden in de sloppenwijken van New York. Zijn boek “How the Other Half Lives” uit 1890 schokte de publieke opinie en leidde tot concrete beleidswijzigingen.

Net als de iconische Venus van Milo een klassiek ideaal van schoonheid vertegenwoordigt dat de complexe realiteit van zijn tijd overstijgt, verbeelden de grandioze bouwwerken van de Gilded Age een ideaalbeeld dat de sociale werkelijkheid verhulde.

Drie concrete deelgevallen: immigranten, Afro-Amerikanen en vrouwen

De Gilded Age trof verschillende groepen op heel verschillende manieren. Drie deelgevallen maken duidelijk hoe divers de ervaringen waren.

Immigranten kwamen in golven aan, aanvankelijk uit Noord- en West-Europa (Ierland, Duitsland, Scandinavië) en later steeds meer uit Zuid- en Oost-Europa (Italië, Polen, Rusland, het Ottomaanse Rijk). Ze vestigden zich in dichte wijken, soms per nationaliteit gegroepeerd: Little Italy, Chinatown, de Lower East Side. Ze werkten in de zwaarste, gevaarlijkste en slechtst betaalde banen, maar hun kinderen hadden door de openbare scholen die in deze periode werden uitgebreid, kansen op sociale stijging. De immigrantenstroom bracht ook xenofobie: de Chinese Exclusion Act van 1882 was de eerste federale wet die een specifieke etnische groep de toegang tot de VS verbood.

Afro-Amerikanen in het zuiden werden na het einde van de Reconstructie in 1877 systematisch uitgesloten. De Jim Crow-wetten verankerde segregatie in het onderwijs, het openbaar vervoer en de horeca. De pachtboer (sharecropper) die aan blanke grondbezitters was gebonden, kwam in een schuldenval terecht die weinig verschilde van economische horigheid. In het noorden waren de formele barrières lager, maar discriminatie op de arbeidsmarkt en in de huisvesting was alomtegenwoordig. Activisten als Frederick Douglass, die al voor de Burgeroorlog prominent was, en later Booker T. Washington en W.E.B. Du Bois, streden op fundamenteel verschillende manieren voor gelijkheid.

Vrouwen hadden geen stemrecht en beperkte juridische rechten. Gehuwde vrouwen konden in veel staten geen eigendom bezitten op eigen naam. Tegelijk bood de industrialisatie nieuwe mogelijkheden: fabrieksarbeid betekende economische onafhankelijkheid, hoe laag het loon ook was. De vrouwenbeweging die het stemrecht nastreefde (het negentiende amendement werd pas in 1920 aangenomen) vond haar wortels in de spanningen van de Gilded Age. Elizabeth Cady Stanton en Susan B. Anthony waren de bekendste gezichten van die strijd.

Het vergelijken van de lotgevallen van deze drie groepen laat zien dat de Gilded Age geen homogene ervaring was. Voor immigranten bood het tijdperk vaak een bittere maar reële kans. Voor Afro-Amerikanen in het zuiden was het een terugval. Voor vrouwen was het een periode van beperkte maar groeiende mogelijkheden.

De erfenis van de Gilded Age: wat bleef er over?

De Gilded Age legde de structurele fundamenten van het moderne Amerika. Dat geldt voor de economie, de infrastructuur en de sociale tegenstellingen.

Het spoorwegnetwerk dat in dit tijdperk werd aangelegd, vormt nog altijd de ruggengraat van het Amerikaanse goederenvervoer. De staalindustrie die Carnegie bouwde, werd de basis van de industriële macht die de VS in staat stelde de Eerste en Tweede Wereldoorlog te beslissen. De geallieerden in de Eerste Wereldoorlog konden rekenen op de industriecapaciteit die in de Gilded Age was opgebouwd.

De antitrustwetgeving die als reactie op de monopolievorming werd ingevoerd, begon met de Sherman Antitrust Act van 1890. Die wet is tot op de dag van vandaag de basis van het Amerikaanse mededingingsrecht. In 2026 wordt er nog steeds naar verwezen in zaken tegen techgiganten als Google en Meta.

De filantropie die rijke industriëlen van het tijdperk bedreven, vormt eveneens een blijvend erfgoed. Carnegie-bibliotheken staan in meer dan zeventig landen. De Rockefeller Foundation heeft wereldwijd gezondheidsprogramma’s gefinancierd. De universiteiten die in deze periode werden opgericht (Stanford in 1885, Chicago in 1890) behoren nog altijd tot de beste ter wereld.

De sociale spanningen die de Gilded Age creëerde, leidden tot de Progressive Era en uiteindelijk tot de New Deal van Franklin D. Roosevelt in de jaren dertig. De inkomensverdeling, de rol van de overheid in de economie en de rechten van arbeiders: al die discussies wortelen in de conflicten van de Gilded Age.

Historici vergelijken de Gilded Age ook regelmatig met het begin van de eenentwintigste eeuw. De opkomst van de tech-miljardairs, de groeiende kloof tussen arm en rijk en de politieke invloed van superrijken roepen vragen op die al in de negentiende eeuw werden gesteld.

Hieronder een overzicht van de meest markante feiten en cijfers uit het tijdperk:

Onderdeel Feit / Cijfer
Periode Circa 1870-1900
Naam bedacht door Mark Twain en Charles Dudley Warner (roman 1873)
Spoorwegnetwerk groei Van 85.000 km (1870) naar 310.000 km (1900)
Bevolkingsgroei VS Van 38,5 miljoen (1870) naar 76 miljoen (1900)
Immigranten 1870-1900 Meer dan 12 miljoen nieuwe inwoners
Rockefellers marktaandeel olie Meer dan 90 procent van de Amerikaanse olieverwerking
Carnegie-verkoop aan Morgan (1901) 480 miljoen dollar (equivalent van tientallen miljarden nu)
Eerste nationale staking Great Railroad Strike, 1877
Vermogensverdeling (1890) Rijkste 1 procent bezat meer dan 50 procent van het nationale vermogen
Chinese Exclusion Act 1882, eerste federale wet die een etnische groep uitsloot

De Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog weerspiegelt een geheel andere filosofie: collectieve verantwoordelijkheid voor wederopbouw in plaats van laissez-faire. Dat verschil in aanpak is direct terug te voeren op de lessen die Amerika trok uit de excessen van de Gilded Age en de Grote Depressie die volgde.

De persoonlijke getuigenissen die historici het beste laten begrijpen wat een tijdperk betekende voor gewone mensen, zijn ook voor de Gilded Age bewaard gebleven: in memoires van fabrieksarbeiders, brieven van immigranten en rapportages van muckraking-journalisten. Die stemmen leggen de spanning bloot tussen het officiële verhaal van vooruitgang en de werkelijkheid aan de onderkant van de samenleving.

Veelgestelde vragen

Waarom heet de Gilded Age zo en wat betekent het?

De naam komt van een satirische roman uit 1873 van Mark Twain en Charles Dudley Warner. “Gilded” betekent verguld: bedekt met een dun laagje goud. Twain bedoelde daarmee dat het tijdperk aan de buitenkant glansde van rijkdom en vooruitgang, maar van binnen hol en corrupt was. De kloof tussen de rijkdom van de elite en de armoede van de massa stond centraal in die kritiek.

Wie waren de belangrijkste figuren van de Gilded Age?

De bekendste namen zijn de industriëlen John D. Rockefeller (olie), Andrew Carnegie (staal) en J.P. Morgan (financiën). Ook Cornelius Vanderbilt en zijn nakomelingen (spoorwegen) speelden een grote rol. Aan de kant van de sociale kritiek stonden vakbondsleiders als Samuel Gompers en Eugene V. Debs, journalisten als Jacob Riis en activisten als Susan B. Anthony.

Hoe eindigde de Gilded Age en wat volgde er?

De Gilded Age liep geleidelijk over in de Progressive Era, die ruwweg duurde van 1900 tot 1920. De Progressive Era bracht ingrijpende hervormingen: antitrustwetgeving, betere arbeidsomstandigheden, vrouwenkiesrecht en een directe verkiezing van senatoren. President Theodore Roosevelt gebruikte de Sherman Antitrust Act om Standard Oil en andere monopolies op te breken. De wortels van die hervormingen lagen in de sociale spanningen die de Gilded Age had opgebouwd.

Wat waren de arbeidsomstandigheden tijdens de Gilded Age?

De meeste fabrieksarbeiders werkten twaalf tot zestien uur per dag, zes of zeven dagen per week, voor lonen die amper genoeg waren om een gezin te onderhouden. Veiligheidsregels waren er nauwelijks. Kinderarbeid was legaal en wijdverbreid: in 1880 werkten meer dan een miljoen kinderen in fabrieken en mijnen. Stakingen werden vaak met geweld en militaire middelen neergeslagen. De vakbeweging groeide als directe reactie op deze omstandigheden.

Hoe verschilt de Gilded Age van een “golden age”?

Een “golden age” is een werkelijk bloeiende periode voor een brede bevolking. Een “gilded age” is slechts goudkleurig van buiten: de schijn van welvaart en vooruitgang verhuld de onderliggende corruptie, armoede en ongelijkheid. In de Amerikaanse Gilded Age profiteerde een kleine elite buitensporig van de economische groei, terwijl miljoenen arbeiders, immigranten en Afro-Amerikanen systematisch werden uitgesloten of uitgebuit.

Wat is de erfenis van de Gilded Age voor het moderne Amerika?

De erfenis is tweeledig. Economisch legde het tijdperk de industriële en infrastructurele basis voor de supermacht die Amerika in de twintigste eeuw werd. Juridisch en politiek leidde de reactie op de excessen tot fundamentele wetgeving: de Sherman Antitrust Act, arbeidsrecht, milieuregulering en uiteindelijk de New Deal. De discussies over inkomensongelijkheid, monopolievorming en de invloed van superrijken op de democratie die nu worden gevoerd, zijn in essentie dezelfde discussies die in de Gilded Age zijn begonnen.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie