Servië speelde een sleutelrol in twee wereldoorlogen: het land was de directe aanleiding voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 en vocht daarna als onderdeel van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog. Toch is die rol omgeven door hardnekkige misverstanden. Hier zijn de acht meest voorkomende fouten die mensen maken als ze over de rol van Servië in de oorlog spreken, inclusief de correcte feiten.
Fout 1: “Servië begon de Eerste Wereldoorlog”
Dit is verreweg het meest verspreide misverstand. Gavrilo Princip, de man die op 28 juni 1914 aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije doodschoot in Sarajevo, was een Bosnisch-Servische nationalist. Maar hij handelde niet in opdracht van de Servische staat. Princip was lid van de geheime organisatie de Zwarte Hand, die stond voor de vereniging van Zuid-Slavische volkeren en daarbij eigen wegen bewandelde.
Oostenrijk-Hongarije greep de aanslag aan om een lang gewenste confrontatie met Servië te forceren. Het stuurde een ultimatum met tien eisen, waarvan sommige zo verregaand waren dat geen soevereine staat ze kon accepteren, zoals de deelname van Oostenrijks-Hongaarse ambtenaren aan het Servische gerechtelijk onderzoek. Servië accepteerde negen van de tien eisen. Dat was niet genoeg. Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije Servië de oorlog, waarna het bondgenootschappensysteem van Europa in werking trad en de grote mogendheden elkaar meesleepten in een wereldoorlog.
Servië was de directe aanleiding, niet de oorzaak. De structurele oorzaken lagen dieper: een gewapende vrede in Europa, concurrerende imperiale belangen, geheime bondgenootschappen en een escalerende wapenwedloop. Voor meer context over de oorlogvoerende partijen, lees ook welke landen de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog waren.
Fout 2: “Het Servische leger werd snel verslagen en speelde daarna geen rol”
Niets is minder waar. In de eerste fase van de oorlog, in 1914, hield het Servische leger verrassend goed stand. Bij de Slag bij Cer (16-19 augustus 1914) versloeg het Servische leger, onder bevel van generaal Stepa Stepanovic, de Oostenrijks-Hongaarse troepen volledig. Het was een van de eerste geallieerde overwinningen van de Eerste Wereldoorlog. Later dat jaar versloeg Servië Oostenrijk-Hongarije ook bij de Slag bij de Kolubara (november-december 1914), waarbij de Servische troepen Belgrado heroveerden.
Pas in de herfst van 1915, toen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije gelijktijdig aanvielen, werd Servië overrompeld door een drievoudige invasie. Het land was op drie fronten tegelijk aangevallen, terwijl geallieerde hulp vanuit Griekenland uitbleef. De numerieke overmacht was te groot. Servië viel, maar het leger was niet vernietigd.
Het Servische leger trok zich vervolgens terug via een van de meest heroische en dramatische militaire operaties van de hele oorlog, de zogenoemde Grote Retraite, en hergroepeerde zich op Corfu om later de strijd voort te zetten aan het Saloniki-front.
Fout 3: “De retraite van Servië was slechts een vluchtreis”
De Grote Retraite van het Servische leger (oktober-december 1915) staat in militaire geschiedenisboeken als een van de zwaarste episoden van de Eerste Wereldoorlog. Meer dan 200.000 Servische soldaten en een groot aantal burgers trokken dwars door de winterse bergen van Kosovo, Montenegro en Albanië. Ze moesten bergpassen van meer dan 2.500 meter hoogte bedwingen bij vriestemperaturen, achterna gezeten door Bulgaarse en Oostenrijkse troepen.
De verliezen waren enorm. Naar schatting stierven tijdens de retraite ruim 77.000 Servische soldaten. Duizenden burgers kwamen om van honger, kou en uitputting. In januari 1916 werden de overlevenden, ongeveer 151.000 soldaten, door Franse en Italiaanse schepen van de Albanese kust geëvacueerd naar het Griekse eiland Corfu. Zelfs daar stierven velen nog aan besmettelijke ziektes en ondervoeding.
Vanaf Corfu werd het leger gehergroepeerd, bewapend en opgeleid. In de zomer van 1916 voegde het zich bij het geallieerde expeditieleger in Saloniki (het huidige Thessaloniki). Vanuit dat front vochten Servische troepen door totdat het Saloniki-front in september 1918 definitief doorbrak, wat mede bijdroeg aan de capitulatie van Bulgarije en het einde van de oorlog.
Fout 4: “Servië was in de Tweede Wereldoorlog één geheel”
In werkelijkheid was Servië tijdens de Tweede Wereldoorlog een bijzonder verdeeld land. Na de snelle verovering door nazi-Duitsland in april 1941 viel Joegoslavië uiteen in een bezet Servië, een onafhankelijke staat Kroatië (een fascistische marionet) en meerdere andere zones. In Servië zelf ontstonden drie duidelijk gescheiden kampen.
| Groepering | Leider | Positie | Achterban |
|---|---|---|---|
| Collaboratieregering | Generaal Milan Nedic | Samenwerking met nazi-Duitsland | Pro-Duits Servisch establishment |
| Cetniks | Dragoljub “Draza” Mihailovic | Aanvankelijk verzet, later wisselende houding | Servische monarchisten |
| Partizanen | Josip Broz Tito | Actief gewapend verzet | Communisten, alle Joegoslavische volkeren |
| Servische Vrijwilligerskorps | Onder Nedic-gezag | Actieve collaboratie, bestrijding partizanen | Pro-Duits militie |
| Joedische gemeenschap Servië | Geen militaire leiding | Slachtoffer van systematische vervolging | Burgers, uitgewist als gemeenschap |
| Geallieerde bezetters | Wehrmacht | Bezettingsmacht met harde repressie | Duits militair bestuur |
De situatie was dusdanig complex dat de Cetniks en de Partizanen elkaar soms feller bestreden dan de bezetter. Een deel van de Cetnik-eenheden werkte later zelfs samen met de Italiaanse bezettingstroepen tegen de Partizanen van Tito. Dit maakt een zwart-witplaatje over Servië in de Tweede Wereldoorlog onmogelijk.
Fout 5: “Servië was een slachtoffer zonder invloed”
Die nuancering is begrijpelijk, gezien de enorme verliezen, maar toch onjuist. Servië had juist een centrale positie in de geopolitiek van de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Na de onafhankelijkheid in 1878 groeide Servië uit tot een regionale macht op de Balkan. Het streefde naar uitbreiding van zijn grondgebied en naar de vereniging van alle Zuid-Slavische volkeren, een concept dat rechtstreeks botste met de belangen van Oostenrijk-Hongarije.
Tijdens de Balkanoorlogen van 1912 en 1913 breidde Servië zijn grondgebied al aanzienlijk uit ten koste van het Ottomaanse Rijk en Bulgarije. Dat maakte Servië niet alleen een groter land, maar ook een directere bedreiging voor Wenen. De Servische ambities speelden dus een actieve rol in de voorgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, ook al was Servië zeker niet de enige of voornaamste schuldige.
In de Tweede Wereldoorlog leverden de Joegoslavische Partizanen, met een sterke Servische component, de effectiefste guerrillastrijd van alle bezette landen in Europa. Ze bonden aan het einde van de oorlog meer dan 30 divisies van de Wehrmacht. Dat was geen kleine bijdrage aan de uiteindelijke geallieerde overwinning. Zie ook welke landen de geallieerden waren in de Tweede Wereldoorlog voor de bredere context.
Fout 6: “Gavrilo Princip was een Servische staatsburger”
Dit misverstand duikt geregeld op in geschiedenisboeken die het onderscheid niet nauwkeurig maken. Gavrilo Princip was geboren in 1894 in Bosnie-Herzegovina, op dat moment onderdeel van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Hij was dus formeel een Oostenrijks-Hongaars staatsburger van Servische afkomst.
Princip studeerde in Belgrado en radicaliseerde daar, mede door contact met Servische nationalisten. Maar de Servische regering wist van tevoren niets van de aanslag. Sterker nog: de Servische premier Nikola Pasic kreeg kort voor de aanslag een vage waarschuwing en probeerde, weliswaar aarzelend, de Oostenrijkers te waarschuwen. Die waarschuwing was te vaag en te laat. Princip handelde in zijn eigen naam en die van een ondergronds netwerk, niet in opdracht van de Servische staat. Tijdens zijn proces, gehouden in Oostenrijk-Hongarije, verklaarde Princip zelf dat hij handelde uit idealisme voor de Zuid-Slavische zaak, niet op last van Belgrado.
Princip was bij de aanslag 19 jaar oud, te jong voor de doodstraf naar Oostenrijks recht. Hij stierf in 1918 in de gevangenis aan tuberculose, nooit een held van de Servische staat, maar wel een symbool voor Zuid-Slavisch nationalisme.
Fout 7: “Servië had in de Eerste Wereldoorlog nauwelijks verliezen”
Dit is misschien het meest pijnlijke misverstand, zeker voor Serviërs zelf. Servië leed in de Eerste Wereldoorlog naar verhouding de grootste verliezen van alle strijdende landen. Schattingen variëren, maar het land verloor vermoedelijk meer dan een miljoen mensen, zowel militairen als burgers. Dat was ruwweg 16 tot 27 procent van de totale bevolking van toen, en naar schatting meer dan 60 procent van de mannelijke bevolking tussen 15 en 55 jaar.
De ravage was zo groot dat Servië na de oorlog met een enorm demografisch tekort kampte. Veel dorpen waren volledig ontvolkt. De Spaanse griep, die in 1918 ook over Europa raasde, trof een al verzwakt en ondervoed volk extra hard. Ter vergelijking: Nederland, dat neutraal bleef in de Eerste Wereldoorlog, had verliezen in de tienduizenden door de griep en voedselschaarste. Servië verloor minstens twintig maal zoveel mensen in absolute aantallen, bij een veel kleinere bevolking.
Die verliezen worden in Westerse geschiedenislessen zelden uitgebreid behandeld, omdat de oorlog in West-Europa centraal staat in het collectieve geheugen. Het verhaal van de Servische retraite en het Saloniki-front is echter net zo dramatisch als de loopgraven aan de Somme of bij Verdun. Hoe verhalen van individuen kunnen bijdragen aan historisch begrip, wordt duidelijk bij personen als Anne Frank, maar ook de collectieve Servische tragedie verdient meer aandacht.
Fout 8: “Na de Eerste Wereldoorlog verdween Servië van de kaart”
Integendeel. Servië was aan het einde van de Eerste Wereldoorlog juist een van de grote winnaars in politieke zin. Het land had gevochten aan de kant van de Entente en behoorde tot de overwinnaars. In november 1918 werd het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen uitgeroepen, later hernoemd tot Joegoslavië. Servië was de kern en de dominante partij in dit nieuwe, grotere koninkrijk.
Op de Vredesconferentie van Parijs in 1919 wist de Servische delegatie aanzienlijke territoriale winsten te boeken. Slavonië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Dalmatië, Slovenië, Montenegro en Kosovo kwamen onder de Joegoslavische paraplu. Servië had in tien jaar (1908-1918) zijn oppervlakte en bevolking meer dan verdubbeld.
Die snelle groei bracht ook nieuwe spanningen. De verschillende volkeren van het nieuwe koninkrijk hadden eigen talen, godsdiensten en historische tradities. In de jaren dertig leidde dat tot interne conflicten, en na de dood van koning Alexander in 1934 werd het land politiek labiel. Die labiele toestand maakte Joegoslavië in 1941 extra kwetsbaar voor de nazi-aanval. De rol van Servië in de oorlog is daarmee een verhaal dat drie decennia omspant, van 1914 tot 1945, met grote triomfen en verwoestende tragedies.
Voor wie de bredere patronen van historische identiteit en strijd wil begrijpen, biedt het verhaal van Servië opvallende parallellen met andere geschiedenissen. Zo is de strijd van Gandhi voor Indiaas zelfbestuur eveneens sterk verweven met de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en het einde van imperiale machten.
Veelgestelde vragen
Was Servië verantwoordelijk voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog?
Servië was de directe aanleiding, niet de enige of voornaamste schuldige. De moord op Frans Ferdinand door Gavrilo Princip gaf Oostenrijk-Hongarije het gewenste voorwendsel voor oorlog. De structurele oorzaken lagen in de rivaliteit tussen grote mogendheden, geheime bondgenootschappen en een jarenlange wapenwedloop. Servië was eerder slachtoffer van die bredere spanningen dan de eigenlijke schuldige. Meer over de geallieerden in WO1 geeft je een completer beeld van de verhoudingen.
Waarom werd het Servische leger teruggedrongen naar Corfu in 1915?
In de herfst van 1915 viel een drievoudige coalitie van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije gelijktijdig Servië binnen. Het Servische leger was numeriek te zwak en de beloofde steun van de geallieerden in Saloniki bleef uit. In plaats van te capituleren, trok het Servische leger zich via de bergpassen van Albanië terug naar de Adriatische kust, vanwaar het naar Corfu werd geëvacueerd om later verder te strijden aan het Saloniki-front.
Hoe groot waren de Servische verliezen in de Eerste Wereldoorlog?
Servië verloor naar schatting meer dan een miljoen mensen, militairen en burgers samen. Dat was ruwweg 16 tot 27 procent van de totale bevolking van het land. Naar verhouding zijn dit de hoogste verliezen van alle strijdende landen in de Eerste Wereldoorlog. De mannelijke bevolking tussen 15 en 55 jaar werd voor meer dan de helft uitgedund door oorlog, ziekte en honger.
Wat was de rol van Servië in de Tweede Wereldoorlog?
In april 1941 werd Servië bezet door nazi-Duitsland. Er ontstond een complexe situatie met een collaboratieregering onder Nedic, monarchistische Cetniks en communistische Partizanen onder Tito. De Partizanen voerden de effectiefste guerrillastrijd van bezet Europa. Sommige Cetnik-eenheden werkten echter ook samen met de bezetter. Servië was dus zowel bezet slachtoffer als actief strijdtoneel van intens intern conflict.
Wat was het Saloniki-front en hoe droeg Servië bij?
Het Saloniki-front, ook wel het Macedonische front genoemd, was een geallieerde frontlinie die liep door het noorden van Griekenland. Het Servische leger, na de retraite hergroepeerd op Corfu, voegde zich in 1916 bij dit front. In september 1918 brak het Saloniki-front definitief door, wat leidde tot de capitulatie van Bulgarije. De Servische troepen trokken daarna hun land binnen en bevrijdden Belgrado in november 1918.
Hoe veranderde de positie van Servië na de Eerste Wereldoorlog?
Servië was na 1918 een van de politieke winnaars. Als kern van het nieuwe Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen (later Joegoslavië) breidde het zijn invloed enorm uit. De nieuwe staat omvatte Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina, Dalmatië en Montenegro. Tegelijkertijd bracht die snelle uitbreiding ook interne spanningen mee, omdat de diverse volkeren van Joegoslavië heel verschillende achtergronden hadden. Die spanningen speelden decennia later opnieuw een rol bij het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig. Zie ook het doel van de Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog voor de bredere naoorlogse context in Europa.










