Wat zijn de processen van Neurenberg precies?

Esmee Koster

Geupdate op:

Wat zijn de processen van Neurenberg precies?
Je leest dit artikel in 9 minuten

Laatst bijgewerkt: 3 april 2026

Kort antwoord: De processen van Neurenberg waren een reeks rechtszaken na de Tweede Wereldoorlog, waarbij nazi-kopstukken en andere oorlogsmisdadigers voor een internationaal tribunaal werden berecht. Het hoofdproces liep van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946. In totaal stonden 24 hooggeplaatste verdachten terecht voor misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Twaalf van hen kregen de doodstraf, zeven gevangenisstraffen en drie werden vrijgesproken. Daarna volgden nog twaalf aanvullende processen, gericht op artsen, juristen, industrielen en militairen.

Waarom vonden de processen plaats in Neurenberg?

De keuze voor Neurenberg was niet toevallig. De stad gold als het symboolcentrum van het naziregime: hier hield de NSDAP jaarlijks haar massale partijdagen, hier werden in 1935 de beruchte Neurenbergse rassenwetten uitgevaardigd. Door de processen op dezelfde plek te houden, wilden de geallieerden een duidelijk signaal geven: het begin van het einde van de naziterreur werd symbolisch op dezelfde plek bezegeld als waar die terreur zo luid werd gepropagandeerd.

Praktisch speelde ook mee dat de Justizpalast in Neurenberg grotendeels intact was gebleven na de bombardementen op de stad. Het gebouw bood ruimte voor een groot rechtscollege, voor de perstribune en voor honderden getuigen en aanklagers. De nabijgelegen gevangenis kon de verdachten huisvesten. Berlijn, de voor de hand liggende keuze als hoofdstad van het verslagen Duitsland, lag voor een groot deel in puin en was bovendien verdeeld in vier bezettingszones, wat organisatorisch lastig was.

De geallieerden, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Sovjet-Unie, sloten op 8 augustus 1945 het Handvest van Londen. Daarin legden zij de rechtsgrondslag, de aanklachtcategorieen en de samenstelling van het Internationaal Militair Tribunaal (IMT) vast. Elk van de vier landen leverde een rechter en een plaatsvervangend rechter, plus een team van aanklagers. Het hoofd van de Amerikaanse aanklagers was Robert H. Jackson, die eerder diende als rechter bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.

De vier aanklachtcategorieen

Het Handvest van Londen definieerde voor het eerst in de geschiedenis vier strafbare categorieen op internationaal niveau. Die definities werden later de basis voor het moderne internationaal strafrecht.

Aanklachtcategorie Omschrijving Voorbeelden uit de aanklacht
Samenzwering Gemeenschappelijk plan om een aanvalsoorlog voor te bereiden Geheime bewapening, plannen voor inval Polen
Misdaden tegen de vrede Het plannen en uitvoeren van een aanvalsoorlog Invasie van Polen (1939), Sovjet-Unie (1941)
Oorlogsmisdaden Schending van de wetten en gebruiken van oorlog Moord op krijgsgevangenen, plundering, dwangarbeid
Misdaden tegen de menselijkheid Vervolging, uitroeiing, slavernij van burgers De Holocaust, deportaties, medische experimenten

De categorie “misdaden tegen de menselijkheid” was historisch gezien het meest vernieuwend. Voor het eerst erkende een rechtscollege dat staten en hun leiders niet alleen aansprakelijk konden worden gesteld voor wat ze buitenlandse soldaten aandeden, maar ook voor wat ze hun eigen burgers aandeden. Dat concept is sindsdien in vele internationale verdragen verankerd, en ligt ten grondslag aan het Statuut van Rome waarop het Internationaal Strafhof in Den Haag berust.

De 24 verdachten: wie stonden er terecht?

Voor het hoofdproces stonden in totaal 24 verdachten terecht. Een van hen, Robert Ley (leider van het Deutsche Arbeitsfront), pleegde nog voor het begin van het proces zelfmoord in zijn cel. Gustav Krupp von Bohlen und Halbach, de industriemagnaat, werd wegens ernstige ziekte niet-ontvankelijk verklaard. Zo bleven er 22 verdachten daadwerkelijk in de rechtszaal aanwezig.

Martin Bormann, de persoonlijke secretaris van Hitler, werd bij verstek berecht omdat zijn verblijfplaats onbekend was. Later bleek hij al in mei 1945 te zijn gestorven tijdens de val van Berlijn.

De verdachten kwamen uit vrijwel alle geledingen van het naziregime: het militaire opperbevel, de politieke top, de diplomatieke dienst, de propaganda-afdeling, de economische sector en de terreurorganisaties. Dat breedte was bewust: de aanklagers wilden aantonen dat de misdaden het gevolg waren van een stelselmatig, gedeeld plan, niet van individuele excessen.

  • Hermann Goering: Rijksmaarschalk, hoofd van de Luftwaffe, oprichter van de Gestapo. Werd beschouwd als de machtigste verdachte.
  • Rudolf Hess: Plaatsvervangend Fuhrer tot zijn vlucht naar Schotland in 1941. Werd in Londen gevangen gehouden en overgebracht naar Neurenberg.
  • Joachim von Ribbentrop: Rijksminister van Buitenlandse Zaken, onderteekende het Molotov-Ribbentroppact (1939).
  • Wilhelm Keitel: Chef van de Wehrmacht-staf, ondertekende talloze bevelen waarbij krijgsgevangenen werden vermoord.
  • Ernst Kaltenbrunner: Hoofd van de SD en de Sicherheitspolizei na de moord op Heydrich, direct verantwoordelijk voor de werking van de concentratiekampen.
  • Albert Speer: Rijksminister van Bewapening, organiseerde op grote schaal dwangarbeid van gedeporteerden.
  • Julius Streicher: Uitgever van het antisemitische blad “Der Sturmer”, aanstoker van haat tegen Joden.
  • Hans Frank: Gouverneur-generaal van bezet Polen, verantwoordelijk voor de vervolging en deportatie van Poolse Joden.

Naast deze individuen stonden ook naziorganisaties als geheel terecht: de NSDAP-leiding, de SS, de SA, de SD, de Gestapo en het OKW (het opperbevel van de Wehrmacht). Het tribunaal verklaarde de SS, de SD en de Gestapo tot misdadige organisaties.

Het verloop van het proces: 218 zittingsdagen

Het hoofdproces duurde bijna een jaar. Van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946 vonden 218 zittingsdagen plaats. Er werden 236 getuigen gehoord en duizenden documenten overlegd, waaronder vele documenten die het naziregime zelf had geproduceerd. Dat laatste was cruciaal: de aanklagers maakten grotendeels gebruik van het enorme bureaucratische apparaat van het Derde Rijk, dat alles nauwgezet had gedocumenteerd.

De procestaal was Duits, Engels, Frans en Russisch, met simultaanvertaling. Dat was op zich al een technische mijlpaal: het was de eerste keer ter wereld dat simultaanvertaling op zo een grote schaal werd toegepast in een rechtszaal. IBM leverde de apparatuur, een systeem met koptelefoons voor alle aanwezigen en gekleurd-licht-signalen waarmee vertalers konden aangeven dat een spreker te snel ging.

De verdachten kregen hun eigen advocaten, mochten getuigen oproepen en zichzelf verdedigen. Velen beriepen zich op de zogenaamde Befehlsnotstand: ze hadden alleen maar bevelen opgevolgd. Het tribunaal verwierp dat verweer uitdrukkelijk. Iemand is strafrechtelijk aansprakelijk voor misdaden die hij of zij uitvoert, ook al handelt die persoon in opdracht van een meerdere, tenzij er daadwerkelijk geen keuze was. Dat beginsel is sindsdien bekend als de Neurenberg-principes.

Aan de zijlijn speelde ook een politieke spanning. De Sovjet-Unie had zelf misdaden begaan, waaronder de massamoord op Poolse officieren in het Katynskwoud in 1940. Toen de verdediging dit ter sprake bracht, werd het bewijs door het tribunaal buiten beschouwing gelaten, een beslissing die later als controversieel werd beschouwd.

Net als bij het verhaal van Anne Frank bracht het proces concrete, persoonlijke getuigenissen van de Holocaust naar voren, die het publiek wereldwijd confronteerden met de werkelijke schaal van de nazi-misdaden.

De uitspraken: doodstraffen, gevangenis en vrijspraken

Op 1 oktober 1946 las het tribunaal de vonnissen voor. De uitspraken vielen uiteen in drie groepen.

Verdachte Functie Vonnis
Hermann Goering Rijksmaarschalk, hoofd Luftwaffe Doodstraf (zelfmoord voor executie)
Joachim von Ribbentrop Minister van Buitenlandse Zaken Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Wilhelm Keitel Chef Wehrmacht-staf Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Ernst Kaltenbrunner Hoofd SD en Sicherheitspolizei Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Alfred Rosenberg Rijksminister voor de Oost Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Hans Frank Gouverneur-generaal Polen Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Wilhelm Frick Minister van Binnenlandse Zaken Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Julius Streicher Antisemitisch propagandist Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Fritz Sauckel Gevolmachtigde voor dwangarbeid Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Alfred Jodl Chef Operatiestaf OKW Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Arthur Seyss-Inquart Rijkscommissaris Nederland Doodstraf, gehangen 16 oktober 1946
Martin Bormann Persoonlijk secretaris Hitler Doodstraf bij verstek (al dood in 1945)
Rudolf Hess Plaatsvervangend Fuhrer Levenslang
Walter Funk Minister van Economische Zaken Levenslang
Erich Raeder Opperbevelhebber Kriegsmarine Levenslang
Albert Speer Minister van Bewapening 20 jaar gevangenis
Baldur von Schirach Leider Hitlerjugend 20 jaar gevangenis
Konstantin von Neurath Protector Bohemen-Moravie 15 jaar gevangenis
Karl Donitz Opperbevelhebber marine, opvolger Hitler 10 jaar gevangenis
Hjalmar Schacht President Rijksbank Vrijgesproken
Franz von Papen Voormalig rijkskanselier Vrijgesproken
Hans Fritzsche Hoofd radio-afdeling propaganda Vrijgesproken

Goering wist de galg te omzeilen: hij brak een cyanideflesje stuk met zijn tanden in de nacht voor de executie en overleed in zijn cel. De tien anderen die niet zelfmoord hadden gepleegd of bij verstek veroordeeld waren, werden op 16 oktober 1946 opgehangen in de gymnastiakzaal van de Neurenbergse gevangenis. Hun lichamen werden gecremeerd, de as uitgestrooid in de rivier de Isar. Zo konden de plekken geen bedevaartsoorden voor neonazi’s worden.

De drie vrijspraken zorgden voor opschudding. Velen hadden verwacht dat niemand vrijuit zou gaan. Het tribunaal was echter van mening dat er voor Schacht, Von Papen en Fritzsche onvoldoende bewijs was voor criminele deelname aan de vooraf geplande agressieoorlogen.

De twaalf navolgende processen: artsen, juristen en industrielen

Het hoofdproces was pas het begin. Tussen december 1946 en april 1949 vonden in Neurenberg nog twaalf aanvullende processen plaats. Deze werden niet meer door het Internationaal Militair Tribunaal geleid, maar door een Amerikaans militair tribunaal, omdat de Sovjet-Unie, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk inmiddels hun eigen processen elders organiseerden.

In totaal stonden bij de navolgende processen ongeveer 185 personen terecht. De processen richtten zich op specifieke beroepsgroepen en sectoren die actief aan de nazi-misdaden hadden deelgenomen.

  • Artsenproces (1946-1947): 23 artsen en medisch onderzoekers berecht voor het uitvoeren van medische experimenten op concentratiekampgevangenen zonder hun toestemming. Zeven werden ter dood veroordeeld. Dit proces leidde direct tot de Neurenbergse Code, de eerste internationale richtlijnen voor medisch-ethisch onderzoek.
  • Milch-proces (1947): Erhard Milch, staatssecretaris van Luchtvaart, berecht voor het gebruik van dwangarbeiders in de vliegtuigindustrie. Levenslang, later omgezet in 15 jaar.
  • Juristenproces (1947): 16 juristen, rechters en officieren van justitie berecht voor het misbruiken van het rechtssysteem om nazi-politiek wettelijk te laten lijken. Vier kregen levenslang.
  • Einsatzgruppen-proces (1947-1948): 24 commandanten van de mobiele moordeskaders die op het oostfront honderdduizenden Joden, Roma en anderen neerschoten. Veertien doodvonnissen, vier uitgevoerd.
  • Flick-proces (1947): Industriemagnaat Friedrich Flick en vijf medewerkers berecht voor dwangarbeid en steun aan de SS. Flick kreeg zeven jaar.
  • IG Farben-proces (1947-1948): Leiders van het chemieconcern IG Farben, dat het dodelijk gas Zyklon B leverde en een eigen fabriek bij Auschwitz had. Straffen van 18 maanden tot 8 jaar.
  • Hoge commando-proces (1947-1948): 14 hogere militaire commandanten berecht voor oorlogsmisdaden op het oostfront. Straffen van 3 jaar tot levenslang.

Die diversiteit liet zien dat de misdaden van het naziregime niet alleen door een handvol politieke leiders werden begaan, maar door een breed netwerk van artsen, rechters, industrielen en militairen. Net zoals de Marshallhulp gericht was op het economisch herstel van Europa, waren de Neurenbergprocessen gericht op moreel en juridisch herstel.

De erfenis: wat veranderde er door de processen van Neurenberg?

De betekenis van de processen reikt verder dan de vonnissen zelf. Ze veranderden de manier waarop de wereld denkt over aansprakelijkheid, soevereiniteit en menselijke waardigheid.

Allereerst bevestigden ze het principe dat ook staatleiders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor misdaden, ongeacht of ze officieel bevel hebben gegeven of “alleen maar” bevelen hebben uitgevoerd. De verdediging “Befehlsnotstand” (ik volgde slechts orders) werd expliciet van de hand gewezen. Dat principe is sindsdien in het internationale recht vastgelegd als de Neurenberg-principes (1950), geformuleerd door de Internationale Rechtcommissie van de VN.

Ten tweede leidde het artsenproces direct tot de Neurenbergse Code van 1947. Die code stelde voor het eerst vast dat medische experimenten op mensen alleen mogen plaatsvinden met de vrije en geinfomeerde toestemming van de proefpersoon. De code vormde later de basis voor de Verklaring van Helsinki (1964) en de moderne regels voor klinisch onderzoek.

Ten derde openden de processen de weg voor het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide (1948), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en uiteindelijk het Statuut van Rome (1998), waarmee het Internationaal Strafhof in Den Haag werd opgericht. Dat hof, dat in 2002 operationeel werd, berecht tot op de dag van vandaag staatleiders en militaire commandanten voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De processen hadden ook een documentair belang. Dankzij het uitgebreide bewijsmateriaal dat werd verzameld, bewaard en gepubliceerd, bestaat er een onomstotelijke historische basis voor de schaal en de systematische aard van de Holocaust en de andere nazi-misdaden. Dat materiaal wordt tot op heden gebruikt door historici, rechtbanken en educatieve instellingen wereldwijd.

Critici wezen toen al, en wezen later, op de gebreken. De Sovjet-Unie zat als rechter aan tafel terwijl ze zelf misdaden had begaan, waaronder het Katynimoeras. De processen werden door sommigen beschouwd als “winnaarsjustitie”: de overwinnaar die de verslagene berecht. Dat bezwaar is nooit helemaal weggenomen, maar de meeste rechtswetenschappers concludeerden dat de processen desondanks een substantieel eerlijk verloop kenden en een onmisbare stap waren in de ontwikkeling van het internationaal recht. Net zoals Vrouwe Justitia symbool staat voor blinde gerechtigheid, probeerden de processen van Neurenberg voor het eerst een structuur te geven aan internationale gerechtigheid.

Voor Nederland is Arthur Seyss-Inquart een bijzonder beladen naam. Als Rijkscommissaris van bezet Nederland (1940-1945) was hij verantwoordelijk voor de deportatie van meer dan 100.000 Nederlandse Joden, onder wie Anne Frank en haar familie. Hij werd op 16 oktober 1946 in Neurenberg gehangen.

De processen hadden ook invloed op de manier waarop landen later omgingen met hun eigen oorlogsverleden. In Duitsland gaven de Neurenbergprocessen een aanzet tot het denazificatiebeleid en later tot de eigen vervolging van oorlogsmisdadigers, die tot ver in de 21e eeuw doorliep, getuige de vervolging van bewakers van vernietigingskampen die decennia na de oorlog voor de rechter kwamen. De geallieerden in de Tweede Wereldoorlog legden hiermee een fundament dat het internationale humanitaire recht tot op heden draagt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel mensen werden veroordeeld bij de processen van Neurenberg?

Bij het hoofdproces werden 22 verdachten berecht (twee vielen af voor het begin). Twaalf kregen de doodstraf, zeven gevangenisstraffen (varierende van 10 jaar tot levenslang) en drie werden vrijgesproken. Bij de twaalf navolgende processen werden in totaal ongeveer 185 mensen berecht. Daarvan kregen er 24 de doodstraf, werden er meer dan 100 veroordeeld tot gevangenisstraffen en werden er een aantal vrijgesproken.

Waarom werden Schacht, Von Papen en Fritzsche vrijgesproken?

Het tribunaal vond onvoldoende bewijs dat deze drie verdachten actief hadden deelgenomen aan het plannen of uitvoeren van aanvalsoorlogen. Schacht had de nazi-bewapening gefinancierd maar stapte in 1937 op. Von Papen had als diplomaat gewerkt maar stond buiten de militaire planning. Fritzsche leidde een radiopropagandaafdeling maar bevond zich buiten de besluitvorming over oorlogsmisdaden. De vrijspraken veroorzaakten grote verontwaardiging, ook in de pers.

Hoe stierf Hermann Goering zonder te worden opgehangen?

Goering pleegde in de nacht van 15 op 16 oktober 1946 zelfmoord door een capsule met kaliumcyanide stuk te bijten. Hoe hij aan het gif was gekomen, is nooit definitief vastgesteld. Er zijn vermoedens dat het een Amerikaanse soldaat was die het naar hem insmokkelde. Goering liet een brief achter waarin hij schreef dat hij principieel weigerde te worden gehangen en zijn eigen dood verkoos boven wat hij een schandverordening noemde.

Wat is de Neurenbergse Code en waarom is die nog steeds relevant?

De Neurenbergse Code van 1947 is een reeks van tien principes voor het uitvoeren van medische experimenten op mensen, opgesteld na het artsenproces in Neurenberg. Het centrale principe is dat een proefpersoon altijd vrijwillig en volledig geinformeerd toestemming moet geven. De code was de eerste internationale richtlijn op dit vlak en vormt de basis voor alle latere medische ethiek, inclusief de Verklaring van Helsinki (1964) en de huidige regels voor klinische studies.

Zijn er na Neurenberg soortgelijke internationale processen gehouden?

Ja. Het tribunaal van Tokio (1946-1948) berechtte Japanse oorlogsmisdadigers op vergelijkbare gronden. In de jaren 1990 werden het Internationaal Straftribunaal voor het voormalig Joegoslavie (ICTY, Den Haag) en het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda (ICTR, Arusha) ingesteld. In 2002 werd het permanente Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag operationeel, dat tot op heden staatleiders en commandanten berecht voor genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Wat was de rol van Nederland bij de processen van Neurenberg?

Nederland was geen rechtstreekse partij bij het tribunaal, maar had er wel een groot belang bij. Arthur Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris van bezet Nederland, stond terecht en werd ter dood veroordeeld. Hij werd op 16 oktober 1946 gehangen. Zijn berechting gold voor veel Nederlanders als genoegdoening voor de deportatie en moord op meer dan 100.000 Nederlandse Joden en de andere misdaden van de bezetting.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie