Honkbal heeft duidelijke spelregels, maar veel mensen geloven verhalen die gewoon niet kloppen. Twee teams van negen spelers proberen de meeste runs te scoren over negen innings, waarbij aanval en verdediging om de beurt spelen. Klinkt eenvoudig, maar rond de details bestaan tientallen hardnekkige misverstanden.
Veel kijkers denken dat honkbal ingewikkeld is juist vanwege die vermeende uitzonderingen en speciale regels. In werkelijkheid zijn de basisregels heel logisch zodra je de mythes eraf haalt. Hieronder zet je de feiten op een rij tegenover de fabels die de ronde doen op tribunes, in cafés en op sportforums.
Mythe 1: een foul ball is altijd een strike
Dit misverstand hoor je bij elke amateurwedstrijd. Een foul ball, een bal die buiten de fair-territory terechtkomt, telt inderdaad als een strike. Maar dat geldt alleen als de batter nog geen twee strikes heeft. Heb je al twee strikes, dan telt een foul ball niet meer als derde strike. De teller blijft staan op twee strikes, hoe vaak de batter ook foutiertjes speelt.
De enige uitzondering is de bunt. Als een batter probeert te bunten (de slagbeweging stopt zodat de bal net voor de plaat valt) en de bal gaat foul, is dat wél een derde strike. Dat geldt zelfs met al twee strikes op het bord. Profspelers maken hier soms gebruik van door expres een foul te spelen om de innings te rekken, iets wat juridisch helemaal is toegestaan.
Een foul ball die gevangen wordt voordat hij de grond raakt, telt altijd als out, ongeacht het aantal strikes. Lopers mogen dan proberen te stelen (tag up), maar alleen nadat de veldspeler de bal heeft vastgehouden.
Mythe 2: een honkbalveld heeft altijd dezelfde afmetingen
In de Major League Baseball (MLB) zijn de afstanden tussen de honken gestandaardiseerd op 27,43 meter (90 voet). De pitcher staat op 18,44 meter van het thuishonk. Maar de outfield, het buitenveld, heeft geen vaste afmeting. Stadions mogen zelf bepalen hoe ver het center field reikt. In Fenway Park in Boston staat de Green Monster, een muut van ruim 11 meter hoog, op slechts 96 meter van het thuishonk. In het Dodger Stadium loopt de straight-away naar center field op tot 123 meter.
In de Nederlandse competitie, georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond (KNBSB), gelden voor senioren dezelfde basishonkafstanden als in de MLB. Voor junioren is de afstand 23 meter, voor pupillen slechts 18,30 meter. De officiële KNBSB Spelregels 2026 beschrijven ook de eisen voor de pitcher’s mound, de thuisplaat en het foul-territory nauwkeurig.
Dit heeft praktische gevolgen: een thuisrunbal die in een ander stadion een homerun zou zijn, kan in het ene park een dubbelslag zijn en in het andere gewoon een fly-out. Spelers en analisten houden hier in hun statistieken rekening mee via de zogenaamde park factor.
Mythe 3: de pitcher mag altijd zo lang blijven staan als hij wil
Een veelgehoord verhaaltje is dat de pitcher rustig de tijd kan nemen, dat er geen klokregels zijn en dat het spel nooit echt opschiet. Dat klopte inderdaad lange tijd. Maar de MLB heeft in 2023 de pitch clock ingevoerd, een echte klok die sinds het seizoen 2023 en ook in 2026 actief is. De pitcher heeft 15 seconden om de bal te gooien als de bases leeg zijn, 20 seconden met lopers op de honken. De batter moet met 8 seconden op de klok klaar staan in de slagpositie.
Houd je je er niet aan, dan krijgt de pitcher automatisch een bal bijgeschreven (geen extra strike voor de batter) en de batter automatisch een strike. Dit heeft de gemiddelde speelduur van MLB-wedstrijden met bijna 25 minuten teruggebracht. In 2022 duurde een gemiddelde wedstrijd nog 3 uur 4 minuten, in 2023 viel dat terug tot gemiddeld 2 uur 40 minuten. In 2026 schommelt het gemiddelde op werkdagen rond de 2 uur 35 minuten.
In de Nederlandse competitie geldt de pitch clock nog niet op alle niveaus, maar de KNBSB heeft aankondigingen gedaan dat dit onderdeel van de spelregels in de komende jaren ook hier ingevoerd wordt voor de hogere klassen.
Mythe 4: een loper is altijd uit als de bal de grond raakt na een aangeraakt worden
Dit is een van de meest verwarrende onderdelen van het spel voor nieuwe kijkers. De infield fly rule zorgt voor flink wat verwarring. Bij deze regel wordt de batter automatisch out verklaard zodra een scheidsrechter oordeelt dat een pop-up (een hoge bal in het binnenveldt) met normaal velderswerk gevangen had kunnen worden, mits er minimaal twee lopers op honk staan en minder dan twee outs zijn.
De bedoeling van de regel is misbruik voorkomen. Zonder deze regel zou een veldspeler expres de bal kunnen laten vallen om daarna een dubbele speling (double play) te forceren. De lopers op de honken mogen bij een infield fly gewoon op hun honk blijven staan, ze lopen geen risico. De batter is automatisch uit, ook als de bal niet wordt gevangen.
Een ander hardnekkig misverstand: als een loper geraakt wordt door een geslagen bal, is hij altijd uit. Dat klopt, maar alleen als de bal hem raakt in het infield, voor een veldspeler de kans heeft gehad om de bal te vangen. Als een bal door het infield reikt en dan een loper raakt op de buitenveldt, mag de loper doorlopen en is er geen out.
Mythe 5: drie strikes betekent dat je direct uitgeschakeld bent
Drie strikes en je bent uit, zo kennen de meesten het spel. Maar er is een minder bekende uitzondering: de uncaught third strike-regel (ook wel dropped third strike). Als de catcher de derde strike niet vasthoudt (de bal valt op de grond of stuitert weg) en er is geen loper op eerste honk of er zijn al twee outs, mag de batter naar eerste honk rennen. De catcher moet dan de batter uitgooien of taggen voor de out.
In de praktijk zie je dit als een spannend moment waarbij het stadion ineens opveert: de batter gooit zijn knuppel weg en sprint richting eerste honk terwijl de catcher achter een weggestuiterde bal aanjages. Als de catcher de batter niet op tijd uitgooit of tagt, is de batter veilig op eerste honk, ook al had hij drie strikes. Dit telt niet als een strikeout voor de statistieken van de pitcher.
Een ander misverstand: een loper die het thuishonk bereikt, scoort automatisch een punt. Dat klopt, maar alleen als er geen derde out wordt gemaakt voordat hij thuiskomt. Als er een derde out wordt gemaakt op een ander honk terwijl een loper al thuis is, telt dat punt alsnog niet.
Mythe 6: de scheidsrechter heeft altijd gelijk en er is geen beroep mogelijk
Jarenlang gold in honkbal het adagium dat de scheidsrechter de hoogste autoriteit was en dat zijn beslissing definitief was. In de MLB is dat veranderd met de invoering van het replay-systeem in 2014. Elke manager heeft per wedstrijd recht op een beperkt aantal challenges, waarmee een beslissing via videoreplay in New York wordt herbeoordeeld. In 2026 heeft elke manager aan het begin van de wedstrijd één challenge; als die slaagt, behoudt hij hem.
Ballen en strikes kunnen echter nog steeds niet worden gechallenged via het replaycentrum. Die beslissingen blijven bij de homeplate-umpire. De MLB test in 2025 en 2026 in de minor leagues met een geautomatiseerd strikezone-systeem (ABS, Automated Ball-Strike system), maar dat is in de grote leagues nog niet ingevoerd.
In de Nederlandse competitie bestaat een challengesysteem nog niet. De scheidsrechter is hier de eindautoriteit, maar ploegcaptains mogen een beslissing betwisten op grond van regelinterpretatie, niet op grond van een feitelijke beoordeling van de umpire.
Overzicht: veelgestelde misverstanden over honkbalregels
| Misverstand | Wat mensen denken | Wat klopt |
|---|---|---|
| Foul ball = altijd strike | Elke foul ball is een derde strike | Foul ball telt niet als derde strike (behalve bij bunt) |
| Speelduur onbeperkt | Geen tijdslimiet voor pitcher | MLB pitch clock: 15/20 seconden per worp |
| Drie strikes = altijd uit | Na drie strikes ben je direct uit | Dropped third strike geeft batter kans op eerste honk |
| Veld is overal gelijk | Honkbalvelden hebben vaste afmetingen | Binnenveldt gestandaardiseerd, outfield verschilt per stadion |
| Infield fly = gewone out | Loper moet terug als bal niet gevangen wordt | Batter automatisch uit, lopers blijven veilig op honk |
| Scheidsrechter onbetwistbaar | Geen beroep mogelijk | MLB: 1 challenge per manager per wedstrijd via replay |
| Thuisrun = altijd punt | Als loper thuiskomt, scoort hij altijd | Punt telt niet als derde out voor hem gemaakt is |
De basisregels die iedereen zou moeten kennen
Naast de mythes zijn er basisregels die de kern van het spel vormen en die iedere toeschouwer helpen het spel te begrijpen. Een wedstrijd bestaat uit negen innings, elk verdeeld in een bovenste helft (bezoekers slaan) en een onderste helft (thuisteam slaat). In elke helft probeert het slagende team runs te scoren door spelers om de vier honken (eerste, tweede, derde honk en thuisplaat) te laten lopen. Drie outs beëindigen de helft van de inning.
Runs scoren kan op vier manieren:
- De loper bereikt alle vier de honken via slagen, stelen en foutjes van de tegenpartij
- Een homerun: de slagman slaat de bal buiten het veld, iedereen die op honk staat scoort mee
- Een sacrifice fly: de bal wordt gevangen maar een loper tagt en rent thuis
- Een passed ball of wild pitch waardoor een loper kan doorlopen naar het thuishonk
Het verdedigende team probeert outs te maken op drie manieren: de pitcher gooit drie strikes (strikeout), een geslagen bal wordt gevangen (flyout), of een veldspeler gooit de bal naar het honk voor de loper aankomt (groundout of force out). Bij een force out hoeft de veldspeler de loper niet te taggen; hij raakt gewoon het honk aan terwijl hij de bal vasthoudt.
Drie veelgestelde situaties uitgelegd
Situatie 1: loper op tweede honk, één out. De batter slaat een hoge pop-up in het binnenveldt. De scheidsrechter roept “infield fly”. Wat gebeurt er? De batter is automatisch uit (out 2). De loper op tweede honk mag gewoon op zijn honk blijven staan. Als de veldspeler de bal laat vallen, kan de loper zelfs proberen te stelen, maar hij hoeft niets te doen. Veel toeschouwers begrijpen niet waarom de batter al uit geroepen wordt terwijl de bal nog in de lucht hangt. Dit is de infield fly rule in werking.
Situatie 2: er zijn twee strikes op de batter. De pitcher gooit een bal die de batter raakt (hit by pitch). In de MLB en in de KNBSB-regels mag de batter dan gratis naar eerste honk lopen, ongeacht het aantal strikes. De bal telt als dead ball en lopers schuiven alleen op als ze daartoe gedwongen worden. Dit noemen ze een HBP (hit by pitch).
Situatie 3: de batter slaat de bal naar velden, maar de bal rolt net buiten de foul line voordat hij de lijn passeert bij eerste of derde honk. Is het foul? Nee. Een bal is fair of foul afhankelijk van waar hij de grond voor het eerst raakt naast de bases: als de bal de grond raakt tussen de foul lines, of de lijn zelf raakt, is het fair. Als de bal achter de foul line neerkomt, is het foul. De positie van de bal bij het passeren van de honklijn is doorslaggevend.
Wil je meer weten over andere sporten met vergelijkbare regelgeving? Lees ook over de spelregels van rugby, dat net als honkbal veel misverstanden kent, of bekijk hoe een basketbalwedstrijd precies verloopt qua tijdregels. Voor wielsport zie ook hoe de term Super-G in het skiën werkt en hoe vergelijkbare technische regels gelden. Meer over slagsporten en bewegen vind je ook bij de spelregels van worstelen. Tot slot, voor teamsporten met honken vergelijkbare positiespel, is ook een vergelijking met hoe lang een hockeywedstrijd duurt interessant.
Veelgestelde vragen
Hoeveel spelers staan er in een honkbalteam op het veld?
Een honkbalteam heeft negen spelers op het veld: de pitcher, de catcher, vier infielders (eerste honkman, tweede honkman, kortestop en derde honkman) en drie outfielders (links-, midden- en rechtsveld). In de American League van de MLB mag een designated hitter in de opstelling staan die alleen slaat maar niet vevelt. In de National League en in de KNBSB-competitie slaat de pitcher ook zelf mee. Tegenwoordig is de DH-regel in de gehele MLB van kracht, ook voor de National League.
Wat is het verschil tussen een bal en een strike?
Een strike is een worp die de strikezone passeert (de zone boven de thuisplaat, tussen de knieen en het midden van de romp) en niet geslagen wordt, of een worp waarbij de batter de beweging maakt maar de bal mist, of een foul ball bij minder dan twee strikes. Een bal is een worp buiten de strikezone waarbij de batter niet zwaait. Vier ballen geven de batter automatisch toegang tot eerste honk (walk of base on balls).
Wat is een homerun en wanneer telt hij?
Een homerun is een geslagen bal die over het buitenveld hek gaat binnen de fair-territory. De batter en alle lopers op de honken mogen alle vier de honken doorlopen en scoren elk een punt. Bij een inside-the-park homerun is de bal niet over het hek maar weet de batter toch alle bases te ronden. Een homerun telt alleen als fair: raakt de bal de paal of gaat hij er net buiten, dan is het foul en geen homerun, ook niet als de bal ver gaat.
Mag een loper altijd stelen?
Een loper mag proberen te stelen (naar het volgende honk rennen terwijl de pitcher de bal gooit) zolang het een live ball-situatie is. Na een bal of strike mag de loper stelen. Na een dead ball, zoals een hit by pitch of een time-out, mag dat niet. Stelen naar het thuishonk (steal of home) is zeldzaam maar legaal. In jeugdcompetities van de KNBSB zijn er aparte regels die stelen soms beperken of pas toestaan bij een bepaalde klasse.
Hoe werkt de balken-regel bij de pitcher?
Een balk is een illegale beweging van de pitcher wanneer er lopers op de honken staan. De pitcher mag na het innemen van zijn beginpositie niet plots stoppen of een misleidende beweging maken naar de bases. Bij een balk mogen alle lopers automatisch één honk opschuiven. De regel bestaat om te voorkomen dat pitchers lopers voor de gek houden met nep-bewegingen. Balken zijn zelfs in de hogere competities een veelbesproken discussiepunt omdat het onderscheid tussen een legale pickoff-beweging en een balk subtiel is.
Wat is het verschil tussen honkbal en softbal?
Honkbal en softbal lijken sterk op elkaar maar hebben belangrijke verschillen. De bal bij softbal is groter (30,5 centimeter omtrek tegenover 23 centimeter bij honkbal) en zachter. Bij slowpitch softbal mag de pitcher de bal alleen onderhands gooien in een lage boogvlucht. Bij fastpitch softbal wordt de bal ook onderhands gegooid maar met hoge snelheid. Bij honkbal gooit de pitcher altijd bovenhands. De velddimensies bij softbal zijn kleiner: de honkafstand is doorgaans 18,30 meter, de pitcher staat op 12,19 meter van de plaat. Beide sporten vallen onder de KNBSB in Nederland.










