Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) streden vijf Engelse en zeven Franse koningen om de Franse troon. De oorlog begon toen de Engelse koning Eduard III zijn aanspraak op de Franse kroon opeiste na het uitsterven van de Franse tak van het Huis Capet. Wat volgde was een reeks van conflicten die meer dan een eeuw duurde en het lot van heel West-Europa bepaalde.
De naam “Honderdjarige Oorlog” is eigenlijk een moderne term. Voor de mensen die er middenin zaten, was het geen aaneengesloten strijd maar een opeenvolging van vredesverdragen, wapenstilstanden en nieuwe uitbarstingen van geweld. Toch lopen er duidelijke lijnen door de hele periode: de strijd om de troon, de rol van bondgenoten als Bourgondië, en uiteindelijk de opkomst van het Franse nationale bewustzijn.
De aanleiding: een troonopvolging zonder duidelijke winnaar
Om te begrijpen welke koningen er vochten, moet je eerst weten waarom de oorlog überhaupt uitbrak. In 1328 stierf de Franse koning Karel IV zonder mannelijke erfgenaam. Dat was een probleem. Twee kandidaten claimden de troon: Filips van Valois (een neef van Karel IV langs mannelijke lijn) en Eduard III van Engeland (een kleinzoon van de Franse koning Filips IV langs de moederlijn).
De Franse adelstand koos voor Filips, die als Filips VI de eerste Valois-koning van Frankrijk werd. Eduard III accepteerde dit aanvankelijk en boog zelfs voor Filips. Maar in 1337 veranderde de situatie drastisch. Filips VI verklaarde de Engelse bezittingen in Frankrijk verbeurd, waarop Eduard III zijn aanspraak op de Franse kroon officieel herriep en zichzelf “Koning van Frankrijk” noemde. De oorlog was begonnen.
Op de achtergrond speelde ook de economische macht van Vlaanderen mee. De Vlaamse lakenweverijen waren afhankelijk van Engelse wol, terwijl Vlaanderen formeel onder Frans gezag stond. Zowel Engeland als Frankrijk had dus belang bij de regio. Dat maakte Vlaanderen tot een van de vroege brandhaarden van het conflict.
Beginner: de lijst van koningen in één overzicht
Als je nog niet zo bekend bent met de middeleeuwen, is het handig om eerst een helder beeld te krijgen van wie er wanneer aan de macht was. Beide landen wisselden meerdere koningen tijdens de oorlog. Hieronder vind je een overzicht van alle regerende koningen aan beide kanten tijdens de periode 1337-1453.
| Vorst | Land | Regeerperiode | Rol in de oorlog |
|---|---|---|---|
| Eduard III | Engeland | 1327-1377 | Startte de oorlog, grote vroege overwinningen (Crecy 1346) |
| Richard II | Engeland | 1377-1399 | Sloot vrede, trouwde met een Franse prinses |
| Hendrik IV | Engeland | 1399-1413 | Consolideerde macht, beperkte campagnes |
| Hendrik V | Engeland | 1413-1422 | Slag bij Azincourt (1415), Verdrag van Troyes (1420) |
| Hendrik VI | Engeland | 1422-1461 | Verloor vrijwel alle Franse gebieden |
| Filips VI | Frankrijk | 1328-1350 | Eerste Valois-koning, verloor bij Crecy en Calais |
| Jan II (de Goede) | Frankrijk | 1350-1364 | Gevangen genomen bij Poitiers (1356) |
| Karel V (de Wijze) | Frankrijk | 1364-1380 | Herstelde Franse macht grotendeels |
| Karel VI (de Waanzinnige) | Frankrijk | 1380-1422 | Psychische problemen, Bourgondische burgeroorlog |
| Karel VII | Frankrijk | 1422-1461 | Kroonde zich na Jeanne d’Arc, won de oorlog |
Wat opvalt is dat de oorlog dus niet werd gevoerd door twee koningen, maar door een heel rijtje. Aan Engelse kant waren het vijf koningen, aan Franse kant zes (de Dauphin Karel die later Karel VII werd, voerde al militaire campagnes vóór zijn officiële kroning in 1429).
Gevorderd: de vier fasen van de oorlog en de koningen per fase
Historici verdelen de Honderdjarige Oorlog gewoonlijk in vier fasen. Elke fase heeft zijn eigen koningen, zijn eigen slagvelden en zijn eigen diplomatieke verschuivingen. Door de oorlog zo te bekijken, snap je beter waarom bepaalde koningen meer invloed hadden dan andere.
De Edwardiaanse fase (1337-1360) stond volledig in het teken van Eduard III en zijn zoon, de Zwarte Prins Eduard van Woodstock. Dit was de periode van de grote Engelse overwinningen. Bij de Slag bij Crecy in 1346 vernietigde een kleinere Engelse legermacht de Frans-Genuese troepen van Filips VI. De Engelse longbow bleek dodelijk effectief. Daarna viel Calais in Engelse handen, een positie die Engeland hield tot 1558. In 1356 volgde de Slag bij Poitiers, waar de Zwarte Prins de Franse koning Jan II gevangen nam. Jan II moest een gigantisch losgeld betalen: drie miljoen gouden kronen. Het Verdrag van Bretigny (1360) bezegelde een tijdelijke Engelse dominantie.
De Carolijnse fase (1369-1389) draait om Karel V van Frankrijk. Hij was geen grote veldheer, maar wel een briljant organisator. Karel V herorganiseerde het Franse leger, belastte de bevolking systematisch om de oorlog te financieren en benoemde capabele generaals als Bertrand du Guesclin. Du Guesclin paste een guerrillatactiek toe: vermijd open veldslag, beleg kastelen, knip vijandelijke bevoorradingslijnen door. Tegen 1380 had Frankrijk vrijwel alles teruggewonnen wat bij Bretigny was afgestaan, op Calais en een smalle kuststrook na. Na de dood van Karel V brak een periode van chaos uit onder zijn opvolger Karel VI, wiens psychische aandoeningen het land in een burgeroorlog dompelden.
De Lancastriaanse fase (1415-1429) bracht Engeland opnieuw aan de winnende hand, ditmaal onder Hendrik V. De Slag bij Azincourt op 25 oktober 1415 was een van de meest spectaculaire Engelse overwinningen ooit. Een Engelse strijdmacht van circa 6.000 man versloeg een Fransche leger van misschien wel 12.000 à 15.000 soldaten. De modderige bodem en de Engelse boogschutters bepaalden het resultaat. Het Verdrag van Troyes (1420) was het hoogtepunt van Engelse macht: Karel VI erkende Hendrik V als zijn erfgenaam en regentschapsvorst van Frankrijk. Hendrik V trouwde met Karels dochter Catharina van Valois. Het leek erop dat Engeland de oorlog had gewonnen. Maar in 1422 stierven zowel Hendrik V als Karel VI binnen twee maanden van elkaar. De kroon van Engeland en (in Engelse ogen) die van Frankrijk viel toe aan de negenmaanden oude Hendrik VI.
De finale fase (1429-1453) werd bepaald door het optreden van Jeanne d’Arc en het uiteindelijke herstel van Karel VII. De Dauphijn Karel werd niet algemeen erkend als Frans koning. Het leek er even op dat Engeland heel Frankrijk zou veroveren. Maar bij het beleg van Orleans in 1429 keerde het tij. Jeanne d’Arc, een zeventienjarig boerenmeisje uit Domremy, overtuigde Karel dat ze door God was gestuurd om Frankrijk te bevrijden. Ze leidde de ontsetstroop en brak het beleg. Op 17 juli 1429 werd Karel VII gekroond in de kathedraal van Reims, het traditionele kroningspaleis van de Franse koningen. Daarmee had hij de symbolische legitimiteit die hij nodig had. Jeanne d’Arc werd in 1431 verbrand, maar de impuls die ze had gegeven was niet meer te stoppen. In 1435 sloten de Bourgondiërs een vredesverdrag met Karel VII en verbraken zo de Engelse alliantie. Stap voor stap verloor Engeland zijn posities. De Slag bij Castillon op 17 juli 1453 was de laatste grote veldslag. Karel VII won. Engeland behield alleen Calais.
Eduard III en Filips VI: de twee mannen die de oorlog startten
Eduard III (1312-1377) was een ambitieuze koning die zijn aanspraak op de Franse kroon serieus nam. Via zijn moeder Isabella van Frankrijk was hij de kleinzoon van Filips IV van Frankrijk. Toen de mannelijke lijn van de Capetingers uitstierf, vond hij dat hij de sterkste claim had. De Franse peers dachten daar anders over: zij volgden de Salische wet, die erfopvolging langs de vrouwelijke lijn uitsloot.
Eduard was niet alleen een realpolitieke speler maar ook een inspirerend militair leider. Hij stichtte de Orde van de Kousenband, een ridderorde die de idealen van ridderlijkheid en loyaliteit moest uitstralen. Zijn zoon, de Zwarte Prins, erfde zijn militaire talent. Samen vertegenwoordigden zij het hoogtepunt van de Engelse ridderoorlogvoering in de veertiende eeuw.
Filips VI (1293-1350) had een moeilijke positie. Hij was weliswaar als rechtmatige opvolger erkend door de Franse edelen, maar zijn legitimiteitsbasis was niet onomstreden. De vroege jaren van zijn koningschap stonden al in het teken van spanning met Engeland. Zijn besluit om de Engelse bezittingen in Gascogne te confisqueren was de directe aanleiding voor de uitbraak van de oorlog. Bij Crecy (1346) leed hij een vernederende nederlaag. Zijn troepen beschikten over Genuese kruisboogschutters, maar die bleken kansloos tegen de Engelse longbow op afstand. Filips overleed in 1350, voor het einde van de oorlog die hij had aangestoken.
Hendrik V: de koning die bijna alles won
Hendrik V (1386-1422) is waarschijnlijk de bekendste Engelse koning uit de Honderdjarige Oorlog. Zijn reputatie dankt hij deels aan Shakespeare, die hem portretteerde als de ideale ridder-koning. Maar ook in historisch opzicht was hij een uitzonderlijke figuur.
Zijn veldtocht begon in 1415 met de belegering en inname van Harfleur, een strategische havenstad aan de Seine-monding. Daarna trok hij met zijn verzwakte leger richting Calais, achternagezeten door een veel groter Frans leger. Bij Azincourt besliste de strijd. De Fransen verloren duizenden ridders, waaronder de hogere adel die de kern van hun leger vormde. De overwinning was niet puur tactisch: ze had ook een enorme psychologische impact. Het Franse hofprotocol en de traditionele manier van oorlogvoeren werden aan flarden geschoten door Engelse boeren met bogen.
Na Azincourt sloot Hendrik V een verbond met de Bourgondiërs, die een bitter conflict hadden met de zogenaamde Armagnacs (de factie rondom de Dauphijn Karel). Dit bondgenootschap was cruciaal. In 1420 resulteerde het in het Verdrag van Troyes, waarbij Hendrik V erkend werd als regent en erfgenaam van Frankrijk. Hij trouwde met Catharina van Valois en het leek erop dat de Engelse Lancastrijnse dynastieke lijn de Franse troon zou erven. Zijn vroege dood in 1422, op slechts 35-jarige leeftijd aan dysenterie, maakte een einde aan die droom.
Als je meer wilt weten over een andere historische figuur die in dezelfde periode leefde, lees dan ook het artikel over wie Anne Frank was en waarom ze zo belangrijk is, of verdiep je in wat Julius Caesar’s rol was in de Romeinse geschiedenis voor een vergelijkbaar portret van een historisch leider.
Karel VII en de ommekeer: hoe Frankrijk de oorlog won
Karel VII (1403-1461) begon de oorlog als de politiek zwakste kandidaat. Hij was de vierde zoon van Karel VI en had geen sterke machtsbasis. Zijn vader had in het Verdrag van Troyes zelfs zijn eigen erfopvolging aan een Engelsman afgegeven. De Bourgondiërs steunden de Engelsen. Parijs was in Engelse handen. Karel VII controleerde slechts het zuiden van Frankrijk, een gebied dat zijn tegenstanders spottend “het koninkrijk van Bourges” noemden.
Het is des te opmerkelijker hoe volledig het tij keerde. Drie factoren speelden een doorslaggevende rol. Ten eerste het optreden van Jeanne d’Arc, die zowel militair als symbolisch een verschil maakte. De kroning in Reims in 1429 gaf Karel VII een legitimiteit die hij daarvoor miste. Ten tweede het Verdrag van Arras in 1435, waarbij Filips de Goede van Bourgondië van kamp wisselde. Zonder Bourgondische steun verloor Engeland zijn machtigste bondgenoot op het continent. Ten derde de militaire en institutionele hervormingen die Karel VII doorvoerde: hij bouwde een professioneel staand leger op, iets wat Engeland niet had.
Stap voor stap veroverde het Franse leger de verloren gebieden terug. Normandie viel in 1450. Gascogne volgde in 1453 na de Slag bij Castillon. Karel VII overleed in 1461 als de onbetwiste koning van heel Frankrijk, op Calais na. Zijn bijnaam “de Welgediende” geeft aan hoe tijdgenoten zijn carriere zagen: hij had geluk gehad met zijn bondgenoten en helpers.
Voor vergelijkbare verhalen over hoe historische figuren streden voor grotere doelen, zie ook het artikel over wie Mahatma Gandhi was en wat hij deed.
Gevorderd: de rol van Bourgondië en andere spelers
De Honderdjarige Oorlog was niet alleen een strijd tussen Engeland en Frankrijk. Bourgondië was een derde macht die het verloop van de oorlog sterk beinvloedde. Het hertogdom Bourgondië was formeel een leengebied van de Franse kroon, maar in de praktijk opereerde het grotendeels zelfstandig en had het grote ambities in de Lage Landen en het Rijnland.
Na de moord op Jan zonder Vrees van Bourgondië in 1419 (waarvoor de Armagnac-factie verantwoordelijk was) sloot zijn opvolger Filips de Goede (1419-1467) een verbond met Engeland. Dit was de alliantie die Hendrik V in staat stelde het Verdrag van Troyes te sluiten. Filips de Goede nam wraak op de moordenaars van zijn vader door de Armagnacs politiek te isoleren.
Maar in 1435 koos Filips de Goede opnieuw een kant. Bij het Congres van Arras werd een vredesverdrag gesloten tussen Bourgondië en Frankrijk. Filips erkende Karel VII als koning. De prijs die Karel moest betalen was hoog: hij moest excuses aanbieden voor de moord op Jan zonder Vrees en deed grote gebiedsconcessies. Maar het strategische resultaat was enorm. Engeland verloor zijn enige continentale bondgenoot van formaat.
Schotland speelde ook een bescheiden rol. Het “Auld Alliance” (het oude bondgenootschap) tussen Schotland en Frankrijk betekende dat Schotse troepen regelmatig aan Franse zijde vochten. Voor Engeland was dit een permanente zorg: de dreiging van een aanval in de rug vanuit het noorden terwijl men in Frankrijk vocht.
Wie geinteresseerd is in hoe middeleeuwse cultuur en symbolen werden gebruikt in politieke context, leest wellicht ook graag over wat mythologie is en waarom het belangrijk is, of over wat Vrouwe Justitia symboliseert.
Welke koningen hadden het meeste invloed op de uitkomst?
Als je de lijst terugbrengt tot de meest bepalende figuren, komen er vier namen bovendrijven.
Eduard III verdient de eer als de man die de oorlog begon en de eerste grote overwinningen boekte. Zijn militaire innovaties, met name het gecombineerde gebruik van longbowmen en afgestegen ridders, definieerden de Engelse tactiek voor decennia.
Karel V van Frankrijk is de stille winnaar van de tussenronde. Zonder spectaculaire veldslagen herstelde hij de Franse positie na de ramp van Poitiers. Zijn administratieve en fiscale hervormingen legden de basis voor de latere herverovering.
Hendrik V bracht Engeland op het hoogtepunt van zijn macht. Het Verdrag van Troyes was het dichtst dat Engeland ooit bij de verovering van de Franse kroon kwam. Zijn vroege dood veranderde alles.
Karel VII sloot de oorlog af als winnaar. Hij erfde een zwakke positie, maar profiteerde van diplomatieke kansen en militaire hervormingen om het tij te keren. Zijn overwinning op Engeland consolideerde de Valois-dynastie op de Franse troon voor nog eens anderhalve eeuw.
Naast de koningen zelf waren er figuren die buiten de troon stonden maar enorme invloed hadden. Bertrand du Guesclin was de militaire architect van het Franse herstel onder Karel V. En Jeanne d’Arc (1412-1431) veranderde de loop van de oorlog op een manier die geen enkele generaal of diplomaat had kunnen voorzien. Ze werd later heilig verklaard en geldt tot op de dag van vandaag als het nationale symbool van Frankrijk.
Wie geinteresseerd is in andere historische conflicten, vindt het artikel over welke landen de geallieerden waren in de Eerste Wereldoorlog en over welke landen de geallieerden waren in de Tweede Wereldoorlog ook interessant als vergelijkend materiaal.
Veelgestelde vragen
Hoeveel koningen vochten er in totaal in de Honderdjarige Oorlog?
In totaal regeerden er vijf Engelse en zes Franse koningen tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453). Aan Engelse kant waren dat Eduard III, Richard II, Hendrik IV, Hendrik V en Hendrik VI. Aan Franse kant regeerden Filips VI, Jan II, Karel V, Karel VI en Karel VII. Niet alle koningen waren even actief in de strijd: Richard II en Hendrik IV vochten nauwelijks, terwijl Eduard III en Hendrik V de belangrijkste Engelse militaire campagnes leidden.
Waarom begon de Honderdjarige Oorlog eigenlijk?
De directe aanleiding was de troonopvolging in Frankrijk in 1328. Toen de Franse koning Karel IV stierf zonder mannelijke erfgenaam, claimen zowel de Fransman Filips van Valois als de Engelsman Eduard III de troon. De Franse edelen kozen voor Filips, die als Filips VI werd gekroond. Eduard III accepteerde dit aanvankelijk, maar in 1337 confisqueerde Filips VI de Engelse bezittingen in Gascogne. Dat was de directe aanleiding voor Eduard III om zijn aanspraak op de Franse kroon te hernieuwen en de oorlog te verklaren.
Wie won de Honderdjarige Oorlog?
Frankrijk won de Honderdjarige Oorlog. De laatste grote veldslag was de Slag bij Castillon op 17 juli 1453, waar het Franse leger de Engelsen versloeg. Daarna was Engeland zijn vrijwel al zijn Franse bezittingen kwijt. Alleen Calais bleef in Engelse handen tot 1558. De Franse koning Karel VII was de feitelijke winnaar: hij begon de oorlog als een zwak erkende prins en sloot hem af als onbetwist heerser over vrijwel heel Frankrijk.
Wat was de rol van Jeanne d’Arc?
Jeanne d’Arc (1412-1431) speelde een beslissende rol in de laatste fase van de oorlog, al was ze zelf geen koningin. Ze verscheen in 1429 bij de Dauphijn Karel en overtuigde hem dat ze een goddelijke opdracht had om Frankrijk te bevrijden. Ze leidde de troepen die het beleg van Orleans braken, de zwaarste Engelse aanval op het resterende Franse grondgebied. Haar optreden maakte de weg vrij voor de kroning van Karel VII in Reims. Ze werd in 1431 door de Engelsen verbrand wegens ketterij, maar het Franse moreel dat ze had aangewakkerd hield stand.
Wat was het Verdrag van Troyes (1420) en waarom was het zo belangrijk?
Het Verdrag van Troyes was een vredesakkoord dat in mei 1420 werd gesloten tussen Hendrik V van Engeland en de krankzinnige Karel VI van Frankrijk, met steun van de Bourgondische hertog Filips de Goede. Het verdrag erkende Hendrik V als regent van Frankrijk en als erfgenaam van de Franse troon na de dood van Karel VI. Hendrik V trouwde ook met Karels dochter Catharina van Valois. Het was het absolute hoogtepunt van Engelse macht in de oorlog. De vroege dood van Hendrik V in 1422 maakte het verdrag echter al snel achterhaald, omdat zijn opvolger Hendrik VI pas negen maanden oud was.
Welke slag was het meest beslissend in de Honderdjarige Oorlog?
Historici noemen de Slag bij Azincourt (25 oktober 1415) en de slag bij Castillon (17 juli 1453) als de twee meest beslissende veldslagen. Azincourt was het hoogtepunt van Engelse macht: Hendrik V versloeg een veel grotere Franse legermacht dankzij zijn boogschutters en de modderige bodem. Castillon was de keerpunt die de oorlog definitief besliste: het was een van de eerste veldslagen waarbij artillerie een doorslaggevende rol speelde aan Franse zijde, en de Engelse generaal John Talbot sneuvelde er. Na Castillon gaf Engeland zijn aanspraken op Franse gebieden feitelijk op.










