Kort antwoord: tijdens de Tweede Wereldoorlog bleven Zwitserland, Zweden, Spanje, Portugal en Ierland van begin tot eind officieel neutraal. Turkije hield het grootste deel van de oorlog neutraal en verklaarde Duitsland pas in februari 1945 de oorlog. Daarnaast waren landen als Afghanistan en (formeel tot 1945) een aantal Latijns-Amerikaanse staten niet bij de strijd betrokken. Neutraliteit betekende echter zelden dat een land helemaal buiten de oorlog stond. Bijna alle neutrale landen leverden grondstoffen, handel of bankdiensten aan een of beide kampen.
Neutraliteit klinkt eenvoudig, maar in de praktijk was het een dagelijkse evenwichtsoefening. Je verklaarde je officieel buiten het conflict, maar je grenzen, je economie en je geld stonden voortdurend onder druk van twee gewapende blokken. Hieronder lees je per land hoe dat eruitzag, en vooral wat een neutraal land in die jaren wel en niet kon doen om zijn status te bewaren. De tweekoloms tabellen laten dat verschil tussen wens en werkelijkheid scherp zien.
Wat betekende neutraliteit precies in de oorlog?
Een neutraal land verklaart dat het geen partij kiest in een gewapend conflict. Volgens het volkenrecht, vastgelegd in de Haagse Verdragen van 1907, mag zo’n land geen troepen of wapens aan een strijdende partij leveren, geen leger laten doortrekken en moet het beide kampen gelijk behandelen. In ruil daarvoor mogen de oorlogvoerende landen het grondgebied van de neutrale staat niet schenden. Dat was de theorie.
De werkelijkheid was rommeliger. Nazi-Duitsland respecteerde neutraliteit alleen zolang het hem uitkwam. Nederland, België, Noorwegen, Denemarken en Luxemburg waren ook neutraal, maar werden in 1940 alsnog binnengevallen. Wie neutraal wilde blijven, moest dus meer doen dan een verklaring afgeven. Je had een geloofwaardig leger nodig, een lastig te veroveren ligging of een economisch nut dat groter was dan het militaire voordeel van een inval.
Daarom hield neutraliteit bijna altijd compromissen in. Zwitserland en Zweden bleven handeldrijven met Duitsland. Spanje stuurde vrijwilligers naar het oostfront. Portugal verkocht wolfraam aan beide kampen. Zuivere onpartijdigheid bestond nauwelijks, en juist daarover gaat dit artikel.
Wel doen en niet doen als neutraal land
De kern van overleven als neutrale staat zat in de balans. Te veel naar één kant leunen kon een inval uitlokken of de andere partij tegen je in het harnas jagen. Te weinig waarde bieden maakte je een gemakkelijk doelwit. De volgende tabel vat samen welke handelingen een neutraal land hielpen en welke zijn status juist ondermijnden.
| Wel doen | Niet doen |
|---|---|
| Een verdedigingsleger gemobiliseerd houden om een inval te ontmoedigen | Troepen of wapens aan een strijdende partij leveren |
| Met beide kampen handeldrijven onder gelijke voorwaarden | Vreemde legers over je grondgebied laten trekken |
| Vluchtelingen en gewonden van beide zijden opvangen | Openlijk partij kiezen in toespraken of media |
| Diplomatieke betrekkingen met alle partijen onderhouden | Een van de blokken het luchtruim laten gebruiken voor aanvallen |
| Het luchtruim bewaken en schenders desnoods neerhalen | Grondstoffen exclusief aan één partij beloven |
| Internationale verdragen (Genève, Den Haag) naleven | Spionage door een kamp oogluikend toestaan |
| De eigen munt en goudvoorraad zo neutraal mogelijk beheren | Geroofd goud zonder vragen aannemen |
Geen enkel neutraal land hield zich aan al deze regels. Juist de afwijkingen maken de geschiedenis interessant. Wie meer wil weten over de partijen waar deze landen tussen moesten laveren, kan terecht bij het overzicht van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog en het eerdere conflict via de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog.
Zwitserland: gewapende neutraliteit als handelsmerk
Zwitserland is het bekendste voorbeeld van een land dat de hele oorlog neutraal bleef. Het hield die status grotendeels overeind door een grote legermacht te mobiliseren en zich te verschansen in het bergachtige binnenland, het zogeheten Réduit. Een inval zou Duitsland een lange, kostbare bergoorlog hebben opgeleverd. Dat maakte de prijs te hoog.
Tegelijk was de Zwitserse neutraliteit niet vlekkeloos. Zwitserse banken en bedrijven bleven zaken doen met Duitsland. Zwitserland kocht goud van de Reichsbank, waaronder goud dat de nazi’s hadden geroofd uit bezette landen en van slachtoffers. Het land sloot bovendien zijn grenzen tijdelijk voor Joodse vluchtelingen, een beslissing waarvoor het na de oorlog scherp is bekritiseerd. Neutraliteit bood Zwitserland veiligheid, maar dwong het ook tot pijnlijke compromissen.
Wat Zwitserland goed deed binnen de tabel van hierboven: het schoot vliegtuigen neer die zijn luchtruim schonden, zowel Duitse als geallieerde. Het hield diplomatieke kanalen open met alle partijen en speelde een rol bij het Rode Kruis, dat in Genève zetelt. Die mix van hard verdedigen en zacht bemiddelen typeert de Zwitserse aanpak.
Zweden, Spanje, Portugal en Ierland: vier verschillende routes
Niet elk neutraal land koos dezelfde strategie. Hieronder zie je hoe vier andere staten hun onpartijdigheid invulden, elk vanuit een eigen positie en met eigen schuringen.
| Land | Hoe het neutraal bleef | Belangrijkste schuring |
|---|---|---|
| Zweden | Sterk leger, lange neutraliteitstraditie sinds de Napoleontische tijd | Liet Duitse troepen per spoor naar Noorwegen reizen; leverde ijzererts aan Duitsland |
| Spanje | Uitgeput na de eigen burgeroorlog, Franco wilde geen nieuwe oorlog | Stuurde de Blauwe Divisie als vrijwilligers naar het oostfront |
| Portugal | Oud bondgenootschap met Engeland, dictator Salazar koos voorzichtigheid | Verkocht wolfraam aan beide kampen; stond later geallieerde bases op de Azoren toe |
| Ierland | Wilde zijn jonge onafhankelijkheid van Engeland niet op het spel zetten | Bleef formeel onpartijdig, maar deelde stilletjes inlichtingen met de geallieerden |
Zweden leunde economisch sterk naar Duitsland zolang dat het sterkste blok leek, en verschoof later richting de geallieerden. Het land bleef tot ver in de twintigste eeuw bondgenootschapsvrij en trad pas in 2024 toe tot de NAVO, wat een einde maakte aan zijn lange neutraliteitstraditie. Spanje en Portugal waren beide autoritair geregeerd, maar bleven buiten de strijd, deels omdat Hitler niet inging op Franco’s eisen rond Gibraltar en Frans-Marokko. Daardoor werden het Iberische schiereiland en vooral Lissabon een toevluchtsoord en doorgangsroute voor vluchtelingen.
Ierland verkeerde in een unieke positie. Het had zich kort daarvoor losgemaakt van Groot-Brittannië en hield daarom demonstratief afstand. Toch was die neutraliteit niet symmetrisch: Ierse autoriteiten gaven neergestorte geallieerde piloten vaak vrij terwijl Duitsers werden geïnterneerd, en er werd informatie gedeeld met Londen.
Turkije en de halve neutralen
Sommige landen waren een deel van de oorlog neutraal en stapten pas later in. Turkije is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Het bleef vrijwel de hele oorlog buiten de gevechten en handelde onder meer in chroom met Duitsland. Pas in februari 1945, toen de afloop al vaststond, verklaarde Turkije Duitsland en Japan de oorlog. Die stap was vooral diplomatiek: het verzekerde Turkije een plek aan de overlegtafel en lidmaatschap van de Verenigde Naties.
Er waren meer van zulke late toetreders. Verschillende Latijns-Amerikaanse landen verklaarden Duitsland of Japan pas in 1945 formeel de oorlog, vaak zonder daadwerkelijk te vechten, om aan de goede kant van de geschiedenis te eindigen. Argentinië deed dit bijvoorbeeld zeer laat. Afghanistan bleef gedurende de hele oorlog neutraal en buiten beeld, net als enkele andere staten in Azië en het Midden-Oosten die geen direct belang of grens met de strijdende partijen hadden.
Belangrijk om te onthouden: neutraal zijn was geen vaste toestand maar een keuze die je elke maand opnieuw moest verdedigen. Naarmate de oorlog naar zijn einde liep, werd het voordeliger om alsnog partij te kiezen voor het winnende kamp. Daardoor kromp de groep neutralen in 1944 en 1945 zichtbaar.
Veelvoorkomende misverstanden over neutraliteit
Rond neutrale landen leven hardnekkige mythes. Een paar daarvan zijn het waard om recht te zetten, want ze geven een vertekend beeld van wat onpartijdigheid in oorlogstijd betekende.
- Mythe: neutraal betekende veilig. Onjuist. Nederland, België en Noorwegen waren neutraal en werden toch binnengevallen. Veiligheid kwam van afschrikking, ligging of nut, niet van de verklaring zelf.
- Mythe: neutrale landen deden niets. Onjuist. Ze handelden volop, vingen vluchtelingen op en speelden een rol in diplomatie en hulpverlening, met name via het Rode Kruis in Genève.
- Mythe: neutraliteit was moreel zuiver. Onjuist. Handel met nazi-Duitsland, het aannemen van geroofd goud en het weigeren van vluchtelingen lieten diepe vlekken na.
- Mythe: alle neutralen bleven tot het einde neutraal. Onjuist. Turkije en diverse andere landen stapten in 1945 alsnog over naar de geallieerden.
- Mythe: neutraliteit was passief. Onjuist. Zwitserland en Zweden hielden grote legers paraat en schoten schenders van hun luchtruim neer.
Wie zich verder verdiept in deze periode, vindt veel raakvlakken met andere onderwerpen. Het naoorlogse herstel komt aan bod in het stuk over het doel van de Marshallhulp na de oorlog, terwijl het verhaal van een onderduiker tijdens de bezetting indringend wordt verteld bij wie Anne Frank was en waarom ze zo belangrijk is. Voor de naoorlogse landkaart van een centraal betrokken land is er ook het overzicht van de zestien deelstaten van Duitsland.
Veelgestelde vragen
Welke landen bleven de hele Tweede Wereldoorlog neutraal?
De landen die van begin tot eind officieel neutraal bleven, waren Zwitserland, Zweden, Spanje, Portugal en Ierland. Geen van deze staten verklaarde een van de strijdende partijen de oorlog. Toch dreef elk van hen op de een of andere manier handel met de oorlogvoerende landen, dus volledig buiten het conflict stonden ze niet.
Was Zweden echt neutraal in de oorlog?
Zweden was officieel neutraal, maar die neutraliteit was niet vlekkeloos. Het land leverde ijzererts aan Duitsland en stond op een bepaald moment toe dat Duitse troepen per spoor door Zweden naar het bezette Noorwegen reisden. Naarmate de geallieerden sterker werden, verschoof Zweden zijn houding voorzichtig naar hun kant.
Waarom werd Zwitserland niet binnengevallen?
Zwitserland hield zijn neutraliteit overeind door een grote legermacht te mobiliseren en zich terug te trekken in het bergachtige Réduit. Een inval zou Duitsland een dure, slepende bergoorlog hebben opgeleverd. Daarnaast was Zwitserland economisch nuttig als financieel centrum, wat het militaire voordeel van een verovering verminderde.
Was Spanje neutraal of koos het toch een kant?
Spanje bleef officieel neutraal, maar dictator Franco sympathiseerde met Duitsland. Hij stuurde de Blauwe Divisie, een eenheid vrijwilligers, naar het oostfront om tegen de Sovjet-Unie te vechten. Spanje vermeed echter een volledige oorlogsdeelname, mede omdat het land uitgeput was na de eigen burgeroorlog en Hitler niet aan Franco’s eisen voldeed.
Wanneer stapte Turkije in de oorlog?
Turkije bleef vrijwel de hele oorlog neutraal en handelde onder meer in chroom met Duitsland. Pas in februari 1945, toen de uitkomst van de oorlog al duidelijk was, verklaarde Turkije Duitsland en Japan de oorlog. Die stap was vooral diplomatiek en verzekerde het land een plaats in de Verenigde Naties.
Betekende neutraliteit dat een land helemaal veilig was?
Nee. Neutraliteit op papier bood geen garantie. Nederland, België, Noorwegen, Denemarken en Luxemburg waren neutraal en werden in 1940 alsnog door Duitsland binnengevallen. Echte veiligheid kwam voort uit een geloofwaardig leger, een moeilijk te veroveren ligging of een economisch nut dat groter was dan het militaire voordeel van een inval.










