Welke oude stad in Mesopotamie heeft de hangende tuinen?

Lieke van der Veen

Geupdate op:

Welke oude stad in Mesopotamië heeft de hangende tuinen?
Je leest dit artikel in 11 minuten

Laatst bijgewerkt: 1 februari 2026

De hangende tuinen worden traditioneel gekoppeld aan Babylon, de machtige stad in Mesopotamie die lag op de oevers van de Eufraat, zo’n 80 kilometer ten zuiden van het huidige Bagdad. Maar hier begint het verhaal al ingewikkeld te worden: steeds meer historici twijfelen of Babylon de juiste locatie is, of dat de tuinen eigenlijk in Nineve stonden, de hoofdstad van het Assyrische rijk. Dat is precies de reden waarom de hangende tuinen zo fascinerend zijn: ze zijn het enige van de zeven klassieke wereldwonderen waarvan het bestaan zelf nog altijd niet is bewezen.

Wat vaststaat: de tuinen stonden in Mesopotamie, het gebied tussen de rivieren Tigris en Eufraat. En ze behoorden al in de Oudheid tot de meest bewonderde bouwwerken ter wereld. De Griekse en Romeinse schrijvers die ze beschreven, zagen ze als een technisch wonder: terrassen vol weelderige begroeiing, hoog boven de aarde uittorenend, gevoed door een ingenieus irrigatiesysteem. Of je ze nu in Babylon of Nineve plaatst, het gaat om een van de meest intrigerende mysteries uit de geschiedenis van Mesopotamie.

Babylon: de stad die de tuinen beroemd maakte

Babylon was geen gewone stad. Opgericht rond 2300 voor Christus, groeide ze uit tot het politieke en culturele centrum van Mesopotamie. Onder koning Hammurabi (1792-1750 v.Chr.) werd ze voor het eerst een echte grootmacht, maar het absolute hoogtepunt volgde pas eeuwen later, onder Nebukadnezar II, die regeerde van 605 tot 562 voor Christus.

In die periode was Babylon naar schatting de grootste stad ter wereld, met een bevolking van meer dan 200.000 mensen. De stad was omgeven door dubbele muren, had een indrukwekkende processieweg (de Ishtarpoort met haar beroemde blauwe geglazuurde tegels), een zigurate (de tempel-piramide die model stond voor de bijbelse Toren van Babel) en talloze tempels. Nebukadnezar liet een enorm bouwprogramma uitvoeren dat zijn naam voor eeuwig aan de stad verbond.

Volgens de overlevering liet Nebukadnezar de hangende tuinen bouwen voor zijn vrouw Amytis, een Medische prinses die heimwee had naar de groene berghellingen van haar geboorteland. Babylon was een vlakke, dorre stad in een woestijnklimaat. Om haar te troosten zou hij een kunstmatig landschap hebben laten creeren: trapsgewijze terrassen met bomen, struiken en bloemen, zo weelderig dat ze eruitzagen als hangende tuinen. Romantisch als verhaal, maar voor historici zit er een groot probleem aan: Nebukadnezar II noemt de tuinen nergens in zijn eigen inscripties. En dat is vreemd, want hij schreef uitgebreid over al zijn andere bouwprojecten.

Bovendien vermeldt ook Herodotus, de Griekse geschiedschrijver die Babylon rond 450 voor Christus bezocht en er uitvoerig over schreef, de tuinen met geen woord. Dat is des te opmerkelijker omdat hij andere bouwwerken in Babylon uitgebreid beschrijft. De vroegste vermeldingen van de hangende tuinen dateren pas van de vierde en derde eeuw voor Christus, dus lang na de veronderstelde bouw.

De zeven klassieke wereldwonderen: context en ranglijst

De hangende tuinen maken deel uit van de befaamde lijst van de zeven wereldwonderen van de Oudheid, opgesteld door Hellenistische schrijvers rond de tweede eeuw voor Christus. De tuinen zijn het enige wonder waarvan het bestaan nog altijd niet archeologisch is bevestigd. Ter vergelijking: de Grote Piramide van Gizeh staat er nog altijd, en van het Mausoleum van Halikarnasos zijn de fundamenten teruggevonden.

Wereldwonder Locatie Gebouwd door Bewijs gevonden?
Grote Piramide van Gizeh Egypte Farao Cheops (~2560 v.Chr.) Ja, staat nog
Hangende tuinen van Babylon Babylon of Nineve? Nebukadnezar II of Sanherib? Nee
Tempel van Artemis in Efeze Turkije Lydiers, 6e eeuw v.Chr. Deels (fundamenten)
Standbeeld van Zeus in Olympia Griekenland Pheidias, ~430 v.Chr. Nee (vernietigd)
Mausoleum van Halikarnasos Turkije Mausolos, ~350 v.Chr. Deels (fundamenten)
Kolossus van Rhodos Griekenland Chares van Lindos, ~280 v.Chr. Nee (aardbeving)
Vuurtoren van Alexandrie Egypte Sostratus, ~280 v.Chr. Deels (fundamenten)

De lijst laat zien hoe bijzonder de hangende tuinen zijn: van alle zeven wonderen is dit het meest ongrijpbare. Misschien heeft het nooit bestaan. Misschien stond het ergens anders. Of misschien wacht het bewijs nog op ontdekking, ergens onder het stof van Irak of Syrie.

De Nineve-theorie: stond het wonder in de verkeerde stad?

In 2013 zorgde de Britse assyriologe Stephanie Dalley (Oxford) voor opschudding met haar boek The Mystery of the Hanging Garden of Babylon. Na twintig jaar onderzoek concludeerde ze dat de tuinen niet in Babylon stonden, maar in Nineve, de hoofdstad van het Assyrische rijk, zo’n 400 kilometer ten noorden van Babylon (bij het huidige Mosul in Irak).

Haar bewijs? Nieuwe vertalingen van kleitabletten uit de tijd van de Assyrische koning Sanherib (704-681 v.Chr.) beschrijven een ongeevenaarde tuin bij zijn paleis, gevoed door een geniaal irrigatiesysteem met bronzen waterhefscrews. Die screws lijken sterk op de latere uitvinding van Archimedes, maar dan een paar eeuwen eerder. Sanherib zelf noem het complex een “wonder voor alle volkeren.” Opgravingen bij Nineve hebben ook daadwerkelijk sporen gevonden van geavanceerde waterwerken: aquaducten, kanalen en hefmechanismen.

Waarom is de naam Babylon dan blijven hangen? Dalleys verklaring: Sanherib wilde zijn nieuwe hoofdstad groter en imposanter maken dan Babylon, zijn grote rivaal. Hij noemde Nineve expliciet een “nieuw Babylon.” Na zijn dood kon die vergelijking zijn doorgewerkt in de Griekse bronnen, die Nineve en Babylon door elkaar haalden, of bewust de naam “Babylon” gebruikten als aanduiding voor het hele Mesopotamische gebied. Vergelijk het met hoe westerlingen vroeger “Cathay” zeiden als ze China bedoelden: een naam die bleef plakken lang nadat de specifieke betekenis was vervaagd.

Dalleys theorie is niet onomstreden. Andere historici wijzen erop dat de Griekse en Latijnse bronnen consistent Babylon noemen, en dat een naamsverwisseling van zo’n schaal onwaarschijnlijk is. Het debat is nog altijd niet beslecht. Je kunt zeggen dat de vraag “welke stad?” eigenlijk twee antwoorden heeft: traditioneel Babylon, historisch misschien Nineve.

Veelgemaakte fouten die mensen maken over de hangende tuinen

Rondom de hangende tuinen circuleren hardnekkige misvattingen. Ze duiken op in schoolboeken, documentaires en reisgidsen. Hieronder staan de meest voorkomende fouten, met uitleg waarom ze niet kloppen of op zijn minst sterk overdreven zijn.

  • Fout 1: “De tuinen hingen echt in de lucht.” De naam “hangende tuinen” suggereert planten die letterlijk in de lucht zweven, maar dat klopt niet. Het Griekse woord kremastos betekent “uitstekend” of “overhangend”, niet “hangend” in de zin van zwevend. De tuinen waren terrasvormige platforms op oplopende niveaus, waarbij de begroeiing over de randen hing. Denk eerder aan een gestapeld amfitheater vol planten dan aan een zwevend eiland.
  • Fout 2: “Nebukadnezar bouwde de tuinen als geschenk voor zijn vrouw.” Dit romantische verhaal stamt uit laat-Griekse en Romeinse bronnen, niet uit eigentijdse documenten. Nebukadnezar zelf schrijft nergens over tuinen in zijn vele inscripties, terwijl hij alle andere bouwwerken uitgebreid beschrijft. Zijn vrouw Amytis wordt ook in geen enkele Babylonische bron bij naam genoemd als ontvangster van het geschenk.
  • Fout 3: “Herodotus heeft de tuinen beschreven.” Herodotus bezocht Babylon en schreef er uitgebreid over, maar noemt de hangende tuinen nergens. Dit is juist een van de sterkste aanwijzingen dat de tuinen ofwel niet in Babylon stonden, ofwel al verdwenen waren toen hij er was, ofwel nooit hebben bestaan.
  • Fout 4: “Archeologen hebben de tuinen gevonden in Babylon.” De Duitse archeoloog Robert Koldewey meende rond 1900 de fundamenten van de tuinen te hebben gevonden: een serie gewelfde kelders met een ongebruikelijk stevig metselwerk. Latere onderzoekers zijn er echter bijna unaniem van overtuigd dat het om een magazijn of opslagruimte ging, niet om de fundering van een tuin-complex. Er zijn in Babylon tot op heden geen overtuigende resten gevonden die passen bij de beschrijvingen van de tuinen.
  • Fout 5: “De tuinen werden bevochtigd via eenvoudige waterputten.” Alle antieke beschrijvingen zijn het erover eens dat het irrigatiesysteem buitengewoon geavanceerd was. Diodorus Siculus, schrijvend in de eerste eeuw voor Christus, beschrijft machines die continu water omhoog pompten. Straboon noemt schroefvormige hefmechanismen. Als de tuinen echt bestonden, ging het om een ingenieur-meesterstuk dat pas eeuwen later in Europa werd nagebouwd.
  • Fout 6: “De tuinen zijn vernietigd door een brand of verovering.” Er is geen enkele bron die beschrijft hoe of wanneer de tuinen zijn verdwenen. Ze worden op een gegeven moment gewoon niet meer vermeld. Sommige historici denken dat ze langzaam zijn verwaarloosd na de val van Babylon (in 539 v.Chr. veroverd door Cyrus de Grote), anderen dat ze door overstromingen van de Eufraat zijn weggespoeld. Maar bewijs voor een dramatisch einde ontbreekt volledig.
  • Fout 7: “De hangende tuinen lagen in wat nu Syrie is.” Babylon lag in wat nu het centrale Irak is, nabij de moderne stad Hilla. Nineve, de rivaliserende kandidaat-locatie, lag bij het huidige Mosul in het noorden van Irak. Beide steden liggen in Irak, niet in Syrie.

Deze lijst laat zien hoe sterk de mythe rondom de tuinen leeft. De combinatie van romantische verhalen, onvolledige bronnen en het ontbreken van archeologisch bewijs heeft een vruchtbare bodem gecreeerd voor misverstanden die generaties lang worden doorgegeven.

Hoe zagen de hangende tuinen er volgens de bronnen uit?

Hoewel er geen eigentijdse Babylonische beschrijvingen zijn, geven Griekse en Romeinse schrijvers wel een consistent beeld. De drie meest geciteerde bronnen zijn Berossus (Babylonische priester, 3e eeuw v.Chr.), Diodorus Siculus (1e eeuw v.Chr.) en Straboon (1e eeuw v.Chr.).

Uit hun beschrijvingen rijst dit beeld op: de tuinen bestonden uit een reeks terrassen op oplopende platforms, gesteund door gewelfde bogen en baksteenpijlers. Het geheel was zo’n anderhalve hectare groot en reikte tot een hoogte van 23 meter (Diodorus) of zelfs hoger. Op elk platform lagen dikke lagen grond om grote bomen te laten groeien. De begroeiing was gevarieerd: bomen, struiken, bloemen en misschien ook wijnranken, en ze was zo dicht dat de platforms van een afstand leken op een groene berg.

Het meest indrukwekkende element was het watervoorzieningssysteem. De Eufraat of Tigris lag op afstand, en het water moest omhoog worden gepompt. De beschrijvingen spreken van een onafgebroken keten van mensen die bakken met water doorgaven (kettingmethode), of van een schroefvormig mechanisme dat water omhooghevelde. Dat laatste klinkt als een voorloper van de Archimedische schroef, een vindingrijke oplossing die pas eeuwen later in het Middellandse Zeegebied als “uitvinding” werd opgetekend.

Of dit alles in Babylon of Nineve stond: de technische beschrijvingen passen beter bij wat we weten van Assyrische bouwkunde dan bij de Babylonische traditie. De Assyriers waren bekend om hun grootschalige waterwerken. Sanherib liet een aquaduct bouwen van meer dan 50 kilometer lang om zijn tuinen in Nineve van water te voorzien, en dat aquaduct is teruggevonden bij Jerwan. Dat is het soort concreet bewijs dat voor Babylon volledig ontbreekt.

Babylon na de hangende tuinen: verval en ontdekking

In 539 voor Christus veroverde Cyrus de Grote Babylon vrijwel zonder slag of stoot. De stad bleef aanvankelijk een belangrijk centrum: Alexander de Grote maakte er zijn hoofdstad van en stierf er in 323 voor Christus. Maar daarna begon het verval. Onder de Seleucidische en later Partische heersers verloor Babylon zijn politieke betekenis. Rond het begin van de christelijke jaartelling was de stad goeddeels verlaten.

De ruines bleven begraven onder het zand van de Iraakse woestijn. Serieus archeologisch onderzoek begon pas laat: tussen 1899 en 1917 leidde de Duitse archeoloog Robert Koldewey de eerste grote opgravingen. Hij legde de Ishtarpoort bloot, de processieweg en de fundamenten van het paleis van Nebukadnezar. Maar de hangende tuinen? Hij dacht ze te hebben gevonden in een serie gewelfde kelders, maar die interpretatie is door latere onderzoekers verworpen.

Babylon staat tegenwoordig op de UNESCO-werelderfgoedlijst. De site is beschadigd, zowel door Saddams bouwactiviteiten in de jaren 80 (hij liet nieuwe bakstenen muren optrekken op de oude fundamenten, met zijn naam erin gebakken) als door het gebruik van het terrein als militaire basis tijdens de Iraakse oorlog na 2003. Maar ondanks die schade wordt er nog altijd gegraven, en historici hopen dat nieuwe technologieen als grondradar meer licht kunnen werpen op wat er onder de grond verborgen ligt.

Dat de hangende tuinen van Babylon zo’n krachtig symbool zijn geworden, heeft ook te maken met wat de stad representeert in de culturele verbeelding. Babylon speelt een grote rol in de Bijbel (de Babylonische ballingschap, de Toren van Babel) en werd in het Westen lang gezien als het toonbeeld van weelde en zonde. Die reputatie kleurde ook de verhalen over de tuinen: ze moesten wel ongelooflijk mooi zijn geweest als ze hoorden bij zo’n legendarische stad. Vergelijk dat met hoe verhalen over de Sfinx in Egypte door de eeuwen heen zijn opgeblazen en omgeven door mythen.

Drie varianten van het mysterie: bestond het, en zo ja, waar?

Het debat over de hangende tuinen kent eigenlijk drie duidelijke posities, elk met hun eigen argumenten. Het is nuttig die apart te bekijken.

Variant 1: De tuinen bestonden en stonden in Babylon. Dit is de traditionele opvatting. Aanhangers wijzen op de consistentie van de Griekse en Latijnse bronnen: meerdere onafhankelijke schrijvers noemen Babylon als locatie. Ze wijzen ook op de technische haalbaarheid: met voldoende middelen en werkkrachten was een dergelijk project in de zesde eeuw voor Christus zeker mogelijk. Het ontbreken van Babylonische teksten verklaren ze met de stelling dat niet alles is overgeleverd, en dat het ontbreken van bewijs geen bewijs van afwezigheid is.

Variant 2: De tuinen bestonden maar stonden in Nineve. Dit is Dalleys theorie. Ze wijst op de rijke textgetuigenis rond Sanherib, de aangetroffen waterwerken bij Nineve, en de culturele verwarring rond de namen “Babylon” en “Nineve.” Aanhangers noemen ook het praktische argument: Nineve lag dichter bij bergwater (via de rivieren die van het Kurdische berggebied afdaalden), wat irrigatie op zo’n schaal gemakkelijker maakte dan in het vlakke, droge Babylon.

Variant 3: De tuinen hebben nooit bestaan. Een derde groep historici denkt dat de hangende tuinen puur mythisch zijn: een literair motief dat circuleerde in de Hellenistische wereld, misschien gebaseerd op echte tuinen ergens in Mesopotamie maar in de loop van eeuwen uitgegroeid tot iets legendarisch. Het ontbreken van enig archeologisch bewijs na meer dan een eeuw intensief graven, plus het zwijgen van eigentijdse bronnen, maakt deze theorie voor sommigen de meest plausibele.

Al deze drie varianten hebben hun aanhangers onder serieuze historici. Dat is juist wat de hangende tuinen zo fascinerend maakt: het is geen gesloten dossier. Vergelijkbaar met de manier waarop historici nog altijd discussieren over de exacte locatie van het bijbelse Troje, of over de oorsprong van mythologische verhalen die gebaseerd lijken op echte gebeurtenissen.

Mesopotamie als bakermat van beschaving: de bredere context

Om de hangende tuinen te begrijpen, helpt het om Mesopotamie in perspectief te plaatsen. Het gebied tussen de Tigris en de Eufraat (het huidige Irak en delen van Syrie en Turkije) was de plek waar de mensheid voor het eerst steden bouwde, wetten schreef en een schrift ontwikkelde. De hierogliefen in Egypte zijn beroemder, maar het spijkerschrift van Mesopotamie is ouder.

Babylon en Nineve waren de twee grootmachten van dit gebied, en ze waren vijanden. Babylon was de hoofdstad van het Babylonische rijk, Nineve van het Assyrische. In 612 voor Christus veroverden de Babyloniers samen met de Meden Nineve en verwoestten de stad volledig. Een paar decennia later, in 539 v.Chr., sloeg het lot terug: Babylon werd op zijn beurt veroverd, door de Perzische koning Cyrus de Grote. Als je de hangende tuinen in dit politieke kader plaatst, is het bijna ironisch: het meest beroemde bouwwerk uit Babylon (of Nineve) is het enige dat we niet kunnen bewijzen.

De rijkdom en macht van deze steden maakten indrukwekkende bouwprojecten mogelijk. Nebukadnezar II herbouwde Babylon op een schaal die zelfs naar moderne maatstaven indrukwekkend is: de stadsmuren hadden een omtrek van zo’n 18 kilometer, de Ishtarpoort (nu deels gereconstrueerd in het Pergamonmuseum in Berlijn) was bedekt met blauwe geglazuurde tegels en reliefs van stieren en draken. Dat zo’n koning ook spectaculaire tuinen zou hebben aangelegd, is bepaald niet ondenkbaar. Maar of hij het echt deed, blijft de vraag. De tuinen van Babylon zijn daarmee niet alleen een wonder uit de Oudheid, maar ook een spiegel van hoe wij omgaan met het verleden: vullend in wat ontbreekt met verhalen die we graag willen geloven.

Wie meer wil weten over andere grote figuren uit de antieke wereld, kan lezen over Julius Caesars rol in de Romeinse geschiedenis of over koning Midas, een andere legendarische heerser wiens verhaal de grens tussen mythe en werkelijkheid bewandelt.

Veelgestelde vragen

In welke stad stonden de hangende tuinen van Babylon?

Traditioneel worden de hangende tuinen gekoppeld aan de stad Babylon, gelegen in het huidige Irak nabij de moderne stad Hilla, zo’n 80 kilometer ten zuiden van Bagdad. Maar Brits onderzoeker Stephanie Dalley betoogt op basis van nieuwe tekstanalyses dat de tuinen eigenlijk in Nineve stonden, de hoofdstad van het Assyrische rijk bij het huidige Mosul. Het debat is nog altijd niet beslecht, en beide steden liggen in Mesopotamie, het huidige Irak.

Zijn de hangende tuinen ooit teruggevonden door archeologen?

Nee. De hangende tuinen zijn het enige van de zeven klassieke wereldwonderen waarvan tot op heden geen overtuigend archeologisch bewijs is gevonden. De Duitse archeoloog Robert Koldewey dacht rond 1900 de fundamenten te hebben gevonden in Babylon, maar latere onderzoekers concludeerden dat het om een magazijn ging. Bij Nineve zijn geavanceerde waterwerken gevonden, maar geen tuinstructuren die direct aansluiten bij de beschrijvingen.

Waarom bouwen Nebukadnezar II de hangende tuinen voor zijn vrouw?

Volgens de legende, overgeleverd via laat-Griekse en Romeinse bronnen, bouwde Nebukadnezar de tuinen voor zijn vrouw Amytis, een Medische prinses die heimwee had naar het groene berglandschap van haar thuisland. Babylon was vlak en droog, dus hij zou een kunstmatig berglandschap hebben laten aanleggen. Dit verhaal is echter niet terug te vinden in eigentijdse Babylonische teksten. Nebukadnezar noemt de tuinen nergens in zijn eigen inscripties, wat historici erg bevreemd.

Wie heeft de hangende tuinen als eerste beschreven?

De vroegste beschrijvingen komen van Griekse en Romeinse schrijvers, niet van Babylonische tijdgenoten. De Babylonische priester Berossus (3e eeuw v.Chr.) is een van de oudste bronnen, gevolgd door Diodorus Siculus en Straboon (beiden 1e eeuw v.Chr.). Opvallend is dat Herodotus, die Babylon bezocht rond 450 voor Christus, de tuinen nergens vermeldt, ondanks zijn uitgebreide beschrijving van de stad. De eerste vermeldingen dateren dus pas van minstens twee eeuwen na de veronderstelde bouw.

Wat was zo bijzonder aan het irrigatiesysteem van de hangende tuinen?

Alle antieke bronnen zijn het erover eens dat het watervoorzieningssysteem buitengewoon vernuftig was. Beschrijvingen spreken van een continu systeem dat water omhooghevelde naar de bovenste terrassen. Straboon noemt schroefvormige hefmechanismen, die sterk lijken op de later uitgevonden Archimedische schroef. Als dit klopt, was het systeem zijn tijd ver vooruit. Bij Nineve zijn ook daadwerkelijk sporen gevonden van uitgebreide waterwerken, waaronder een aquaduct van meer dan 50 kilometer lang.

Wat is de betekenis van de hangende tuinen voor de moderne wereld?

De hangende tuinen symboliseren de ambitie en technische vindingrijkheid van de oude Mesopotamische beschavingen. Ze laten zien dat mensen tweeduizend jaar voor Christus al complexe ingenieursprojecten konden realiseren. Daarnaast zijn ze een herinnering aan hoe fragiel historische kennis is: zelfs van een van de grootste wonderen uit de Oudheid weten we niet zeker of het bestond, waar het stond en wie het bouwde. Ze illustreren ook hoe politiek, mythevorming en culturele vergelijking historische feiten kunnen vertroebelen, een les die relevant blijft bij het bestuderen van elke oude beschaving.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie