Het Duitse leger gebruikte in de Tweede Wereldoorlog honderden verschillende vliegtuigtypen, van razendsnelle jagers tot zware bommenwerpers en verkenners. De ruggengraat van de Luftwaffe bestond uit toestellen als de Messerschmitt Bf 109, de Focke-Wulf Fw 190, de Junkers Ju 88 en de Heinkel He 111. Van sommige types werden tienduizenden exemplaren gebouwd. Hieronder vind je een volledig overzicht van de belangrijkste vliegtuigen, per categorie.
De Luftwaffe: organisatie en omvang
De Luftwaffe was de luchtmacht van nazi-Duitsland en groeide in de jaren dertig snel uit tot een van de modernste luchtmachten ter wereld. Bij het uitbreken van de oorlog in september 1939 beschikte de Luftwaffe over meer dan 4.000 inzetbare vliegtuigen. Dat waren jagers, bommenwerpers, duikbommenwerpers, verkenners en transporttoestellen.
De leiding berustte bij Rijksminister Hermann Göring, die verantwoording aflegde aan Adolf Hitler. De organisatie was verdeeld in Luftflotten (luchtvloten), die elk een bepaald geografisch gebied en een eigen taak hadden. Luftflotte 2 opereerde bijvoorbeeld boven Centraal-Europa en later Noord-Afrika, terwijl Luftflotte 5 vanuit Noorwegen opereerde.
In de loop van de oorlog produceerde de Duitse industrie bijna 120.000 vliegtuigen van alle types samen. Dat klinkt indrukwekkend, maar de geallieerden produceerden in dezelfde periode een veelvoud daarvan. De VS alleen al bouwden meer dan 300.000 toestellen. De Duitsers verloren daardoor uiteindelijk de luchtoorlog, ook al beschikten ze over technisch uitstekende vliegtuigen zoals de eerste operationele straaljager ter wereld.
Hieronder lees je per categorie welke vliegtuigen de Luftwaffe gebruikte, wat ze konden en welke rol ze speelden in bekende veldslagen.
Overzicht van de belangrijkste Luftwaffe-vliegtuigen per type
De tabel hieronder geeft een overzicht van de meest gebruikte of historisch belangrijkste vliegtuigen van de Luftwaffe, met productieaantallen, type en rol.
| Vliegtuig | Type | Productieaantal | Maximumsnelheid | Rol | Actief |
|---|---|---|---|---|---|
| Messerschmitt Bf 109 | Jager | ca. 34.250 | 660 km/u (G-6) | Luchtoverwicht, escorte | 1937-1945 |
| Focke-Wulf Fw 190 | Jager/slagvliegtuig | ca. 20.000 | 656 km/u (A-8) | Luchtoverwicht, grondaanval | 1941-1945 |
| Junkers Ju 88 | Veelzijdig bommenwerper | ca. 15.000 | 517 km/u (A-4) | Bommenwerper, verkenner, nachtjager | 1939-1945 |
| Heinkel He 111 | Middelzware bommenwerper | ca. 6.500 | 440 km/u (H-6) | Strategisch bombardement | 1936-1945 |
| Junkers Ju 87 (Stuka) | Duikbommenwerper | ca. 6.000 | 390 km/u (B-2) | Precisieaanval op grondtroepen | 1936-1945 |
| Messerschmitt Bf 110 | Zwaar jachtvliegtuig | ca. 6.200 | 561 km/u (G-4) | Escorte, nachtjager | 1939-1945 |
| Junkers Ju 52 | Transportvliegtuig | ca. 4.800 | 285 km/u | Troepen- en goederentransport | 1931-1945 |
| Dornier Do 17 | Bommenwerper | ca. 2.100 | 410 km/u (Z-2) | Bombardement, verkenning | 1937-1942 |
| Messerschmitt Me 262 | Straaljager | ca. 1.400 | 900 km/u | Onderschepping, verkenning | 1944-1945 |
| Focke-Wulf Fw 200 Condor | Maritiem verkenner | ca. 276 | 360 km/u | Konvooiaanvallen Atlantische Oceaan | 1940-1944 |
Jagers: de Bf 109 en Fw 190
De Messerschmitt Bf 109 is het meest geproduceerde gevechtsvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog, met circa 34.250 exemplaren. Het toestel werd al in 1935 ontworpen door Willy Messerschmitt en vloog voor het eerst in 1935. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) deed de Bf 109 al gevechtservaring op met het Legioen Condor. In de vroege oorlogsjaren was het een van de beste jagers ter wereld.
De Bf 109 had een sterke klimsnelheid en goede hoogteprestaties, maar ook nadelen. De korte actieradius was een groot probleem tijdens de Slag om Engeland in 1940: boven Londen hadden piloten soms maar tien minuten brandstof voor gevecht. De smalle onderstelpoten maakten het toestel ook lastig bij landen op ruwe landingsbanen. Toch vlogen de beste azen van de Luftwaffe, zoals Erich Hartmann (352 bevestigde overwinningen), vrijwel uitsluitend in de Bf 109.
De Focke-Wulf Fw 190 verscheen in 1941 en verraste de Britten volledig. Het was sneller, beter bewapend en wendbaarder op lage hoogte dan de toenmalige Spitfire Mk. V. De Fw 190 werd gebruikt als jager, maar ook steeds vaker als slagvliegtuig voor aanvallen op grondtroepen en schepen. Later in de oorlog verscheen de Fw 190 D-9, de zogenaamde “Dora”, met een langere neus en betere hoogteprestaties.
Voor mensen die meer willen weten over andere aspecten van de Tweede Wereldoorlog: Anne Frank was een van de bekendste slachtoffers van het naziregime en haar verhaal werpt licht op de bezetting die mede mogelijk was door de militaire macht van nazi-Duitsland.
Bommenwerpers: Junkers Ju 88 en Heinkel He 111
De Junkers Ju 88 was het meest veelzijdige vliegtuig van de Luftwaffe. Het werd ontworpen als snel bommenwerper maar groeide uit tot een platform dat in tientallen varianten werd ingezet: als bommenwerper, duikbommenwerper, torpedovliegtuig, nachtjager, verkenner en zelfs als bestuurloos vliegend bom (de Mistel-configuratie, waarbij een onbemande Ju 88 vol springstof werd bestuurd door een Fw 190 bovenop het toestel). Circa 15.000 exemplaren werden gebouwd, wat de Ju 88 na de Bf 109 en Fw 190 het meest geproduceerde vliegtuig van de Luftwaffe maakt.
De Heinkel He 111 was al in 1935 ontworpen en vloog aanvankelijk als burgervliegtuig voor Lufthansa, als vermomming voor de herbewapening die destijds nog verboden was. Als bommenwerper was de He 111 aan het begin van de oorlog adequaat, maar al tijdens de Slag om Engeland bleek dat hij te traag en te licht bewapend was om goed te overleven zonder jagerescorte. De karakteristieke glazen neus maakte het vliegtuig herkenbaar. Ruim 6.500 He 111’s werden gebouwd.
De Dornier Do 17, ook wel de “vliegende potlood” genoemd vanwege zijn smalle romp, was een vroege bommenwerper die in de eerste oorlogsjaren werd ingezet maar al snel verouderd was. Een Do 17 stond centraal in een van de meest dramatische luchtgevechten boven Nederland in mei 1940.
De Junkers Ju 87 Stuka: duikbommenwerper als wapen van terreur
De Stuka (afkorting van Sturzkampfflugzeug, duikbommenwerper) is misschien wel het meest iconische Duitse vliegtuig van de hele oorlog. Het toestel was uitgerust met sirenes, de zogenaamde “Jericho-trompetten”, die een angstaanjagend geluid produceerden tijdens de duikvlucht. Dat geloei was bedoeld om vijandelijke troepen te demoraliseren. Het werkte: bij de invasie van Polen in 1939 en de veldtocht in West-Europa in 1940 zaaide de Stuka paniek onder zowel soldaten als vluchtelingen op de wegen.
De Ju 87 was uitzonderlijk nauwkeurig voor zijn tijd. Een ervaren piloot kon een bom afwerpen met een afwijking van minder dan 30 meter, vergeleken met honderden meters bij conventioneel horizontaal bombardement. Dat maakte de Stuka onmisbaar bij de Blitzkrieg, waarbij beweeglijke grondtroepen snelle luchtsteun nodig hadden.
Maar de Stuka had een fatale zwakte: hij was traag en matig gemanoeuvreerbaar. Zodra hij gevechtsvliegtuigen van de tegenstander tegenkwam zonder eigen jagerescorte, was hij kwetsbaar. Tijdens de Slag om Engeland leed de Ju 87 zulke zware verliezen dat hij uit die strijd moest worden teruggetrokken. In Oost-Europa en Noord-Afrika bleef hij in gebruik, maar later in de oorlog nam de slagvliegtuigvariant van de Fw 190 zijn rol grotendeels over.
De bekendste Stuka-piloot was Hans-Ulrich Rudel, die meer dan 2.500 gevechtssorties vloog, 519 Sovjettanks vernietigde en daarvoor de hoogste militaire onderscheiding van nazi-Duitsland ontving. Hij overleefde de oorlog, zij het met een geamputeerd been.
Speciale categorieen: verkenners, transportvliegtuigen en nachtjagers
De Junkers Ju 52 was het paard van Troje van de Luftwaffe. Dit drievleugelig transportvliegtuig, door soldaten liefkozend “Tante Ju” of “IJzeren Anna” genoemd, werd gebruikt voor parachutistentransporten, bevoorradingsvluchten en het evacueren van gewonden. In mei 1940 voerden Ju 52’s de massale luchtlandingoperaties uit boven Nederland, waarbij para’s op vliegveld Waalhaven en de bruggen bij Dordrecht en Moerdijk werden afgezet. In 1941 vond de grootste luchtlandingsoperatie uit de Tweede Wereldoorlog plaats op Kreta (Operatie Merkur), waarbij honderden Ju 52’s werden ingezet maar ook zware verliezen leden.
Verkenning was een aparte en cruciale taak. De Focke-Wulf Fw 189 “Uil” was een opmerkelijk tweestaarts verkenningstoestel dat boven het Oostfront actief was. De Arado Ar 234, de eerste straalverkenner ter wereld, verscheen pas laat in de oorlog (1944) maar kon vrijwel ongehinderd opereren omdat geen enkel geallieerd jachtvliegtuig hem bij kon houden.
Nachtjagers werden steeds belangrijker naarmate de geallieerden hun bombardementsoffensief uitbreiden naar de nachten. De Bf 110 begon zijn loopbaan als zwaar jachtvliegtuig, maar bleek in daggevechten te langzaam. Als nachtjager, uitgerust met radarsystemen zoals de Lichtenstein-radar, was hij aanzienlijk succesvoller. De Heinkel He 219 “Uil” was speciaal ontworpen als nachtjager en werd beschouwd als de beste van zijn soort, maar er werden slechts 294 exemplaren gebouwd. De Junkers Ju 88 G-variant werd de meest gebruikte nachtjager van de Luftwaffe.
De Me 262 en andere geavanceerde laat-oorlogse vliegtuigen
De Messerschmitt Me 262 was het eerste operationele straaljager ter wereld. Met een maximumsnelheid van circa 900 km/u was het 150 km/u sneller dan welk geallieerd jachtvliegtuig ook. De Me 262 vloog voor het eerst in 1942 op straalvermogen, maar door technische problemen, brandstoftekorten en persoonlijke inmenging van Hitler duurde het tot eind 1944 voordat hij echt operationeel werd.
Hitler wilde de Me 262 aanvankelijk gebruiken als “Blitzbomber” voor aanvallen op de geallieerde landingstroepen in Normandie. Dat was een kostbare vergissing: het toestel was als jager ontworpen en had als bommenwerper maar een fractie van zijn potentieel. Toen hij eindelijk als jager ingezet werd, boekte hij indrukwekkende resultaten, maar de aantallen waren te gering om het tij te keren. Circa 1.400 exemplaren werden gebouwd, maar slechts een paar honderd waren tegelijk operationeel.
De Heinkel He 162 “Volksjager” was een ander straaljacht dat in de slotfase verscheen, ontworpen voor snelle massaproductie met goedkope materialen. De Bachem Ba 349 Natter was een verticaal opstartende raketaangedreven onderschepper, bedoeld voor eenmalig gebruik. De Dornier Do 335 “Pfeil” had twee motoren: een trekker voor en een duwer achter, wat hem extreem snel maakte. Al deze toestellen kwamen te laat en in te kleine aantallen.
De geallieerden in de Tweede Wereldoorlog reageerden op de dreiging van de Me 262 door zijn vliegvelden te bombarderen en de toestellen tijdens het landen of opstijgen te onderscheppen, de enige momenten waarop ze kwetsbaar waren.
Maritieme vliegtuigen en lange-afstandsoperaties
De Focke-Wulf Fw 200 Condor was oorspronkelijk een burgerlijk passagiersvliegtuig maar werd omgebouwd tot maritiem patrouilletoestel. De Condor vloog vanuit Noorwegen en Frankrijk over de Atlantische Oceaan en speelde een cruciale rol in de Slag om de Atlantische Oceaan. Het toestel ontdekte Britse konvooien en leidde U-boten ernaartoe, of viel de schepen zelf aan. De Britten noemden de Condor “de gesel van de Atlantische Oceaan”. Naarmate de Britse vlootluchtverdediging verbeterde, nam de rol van de Condor af.
De Heinkel He 115 was een tweedekstoestel dat werd ingezet als torpedovliegtuig en minenvlegger boven de Noordzee en de Baltische Zee. De Blohm und Voss BV 222 “Wiking” was het grootste watervliegtuig van de Tweede Wereldoorlog, met een vleugelspanwijdte van 46 meter. Slechts 13 exemplaren werden gebouwd, maar ze werden ingezet voor transporten over grote afstanden naar Noord-Afrika en het Noordpoolgebied.
- Fw 200 Condor: maritiem patrouillevliegtuig voor de Atlantische Oceaan, actieradius ca. 3.600 km
- He 115: tweemotorig watervliegtuig, torpedovliegtuig en minenvlegger
- BV 138: driemotorig vliegboot voor langdurige verkenning over zee
- BV 222 Wiking: zwaarste watervliegtuig van de Luftwaffe, 13 gebouwd
- Ar 196: drijvervliegtuig ingezet vanaf slagschepen zoals de Bismarck
- He 59: ouder tweedeksvliegtuig voor kustverkenning en zeeredding
Wie zich verder wil verdiepen in de bredere context van de Tweede Wereldoorlog: de Marshallhulp na de oorlog beschrijft hoe Europa werd wederopgebouwd nadat de verwoestende luchtoorlog had plaatsgevonden. En voor de aanloop naar het conflict: de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog legt de bredere historische lijnen bloot.
Veelgestelde vragen
Welk Duits vliegtuig werd het meest gebouwd in de Tweede Wereldoorlog?
De Messerschmitt Bf 109 is het meest geproduceerde gevechtsvliegtuig ooit gebouwd, met circa 34.250 exemplaren. Dat is meer dan welk ander vliegtuig dan ook in de oorlog, inclusief de geallieerde toestellen. De productie liep door tot het einde van de oorlog in mei 1945, en zelfs daarna werden in Tsjecho-Slowakije nog versies gebouwd (de Avia S-199) die door Israël werden gebruikt in de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948.
Wat maakte de Stuka zo gevreesd en waarom werd hij later minder gebruikt?
De Junkers Ju 87 Stuka was gevreesd door zijn sirenes en uitzonderlijke bombenauwkeurigheid bij duikaanvallen. In de vroege Blitzkrieg-fase, waarbij Duitsland de luchtovermacht had, zaaide hij paniek onder troepen en burgers. Later in de oorlog, toen de geallieerden meer en betere jachtvliegtuigen inzetten, bleek de trage Stuka te kwetsbaar zonder eigen jagerescorte. Zijn rol werd overgenomen door de snellere en beter bewapende Fw 190 in de aanvalsversie.
Was de Me 262 echt de eerste straaljager ter wereld?
De Messerschmitt Me 262 was de eerste straaljager ter wereld die operationeel werd ingezet in gevechtsomstandigheden. Hij vloog voor het eerst op straalvermogen in 1942 maar bereikte pas eind 1944 operationele status. Groot-Brittannië had met de Gloster Meteor eveneens een straaljager, maar de Meteor vloog nooit gevechtssorties boven bezet Europa. De Me 262 behaalde meer dan 500 bevestigde luchtoverwinningen, maar zijn aantallen waren nooit voldoende om het verloop van de oorlog te veranderen.
Hoeveel vliegtuigen produceerde Duitsland in totaal tijdens de oorlog?
Duitsland produceerde tijdens de Tweede Wereldoorlog naar schatting 115.000 tot 120.000 vliegtuigen van alle types bij elkaar. De productie piekte in 1944 onder minister Albert Speer, die de wapenindustrie drastisch reorganiseerde. Toch produceerden de VS in dezelfde periode meer dan 300.000 toestellen, en de Sovjet-Unie meer dan 140.000. De productieverschillen waren een van de doorslaggevende factoren voor de geallieerde overwinning.
Welke rol speelde het vliegtuig bij de bezetting van Nederland in 1940?
Vliegtuigen speelden een cruciale rol in de aanval op Nederland in mei 1940. Junkers Ju 52 transporttoestellen brachten duizenden valschermspringers over die vliegveld Waalhaven bij Rotterdam veroverden en bruggen bij Dordrecht en Moerdijk bezetten. Stukas bombardeerden militaire posities. En op 14 mei 1940 bombardeerden Heinkel He 111’s het centrum van Rotterdam, waarbij meer dan 800 mensen omkwamen en grote delen van de binnenstad werden verwoest. Dat bombardement dwong Nederland tot capitulatie.
Waarom verloor Duitsland de luchtoorlog ondanks goede vliegtuigen?
Duitsland verloor de luchtoorlog om meerdere redenen tegelijk. De geallieerde vliegtuigproductie overtrof de Duitse ruimschoots, waardoor verliezen sneller werden aangevuld. Duitsland kampte met ernstige brandstoftekorten na geallieerde bombardementen op synthetische oliefabrieken, waardoor piloten nauwelijks konden trainen en vliegtuigen op de grond bleven staan. Ervaren piloten werden voortdurend ingezet totdat ze sneuvelden of gewond raakten, terwijl de VS en Groot-Brittannië piloten na een aantal sorties naar instructietaken stuurden. Tot slot kwamen de meest geavanceerde toestellen zoals de Me 262 te laat en in te kleine aantallen.










