Jean-Paul Sartre is de bekendste filosoof van het existentialisme. De Franse denker, geboren in 1905 en gestorven in 1980, formuleerde de grondgedachte die het existentialisme definieert: existentie gaat vooraf aan essentie. Je bent niet geboren met een vaststaand doel of karakter. Je maakt jezelf, door de keuzes die je elke dag neemt.
Sartre is niet de enige existentialist, maar hij is wel degene die de stroming zijn naam gaf en haar filosofisch fundament legde. Zijn werk beïnvloedde de twintigste-eeuwse cultuur op een manier die weinig andere filosofen hem nadeden. Van literatuur en theater tot politiek en psychologie: zijn vingerafdruk is overal terug te vinden.
Het leven van Sartre: van Parijs tot Stockholm
Jean-Paul Sartre werd op 21 juni 1905 in Parijs geboren. Zijn vader, een marineofficier, stierf toen Sartre nog geen twee jaar oud was. Hij groeide op bij zijn moeder en grootvader, Albert Schweitzer (een neef van de beroemde arts-musicus met dezelfde naam). Die grootvader bracht hem de liefde voor taal en boeken bij. Als kind las Sartre zich door de bibliotheek heen en besloot op jonge leeftijd dat hij schrijver zou worden.
Hij studeerde filosofie aan de École Normale Supérieure in Parijs, een van de meest prestigieuze onderwijsinstellingen van Frankrijk. Daar ontmoette hij Simone de Beauvoir, die zijn levenspartner en intellectuele gelijke zou worden. Ze deelden een ongewone relatie: geen huwelijk, geen samenwonen, maar een levenslange intellectuele en persoonlijke band met ruimte voor andere relaties aan beide kanten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Sartre door de Duitsers gevangen genomen. In het kamp las hij werken van Martin Heidegger, de Duitse filosoof wiens denken over het bestaan hem sterk beïnvloedde. Na zijn vrijlating sloot hij zich aan bij het Franse verzet. Die ervaring vormde zijn denken over vrijheid en verantwoordelijkheid: je kunt altijd kiezen, ook onder de zwaarste omstandigheden.
In 1964 weigerde Sartre de Nobelprijs voor Literatuur. Zijn motivering was principieel: hij wilde niet verbonden raken aan een instituut, en geen onderscheid maken tussen zijn schrijverschap en zijn politieke engagement. De prijs was voor hem een beperking van zijn vrijheid. Typisch Sartre.
De kerngedachte: existentie gaat vooraf aan essentie
Het hart van Sartres filosofie is de stelling dat existentie voorafgaat aan essentie. Om te begrijpen wat dat betekent, helpt een vergelijking. Als een meubelmaker een stoel maakt, heeft hij eerst een idee van wat die stoel wordt. De essentie, het plan, het doel, bestaat dus vóór het object. Bij de mens is dat anders, zegt Sartre. Er is geen Schepper die een blauwdruk voor jou had klaar liggen. Je bestaat eerst, verschijnt in de wereld, en daarna pas bepaal je wie je bent.
Dit klinkt misschien bevrijdend. Dat is het ook, maar tegelijk beangstigend. Als er geen voorgeschreven doel is, ben jij volledig verantwoordelijk voor wie je wordt. Je kunt niet zeggen: “Ik ben nu eenmaal zo.” Je bent wie je bent door wat je hebt gekozen te doen. Elke poging om die verantwoordelijkheid te ontlopen, noemt Sartre kwade trouw.
Vergelijk dit met drie situaties die Sartre zelf beschrijft. Een kelner die zijn rol zo perfect speelt dat hij lijkt te geloven dat hij niets anders kán zijn dan kelner: dat is kwade trouw. Een vrouw die op een afspraakje doet alsof ze de avances van haar metgezel niet begrijpt, omdat ze geen keuze wil maken: kwade trouw. En een soldaat die zegt dat hij orders volgde, alsof hij geen keus had: ook kwade trouw. Mensen zoeken altijd excuses om hun eigen vrijheid te ontkennen, maar Sartre duldt dat niet.
“Je bent veroordeeld tot vrijheid. Je kunt niet niet kiezen. Zelfs niets doen is een keuze. Sartre laat zien dat het menselijk bestaan geen vaste koers heeft, en juist daarin ligt zijn ongemak: we dragen onze vrijheid als een last die we nooit kunnen neerleggen.”
Zijn en Niets: het hoofdwerk van het existentialisme
In 1943 verscheen “Het Zijn en het Niet” (L’être et le néant), het filosofische hoofdwerk van Sartre. Het boek telt bijna 700 pagina’s en is een van de meest ambitieuze filosofische werken van de twintigste eeuw. Sartre bouwt er een heel systeem op over de aard van het bewustzijn, de relatie tussen mensen onderling, en de structuur van de menselijke vrijheid.
Sartre maakt een onderscheid tussen twee fundamentele zijnswijzen. Aan de ene kant het “zijn-in-zichzelf” (être-en-soi): dingen zoals een steen of een tafel. Ze zijn wat ze zijn, hebben geen bewustzijn, geen project, geen toekomst. Aan de andere kant het “zijn-voor-zichzelf” (être-pour-soi): het menselijk bewustzijn. Dat is nooit volledig wat het is. Het bewustzijn is altijd op weg, altijd bezig met zichzelf te ontwerpen. En precies dat maakt ons vrij, maar ook angstig.
Een derde categorie is het “zijn-voor-anderen” (être-pour-autrui). Dit gaat over hoe je jezelf ervaart wanneer je door een ander wordt bekeken. De beroemde scene uit dit boek is die van iemand die door een sleutelgat spionneert en plotseling voetstappen hoort. Op dat moment ervaart hij zichzelf plotseling als een object in de ogen van de ander. Schaamte is voor Sartre dan ook niet alleen een moreel gevoel, maar een fundamentele manier om de ander te ervaren.
Het existentialisme is een humanisme: Sartres publieke lezing
Op 29 oktober 1945 gaf Sartre in Parijs een lezing die later wereldberoemd zou worden. De zaal was zo vol dat mensen flauwvielen van de drukte. De tekst verscheen in 1946 als “Het existentialisme is een humanisme” en werd het meest gelezen existentialistische geschrift ooit.
In deze lezing verdedigde Sartre zijn filosofie tegen twee groepen critici. Aan de ene kant de marxisten, die het existentialisme zagen als een burgerlijke filosofie die te weinig rekening hield met sociale structuren. Aan de andere kant de christenen, die vonden dat Sartre zonder God geen grond had voor morele normen.
Sartres antwoord: juist omdat er geen God is, en dus geen voorgeschreven waarden, zijn mensen volledig verantwoordelijk voor hun keuzes. En die verantwoordelijkheid is niet beperkt tot jezelf. Als je kiest, kies je namens alle mensen. Je laat zien hoe een mens behoort te zijn. Dat maakt elke keuze moreel gewichtig.
Later in zijn leven nam Sartre overigens afstand van deze lezing. Hij vond hem te simplistisch. Maar als introductie op zijn denken blijft de tekst onverslaanbaar helder.
De belangrijkste werken van Sartre op een rij
| Jaar | Werk | Genre | Kernthema |
|---|---|---|---|
| 1938 | De Walging (La Nausée) | Roman | Zinloosheid van het bestaan, absurditeit |
| 1943 | Het Zijn en het Niet | Filosofie | Bewustzijn, vrijheid, kwade trouw |
| 1943 | De Vliegen (Les Mouches) | Toneelstuk | Vrijheid, schuld, verzet |
| 1944 | Gesloten Deuren (Huis Clos) | Toneelstuk | “L’enfer c’est les autres”: anderen als hel |
| 1946 | Het existentialisme is een humanisme | Lezing/essay | Verdediging van het existentialisme |
| 1960 | Kritiek van de dialectische rede | Filosofie | Marxisme en existentialisme verbonden |
| 1964 | De Woorden (Les Mots) | Autobiografie | Kinderjaren, taal, schrijverschap |
Naast dit filosofische werk was Sartre ook actief als journalist, politiek activist en medeoprichter van het tijdschrift “Les Temps Modernes”, dat hij in 1945 samen met De Beauvoir en anderen oprichtte. Via dat tijdschrift mengde hij zich in alle grote debatten van zijn tijd: de dekolonisatie van Algerije, de Vietnamoorlog, de studentenrevolutie van 1968.
Andere existentialisten: Sartre in context
Sartre is de bekendste existentialist, maar zeker niet de enige. De stroming heeft wortels bij negentiende-eeuwse denkers en kende in de twintigste eeuw meerdere grote vertegenwoordigers. Het is nuttig om Sartre te plaatsen naast zijn voorgangers en tijdgenoten.
Søren Kierkegaard (1813-1855) wordt gezien als de vader van het existentialisme, al gebruikte hij die term zelf niet. De Deense denker stelde de individuele keuze centraal, met name de keuze voor of tegen het geloof. Friedrich Nietzsche (1844-1900) introduceerde de gedachte dat God dood is en dat de mens zijn eigen waarden moet scheppen. Martin Heidegger (1889-1976) analyseerde het menselijk bestaan als een “zijn-in-de-wereld” en introduceerde begrippen als authenticiteit en het-naar-de-dood-zijn.
Sartre bouwde voort op Heidegger, maar koos een atheïstische richting. Hij schrapte de religieuze of mystieke dimensie die bij Kierkegaard en deels bij Heidegger aanwezig was. Albert Camus wordt vaak in één adem met Sartre genoemd, maar Camus beschouwde zichzelf niet als existentialist. Hij sprak liever van het absurdisme: het besef dat het menselijk verlangen naar betekenis botst op een zwijgende, zinloze wereld. Sartre en Camus waren aanvankelijk vrienden, maar kwamen in de jaren vijftig lijnrecht tegenover elkaar te staan over politieke kwesties, met name rond het communisme.
Simone de Beauvoir werkte Sartres ideeën verder uit in de richting van feminisme en ethiek. In “De Tweede Sekse” (1949) paste ze het existentialistische denken toe op de positie van de vrouw: ook vrouwen zijn niet geboren met een vaste essentie, maar worden tot vrouw gemaakt door sociale en culturele structuren. Haar bijdrage aan het existentialisme is minstens zo groot als die van Sartre, al heeft ze lange tijd minder erkenning gekregen.
Existentialisme in de praktijk: wat kun je er vandaag mee?
Sartres filosofie is geen museumstuk. Zijn kernideeën duiken op in therapievormen als de existentiële psychotherapie van Irvin Yalom, in leiderschapstheorieën, en in alledaagse gesprekken over zingeving en keuze. Hieronder drie concrete toepassingen van zijn denken.
- Authenticiteit bij carrièrekeuzes: Sartre zou zeggen dat je jezelf bedriegt als je een baan aanhoudt alleen omdat anderen dat van je verwachten. Je bent niet verplicht om de rol te spelen die anderen voor je hebben bedacht. Elke dag opnieuw kies je wie je bent.
- Verantwoordelijkheid bij conflicten: Kwade trouw in relaties betekent dat je de schuld steeds bij de ander legt, of zegt dat je “nu eenmaal zo bent”. Sartre daagt je uit om te erkennen dat je keuzes maakt, ook als je dat niet beseft.
- Angst als kompas: Existentiële angst (angoisse) is voor Sartre geen teken van zwakte, maar een signaal dat je de ernst van je vrijheid voelt. Wie nooit bang is voor zijn eigen keuzes, begrijpt waarschijnlijk niet hoeveel er op het spel staat.
- Sociale betrokkenheid: Sartres late werk benadrukte dat individuele vrijheid niet los staat van maatschappelijke structuren. Je keuzes zijn nooit puur privé. Dat maakte hem politiek actief tot het eind van zijn leven.
Deze inzichten maken zijn denken bruikbaar ver buiten de filosofieboeken. Je hoeft geen filosofiestudent te zijn om iets aan Sartre te hebben. Wie worstelt met keuzestress, schuldgevoel of de vraag wat hij of zij van het leven wil maken, vindt bij Sartre een uitdagende maar eerlijke gesprekspartner.
Overigens is het verkennen van filosofen als Sartre vergelijkbaar met hoe wij andere historische raadsels benaderen. Net zoals je je kunt afvragen waarom de Venus van Milo zo beroemd is of wat de Sfinx in Egypte zo bijzonder maakt, gaat het bij filosofen als Sartre om de vraag welk idee zo krachtig was dat het generaties lang bleef weerklinken. Net als bij mythologische figuren als Hermes gaat het om meer dan de persoon alleen: het is de impact op het menselijk denken die telt.
Sartres erfenis: hoe actueel is hij nog in 2026?
Sartre stierf op 15 april 1980 in Parijs. Zijn begrafenis trok vijftigduizend mensen: een ongewone eer voor een filosoof. Sindsdien is zijn reputatie op en neer gegaan. In de jaren tachtig en negentig raakte hij uit de mode, mede door de opkomst van het postmodernisme en de ontmaskering van zijn naïeve houding tegenover het stalinisme in de jaren vijftig.
Maar zijn kernideeën zijn niet verdwenen. In debatten over vrije wil en verantwoordelijkheid, over authenticiteit in een wereld vol sociale druk en sociale media, over de betekenis van individuele keuzes in grote maatschappelijke systemen: Sartre is er altijd wel bij. Psychologen als Irvin Yalom bouwden een complete therapeutische school op zijn ideeën. In de populaire cultuur duikt zijn beroemdste uitspraak, “L’enfer c’est les autres” (de hel zijn de anderen, uit het toneelstuk Gesloten Deuren), regelmatig op.
Sartres filosofische methode, die van het nauwkeurig beschrijven van hoe het is om een menselijk bewustzijn te zijn in een concrete situatie, blijft ook voor hedendaagse filosofen relevant. De fenomenologie, de filosofische traditie waar hij bij hoort, is een actief onderzoeksgebied. En zijn politieke engagement, hoe controversieel ook, is een model voor filosofen die niet in de ivoren toren willen blijven.
Als je verder wilt lezen over grote denk- en kennissystemen, is het ook de moeite waard om te begrijpen welke stappen je doorloopt bij wetenschappelijk onderzoek, want veel van de methodische vragen die filosofen stelden hebben later de wetenschappelijke methode beïnvloed. En wie geïnteresseerd is in oude symbolische systemen, kan ook lezen over wat hiërogliefen zijn en waarom ze belangrijk zijn: ook dat is een manier waarop mensen betekenis gaven aan de wereld.
Sartre liet ook een literair erfgoed na dat zijn filosofie volkomen overstijgt. Zijn romans en toneelstukken zijn zelfstandige kunstwerken, niet alleen filosofische illustraties. “De Walging” uit 1938 is tot op de dag van vandaag een literair ijkpunt: de roman beschrijft hoe de hoofdpersoon Antoine Roquentin de zinloosheid van het bestaan letterlijk ervaart als een soort misselijkheid. Het boek heeft generaties lezers geraakt die nooit een filosofisch werk zouden openslaan.
Wie meer wil weten over een andere filosoof met een vergelijkbare cultuurhistorische betekenis, kan denken aan de betekenis van Vrouwe Justitia als symbool van een rechtsfilosofische traditie. En wie zich afvraagt hoe ideologieën samenlevingen verdelen of verbinden, vindt aanknopingspunten bij de vraag wat segregatie is en waarom het belangrijk is om te begrijpen.
Veelgestelde vragen
Is Sartre de uitvinder van het existentialisme?
Sartre wordt vaak de bekendste vertegenwoordiger van het existentialisme genoemd, maar de stroming begon eerder. De Deen Søren Kierkegaard (1813-1855) en de Duitser Friedrich Nietzsche (1844-1900) legden de grondgedachten. Martin Heidegger werkte ze verder uit. Sartre gaf de stroming haar naam en maakte haar populair via zijn publieke lezingen, zijn romans en zijn politieke engagement. Hij is de filosoof die het existentialisme naar het grote publiek bracht.
Wat betekent “de existentie gaat vooraf aan de essentie” in gewone taal?
Het betekent dat je als mens niet geboren wordt met een vaste bestemming, rol of karakter. Je bestaat eerst, en daarna bepaal je door je keuzes wie je bent. Er is geen God, geen natuur en geen maatschappij die jou vooraf heeft bepaald. Je maakt jezelf. Dat klinkt bevrijdend, maar het brengt ook een zware verantwoordelijkheid met zich mee: niemand anders is schuldig aan wie jij bent geworden.
Wat is kwade trouw bij Sartre?
Kwade trouw (mauvaise foi) is het ontkennen van je eigen vrijheid. Je liegt tegen jezelf door te doen alsof je geen keuze hebt, alsof je rol, je afkomst of je omstandigheden bepalen wie je bent. Sartre geeft het voorbeeld van een kelner die zo opgaat in zijn rol dat hij denkt dat hij niets anders kán zijn. Dat is kwade trouw. De tegenhanger is authenticiteit: eerlijk erkennen dat je kiest, en de verantwoordelijkheid daarvoor dragen.
Waarom weigerde Sartre de Nobelprijs?
Sartre weigerde in 1964 de Nobelprijs voor Literatuur omdat hij principieel geen officiële onderscheidingen wilde accepteren. Hij wilde niet verbonden zijn aan een instituut en geen symbolisch gezag vertegenwoordigen dat hij niet zelf had gekozen. Consistent met zijn eigen filosofie: een prijs aanvaarden zou hem in een vaste, door anderen bepaalde rol drukken. Dat wilde hij niet, ongeacht de financiële waarde of het prestige van de prijs.
Wat is het verband tussen Sartre en Simone de Beauvoir?
Simone de Beauvoir en Sartre ontmoetten elkaar in 1929 aan de École Normale Supérieure. Ze werden levenspartners en bleven dat tot Sartres dood in 1980, maar trouwden nooit en woonden nooit samen. Intellectueel waren ze gelijken: ze becommentarieerden elkaars werk, schreven voor hetzelfde tijdschrift en deelden politieke standpunten. De Beauvoir werkte Sartres ideeën over vrijheid en authenticiteit uit in haar feministische filosofie. Ze is begraven naast hem op het Cimetière du Montparnasse in Parijs.
Wat is het verschil tussen existentialisme en nihilisme?
Nihilisme stelt dat het leven geen betekenis heeft en dat er geen waarden zijn. Existentialisme, zoals Sartre dat formuleerde, gaat verder: het leven heeft inderdaad geen ingebouwde betekenis, maar dat is geen reden tot wanhoop. Integendeel: de mens is vrij om zijn eigen betekenis te scheppen. Dat maakt het existentialisme optimistisch in de grond: vrijheid is een opgave, geen vloek. Sartre noemde zijn filosofie expliciet een humanisme, geen nihilisme. De verantwoordelijkheid om waarden te kiezen is zwaar, maar het is ook een kans.









