Wie ontdekte de wetten van magnetisme? Michael Faraday uitgelegd

Noor Jansen

Geupdate op:

Wie ontdekte de wetten van magnetisme, Michael Faraday?
Je leest dit artikel in 9 minuten

Laatst bijgewerkt: 8 april 2026

Michael Faraday ontdekte de fundamentele wetten van het elektromagnetisme, en dan vooral de wet van elektromagnetische inductie, in 1831. Hij was niet de enige die aan magnetisme werkte, maar hij was degene die de relatie tussen magnetisme en elektriciteit als eerste systematisch in kaart bracht en bewees. Zonder zijn werk zouden generators, transformatoren en de hele moderne elektriciteitsinfrastructuur er niet zijn.

Dat Faraday wordt omschreven als “de man die de wetten van magnetisme ontdekte” is wel iets te simpel gesteld. Hij ontdekte specifiek hoe een veranderend magnetisch veld een elektrische stroom opwekt, en hij formuleerde daarvoor twee wetten. Magnetisme als verschijnsel was al eeuwen bekend. Maar de koppeling tussen magnetisme en elektriciteit, en de wiskundige beschrijving ervan, dat was Faraday’s werk.

Wie was Michael Faraday?

Michael Faraday werd in 1791 geboren in Newington Butts, een arm deel van Londen. Zijn vader was smid. Faraday had nauwelijks formeel onderwijs, maar liep op zijn veertiende stage bij een boekbinder. Die baan gaf hem onbeperkt toegang tot boeken, en hij verslond alles wat hij over wetenschap kon vinden. Zijn zelfstudie was buitengewoon grondig.

In 1813 werd hij assistent bij Humphry Davy aan de Royal Institution in Londen, een van de meest gerenommeerde wetenschappelijke instellingen van die tijd. Davy was een beroemde scheikundige, maar Faraday groeide hem al snel voorbij. In 1824 werd Faraday lid van de Royal Society, en in 1833 kreeg hij de ereprofessuur aan de Royal Institution, een positie die hij tot 1867 bekleedde.

Faraday had geen universitaire graad, sprak geen wiskunde op hoog niveau, en publiceerde zijn werk in gewone taal. Dat was ongebruikelijk in de negentiende-eeuwse wetenschap. James Clerk Maxwell zou zijn bevindingen later omzetten in wiskundige vergelijkingen, de bekende Maxwell-vergelijkingen, die de basis vormen van de klassieke elektrodynamica.

Faraday overleed in 1867. Hij had twee aanbiedingen voor een ridderorde geweigerd en wilde gewoon “meneer Faraday” blijven. Hij is begraven in Highgate Cemetery in Londen.

De twee wetten van Faraday over elektromagnetische inductie

Faraday formuleerde twee wetten die samen de kern vormen van elektromagnetische inductie. Ze zijn allebei afgeleid uit zijn experimenten uit de jaren 1830.

De eerste wet van Faraday stelt dat een elektrische stroom wordt opgewekt in een gesloten geleider wanneer de magnetische flux door die geleider verandert. Het maakt niet uit hoe die verandering tot stand komt: je kunt de magneet bewegen, de geleider bewegen, of de sterkte van het magnetisch veld veranderen. Zolang er verandering is, ontstaat er een stroom. Wanneer de flux constant blijft, ook al is er een sterk magnetisch veld aanwezig, stroomt er geen stroom. Dat is een cruciaal punt dat veel mensen verkeerd begrijpen.

De tweede wet van Faraday gaat over de grootte van de opgewekte spanning (EMF, of elektromagnetische kracht). Die spanning is evenredig met de snelheid waarmee de magnetische flux verandert. Verandert de flux snel? Dan is de spanning hoog. Verandert de flux traag? Dan is de spanning laag. De wet luidt in formulevorm: EMF = -dΦ/dt, waarbij Φ de magnetische flux is en t de tijd. Het minteken verwijst naar de wet van Lenz, die beschrijft in welke richting de geïnduceerde stroom loopt.

De wet van Lenz is een aanvulling op Faraday’s tweede wet. Heinrich Lenz formuleerde in 1834 dat de richting van de geïnduceerde stroom zodanig is dat deze de verandering die haar veroorzaakte tegenwerkt. Zo blijft het systeem in balans met de wet van behoud van energie. Lenz en Faraday werkten onafhankelijk van elkaar, maar hun wetten vullen elkaar aan.

Wet Inhoud Ontdekt door Jaar
Faraday’s eerste wet Veranderende flux in een geleider wekt een elektrische stroom op Michael Faraday 1831
Faraday’s tweede wet De opgewekte spanning is evenredig met de snelheid van fluxverandering Michael Faraday 1831
Wet van Lenz Geïnduceerde stroom werkt de oorzaak van zijn ontstaan tegen Heinrich Lenz 1834
Faraday’s wet van elektrolyse (1e) De massa van afgezette stof is evenredig met de hoeveelheid lading Michael Faraday 1833
Faraday’s wet van elektrolyse (2e) Bij gelijke lading is de afgezette massa evenredig met het equivalent-gewicht Michael Faraday 1833
Maxwell-vergelijkingen Wiskundige formulering van Faraday’s bevindingen en het hele elektromagnetisme James Clerk Maxwell 1865

Faraday’s experiment: hoe bewees hij zijn wetten?

In augustus en oktober 1831 deed Faraday twee sleutelexperimenten die zijn wetten onderbouwden. Het eerste experiment gebruikte een ijzeren ring, vergelijkbaar met een transformator. Hij wikkelde twee spoelen van koperdraad om dezelfde ring: de ene spoel verbond hij met een batterij, de andere met een galvanometer (een meetinstrument voor elektrische stroom). Wanneer hij de stroomkring van de eerste spoel opende of sloot, gaf de galvanometer bij de tweede spoel een korte uitslag. De stroom in de tweede spoel bestond alleen op het moment van verandering, niet tijdens de constante doorstroming. Dat bewees de eerste wet.

Het tweede experiment was eenvoudiger en visueel overtuigend: Faraday bewoog een staafmagneet in en uit een holle spoel. De galvanometer gaf een uitslag zodra de magneet bewoog. Hoe sneller hij de magneet bewoog, hoe groter de uitslag. Bij stilstand: geen stroom. Dat bewees de tweede wet op directe wijze.

Een derde variant, die hij in dezelfde periode uitvoerde, was een koperen schijf die hij liet ronddraaien tussen de polen van een hoefijzermagnet. Hij verbond de as van de schijf en de rand met een galvanometer en mat een constante stroom. Dit was feitelijk de eerste dynamogenerator ter wereld: een apparaat dat rotatiebewegingen omzet in elektriciteit via magnetisme. Het principe van elke elektrische generator tot op de dag van vandaag.

Joseph Henry, een Amerikaanse wetenschapper, voerde vergelijkbare experimenten uit in dezelfde periode, maar publiceerde later. Faraday wordt internationaal erkend als de eerste, en de wetten dragen dan ook zijn naam. Henry’s naam leeft voort in de eenheid voor zelfinductie: de henry (H).

Veelgemaakte fouten bij het begrijpen van Faraday’s wetten

Bij het bestuderen van Faraday’s wetten worden steeds dezelfde fouten gemaakt, zowel door middelbare scholieren als door studenten techniek. Hieronder vind je de meest voorkomende misverstanden, en wat er precies klopt en niet klopt.

Fout 1: “Een magneet naast een geleider wekt altijd stroom op.” Dit is onjuist. Alleen een verandering in de magnetische flux wekt stroom op. Een stilstaande magneet naast een stilstaande geleider doet niets, ook al is het magnetisch veld sterk. Beweging of verandering is noodzakelijk.

Fout 2: “Meer magnetisch veld betekent meer stroom.” De hoeveelheid stroom hangt niet af van de grootte van het magnetisch veld, maar van hoe snel dat veld verandert. Een zwak veld dat snel verandert, levert meer spanning op dan een sterk veld dat langzaam verandert.

Fout 3: “Faraday ontdekte magnetisme.” Magnetisme was al duizenden jaren bekend, waaronder bij de Grieken en in China. Faraday ontdekte de wisselwerking tussen magnetisme en elektriciteit, en formuleerde wetten die beschrijven hoe een veranderend magnetisch veld een elektrische spanning opwekt. Dat is iets wezenlijk anders.

Fout 4: “De wet van Lenz is een aparte wet zonder verband met Faraday.” De wet van Lenz is feitelijk de uitbreiding van Faraday’s tweede wet die de richting van de geïnduceerde stroom aangeeft. In de formule EMF = -dΦ/dt vertegenwoordigt het minteken precies de wet van Lenz. Ze zijn onlosmakelijk verbonden.

Fout 5: “Faraday had een universitaire achtergrond.” Hij had die niet. Zijn enige formele opleiding was basisschool. Alles wat hij wist, had hij zichzelf aangeleerd via boeken en experimenten. Dat maakt zijn bijdragen des te opmerkelijker.

Fout 6: “Faraday was alleen een experimentator, geen theoreticus.” Dit klopt deels, maar Faraday introduceerde ook concepten als magnetische veldlijnen en het idee dat krachten zich via velden door de ruimte verplaatsen, niet via directe werking op afstand. Die concepten waren op dat moment radicaal en legden de basis voor Maxwells veldentheorie.

  • Faraday werkte zonder wiskundige formules maar met fysieke modellen en veldlijnvisualisaties
  • Zijn concept van “krachtlijnen” (lines of force) werd aanvankelijk weggelachen door de wetenschappelijke gemeenschap
  • Maxwell prees Faraday later als de ware grondlegger van de veldtheorie
  • Faraday ontdekte ook dat glas het licht draait onder invloed van een magnetisch veld: het Faraday-effect (1845)
  • Hij introduceerde de termen “anode”, “kathode”, “elektrolyt”, “elektrode” en “ion”
  • Zijn wetten van elektrolyse uit 1833 zijn eveneens fundamenteel voor de scheikunde

Toepassingen van Faraday’s wetten in het dagelijks leven

Faraday’s ontdekkingen zijn overal om je heen aanwezig. Zonder zijn wetten van elektromagnetische inductie zou de moderne wereld er fundamenteel anders uitzien.

De elektrische generator is de meest directe toepassing. Een generator zet rotatie-energie om in elektriciteit door een geleider in een magnetisch veld te laten ronddraaien. De flux door de geleider verandert continu, wat een wisselspanning oplevert. Alle elektriciteitscentrales, van kolen tot kernenergie tot wind, werken met dit principe. De energieopwekking in Nederland en België is voor het grootste deel gebaseerd op Faraday’s experiment uit 1831.

De elektrische transformator is een tweede toepassing. Een transformator verhoogt of verlaagt de spanning van wisselstroom via twee spoelen om een ijzeren kern. De wisselstroom in de primaire spoel zorgt voor een voortdurend wisselend magnetisch veld in de kern, wat in de secundaire spoel een spanning induceert. Het hoge spanningsniveau van het elektriciteitsnet (150.000 volt of meer voor transport) wordt via transformatoren teruggebracht naar huishoudelijk niveau (230 volt). Dit alles is Faraday.

Inductieve oplaadstations voor smartphones werken eveneens op dit principe. Een wisselstroom in de oplaadmat wekt een wisselend magnetisch veld op, dat in de spoel van je telefoon een stroom induceert. Geen draden nodig, maar dezelfde wet die Faraday in 1831 beschreef.

Snelheidsmeters in auto’s, metaaldetectoren, inductiekookplaten, microfoons en zelfs de platenspelernaald: al deze apparaten berusten op variaties van Faraday’s inductiewet. Als je wil weten hoe wetenschappelijk onderzoek van dit kaliber in stappen wordt opgebouwd, lees dan ook de stappen van wetenschappelijk onderzoek: de methode die Faraday toepaste was zijn tijd ver vooruit.

Drie concrete situaties waarbij Faraday’s wetten zichtbaar zijn

Situatie 1: De dynamo op je fiets. Een fietsdynamo is een miniatuurversie van een grote generator. Een magneet draait in een spoel wanneer het wiel draait. De magnetische flux door de spoel verandert continu, en dat wekt een wisselspanning op waarmee je lamp brandt. Hoe harder je trapt, hoe sneller de magneet draait, hoe sneller de flux verandert, en hoe helderder het licht. Faraday’s tweede wet in actie: grotere snelheid van fluxverandering geeft hogere spanning.

Situatie 2: Het schakelen van een relais. Een relais is een elektromagnetische schakelaar. Wanneer je een stroom door de spoel van een relais stuurt, bouwt het magnetisch veld op. Op het moment van inschakelen en uitschakelen induceert dat veranderende veld een spanning in nabijgelegen geleiders of in de spoel zelf. Elektronica-ontwerpers moeten hier rekening mee houden, want die geïnduceerde spanning kan andere componenten beschadigen. Vandaar dat vrijloopdioden worden gebruikt om die piek te absorberen.

Situatie 3: Draadloos opladen van apparaten. De Qi-standaard voor draadloos opladen werkt op een frequentie van 100-200 kHz. De spoel in de oplaadmat wisselt de stroomrichting tienduizenden keren per seconde, wat een snel wisselend magnetisch veld oplevert. De spoel in het apparaat detecteert die wisselende flux en converteert die naar een laadstroom. Het systeem is efficienter naarmate de spoelen dichter bij elkaar liggen en beter zijn uitgelijnd, precies omdat de flux dan sterker en beter gekoppeld is. Je telefoon in de hoek van de mat leggen geeft een lagere laadsnelheid omdat de koppeling van de flux daalt.

Begrijp je hoe wetenschappers zoals Faraday werken? Net als bij de ontdekking van de atoombom begon ook het elektromagnetisme met fundamenteel wetenschappelijk onderzoek zonder direct praktisch doel. De toepassingen kwamen later.

De bredere wetenschappelijke context: voor en na Faraday

Faraday stond niet in een vacuüm. Hans Christian Oersted ontdekte in 1820 dat een elektrische stroom een naald van een kompas kan afleiden, wat bewees dat elektriciteit een magnetisch veld opwekt. Dat was het spiegelbeeld van wat Faraday later zou aantonen: dat een veranderend magnetisch veld op zijn beurt een elektrische stroom opwekt. André-Marie Ampère werkte in dezelfde periode aan de wiskundige beschrijving van de kracht tussen stroomdraden.

Faraday was de brug tussen al dit vroege werk en de latere synthetisering door James Clerk Maxwell. Maxwell bundelde de bevindingen van Oersted, Ampère, Faraday en anderen in vier vergelijkingen die het hele klassieke elektromagnetisme beschrijven. Die vergelijkingen voorspelden ook dat elektromagnetische straling bestaat en dat licht een elektromagnetische golf is, een inzicht dat tot de kwantummechanica en de relativiteitstheorie leidde. Albert Einstein noemde Maxwell’s werk de grootste verandering in de natuurkunde sinds Newton.

Faraday’s werk heeft ook directe invloed gehad op de manier waarop wetenschappers denken over velden. Voor Faraday was de gangbare opvatting dat krachten direct werken op afstand, zonder iets ertussenin. Faraday stelde dat krachten zich via velden verplaatsen die de ruimte vullen. Die visie is nu fundamenteel voor de hele moderne fysica, van de kwantumveldentheorie tot de beschrijving van de zwaartekracht.

Het begrip “farad” (F) is de SI-eenheid voor elektrische capaciteit, vernoemd naar Faraday. Een condensator met een capaciteit van 1 farad slaat bij een spanning van 1 volt een lading op van 1 coulomb. Dat is een enorm grote capaciteit in de praktijk, vandaar dat je in elektronica veel picofarads (pF) en microfarads (µF) ziet. Maar de eenheid draagt zijn naam.

Als je geinteresseerd bent in andere historische ontdekkingen die de wereld veranderden, lees dan ook over hoe de atoombom werkt of wat hierogliefen zijn: ook die verhalen gaan over mensen die iets ontdekten wat de wereld voorgoed veranderde. Of over de Venus van Milo, een andere ontdekking die een verklaring behoeft. En de vraag hoe natuurwetten en historische kennis samenkomen, vind je ook terug in het verhaal van de sfinx in Egypte.

Veelgestelde vragen

Heeft Faraday echt de wetten van magnetisme ontdekt, of is dat te simpel gezegd?

Het is inderdaad te simpel. Magnetisme als verschijnsel was al millennia bekend. Faraday ontdekte de wetten van elektromagnetische inductie: hoe een veranderend magnetisch veld een elektrische stroom opwekt. Dat is een specifiek deel van het elektromagnetisme, niet het hele magnetisme. Zijn bijdrage is enorm, maar de formulering “wetten van magnetisme” dekt de lading niet helemaal precies.

Wanneer ontdekte Faraday zijn wetten precies?

Faraday voerde zijn sleutelexperimenten uit in augustus en oktober 1831. Hij publiceerde zijn bevindingen in de Philosophical Transactions of the Royal Society in 1832. Joseph Henry deed vergelijkbare ontdekkingen in dezelfde periode maar publiceerde later, waardoor de wetten de naam van Faraday dragen. De internationale prioriteit ligt dus bij Faraday, ook al werkten beiden onafhankelijk aan hetzelfde vraagstuk.

Wat is het verschil tussen de wet van Faraday en de wet van Lenz?

Faraday’s wet beschrijft dat een veranderende magnetische flux een spanning opwekt en hoe groot die spanning is. De wet van Lenz voegt daaraan toe in welke richting de geïnduceerde stroom loopt: altijd zo dat de stroom de verandering tegenwerkt die haar veroorzaakte. In de formule EMF = -dΦ/dt staat het minteken voor de wet van Lenz. Ze zijn complementair en werken samen als een volledige beschrijving van inductie.

Waarvoor worden Faraday’s wetten vandaag de dag nog gebruikt?

Faraday’s wetten liggen aan de basis van vrijwel alle elektriciteitsopwekking en -transport: generatoren in windmolens, waterkrachtcentrales en kerncentrales, transformatoren in het elektriciteitsnet, en inductieve opladers voor smartphones en elektrische voertuigen. Ook metaaldetectoren, inductiekookplaten, microfoons en MRI-scanners zijn toepassingen van zijn inductiewet. Ze zijn niet verouderd: ze zijn fundamenteel.

Hoe kon Faraday zulke grote ontdekkingen doen zonder universitaire opleiding?

Faraday was een uitzonderlijk nauwkeurige experimentator met een sterk ruimtelijk denkvermogen. Hij dacht in beelden en modellen, niet in formulas. Zijn zelfstudie was diepgaand: hij las alles over wetenschap wat hij kon vinden. Zijn positie bij Humphry Davy aan de Royal Institution gaf hem toegang tot de beste apparatuur van zijn tijd. En hij had iets zeldzaams: het vermogen om complexe verschijnselen te vereenvoudigen tot controleerbare experimenten.

Wat is het Faraday-effect en verschilt dat van zijn inductiewetten?

Het Faraday-effect, ontdekt in 1845, is een optisch-magnetisch verschijnsel: wanneer gepolariseerd licht door een transparant materiaal gaat dat zich in een magnetisch veld bevindt, draait het polarisatievlak van het licht. Dit is een apart verschijnsel dat niets te maken heeft met elektromagnetische inductie. Het toont aan dat magnetisme ook licht beïnvloedt, en het was voor Faraday het bewijs dat licht en elektromagnetisme verwant zijn, iets wat Maxwell later formeel zou beschrijven.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie