Wie schreef het beroemde Decamerone in Italie?

Esmee Koster

Geupdate op:

Wie schreef het beroemde Decamerone in Italië?
Je leest dit artikel in 10 minuten

Laatst bijgewerkt: 14 mei 2026

Het beroemde Decamerone werd geschreven door Giovanni Boccaccio, een Italiaanse schrijver en dichter die leefde van 1313 tot 1375. Hij schreef dit werk tussen 1349 en circa 1353, vlak na de verwoestende pestepidemie die Florence trof. Het Decamerone geldt tot op de dag van vandaag als een van de grootste werken uit de wereldliteratuur en als het fundament van het moderne Italiaanse proza.

Boccaccio groeide op in Florence en Napels, had een brede humanistische opleiding en stond onder invloed van Petrarca, met wie hij bevriend was. Het Decamerone was zijn levenswerk, maar lang niet zijn enige boek. Toch is het dit ene werk waarmee zijn naam voor altijd verbonden is gebleven.

Wie was Giovanni Boccaccio?

Giovanni Boccaccio werd geboren in 1313, vermoedelijk in Certaldo, een kleine stad ongeveer vijfendertig kilometer ten zuidwesten van Florence. Zijn vader was koopman en werkte voor de Bardi-bank, een van de machtigste bankiersfamilies van die tijd. Via die connectie verhuisde het gezin naar Napels, waar de jonge Boccaccio opgroeide aan het hof van koning Robert van Anjou.

Dat hofleven in Napels was beslissend voor zijn ontwikkeling als schrijver. Hij leerde er de Franse hoofse literatuur kennen, raakte vertrouwd met klassieke Latijnse teksten en ontmoette er de eerste grote liefde van zijn leven: een vrouw die hij in zijn vroege werk “Fiammetta” noemde. Haar werkelijke identiteit is nooit met zekerheid vastgesteld, al is er lang gesuggereerd dat het Maria d’Aquino betrof, een dochter van de koning.

Rond 1340 keerde Boccaccio terug naar Florence, juist voor de Zwarte Dood in 1347-1348 de stad verwoestte. Hij overleefde de epidemie en begon kort daarna aan het Decamerone. Naast dit hoofdwerk schreef hij ook de Filocolo, de Filostrato, de Teseida en het biografische werk De mulieribus claris (Over beroemde vrouwen). Later in zijn leven wijdde hij zich steeds meer aan het Latijn en de studie van de klassieken, mede onder invloed van zijn vriend Francesco Petrarca.

Boccaccio stierf op 21 december 1375 in Certaldo, een jaar na de dood van Petrarca. Samen met Dante en Petrarca wordt hij beschouwd als een van de drie groten van de vroege Italiaanse literatuur: de tre corone, de drie kronen.

Wat is het Decamerone precies?

Het Decamerone is een bundel van honderd novellen, gerangschikt in een raamvertelling. De structuur is strak: tien jonge mensen, drie mannen en zeven vrouwen, vluchten uit Florence voor de pest en verblijven twee weken op een buitenplaats in de heuvels bij Fiesole. Gedurende tien van die dagen vertelt elk van hen elke dag een verhaal. Tien personen, tien dagen, tien verhalen per dag: dat maakt honderd novellen in totaal.

De naam “Decamerone” is afgeleid van het Griekse deka (tien) en hemera (dag): het tiendaagse werk. De raamvertelling zelf is niet alleen een literair trucje; ze geeft de verhalen ook betekenis. De peststad Florence staat symbool voor chaos, dood en moreel verval. De buitenplaats staat voor orde, schoonheid en gemeenschap. Tussen die twee werelden vertellen de tien jongeren hun verhalen.

Elk van de tien dagen heeft een koningin of koning die een thema bepaalt. Op de eerste dag mogen de vertellers vrij kiezen; daarna is er altijd een gemeenschappelijk thema, zoals “mensen die iets terugwinnen wat ze dreigden te verliezen” (dag 5) of “slimme antwoorden die narigheid afwenden” (dag 6). De negende dag is opnieuw vrij. Het thema van de tiende dag is de meest verheven: edele daden en vrijgevigheid.

De verhalen zelf zijn allesbehalve eenzijdig. Boccaccio put uit een enorme bak aan bronnen: Arabische vertelkunst, klassieke Latijnse fabels, Franse fabliaux, Italiaanse volksvertellingen en zijn eigen fantasie. De toon wisselt van komisch tot tragisch, van luchtig erotisch tot doodsernstig moreel.

Veelgemaakte fouten over het Decamerone

Rond het Decamerone bestaan hardnekkige misverstanden. Wie het werk wil begrijpen of er serieus over wil spreken, doet er goed aan die fouten te kennen. Hieronder staan de meest voorkomende.

Fout 1: Het Decamerone is alleen een erotisch boek

Dit misverstand leeft breed voort, maar klopt niet. Van de honderd novellen heeft slechts een minderheid een expliciet erotisch karakter. Boccaccio schrijft over liefde in de brede zin: trouw en verraad, avontuur, verlies, vindingrijkheid en moed. Er zijn verhalen over vriendschap, over rechtvaardigheid, over slim denken in benarde situaties. De erotische verhalen zijn aanwezig en soms opmerkelijk vrijmoedig voor hun tijd, maar ze vormen geen meerderheid en zijn ook niet de hoofdtoon van het werk.

Fout 2: De tien vertellers zijn historische personen

De drie mannen en zeven vrouwen in de raamvertelling zijn fictieve figuren. Ze heten Pampinea, Fiammetta, Filomena, Emilia, Lauretta, Neifile, Elissa (de vrouwen) en Panfilo, Filostrato, Dioneo (de mannen). Deze namen zijn literaire pseudoniemen, niet verwijzingen naar echte tijdgenoten. Boccaccio geeft ze elk een eigen temperament en smaak, maar ze zijn geen verslag van een werkelijk bijeenkomst.

Fout 3: Boccaccio verzon de pest als decor

De pest in de inleiding van het Decamerone is geen literaire verzinsel. Boccaccio beschrijft de Zwarte Dood van 1347-1348 met een nauwkeurigheid die historici als een van de waardevolste eerstehands beschrijvingen van de epidemie beschouwen. Hij schrijft over de symptomen (zwellingen in de liezen en oksels, zwarte vlekken op de huid), over de ineenstorting van sociale structuren, over ouders die kinderen in de steek lieten en over de enorme sterfte. Deze inleiding is geen decorstuk, maar een historisch document van de eerste orde.

Fout 4: Het werk was meteen populair bij iedereen

Het Decamerone was omstreden vanaf het begin. De kerk had bezwaar tegen de verhalen die geestelijken belachelijk maakten en tegen de vrijmoedige seksualiteit. In sommige kringen werd Boccaccio zelf aangesproken op zijn werk. Later in zijn leven raakte hij zelfs zo onder de indruk van kritiek dat hij naar verluidt overwoog al zijn Italiaanse werken te verbranden. Zijn vriend Petrarca moedigde hem aan dit niet te doen. De brede populariteit van het Decamerone groeide geleidelijk, met name na de uitvinding van de boekdrukkunst.

Fout 5: Chaucer kopieerde het Decamerone gewoon

Geoffrey Chaucer liet zich inspireren door Boccaccio, maar de vergelijking gaat niet verder dan de raamvertellingstructuur en een aantal gemeenschappelijke verhaalonderwerpen. Chaucers Canterbury Tales zijn in toon, maatschappijkritiek en specifieke verhaalinhoud duidelijk verschillend. Bovendien is er geen bewijs dat Chaucer het Decamerone direct in handen had; hij kende Boccaccio’s andere werken (de Filostrato en de Teseida) zeker wel. De overeenkomst tussen beide werken is meer een kwestie van gedeelde bronnen en literaire tijdgeest dan van directe imitatie.

Fout 6: “Decamerone” betekent “tien verhalen”

Een veel gehoorde fout in schoolklassen en pubquizen. De naam betekent “tiendaagse”, niet “tien verhalen”. Het woord komt van het Grieks: deka (tien) plus hemera (dag). Er zijn honderd verhalen, niet tien. De tien verwijst naar het aantal dagen waarop verteld wordt. Dit onderscheid lijkt klein, maar raakt de kern van de structuur: de raamvertelling met zijn dagindelingen is fundamenteel voor hoe het werk werkt.

Fout 7: Het Decamerone is een roman

Technisch gezien is het Decamerone geen roman maar een novellenbundel met een raamvertelling. Een roman heeft een doorlopend verhaal met dezelfde personages die zich ontwikkelen. In het Decamerone zijn de tien vertellers de constante, maar de honderd novellen zijn op zichzelf staande verhalen met steeds andere personages. De novelle als literaire vorm, het korte prozaverhaal met een verrassende wending of een kernachtige moraal, werd met dit werk in Europa definitief als genre gevestigd.

De structuur van het Decamerone in detail

Om het Decamerone goed te begrijpen is het nuttig de opbouw eens op een rij te zetten. De onderstaande tabel geeft de thema’s per dag en de bijbehorende “vorst” of “vorstin” van die dag.

Dag Thema van de dag Dagvorst of -vorstin
Dag 1 Vrij onderwerp (geen thema) Pampinea
Dag 2 Iemand raakt iets kwijt en hervindt het Filomena
Dag 3 Iemand bereikt iets wat moeilijk leek Neifile
Dag 4 Liefdesparen die tragisch eindigen Filostrato
Dag 5 Liefdesparen die na tegenspoed gelukkig worden Fiammetta
Dag 6 Een gevat antwoord dat pijn of gevaar afwendt Elissa
Dag 7 Vrouwen die een man voor de gek houden Dioneo
Dag 8 Iemand bedriegt iemand anders Lauretta
Dag 9 Vrij onderwerp (geen thema) Emilia
Dag 10 Edele daden en vrijgevigheid Panfilo

Elke dag eindigt met een ballade die door een van de tien wordt gezongen. Die ballades zijn kleine gedichtjes die het thema of de stemming van de dag weerspiegelen. Ook dit is geen decoratief element: de afwisseling van proza en lyriek sluit aan bij een lange middeleeuwse traditie van gemengde vormen.

De invloed van het Decamerone op de wereldliteratuur

Het Decamerone heeft de Europese literatuur diepgaand beïnvloed, en die invloed is moeilijk te overschatten. Al in de vijftiende eeuw circuleerden afschriften door heel Europa. Met de uitvinding van de drukpers werd het een van de meest gedrukte werken in de vroege boekgeschiedenis. Boccaccio’s novellen werden vertaald, naverteld, bewerkt en geleend door schrijvers van allerlei talen en tradities.

De invloed op Geoffrey Chaucer is het duidelijkst. Chaucer reisde in de jaren 1370 twee keer naar Italië en raakte daar vertrouwd met het werk van Boccaccio. Zijn Canterbury Tales volgen hetzelfde raamvertellingprincipe: een groep mensen op reis die om de beurt een verhaal vertelt. Verschillende verhalen in de Canterbury Tales hebben directe parallellen met novellen uit het Decamerone, al nam Chaucer er altijd zijn eigen draai aan.

William Shakespeare haalde voor zijn toneelstuk All’s Well That Ends Well rechtstreeks materiaal uit het Decamerone, meer specifiek uit de novelle over Giletta van Narbonne (dag 3, novelle 9). Ook Margaret of Navarra liet zich inspireren voor haar Heptameron (1559), een directe bewerking van Boccaccio’s raamvertellingmodel voor een Frans hofpubliek.

In de twintigste eeuw keerde de interesse steeds terug. Pier Paolo Pasolini maakte in 1971 een geprezen verfilming (Il Decameron), en tijdens de coronapandemie van 2020 werd het werk opnieuw massaal gelezen, als echo van de pestepidemie waartegen Boccaccio het schreef. De New York Times bundelde in dat jaar kortverhalenauteurs in “The Decameron Project”, een eerbetoon aan de structuur van het origineel.

Wie meer wil lezen over andere schrijvers die de literatuurgeschiedenis bepaalden, kan terecht bij artikelen als Wie is de auteur van de Divina Commedia?, het andere Italiaanse meesterwerk uit dezelfde periode, of Wie schreef De naam van de roos?, een moderne Italiaanse klassieker die bewust teruggrijpt op de middeleeuwse traditie.

Drie bekende novellen uit het Decamerone

Het Decamerone telt honderd verhalen en niet elk verhaal is even bekend. Drie novellen springen eruit door hun literaire kwaliteit, hun historische invloed of hun terugkerende aanwezigheid in schoolprogramma’s en literatuurstudies.

Novelle 1 van dag 1: Ser Cepparello

Dit is de openingsnovelle, verteld door Panfilo. Ser Cepparello is een notaris die zijn hele leven heeft gelogen, bedrogen en gezondigd. Op zijn sterfbed biecht hij echter zo overtuigend zijn “onschuld” dat hij na zijn dood als heilige wordt vereerd. Boccaccio zet met dit verhaal meteen de toon: de wereld is een plek waar schijn en werkelijkheid uit elkaar lopen, en het geloof van mensen is manipuleerbaar. De novelle is een scherpe satire op volksvroomheid en de mechanismen van heiligenverering.

Novelle 4 van dag 4: Ghismonda en Guiscardo

Een van de tragedies van het Decamerone. Ghismonda, dochter van prins Tancredi van Salerno, heeft in het geheim een verhouding met Guiscardo, een jonge man van lage afkomst. Haar vader ontdekt het, laat Guiscardo doden en stuurt zijn uitgestoken hart aan zijn dochter in een gouden beker. Ghismonda giet gif op het hart en drinkt het leeg. Ze sterft naast het hart van haar geliefde. Het verhaal is tegelijk een aanklacht tegen standenverschil en een verheerlijking van trouwe liefde tot in de dood. De tekst heeft generaties lezers geroerd en is een schoolvoorbeeld van het Decamerone-genre: pathos gecombineerd met sociale kritiek.

Novelle 5 van dag 5: Federigo en de valk

Federigo degli Alberighi heeft zijn hele fortuin verkwist voor de liefde van Monna Giovanna, die hem afwijst. Arm geworden, leeft hij van de opbrengst van zijn laatste bezit: een prachtige valk waarmee hij jaagt. Als Monna Giovanna hem bezoekt met een verzoek (haar zieke zoon wil de valk), heeft hij niets meer te bieden dan zijn gastvrijheid, slacht hij de valk en serveert hem als maaltijd. De vrouw is zo getroffen door zijn edele armoede dat ze hem trouwt. Dit verhaal wordt vaak beschouwd als de mooiste novelle van het hele Decamerone: het gaat over eer, opoffering en de paradox dat je alles geeft juist als je niets meer hebt.

Wie geinteresseerd is in andere klassieke werken met een vergelijkbare complexiteit kan ook lezen over Wie is de auteur van De drie musketiers? of over Wie schreef Anna Karenina en waarom is het belangrijk?.

Boccaccio als grondlegger van het Italiaanse proza

Voor het Decamerone was er in Italie nauwelijks serieus Italiaans proza. Latijn was de taal van de kerk, de wetenschap en de rechtbank. Italiaans was de taal van dichters als Dante (in de Divina Commedia) en Petrarca (in zijn sonnetten), maar proza in het Italiaans had geen gevestigde literaire traditie. Boccaccio veranderde dat met een klap.

Hij schreef het Decamerone in het Florentijnse Italiaans, maar met een zorgvuldig geconstrueerde stijl die niet de volkse spreektaal was. Hij bouwde lange, gespierde zinnen op die waren gemodelleerd naar Latijnse auteurs als Cicero, maar die hij omzette naar een levendige, beeldrijke Italiaanse stijl. Die combinatie, de volkstaal met het ritme van het Latijn, gaf zijn proza een gezag dat het Italiaans als literaire taal definitief vestigde.

Latere schrijvers leerden van Boccaccio hoe Italiaans proza kon klinken. Zijn invloed is vergelijkbaar met die van de Statenbijbel op het Nederlands of de King James Bible op het Engels: een tekst die een standaard zette voor hoe een taal op papier kon functioneren.

Wie de bredere context van de grote Europese literatuur wil verkennen, vindt goede ingangen via Wie is de auteur van Romeo en Julia? of via Wie schreef Notre-Dame de Paris?.

Veelgestelde vragen

Wanneer en waar werd Giovanni Boccaccio geboren?

Giovanni Boccaccio werd geboren in 1313, vermoedelijk in Certaldo, een stadje in Toscane op ongeveer vijfendertig kilometer ten zuidwesten van Florence. Zijn geboortedatum staat niet met absolute zekerheid vast, maar 1313 wordt door de meeste historici als het meest waarschijnlijke jaar beschouwd. Hij groeide gedeeltelijk op in Napels, waar zijn vader voor een bankiersfamilie werkte, en keerde rond 1340 terug naar Florence.

Hoelang deed Boccaccio over het schrijven van het Decamerone?

Boccaccio werkte aan het Decamerone van ongeveer 1349 tot circa 1353, een periode van vier tot vijf jaar. Hij begon direct na de grote pestuitbraak van 1347-1348, die hem diep trof. Het werk is duidelijk in fases geschreven en herzien; er bestaan verschillende handschriftversies. Het definitieve autograaf, in Boccaccio’s eigen handschrift, wordt bewaard in de Biblioteca Medicea Laurenziana in Florence.

Waarom schreef Boccaccio het Decamerone?

Boccaccio geeft in zijn eigen inleiding aan dat hij het boek schreef als troost voor vrouwen die leden onder onbeantwoorde of ongelukkige liefde, maar die zichzelf niet konden afleiden via de bezigheden die mannen hadden (reizen, jagen, handel). Het boek was bedoeld als verstrooiing en verlichting van smart. Achter die formele motivering staat echter ook een bredere ambitie: het leggen van een Italiaans proza-fundament en een humanistisch tegenwicht bieden aan de kerkelijke moraalleer.

Is het Decamerone nog steeds relevant in 2026?

Absoluut. Het Decamerone wordt nog steeds wereldwijd gelezen, bestudeerd en bewerkt. Tijdens de coronapandemie van 2020 beleefde het werk een opvallende comeback, omdat lezers directe parallellen zagen met de pestbeschrijving in de inleiding. De thema’s (overleven, gemeenschap, listigheid, liefde, sociale kritiek) zijn tijdloos. Het werk is verkrijgbaar in meerdere Nederlandse vertalingen en staat op internationale literatuurlijsten voor middelbare scholen en universiteiten.

Hoe verschilt het Decamerone van Dante’s Divina Commedia?

Beide werken zijn geschreven in het Italiaans en gelden als sleutelteksten van de vroege Italiaanse literatuur, maar ze zijn fundamenteel verschillend van aard. Dante’s Divina Commedia is een allegorisch gedicht over de reis van de ziel door hel, vagevuur en paradijs, doortrokken van theologische en filosofische diepgang. Het Decamerone is proza, gesitueerd in het aardse leven, met humor, ironie en een nadrukkelijk menselijk perspectief. Boccaccio bewonderde Dante en schreef zelfs een commentaar op de Divina Commedia, maar zijn eigen werk koos een totaal andere richting.

Bestaat er een goede Nederlandse vertaling van het Decamerone?

Ja, er zijn meerdere Nederlandse vertalingen. De bekendste is die van Frans van Soest, die jarenlang standaard was. Een nieuwere, veelgeprezen vertaling is die van Frans Denissen (uitgegeven bij Athenaeum, Polak en Van Gennep), die het Italiaans van Boccaccio met grote nauwkeurigheid en literair gevoel weergeeft. Voor wie wil beginnen met het Decamerone is deze vertaling het meest aangeraden. Het complete werk telt ruim achthonderd pagina’s, maar losse novellen zijn ook als e-book en in bloemlezingen beschikbaar.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie