De Vikingen waren geen homogene volksstam van bloeddorstige plunderaars. Ze waren boeren, handelaren, ontdekkingsreizigers en ambachtslieden uit Scandinavië die tussen ruwweg 793 en 1066 grote delen van Europa en ver daarbuiten bereikten. De naam “Viking” verwees oorspronkelijk naar een activiteit, niet naar een etnische groep: iemand die “op viking ging” pleegde rooftochten op zee. Je kon ’s zomers boer zijn en ’s winters viking.
Wie waren de Vikingen precies?
De meeste Vikingen kwamen uit gebieden die nu tot Noorwegen, Zweden en Denemarken behoren. Ze waren onderdeel van de Germaanse volksstammen en spraken Oudnoords, een taal waaruit moderne Scandinavische talen zijn voortgekomen. Toch was “Viking” geen vaste identiteit. Bronnen uit de Vikingtijd gebruiken het woord als aanduiding voor iemand die piraterij bedreef, ongeacht herkomst. Ook mensen uit Frisia (het kustgebied van Brugge tot Bremen) namen soms deel aan die plundertochten.
De samenleving was ingedeeld in drie lagen: jarlen (adel), karlen (vrije boeren en handelaren) en thralls (slaven). De meeste Vikingen behoorden tot de karlen. Ze werkten het grootste deel van het jaar op het land en trokken soms op tochten. Slaven werden gevangengenomen tijdens overvallen en vormden een belangrijk onderdeel van de economie, zowel als arbeidskracht als handelswaar.
Het Vikingtijdperk loopt van de aanval op het klooster van Lindisfarne in 793 tot de Slag bij Hastings in 1066, waarbij de Noormannen (Vikingen die zich in Noord-Frankrijk hadden gevestigd) Engeland veroverden. Die 273 jaar zijn gevuld met expansie in alle richtingen: westwaarts naar IJsland, Groenland en Noord-Amerika, oostwaarts via Rusland naar Byzantium, en zuidwaarts naar de Middellandse Zee.
Mythe 1: Vikingen droegen gehoornde helmen
Dit is vermoedelijk het hardnekkigste misverstand over de Vikingen. Geen enkele archeoloog heeft ooit een authentieke Vikinghelm met hoorns opgegraven. Het enige compleet bewaard gebleven Vikinghelm (gevonden in Gjermundbu, Noorwegen) is kegelvormig, zonder enige versiering in de vorm van hoorns.
Waar komt het beeld dan vandaan? Voor een groot deel uit de negentiende-eeuwse romantische kunst en theater. De Zweedse kunstenaar Gustaf Malmström tekende Vikingen met gehoornde helmen in de jaren 1820, en operakostuumontwerpers namen dit over voor Wagners Ring-cyclus in 1876. Sindsdien is het beeld niet meer weg te denken, al klopt het historisch nergens op.
Echte Vikinghelmen waren functioneel. Ze bestonden uit dikke leren kappen versterkt met metalen ribben, of uit gesmeed ijzer met een neusplaat. Soms hadden ze een halfmasker dat de wangen beschermde. Hoorns aan een helm zouden in een gevecht eerder nadelig zijn geweest: ze boden tegenstanders een extra greeppunt en maakten de helm zwaarder zonder bescherming toe te voegen.
Mythe 2: Vikingen waren smerig en onbeschaafd
Het tegendeel is waar. Opgravingen op Vikinglocaties in Scandinavië, Groot-Brittannië en IJsland leveren steevast persoonlijke verzorgingsartikelen op: fijne kammen van bot of hertshoorn, pincetten, oorlepels, scheermesjes en nagelscharen. De Vikingen waste zich wekelijks, een gewoonte die voor middeleeuws Europa al uitzonderlijk hygiënisch was. De dag van de week die we “zaterdag” noemen (in het Engels “Saturday”) dankt zijn naam aan het Oudnoordse “laugardagr”, wat letterlijk “wasdag” betekent.
Ook hun materiële cultuur was verfijnd. Vikingschepen zijn meesterwerken van scheepsbouw: de langschepen (drakkar) waren licht genoeg om rivieren op te varen maar sterk genoeg voor de open Atlantische Oceaan. De Vikingen waren uitstekende smeden en produceerden zwaard- en meslemmen van een kwaliteit die in Europa lang ongeëvenaard was. Vikingzilver- en goudwerk behoort tot het mooiste ambacht uit de vroege middeleeuwen.
Buitenlandse beschrijvingen van Vikingen zijn vaak geschreven door monniken en andere slachtoffers van raids. Die hadden begrijpelijkerwijs weinig goeds te zeggen. De Arabische reiziger Ibn Fadlan, die in 922 een Vikinggroep in Rusland ontmoette, schreef gedetailleerd over hun reinigingsrituelen: hij vond ze zelfs té uitgebreid. Hij beschreef hoe ze een gezamenlijk wasbekken rondgaven, iets wat hij zelf smerig vond, maar het was wassen.
Mythe 3: Vikingen waren alleen maar plunderaars
Roven was slechts één kant van het Vikingleven. Handel was minstens zo belangrijk, en voor velen waarschijnlijk de hoofdactiviteit. De Vikingen bouwden handelsnetwerken die zich uitstrekten van Newfoundland tot Bagdad. Via de grote rivieren van Oost-Europa (met name de Wolga en Dnjepr) vervoerden ze bont, slaven en barnsteen naar Byzantium en het Arabische Rijk. In ruil kregen ze zijde, specerijen en grote hoeveelheden zilver. Die handelspaden worden aangeduid als de “Varängerroutes”.
In steden als Dublin (gesticht door Vikingen rond 841), Jorvik (het huidige York) en Novgorod drukten Vikingen een duurzame stempel op het stedelijk leven. Archeologisch onderzoek in Jorvik toont een levendige handelsstad met ambachtslieden, geïmporteerde goederen en woonwijken. Van bloederige overvallen is in dat lagen van de bodem weinig te vinden.
Kijk ook naar de ontdekkingsreizen. Rond 870 bereikten Noormannen IJsland en stichtten er permanente nederzettingen. Rond 985 bereikte Erik de Rode Groenland. Zijn zoon Leif Eriksson voer omstreeks het jaar 1000 naar Noord-Amerika, naar een plek die hij Vinland noemde. De Noormannen waren daarmee de eerste Europeanen op het Amerikaanse continent, vijf eeuwen vóór Columbus. Opgravingen in L’Anse aux Meadows (Newfoundland, Canada) bevestigen dit.
Wat deden Vikingen op hun tochten?
De activiteiten van Vikingen op hun reizen varieerden sterk. Hieronder een overzicht van de voornaamste:
| Activiteit | Voorbeelden en gebieden | Periode |
|---|---|---|
| Raids op kloosters | Lindisfarne (793), Iona (795), Parijs (845) | 793-900 |
| Handel via rivierroutes | Wolga, Dnjepr, handel tot Bagdad | 800-1000 |
| Kolonisatie | IJsland (870), Groenland (985), Normandië (911) | 870-1000 |
| Ontdekkingsreizen | Vinland (Noord-Amerika, ca. 1000) | ca. 985-1020 |
| Politieke machtsvorming | Normandië, Sicilië, Kievse Rus, Engeland | 900-1066 |
| Huurlingerdienst | Varangiaanse garde in Byzantium | 988-1200 |
| Landbouw en veeteelt | Thuisbasis in Scandinavië, IJsland, Groenland | hele periode |
Mythe 4: Vikingen aanbaden alleen Odin en Thor
Het Noorse pantheon bestond uit tientallen goden en godinnen, verdeeld over twee groepen: de Asen (waaronder Odin, Thor en Freya) en de Wanen (vruchtbaarheidsgoden zoals Njord en Freyr). Odin was de oppergod, god van wijsheid, poëzie, dood en magie. Thor was populairder onder gewone mensen omdat hij de beschermer was van boeren en ambachtslieden. Freya was de godin van liefde, vruchtbaarheid en oorlog en had haar eigen doden-hal, Fólkvangr, naast Odins Walhalla.
Maar Vikingen bekeerden zich ook. Het christendom verspreidde zich geleidelijk door Scandinavië vanaf de negende eeuw, versneld door contact met christelijke volken in Engeland en het Frankische Rijk. Rond het jaar 1000 was IJsland officieel christelijk geworden. Denemarken en Noorwegen volgden kort daarna. Sommige Vikingen droegen syncreet zowel een Thorshamer als een kruis, als je wist maar niet precies welke god de voorkeur verdiende.
De Noorse mythologie is grotendeels overgeleverd via de IJslandse sagen en de Eddas, teksten die in de dertiende eeuw op schrift zijn gesteld, ruim twee eeuwen na het einde van het Vikingtijdperk. Dat betekent dat ze al gefilterd zijn door christelijke schrijvers. Hoeveel van de mythologie precies overeenkomt met wat de historische Vikingen geloofden, is daardoor moeilijk vast te stellen. De verhalen over mythologie die we nu kennen zijn deels een reconstructie.
Vikingen in het dagelijks leven: wat de meesten vergeten
De overgrote meerderheid van de Vikingen heeft nooit een raid meegemaakt. Ze leefden als boeren, vissers, jagers en ambachtslieden in kleine gemeenschappen langs fjorden, meren en kusten. Het boerenbedrijf was gebaseerd op gerst, rogge, haver en vee (runderen, schapen, geiten, varkens). Paarden werden gehouden maar zelden gegeten, ze waren statussymbool en transportmiddel.
Vikingen hadden een sterk ontwikkeld rechtssysteem. De “thing” was de volksvergadering waar mannen (vrije karlen) wetten opstelden, geschillen beslechtten en leiders kozen. De Althing op IJsland, opgericht in 930, is een van de oudste nog bestaande parlementaire instellingen ter wereld. Recht stond bij de Vikingen hoog in het vaandel: moord, diefstal en andere vergrijpen konden leiden tot verbanning of verplichte compensatie (wergeld).
De positie van vrouwen was voor middeleeuwse begrippen verrassend sterk. Vrouwen beheerden het huishouden en de sleutels tot voedselvoorraden en eigendommen, ook wanneer de man op reis was. Ze konden scheiden en eigendommen erven. Sommige vrouwen vochten vermoedelijk mee in slagvelden: de “schildmeiden” (shieldmaidens) uit de sagen worden steeds vaker bevestigd door genetisch en archeologisch onderzoek. Een in 2017 gepubliceerde analyse van een Viking-krijgersbegraafplaats in Birka (Zweden) toonde aan dat een bijzonder rijke krijger, omringd door wapens en paarden, biologisch vrouwelijk was.
Net als andere grote beschavingen uit de vroege middeleeuwen hadden Vikingen een rijke orale traditie. Skalds (hofdichters) componeerden complexe versvormen om heldendaden te gedenken. Runenstenen werden opgericht ter herdenking van overledenen, soms met volledige inscripties over reizen naar verre landen. Meer dan 2.500 runenstenen zijn bewaard gebleven in Scandinavië, waarvan de meeste in Zweden.
Mythe 5: De Vikingen verdwenen plotseling
Het Vikingtijdperk eindigde niet met een catastrofe. Het was een geleidelijke overgang. De Slag bij Stamford Bridge (1066), waarbij de Noorwegen Harald Hardrada verslagen werd door de Engelse koning Harold Godwinson, wordt traditioneel als het eindpunt gezien. Kort daarna, bij de Slag bij Hastings, veroverden de Noormannen (afstammelingen van Viking-kolonisten in Noord-Frankrijk) Engeland. Met enige ironie kun je zeggen dat het Vikingtijdperk eindigde doordat Vikingen Engeland veroverden, zij het via een omweg.
De Scandinavische koninkrijken werden sterker gecentraliseerd en gekerstend. Plundertochten werden minder winstgevend nu potentiële doelwitten zich beter verdedigden. Handel werd lucratiever dan rooftochten. De Vikingen gingen op in de lokale bevolkingen waar ze zich gevestigd hadden: in Normandië, Engeland, Sicilië, Ierland en Rusland. De Varangiaanse garde in Byzantium bleef tot in de dertiende eeuw actief.
Hun nalatenschap is enorm. Meer dan duizend Engelse woorden stammen uit het Oudnoords, waaronder “window” (vindauga), “knife” (knifr), “husband” (husbondi) en “ugly” (uggligr). Plaatsnamen in Noord-Engeland, Schotland en Ierland verraden Vikingherkomst. De rechtssystemen van Scandinavische landen dragen nog altijd sporen van de thing-vergaderingen. En de navigatietechnieken die de Vikingen ontwikkelden, beïnvloedden de Europese zeevaarttradities van de eeuwen daarna.
Voor meer over hoe verhalen over historische figuren en volkeren door de tijd heen zijn veranderd, vergelijk je ook de mythologisering van figuren als koning Midas of de goden uit het Griekse pantheon zoals Poseidon. Mythen en historische werkelijkheid lopen altijd door elkaar heen.
Vikingen buiten Scandinavië: drie belangrijke gebieden
De Vikingen vestigden zich permanent in drie heel verschillende delen van de wereld, elk met een eigen karakter.
De Britse Eilanden. Ierse kloosters waren de eerste grote doelwitten. Dublin werd gesticht als Vikingbasis rond 841 en groeide uit tot een bloeiende handelsstad. In Engeland veroverde het Grote Heirleger (Micel Here) in de jaren 860-870 vrijwel het hele land. Uiteindelijk werd het Danelaw vastgesteld: een gebied in het noorden en oosten van Engeland waar Deens recht gold. York (het Vikingse Jorvik) was een van de grootste steden in Noord-Europa. Zie ook hoe andere veroveraars duurzame sporen achterlieten in bezette gebieden.
De Kievse Rus. Zweedse Vikingen, de Varängers genaamd, drongen via de Oostzee door naar Oost-Europa. Ze vestigden zich in Novgorod en Kiev en legden de basis voor de Kievse Rus, de voorloper van de Russische staat. De naam “Rusland” zou afgeleid zijn van het Oudnoordse “Ruotsi” of “Rus”, een naam die Finnen gebruikten voor de Zweedse roeiers. Via Byzantium onderhielden ze contacten tot in Bagdad. Dit brede web van culturele uitwisseling deed dienst als een vroeg-middeleeuws internet van ideeën, goederen en geloofssystemen, enigszins vergelijkbaar met hoe de ontcijfering van de Steen van Rosetta vensters opende op een vergeten beschaving.
Noord-Amerika. Leif Eriksson landde omstreeks het jaar 1000 in Vinland, vermoedelijk Newfoundland of een aangrenzende kust. De nederzetting in L’Anse aux Meadows (Canada), opgegraven in de jaren 1960 en inmiddels UNESCO-werelderfgoed, is het enige bevestigde bewijs van een Europese nederzetting op het Amerikaanse continent vóór Columbus. De kolonie hield het niet lang vol, vermoedelijk door conflicten met de lokale bevolking (de Skraelings) en de grote afstand tot Scandinavië.
Veelgestelde vragen
Waren alle Vikingen mannen?
Nee. Vrouwen namen deel aan kolonisatieprojecten, runden boerderijen en handelsbedrijven, en hadden juridische rechten die voor de middeleeuwen ongewoon waren. Genetisch en archeologisch onderzoek uit 2017 toonde aan dat een rijke krijger op een beroemde Vikinggrafplaats in Birka (Zweden) biologisch vrouwelijk was. De zogenoemde schildmeiden uit de sagen hadden dus mogelijk een historische basis. Het idee dat alleen mannen deelnamen aan het Vikingbestaan is een negentiende-eeuwse vereenvoudiging.
Waarvoor gebruikten Vikingen runen?
Runen waren het schriftsysteem van de Germaanse volken, inclusief de Vikingen. Ze werden gebruikt voor inscripties op steen, metaal en hout: op wapens, sieraden, eigendomsmarkeringen en gedenktekenen. Meer dan 2.500 runenstenen zijn bewaard, met teksten die variëren van simpele namen tot volledige reisbeschrijvingen. Runen hadden ook een magische betekenis in religieuze rituelen. Ze waren echter niet geschikt voor lange teksten: orale traditie bleef daarvoor de norm.
Hoe groot waren de Vikingschepen?
De langschepen varieerden sterk in grootte. Een gemiddelde drakkar was 20-30 meter lang en 4-5 meter breed, met plaats voor 25-60 roeiers. Het beroemde Gokstadschip (bewaard in het Vikingschipmuseum in Oslo) is 23,3 meter lang en woog beladen ongeveer 20 ton. Naast langschepen hadden Vikingen ook bredere knarren voor vrachtvervoer en kleinere boten voor riviernavigatie. De schepen lagen zo laag in het water dat ze zonder haven aanlanden konden.
Geloofden alle Vikingen in Walhalla?
Walhalla (de grote hal van Odin waar gesneuvelde strijders feestten) was een deel van het geloof, maar niet het enige leven na de dood in de Noorse kosmologie. Vrouwen en niet-strijders gingen naar Hel, een neutraal onderdoors rijk (niet de hel uit het christendom). Freya’s Fólkvangr ving ook gesneuvelden op. Bovendien bekeerden veel Vikingen zich tot het christendom: rond het jaar 1000 was een groot deel van Scandinavië al officieel christelijk. Het beeld van alle Vikingen als Odin-vereerend heethoofden klopt simpelweg niet.
Wat eindigde het Vikingtijdperk?
Er was geen dramatisch einde. De Slag bij Stamford Bridge (1066), waarbij de Noorse koning Harald Hardrada werd verslagen, wordt traditioneel als het eindpunt aangeduid. Daarna centraliseerden Scandinavische koninkrijken zich, werd het christendom dominant en werden plundertochten minder lonend. De Vikingen gingen geleidelijk op in de lokale bevolkingen van de landen waar ze zich gevestigd hadden. In Normandië, Ierland, Rusland en Engeland zijn hun genetische, taalkundige en culturele sporen tot in de eenentwintigste eeuw zichtbaar.
Zijn er bekende Nederlanders van Vikingafkomst?
Dat is nauwelijks te zeggen voor individuen, maar het kustgebied van de Lage Landen had zeker contact met Vikingen. Friesland en de Schelde-delta werden herhaaldelijk aangevallen, en sommige Friezen namen zelf deel aan plundertochten. De stad Dorestad (nu Wijk bij Duurstede) was een van de rijkste handelssteden van Noord-Europa en werd in de negende eeuw meerdere keren geplunderd. Genetisch onderzoek suggereert dat de populaties in kustgebieden van Nederland, Vlaanderen en Noord-Frankrijk enige Scandinavische bijdrage hebben, maar concrete percentages zijn moeilijk vast te stellen. Net zoals het nagaan van historische identiteiten van figuren als Anne Frank laat zien: identiteit is altijd gelaagder dan een enkel label suggereert.










