Sultan Mehmed II, geboren op 30 maart 1432 in Adrianopel, was de zevende heerser van het Ottomaanse Rijk en de man die in 1453 Constantinopel veroverde. Die verovering beeindigde definitief het Byzantijnse Rijk, dat meer dan duizend jaar had bestaan. Mehmed staat tot op de dag van vandaag bekend als “de Veroveraar” (Turkse bijnaam: Fatih), een titel die hij ruimschoots verdiende.
Zijn leven is het verhaal van een gedreven, briljant en soms meedogenloos heerser die al als twaalfjarige voor het eerst op de troon zat. Zijn tweede regeerperiode (1451-1481) was dertig jaar lang een aaneenschakeling van militaire veroveringen, bestuurlijke hervormingen en culturele ambities. Hij stierf op 3 mei 1481, waarschijnlijk vergiftigd, op weg naar een nieuwe campagne.
De gereedschappen van een veroveraar: zijn voorbereiding op Constantinopel
Mehmed II benaderde de belegering van Constantinopel als een ingenieur en niet alleen als een generaal. Hij had systematisch de juiste middelen verzameld voordat hij een aanval waagde. De stadsmuren van Constantinopel golden eeuwenlang als onneembaar, met drie lagen verdediging en een brede slotgracht. Mehmed wist dat hij die muren alleen kon doorbreken met speciale artillerie.
Zijn bekendste instrument was een reusachtig bronzen kanon, gebouwd door de Hongaarse wapensmid Orban in 1452-1453. Dit kanon had een loop van meer dan acht meter en kon stenen ballen schieten van meer dan 270 kilogram. Het wapen heet in de geschiedenisboeken vaak de “Ottomaanse kanon” of “Basilica”. Orban had zijn diensten eerder aangeboden aan de Byzantijnse keizer Constantijn XI, maar die kon hem simpelweg niet betalen. Mehmed betaalde Orban vierdubbel het gevraagde loon.
Naast artillerie bouwde Mehmed in 1452 de vesting Rumelihisari aan de Europese oever van de Bosporus. Samen met de al bestaande Anatolische vesting aan de overkant konden de Ottomanen hiermee alle scheepvaart over de zeestraat controleren. Constantinopel was daarmee al voor de belegering begon, afgesneden van aanvoer via zee.
Een ander cruciaal gereedschap was zijn vloot. Mehmed liet 70 schepen over land slepen, via een houten railing van meer dan dertien kilometer, om ze in de Gouden Hoorn te laten glijden. Op die manier omzeilde hij de zware ketting die de toegang tot de haven blokkeerde. Dit logistieke wonder verbaasde tijdgenoten en wordt nog altijd beschreven als een van de meest ingenieuze militaire manoeuvres van de vijftiende eeuw.
De verovering van Constantinopel: 6 april tot 29 mei 1453
De belegering begon op 6 april 1453. Mehmed had een leger van naar schatting 60.000 tot 80.000 man tegenover een Byzantijns garnizoen van hooguit 7.000 soldaten, waaronder Genuese en Venetiaanse huurlingen. Vijfenvijftig dagen lang bestookten de Ottomaanse kanonnen de muren, terwijl de Byzantijnen de bressen elke nacht probeerden te dichten met balken, vaten en stenen.
Op 29 mei 1453, in de vroege ochtend, viel het beslissende moment. De janitsaren, de elite-infanterie van het Ottomaanse leger, ontdekten een kleine poort, de Kerkoporta, die in het gevecht was vergeten te vergrendelen. Via deze opening stroomden Ottomaanse troepen de stad in. Keizer Constantijn XI sneuvelde in de gevechten. Zijn lichaam is nooit met zekerheid geidentificeerd.
Mehmed reed diezelfde dag op zijn witte paard de Hagia Sophia binnen, de grootste christelijke kerk van zijn tijd. Hij liet het gebouw onmiddellijk omvormen tot een moskee. De kerk, gebouwd in 537 na Christus, bleef daarna vier eeuwen lang een islamitische gebedsruimte. Mehmed noemde zichzelf vanaf dat moment ook “Kayser-i Rum” (Cesar van Rome), als opvolger van het Byzantijnse keizerrijk.
De val van Constantinopel schokte heel Europa. De kerk in de middeleeuwen reageerde met oproepen tot een nieuw kruisvaardersleger, maar de Europese vorsten kwamen er niet toe eensgezind op te treden. Voor de islam was de verovering een symbolische triomf van formaat, omdat de stad al eeuwenlang als onneembaar gold. De vijf zuilen van de islam en de Ottomaanse religieuze identiteit speelden een centrale rol in hoe Mehmed zijn overwinning presenteerde aan zijn volgelingen.
Overzicht van veroverde gebieden en campagnes
Constantinopel was het hoogtepunt, maar niet het eindpunt. Mehmed voerde in zijn dertig jaar als sultan meer dan twintig militaire campagnes. Hieronder een overzicht van zijn belangrijkste veroveringen:
| Jaar | Veroverd gebied of stad | Belang |
|---|---|---|
| 1453 | Constantinopel (Byzantijns Rijk) | Einde van het Byzantijnse Rijk, nieuwe hoofdstad Istanbul |
| 1456 | Belegering van Belgrado (mislukt) | Eerste grote tegenslag, Hongaarse troepen onder Hunyadi weerden de aanval af |
| 1460 | Morea (Peloponnesos), Griekenland | Einde van het Despot van Morea, rest van Griekenland Ottomaans |
| 1461 | Keizerrijk Trebizonde (Turkse Zwarte Zeekust) | Laatste rest van het Byzantijnse Rijk geannexeerd |
| 1463-1479 | Venetiaans-Ottomaanse Oorlog | Langdurige strijd, uiteindelijk Ottomaanse controle over Griekenland en Albanese kust |
| 1468 | Anatolische emiraten (Karaman e.a.) | Volledige eenwording van Anatolie onder Ottomaans gezag |
| 1475 | Krimkhanaat | Krimtataren werden vazalstaat, toegang tot de Zwarte Zee veiliggesteld |
| 1480 | Otranto (Zuid-Italie) | Eerste Ottomaanse voet op Italiaanse bodem, groot alarm in Rome |
De verovering van Otranto in 1480 was bijzonder alarmerend voor de Europese christelijke wereld. Mehmed leek op weg naar Rome. Pas na zijn dood in 1481 trokken de Ottomaanse troepen zich terug uit Italie. De verspreiding van het christendom in het Romeinse Rijk had een machtig religieus en politiek erfgoed nagelaten, en dat erfgoed werd door Mehmeds veroveringen op zijn grondvesten geschud.
Bestuurlijke en juridische hervormingen: de kanunnames
Mehmed II was niet alleen een militaire leider. Hij was ook een bekwaam staatsman die het Ottomaanse Rijk op een fundamenteel andere leest schoeide. Zijn bekendste bestuurlijke instrument was de kanunname, een seculier wetboek dat de traditionele islamitische sharia aanvulde met staatsrechtelijke bepalingen. Die combinatie was toen vernieuwend.
De kanunnames die Mehmed uitvaardigde, regelden onder meer de rangorde van staatsfunctionarissen, de bevoegdheden van provinciegouverneurs (sanjakbeys), de rechten en plichten van belastingbetalers en de procedure voor hofrechtbanken. Ze maakten het bestuur van een enorm, multicultureel rijk beheersbaar. Dezelfde kanunname bevatte ook regels over de zogenoemde “broedermoord”: een nieuwe sultan mocht zijn broers laten executeren om troonsopvolgingsstrijd te voorkomen. Gruwelijk, maar effectief in het vermijden van burgeroorlogen.
Mehmed reorganiseerde ook het devshirme-systeem, waarbij christelijke jongens uit de Balkanlanden werden geronseld, bekeerd tot de islam en opgeleid als janitsaren of staatsfunctionarissen. Door dit systeem te versterken creeerde hij een loyale bestuursklasse die buiten de macht van de oude Turkse adel stond.
Hij heropbouwde Constantinopel/Istanbul systematisch. De stad was na de belegering voor een deel verlaten en beschadigd. Mehmed liet nieuwe markten, moskeen, een groot bazaar (de latere Grote Bazaar) en de Topkapi-paleis bouwen. Hij haalde Griekse, Armeense en joodse families actief naar de stad om de bevolking te doen groeien.
Religieuze politiek: beschermheer van minderheden
Een aspect van Mehmed dat veel mensen verrast, is zijn relatief tolerante houding tegenover religieuze minderheden. Dat had pragmatische motieven: een functionerend, bevolkt rijk was meer waard dan een geplunderde woestenij.
Na de verovering van Constantinopel stelde Mehmed een nieuwe Griekse patriarch aan: Gennadius Scholarius. Die patriarch kreeg aanzienlijke bevoegdheden over de Griekse orthodoxe gemeenschap, niet alleen in religieuze zaken maar ook in civielrechtelijke kwesties. Dit systeem heet het millet-stelsel, waarbij religieuze gemeenschappen een eigen interne bestuursstructuur mochten handhaven onder Ottomaans oppergezag.
De joodse gemeenschap in het Ottomaanse Rijk groeide sterk in Mehmeds tijd. Na de uitdrijving van joden uit Spanje in 1492 (dat was na Mehmeds dood, maar zijn opvolger zette dezelfde politiek voort) zochten velen een veilig onderkomen in het Ottomaanse Rijk. Die traditie was onder Mehmed begonnen. Jeruzalem is heilig voor drie religies en het Ottomaanse Rijk zou later ook de hoeder van die stad worden: ook dat was een erfenis van Mehmeds beleid.
Mehmed liet de Armeense gemeenschap ook haar eigen patriarch benoemen in Constantinopel. De stad ontwikkelde zich onder zijn bewind tot een echte mozaiek van volkeren en religies, ook al was de islamitische identiteit van het rijk buiten kijf. Eid al-Fitr, het islamitische suikerfeest dat het einde van de vastenmaand Ramadan viert, was een van de centrale feesten in het Ottomaanse hofceremoniel.
Intellectuele en culturele nalatenschap
Mehmed sprak, volgens tijdgenoten, zes talen: Turks, Arabisch, Perzisch, Grieks, Latijn en Servo-Kroatisch. Of dit volledig klopt is niet met zekerheid vast te stellen, maar zijn veelzijdige intellectuele interesse is buiten kijf. Hij verzamelde een grote bibliotheek, liet Grieks-Byzantijnse manuscripten bewaren die anders verloren waren gegaan, en nodigde Italiaanse humanisten aan zijn hof uit.
De Venetiaanse schilder Gentile Bellini verbleef in 1479-1480 aan Mehmeds hof en maakte een beroemd portret van de sultan. Dat portret, nu in de National Gallery in Londen, toont een man met een brede, haakachtige neus en een ernstige, berekenende blik. Het is een van de weinige goed gedocumenteerde portretten van een Ottomaanse heerser uit die periode.
Mehmed schreef ook poezie, onder het pseudoniem Avni. Zijn gedichten zijn bewaard gebleven en tonen een reflectieve, soms melancholieke kant die contrasteerde met zijn reputatie als harde veroveraar. Hij was gefascineerd door de Griekse en Latijnse klassieke oudheid. Naar verluidt las hij boeken over Alexander de Grote en Julius Caesar en beschouwde hij zichzelf als hun opvolger.
Zijn culturele brede blik weerspiegelde iets dat in de Islam breed leefde: de gedachte dat kennis uit alle bronnen waardevol kon zijn. Vergelijk dit met de Hindoegod Varuna, die in de Vedische traditie ook wordt omschreven als alwetend en alziend: machtige figuren werden in veel culturen niet alleen om militaire kracht gewaardeerd, maar om hun wijsheid en veelzijdigheid.
Mehmeds drie gezichten: veroveraar, hervormer, mecenas
Het is nuttig om Mehmeds persoonlijkheid in drie concrete dimensies te zien, elk met eigen kenmerken:
1. De militaire veroveraar
Mehmed was een tactisch genie die moderne artillerie combineerde met klassieke belegeringstechnieken. Hij verloor enkele veldslagen (Belgrado 1456, Vlad de Spietser in Walachije) maar wist elk verlies strategisch op te vangen. Zijn methode was systematisch: eerst een vesting bouwen om de vijand af te snijden, dan druk opbouwen met artillerie, dan de finale aanval inzetten met janitsaren. Die methode herhaalde hij op bijna elk slagveld.
2. De bestuurlijke hervormer
Als staatsman moderniseerde hij het recht (kanunnames), bouwde hij de hoofdstad opnieuw op, organiseerde hij de administratie van provincies en creeerde hij een loyale bureaucratie via het devshirme-stelsel. Hij centraliseerde de macht op een manier die het Ottomaanse Rijk nog twee eeuwen stabiel hield.
3. De culturele mecenas
Als intellectueel beschermde hij Byzantijnse manuscripten, nodigde hij Italiaanse kunstenaars uit, schreef hij zelf poezie en sprak hij meerdere talen. Zijn bibliotheek in het Topkapi-paleis werd een van de rijkste van zijn tijd. Hij verbond de islamitische, christelijke en hellenistische wereld op een manier die zelden zoveel invloed had gehad.
Deze drie gezichten maken hem tot een van de meest gelaagde figuren uit de vijftiende-eeuwse geschiedenis. Veel contemporaine Europese bronnen beschreven hem met een mengeling van ontzag en angst. Paus Pius II zag hem als een bedreiging voor de hele christenheid, maar erkende ook zijn intellect.
Veelgestelde vragen
Waarom heet Mehmed II “de Veroveraar”?
Mehmed II kreeg de bijnaam “Fatih” (Arabisch voor veroveraar) vanwege zijn succesvolle inname van Constantinopel in 1453. Die verovering was al eeuwenlang de droom van islamitische heersers en een profetische belofte in islamitische overlevering. Door de stad te veroveren die andere Ottomaanse sultans niet hadden kunnen innemen, verdiende hij die eretitel voor altijd. In Turkije wordt hij nog steeds als een nationale held vereerd.
Hoe oud was Mehmed II toen hij Constantinopel veroverde?
Mehmed II was 21 jaar oud toen hij Constantinopel veroverde in 1453. Hij had zijn tweede regeerperiode slechts twee jaar daarvoor begonnen, in 1451, na de dood van zijn vader Murad II. Zijn jeugdige leeftijd maakte zijn succes in de ogen van tijdgenoten nog indrukwekkender. Hij was al op zijn twaalfde voor het eerst sultan geworden, maar zijn vader had toen de macht snel teruggenomen.
Wat gebeurde er met de Hagia Sophia na de verovering?
Mehmed II liet de Hagia Sophia direct na de verovering van Constantinopel omvormen tot een moskee. Hij voegde er minaret aan toe en liet christelijke mozaieken deels overdekken. De kerk, gebouwd in 537 na Christus onder keizer Justinianus, bleef bijna vijf eeuwen een moskee. In 1934 maakte Ataturk er een museum van. In 2020 besloot de Turkse regering het gebouw opnieuw als moskee in gebruik te nemen.
Verloor Mehmed II ooit een veldslag?
Ja, Mehmed II verloor enkele militaire confrontaties. Zijn belegering van Belgrado in 1456 mislukte door het succesvolle optreden van de Hongaarse legeraanvoerder Janos Hunyadi. In 1462 versloeg Vlad de Spietser (de historische inspiratie voor Dracula) een Ottomaanse nachtelijke aanval in Walachije. Mehmed trok zijn leger terug en liet Walachije over aan zijn bondgenoten. Hij was hard maar ook realistisch genoeg om verliesgevende campagnes te staken.
Hoe verging het religieuze minderheden onder Mehmed II?
Mehmed II voerde een relatief tolerante politiek tegenover religieuze minderheden, zowel christenen als joden. Hij stelde een nieuwe Griekse orthodoxe patriarch aan na de verovering van Constantinopel en gaf die gemeenschap interne autonomie via het millet-stelsel. Joodse gemeenschappen werden actief uitgenodigd zich in de nieuwe hoofdstad te vestigen. Die aanpak was pragmatisch: Mehmed had bevolking nodig om zijn verwoeste hoofdstad weer op te bouwen. Dat neemt niet weg dat gedwongen bevolkingsverplaatsingen en religieuze bekering ook voorkwamen.
Wat is de betekenis van Mehmed II voor de islamitische wereld?
In de islamitische traditie was de verovering van Constantinopel al eeuwenlang geprofeteerd als een groot religieus hoogtepunt. Een hadith, een overlevering over de profeet Mohammed, beschreef een toekomstige verovering van de stad als iets positiefs. Mehmed vervulde daarmee in de ogen van zijn tijdgenoten een profetische belofte. Hij ontving erkenning van islamitische geleerden en werd door de Ottomaanse propaganda neergezet als verdediger van het geloof. De vijf zuilen van de islam stonden centraal in het hofceremonieel van de Ottomanen onder zijn bewind.










