Bij welke saturatie zuurstof toedienen? SpO2-richtlijnen uitgelegd

Ravi de Groot

Geupdate op:

Bij welke saturatie zuurstof toedienen? Ontdek essentiële richtlijnen!
Je leest dit artikel in 7 minuten

Laatst bijgewerkt: 31 maart 2026

Zuurstof toedienen is noodzakelijk zodra de zuurstofsaturatie (SpO2) daalt onder de 94% bij gezonde volwassenen of onder de 88% bij patiënten met COPD. Die grens is niet willekeurig: bij waarden hieronder krijgen organen, hersenen en hartspier onvoldoende zuurstof, met serieuze gevolgen. Lees hieronder precies welke drempelwaarden gelden, voor welke groepen ze verschillen en hoe zuurstof correct wordt toegediend.

Wat is zuurstofsaturatie en waarom telt het?

Zuurstofsaturatie (officieel: SpO2) geeft aan welk percentage van het hemoglobine in je bloed is gebonden aan zuurstof. Een gezond persoon heeft een saturatie van 95-100%. Zakt die waarde, dan heeft het lichaam moeite genoeg zuurstof naar weefsels te transporteren. Dit heet hypoxemie.

Een pulsoximeter meet de saturatie pijnloos via de vinger of het oorlelletje. Het apparaatje zendt rood en infrarood licht uit en berekent op basis van de lichtabsorptie hoeveel hemoglobine aan zuurstof gebonden is. In ziekenhuizen en ambulances is dit een standaardmeting; tegenwoordig zijn betrouwbare thuisoximeters voor tientjes verkrijgbaar.

Belangrijk onderscheid: SpO2 en PaO2 (arterieel zuurstofgehalte gemeten in bloed) zijn niet hetzelfde, maar hangen nauw samen. Bij een SpO2 van 90% hoort ruwweg een PaO2 van 8 kPa (60 mmHg). Zakt de PaO2 daaronder, dan spreekt men van klinisch relevante hypoxemie die behandeling vereist. De meeste richtlijnen gebruiken SpO2 als praktische drempel omdat meten eenvoudig en direct is.

Vroeg ingrijpen voorkomt orgaanschade. Hersencellen verdragen slechts enkele minuten ernstige zuurstoftekorten. Het hart, de nieren en de lever zijn kwetsbaarder dan veel mensen denken. Zie ook de informatie over hoe laag de nierfunctie mag zijn: ook de nier lijdt flink onder aanhoudende hypoxemie.

De algemene grenswaarden: wanneer start je met toedienen?

Voor de meeste volwassenen gelden de volgende richtlijnen, gebaseerd op het NHG en de internationale BTS-richtlijn (British Thoracic Society) voor zuurstoftherapie:

SpO2-waarde Interpretatie Actie
95-100% Normaal Geen zuurstof nodig
94% Ondergrens normaal Extra controle, afhankelijk van klachten
92-93% Milde hypoxemie Overweeg zuurstof via neusbril 1-2 L/min
90-91% Matige hypoxemie Zuurstof starten, oorzaak opsporen
85-89% Ernstige hypoxemie Onmiddellijk zuurstof, hoge flow
Onder 85% Levensbedreigende hypoxemie 112 bellen, non-rebreathingmasker 10-15 L/min
Koolmonoxidevergiftiging SpO2 onbetrouwbaar (vals hoog) Altijd 100% O2 via non-rebreathingmasker

Streefwaarde bij therapie voor gezonde volwassenen: SpO2 94-98%. Bereik je die waarde, dan wordt de flow geleidelijk afgebouwd. Bij te veel zuurstof (hyperoxie) kunnen vrije radicalen schade aanrichten aan longweefsel, vandaar dat niet altijd “meer is beter” geldt.

Bij kinderen met bronchiolitis geldt als extra zuurstofdrempel een SpO2 onder 90% (richtlijnendatabase.nl). Jonge kinderen kunnen snel verslechteren, dus bij twijfel eerder starten dan afwachten.

“De valkuil bij zuurstoftoediening is dat clinici de saturatie als enige parameter gebruiken. De klinische toestand van de patiënt, zoals ademarbeid, huidskleur, bewustzijn en ademfrequentie, is minstens zo belangrijk. Een saturatie van 91% bij een patiënt die rustig ademt en helder is, vraagt om andere urgentie dan dezelfde waarde bij iemand die zichtbaar buiten adem is en cyanotisch wordt.”

Longarts-perspectief, gebaseerd op NHG-richtlijn spoedeisende situaties

Zuurstof bij COPD: andere drempelwaarden, andere aanpak

Bij COPD wijken de richtlijnen wezenlijk af van de algemene norm. COPD-patiënten houden chronisch meer CO2 vast en hun ademhalingscentrum heeft zich aangepast aan een hogere CO2-concentratie. Geef je te veel zuurstof, dan verdwijnt de prikkel om te ademen, waardoor CO2 nog verder opstapelt. Dit heet het Haldane-effect of hypercapnische respiratoire insufficientie.

De streefwaarde bij COPD-patiënten is SpO2 88-92%. Zuurstof starten bij COPD is pas aan de orde als de saturatie zakt onder de 88%, tenzij een arts een andere drempel heeft bepaald. In de acute setting wordt gestart met lage flow via een venturimasker (24% of 28%) en wordt de saturatie nauwlettend bewaakt.

Langdurige thuiszuurstof (LTOT: long-term oxygen therapy) bij COPD wordt overwogen als de PaO2 chronisch onder 7,3 kPa (55 mmHg) ligt, of onder 7,8 kPa (58 mmHg) bij aanwijzingen voor cor pulmonale of polyglobulie. Dat zijn arteriële bloedgaswaarden, gemeten door een longarts. Thuiszuurstof heeft bij COPD alleen bewezen meerwaarde als hij minstens 15-16 uur per dag wordt gebruikt.

Bij non-invasieve beademing (NIV) gecombineerd met zuurstof bij COPD is de stelregel: pas de zuurstofflow zo aan dat de SpO2 in het streefvenster 88-92% blijft. Meer informatie over bloedwaarden bij longziekten vind je bij de uitleg over bloedwaarden bij chronische aandoeningen.

Toedieningsmethoden: van neusbril tot non-rebreathingmasker

Hoe zuurstof wordt toegediend hangt af van de ernst van de hypoxemie en de gewenste zuurstofconcentratie. Er zijn vier hoofdmethoden:

  1. Neusbril (nasale canule): De meest comfortabele methode, geschikt voor lage flow van 1-6 liter per minuut. Levert ruwweg 24-44% zuurstof, afhankelijk van de flow. Geschikt bij milde hypoxemie en voor langdurig gebruik. De patiënt kan eten en praten zonder het systeem te verwijderen.
  2. Eenvoudig zuurstofmasker: Levert 35-60% zuurstof bij een flow van 5-12 L/min. Minder comfortabel dan de neusbril, niet geschikt voor COPD-patiënten vanwege het risico op CO2-stapeling bij lage flows. Wordt gebruikt bij matige hypoxemie.
  3. Venturimasker: Geeft nauwkeurig instelbare zuurstofconcentraties via kleurgecodeerde adapters: 24%, 28%, 35%, 40% of 60%. Dit is de voorkeursmethode bij COPD: je weet precies welke concentratie de patiënt inhaleert. Nadeel: hogere flow vereist, masker moet goed aansluiten.
  4. Non-rebreathingmasker (NRM): Levert tot 80-90% zuurstof bij een flow van 10-15 L/min. Gereserveerd voor ernstige hypoxemie, koolmonoxidevergiftiging, shock en situaties waarbij maximale zuurstofconcentratie gewenst is. Niet geschikt voor COPD.
  5. High-flow neusbril (HFNO): Steeds vaker ingezet in ziekenhuizen. Levert verwarmde, bevochtigde zuurstof tot 60 L/min bij concentraties tot 100%. Verbetert uitwisseling en vermindert ademarbeid. Wordt onder meer gebruikt bij COVID-19-gerelateerde hypoxemie.
  6. Masker met reservoirzak (partieel rebreathingmasker): Zit tussen eenvoudig masker en NRM in, levert 60-80% zuurstof. Minder gebruikt maar nuttig als NRM niet beschikbaar is.
  7. Zuurstoftent of kap (bij kinderen): Kleuters en zuigelingen verdragen maskers slecht. Via een tent of kap boven het hoofd wordt een zuurstofrijke omgeving gecreëerd. Concentratie is minder nauwkeurig controleerbaar.

Kies de methode op basis van de gewenste FiO2 (fractie ingeademde zuurstof), de toestand van de patiënt en of nauwkeurige dosering noodzakelijk is. Bij alle methoden geldt: start laag, titreer op basis van SpO2-respons, en gebruik de laagst effectieve dosis.

Speciale situaties: zwangerschap, hartfalen en koolmonoxidevergiftiging

Bij de standaardmeting gaat men uit van een gezonde volwassene. Maar in drie specifieke situaties gelden andere regels of voorzorgen.

Zwangerschap: Een zwangere vrouw heeft een licht verlaagde pCO2 en iets hogere ademhalingsfrequentie. De SpO2-streefwaarde blijft 94-98%, maar de drempel om zuurstof te starten ligt lager omdat ook de foetus beschermd moet worden. Bij een acute astma-aanval of pre-eclampsie wordt daarom vroeger gestart met zuurstoftoediening. Hypoxemie bij de moeder vertaalt zich snel in foetale nood.

Hartfalen: Bij acuut hartfalen en longoedeem is zuurstoftherapie standaardbehandeling zodra SpO2 onder 90% daalt. Tegenwoordig wordt echter voorzichtiger omgegaan met grote hoeveelheden zuurstof bij patiënten met acuut hartfalen zonder hypoxemie: routinematig geven bleek in studies niet voordelig en mogelijk zelfs schadelijk (coronairspasme). Behandel dus op geleide van saturatie, niet als reflex.

Koolmonoxidevergiftiging: Dit is de grote uitzondering. Koolmonoxide bindt zich aanzienlijk sterker aan hemoglobine dan zuurstof en verdringt het zuurstof. Een standaard pulsoximeter meet carboxyhemoglobine (HbCO) als gewone verzadiging en geeft een vals hoge SpO2-waarde. Je kunt een SpO2 van 98% meten terwijl de patiënt ernstig vergiftigd is. Bij (vermoeden van) CO-vergiftiging altijd 100% zuurstof geven via een non-rebreathingmasker, ongeacht de gemeten saturatie. Alleen een co-oximetrie of een arterieel bloedgas toont het werkelijke beeld.

Verwant aan dit thema: bij het interpreteren van bloedwaarden is context altijd essentieel. Dat geldt ook voor eiwitten in de urine of verhoogde LDH-waarden bij een ziekteproces. Een meting op zichzelf zegt minder dan de combinatie met de klinische toestand.

Monitoring, aanpassing en wanneer afbouwen

Zuurstoftherapie is geen set-and-forget behandeling. Regelmatige controle van de SpO2 is essentieel, zeker in de eerste uren. In een klinische setting geldt de volgende aanpak:

  • Meet SpO2 voor aanvang van de therapie en leg het startmoment vast.
  • Meet elke 5 minuten in de acute fase; elke 15-30 minuten zodra de situatie stabiel is.
  • Pas de flow aan op geleide van de gemeten saturatie: verhoog als de SpO2 te laag blijft, verlaag als de streefwaarde bereikt is.
  • Let ook op ademfrequentie, bewustzijn en het gevoel van de patiënt: zijn de klachten verbeterd?
  • Controleer de arteriële bloedgaswaarden bij twijfel over CO2-stapeling (vooral bij COPD).
  • Bouw af zodra de SpO2 stabiel in het streefvenster ligt en de oorzaak van de hypoxemie is behandeld.
  • Verwijder de zuurstof nooit plotseling bij langdurig gebruik: geleidelijk afbouwen voorkomt rebound-hypoxemie.

Na een ziekenhuisopname wegens zuurstoftekort kan een poliklinische controle bij de longarts nodig zijn, inclusief een looptest (6-minutenwandeltest) om te bepalen of thuiszuurstof geindiciceerd is. Bij patiënten met een verlaagde saturatie in rust maar normale waarden bij inspanning wordt thuiszuurstof meestal niet voorgeschreven.

Wil je meer weten over wat afwijkende bloedwaarden betekenen? Bekijk ook de uitleg over hoe hoog de LDH-waarde mag zijn of over te veel witte bloedcellen bij een infectie of longontsteking.

Thuismeting en zelfzorg: wat kun je zelf doen?

Steeds meer mensen hebben een pulsoximeter in huis, zeker na de COVID-19-periode. Dat is zinvol als je een chronische longaandoening hebt of na een ernstige luchtweginfectie. Maar er zijn een paar valkuilen bij thuismeting:

Valse lage waarden: Koude vingers, nagellak (vooral donkere en blauwe tinten), sterke beweging en slechte doorbloeding kunnen de meting verstoren. Meet altijd een warme, nagellakvrije vinger en blijf stilzitten. Als de meting lijkt te schommelen, meet dan opnieuw na een minuut rust.

Valse hoge waarden: Zoals bij koolmonoxide al uitgelegd, geeft een standaard oximeter geen betrouwbare uitslag bij CO-vergiftiging. Ook bij ernstige bloedarmoede kan de SpO2 normaal lijken terwijl de zuurstoftoevoer naar organen onvoldoende is, omdat er te weinig hemoglobine aanwezig is ondanks een hoge verzadigingsgraad. Bij klachten van vermoeidheid en kortademigheid samen, zelfs met een normale SpO2, is een aanvullend bloedonderzoek op ferritine en hemoglobine zinvol. Meer over bloedarmoede-gerelateerde klachten lees je bij klachten bij laag ferritine.

Wanneer bel je 112 bij een thuismeting? Direct bij SpO2 onder 90% in combinatie met kortademigheid, verwardheid, blauwverkleuring van lippen of vingers, of snelle achteruitgang. Wacht niet op een tweede meting als de patiënt zichtbaar verslechtert. Zuurstofgebrek in de hersenen gaat snel: een SpO2 van 80% houdt het bewustzijn slechts minuten stand. Heb je een chronische longaandoening en weet je dat jouw persoonlijke basislijn lager is dan gemiddeld, bespreek dan met je longarts welke grenswaarde voor jou geldt.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke saturatie is zuurstoftoediening noodzakelijk?

Bij gezonde volwassenen geldt als algemene grens een SpO2 onder 94%. Actief starten met zuurstof wordt aangeraden bij waarden onder 92%. Voor COPD-patiënten ligt de grens lager: pas starten als SpO2 zakt onder 88%, omdat te veel zuurstof bij hen CO2-stapeling kan veroorzaken. Deze drempels zijn richtlijnen; de arts weegt ook de klinische toestand mee.

Wat is de streefwaarde bij zuurstoftherapie?

Bij gezonde volwassenen streeft men naar SpO2 94-98%. Bij COPD-patiënten is de streefwaarde bewust lager: 88-92%. Te hoge saturatie door te veel zuurstof kan bij COPD-patiënten leiden tot ademdepressie en verhoogde CO2-stapeling. Zodra de streefwaarde bereikt is, wordt de zuurstofflow teruggebracht naar de laagst effectieve dosis.

Is een saturatie van 90% gevaarlijk?

Een SpO2 van 90% is een alarmsignaal dat onmiddellijk aandacht vraagt. Bij die waarde is de arteriële zuurstofdruk (PaO2) gedaald tot circa 8 kPa (60 mmHg), de grens van klinisch relevante hypoxemie. Organen en hersenen krijgen minder zuurstof. Of dit direct gevaarlijk is hangt af van hoe snel de saturatie is gedaald, hoe de patiënt erbij zit en of er onderliggende aandoeningen zijn. Bel bij twijfel altijd een arts.

Kan ik thuis zuurstof geven zonder recept?

Medische zuurstof in flessen of via een zuurstofconcentrator is in Nederland uitsluitend op recept verkrijgbaar. Thuiszuurstof wordt voorgeschreven door een longarts na zorgvuldige diagnostiek, inclusief arterieel bloedgasonderzoek en een looptest. Zelfstandig zuurstof kopen en toedienen zonder medische begeleiding is niet veilig: je weet niet wat de oorzaak van het zuurstoftekort is en je weet niet welke dosering passend is.

Waarom is zuurstof bij koolmonoxidevergiftiging anders?

Koolmonoxide verdringt zuurstof van het hemoglobine met een bindingskracht die 200-250 keer sterker is. Een gewone pulsoximeter herkent dit niet en geeft een vals hoge SpO2. De enige behandeling is zo snel mogelijk 100% zuurstof toedienen via een non-rebreathingmasker, zodat het koolmonoxide van het hemoglobine verdreven wordt. In ernstige gevallen wordt hyperbare zuurstoftherapie (HBO) overwogen in een speciale drukkamer. Bel altijd 112 bij vermoeden van CO-vergiftiging.

Hoe lang duurt het voordat zuurstoftherapie effect heeft?

Bij gezonde longen stijgt de SpO2 al binnen 1-2 minuten na het starten van zuurstoftoediening. Bij ernstige longziekten, longontsteking of longembolie kan het langer duren of blijft het effect beperkt, omdat de onderliggende oorzaak van de hypoxemie dan de beperkende factor is. Als de saturatie na 5-10 minuten niet stijgt ondanks adequate zuurstoftoediening, is direct medische hulp nodig. Soms is intensievere ademhalingsondersteuning, zoals NIV of beademing, noodzakelijk.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie