Een nierfunctie van 66 procent (eGFR 66) is op zichzelf geen bewijs van nierschade, maar het kan er wel op wijzen. Of het problematisch is, hangt af van je leeftijd, de aanwezigheid van eiwit in de urine en het verloop in de tijd. Wat die 66 precies betekent en wanneer het alarmerend is, lees je hier.
Wat betekent een nierfunctie van 66 procent?
Je nierfunctie wordt uitgedrukt als eGFR: de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid. Die waarde geeft aan hoeveel bloed je nieren per minuut filteren, berekend op basis van een bloedonderzoek naar kreatinine. Een eGFR van 66 ml/min per 1,73 m² betekent dat je nieren ruwweg 66 procent werken van wat als referentiewaarde geldt voor een gezonde jongvolwassene.
Artsen delen nierschade in met het KDIGO-classificatiesysteem. Dat systeem gebruikt vijf stadia (G1 t/m G5) op basis van eGFR, aangevuld met een klasse voor albuminurie (eiwitverlies in de urine). Een eGFR van 66 valt in stadium G2: licht verminderde nierfunctie (60-89 ml/min). Stadium G2 betekent echter alleen chronische nierschade als er tegelijk tekenen van nierbeschadiging zijn, zoals albumine in de urine, een afwijkend nierechogeluid of een bekende nierproblemen-diagnose.
Is er geen eiwitverlies, geen structurele afwijking en geen oorzaak aan te wijzen? Dan geldt een eGFR van 66 voor veel mensen als normaal, zeker op middelbare of oudere leeftijd. De nieren verliezen namelijk van nature filtercapaciteit naarmate je ouder wordt: gemiddeld 0,4 tot 1 ml/min per jaar vanaf je 40e. Een 70-jarige met eGFR 66 heeft daarmee statistisch gezien een geheel normale nierfunctie voor zijn leeftijd.
Beginner: de basisvraag uitgelegd
Als je voor het eerst te horen krijgt dat je nierfunctie 66 procent is, kan dat schrikken. Dat getal doet denken aan een onvoldoende op school. Maar de vergelijking klopt niet helemaal.
De eGFR vergelijkt jouw filtersnelheid met een referentiepersoon van 1,73 m² lichaamsoppervlak. Iedere waarde boven de 60 wordt in de meeste richtlijnen als “licht verminderd of normaal voor leeftijd” beschouwd, mits er geen andere tekenen van nierschade zijn. Pas bij waarden onder de 60 spreken we structureel van chronische nierschade (stadium G3 en hoger).
Concreet voor beginners: een eGFR van 66 is een reden om het in de gaten te houden, maar op zichzelf niet per se een reden tot grote zorgen. Vraag je huisarts om de waarde in context te plaatsen: is er ook eiwit in je urine? Heb je diabetes of hoge bloeddruk? Is de waarde gestegen of gedaald ten opzichte van een eerder meting?
Drie vragen die de huisarts altijd stelt bij eGFR 66:
- Is er albumine in de urine (albuminurie)?
- Hoe lang bestaat deze waarde al (minstens 3 maanden voor de diagnose chronische nierschade)?
- Is er een bekende oorzaak, zoals diabetes, hoge bloeddruk of erfelijke nieraandoening?
Zonder afwijkend antwoord op die drie vragen is er voorlopig geen diagnose nierschade, alleen een aandachtspunt.
Gevorderd: de KDIGO-stadiering in detail
Voor mensen die al meer weten over nierfunctie of die al een tijdje bloedwaarden volgen, is het nuttig om de volledige KDIGO-stadiering te begrijpen. De diagnose chronische nierschade (CNS) hangt af van twee assen: de eGFR-categorie en de albuminurie-categorie.
| Stadium | eGFR (ml/min/1,73 m²) | Beschrijving | Aandacht vereist? |
|---|---|---|---|
| G1 | 90 of hoger | Normaal of verhoogd, mits schade aanwezig | Alleen bij albuminurie of structurele afwijking |
| G2 | 60-89 (incl. 66) | Licht verminderd | Alleen bij begeleidende tekenen van schade |
| G3a | 45-59 | Licht tot matig verminderd | Ja: regelmatige controle aanbevolen |
| G3b | 30-44 | Matig tot ernstig verminderd | Ja: nefroloog betrekken |
| G4 | 15-29 | Ernstig verminderd | Ja: voorbereiding nierfunctievervanging |
| G5 | Onder 15 | Nierfalen | Ja: dialyse of transplantatie |
Naast de eGFR kijkt de arts naar de albuminurie-categorie: A1 (minder dan 30 mg/g kreatinine in de urine, normaal), A2 (30-300 mg/g, matig verhoogd) of A3 (meer dan 300 mg/g, ernstig verhoogd). Een combinatie van eGFR G2 en albuminurie A2 of A3 is wél een aanwijzing voor chronische nierschade en vraagt om verdere evaluatie.
Een gevorderd begrip: de eiwitdrempel bepaalt mede hoe snel je naar een hogere risicocategorie gaat. Iemand met eGFR 66 maar albumine-creatinine ratio van 250 mg/g heeft een veel hoger risico op progressie dan iemand met dezelfde eGFR maar A1 (normaal eiwitverlies).
Drie concrete situaties: wanneer is 66 wél of niet zorgelijk?
Dezelfde eGFR van 66 kan in drie heel verschillende situaties een andere betekenis hebben. Hieronder drie deelgevallen die laten zien hoe context alles verandert.
Situatie 1: Gezonde 70-jarige, geen diabetes, geen eiwit in urine
Een 70-jarige bij wie eGFR 66 wordt gevonden bij een routine bloedonderzoek, zonder klachten, zonder albumine in de urine en zonder hoge bloeddruk: dit is hoogstwaarschijnlijk een normale leeftijdsgerelateerde afname. De nieren verliezen circa 0,5-1 ml/min per jaar aan filtercapaciteit. Herhaald meten na 3 maanden is verstandig om de waarde te bevestigen, maar er is geen reden voor directe zorg.
Situatie 2: 50-jarige met diabetes type 2 en eGFR 66
Bij iemand met diabetes is een eGFR van 66 een waarde om goed in de gaten te houden. Diabetes is de meest voorkomende oorzaak van chronische nierschade in Nederland. De huisarts zal naast de eGFR ook de urine controleren op albumine. Als die ook verhoogd is, spreken we van diabetische nefropathie: een concrete diagnose die begeleiding vraagt. Behandeling richt zich dan op bloedsuikerregulatie, bloeddrukbeheersing (bij voorkeur met een ACE-remmer of sartaan) en eventueel SGLT2-remmers, die bewezen nierbeschermend werken.
Situatie 3: Acute daling van eGFR naar 66 na medicijnen of ziekte
Soms is een eGFR van 66 niet stabiel maar het resultaat van een acute daling. NSAID-pijnstillers (ibuprofen, naproxen), contrastmiddel bij een scan of een periode van uitdroging kunnen de nierfunctie tijdelijk laten dalen. Als eGFR 66 optreedt in die context en daarna normaliseert, is er sprake van een acuut nierprobleem, geen chronische schade. Herhaald meten na herstel is essentieel om te bevestigen of de waarde terugkeert naar normaal.
Symptomen: wat voel je bij eGFR 66?
Bij een eGFR van 66 heb je in de meeste gevallen geen of nauwelijks klachten. Dat is meteen een van de gevaarlijkste eigenschappen van nierschade in vroeg stadium: het doet geen pijn. Klachten ontstaan pas als de nierfunctie significant daalt, meestal onder de 30 of zelfs 15 procent.
Toch zijn er subtiele signalen die bij nierproblemen kunnen voorkomen, ook al zijn ze niet uniek voor nierschade:
- Vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak (door lichte bloedarmoede of ophoping van afvalstoffen)
- Meer of juist minder plassen dan normaal
- Schuimende urine (een teken van eiwitverlies)
- Licht opgezwollen enkels of voeten
- Verhoogde bloeddruk die moeilijk te controleren is
- Jeuk aan de huid (pas in latere stadia)
Schuimende urine is een concreet signaal om serieus te nemen. Als je merkt dat je plas sterk schuimt, overleg dan met je huisarts over een urinetest op albumine. Dit kan een vroeg teken zijn van eiwitverlies via de nieren, ook bij eGFR 66. Zie ook de pagina over te veel eiwitten in je urine: oorzaken en wat je kunt doen voor meer uitleg over dit symptoom.
Het ontbreken van klachten maakt vroege opsporing via bloedonderzoek en urineonderzoek zo belangrijk. Risicogroepen (mensen met diabetes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, of een familiegeschiedenis van nierziekte) krijgen in de NHG-richtlijn het advies om jaarlijks eGFR en albumine-creatinineratio te laten bepalen.
Wat doet de huisarts bij eGFR 66?
Als de huisarts een eGFR van 66 vaststelt, zal die niet direct in actie komen zonder context. Het beleid volgt een vaste stap-voor-stap aanpak, zoals beschreven in de NHG-Standaard Chronische Nierschade.
- Herhaal de eGFR na 2-4 weken om een meetfout of tijdelijke daling uit te sluiten.
- Bepaal tegelijk de albumine-creatinineratio in een ochtendurine.
- Beoordeel mogelijke oorzaken: diabetes, hoge bloeddruk, medicijngebruik (NSAID’s, lithium, contrastmiddelen).
- Controleer bloeddruk: streefwaarde bij nierschade is bij voorkeur onder de 130/80 mmHg.
- Bespreek leefstijl: minder zout, niet roken, matig met alcohol, voldoende beweging.
- Overweeg verwijzing naar internist of nefroloog bij twijfel of bij combinatie G2 plus A2/A3.
- Stel een controlefrequentie in: bij stabiele G2 zonder albuminurie jaarlijks of tweejaarlijks herevalutie.
Een stabiele waarde van 66 over meerdere jaren zonder albuminurie leidt in de meeste gevallen tot een afwachtend beleid met jaarlijkse controles. Pas als de eGFR daalt naar onder de 60, of als albuminurie stijgt, wordt het beleid actiever. Meer over de drempelwaarden lees je op de pagina hoe laag mag je nierfunctie zijn? eGFR-stadia uitgelegd.
Wat kun je zelf doen om verdere achteruitgang te voorkomen?
Leefstijl heeft een aantoonbare invloed op het tempo waarmee de nierfunctie daalt. Onderstaand een overzicht van maatregelen die wetenschappelijk onderbouwd zijn en die je bij eGFR 66 kunt inzetten.
| Maatregel | Effect op nieren | Beginnersvriendelijk? |
|---|---|---|
| Zout beperken (max 5-6 g/dag) | Verlaagt bloeddruk, vermindert eiwitverlies | Ja, direct uitvoerbaar |
| Stoppen met roken | Vermindert vaatschade in de nieren | Moeilijk, maar hoge impact |
| Bloeddruk goed instellen | Vertraagt progressie aantoonbaar | Via huisarts |
| Bloedsuiker beheersen (bij diabetes) | Voorkomt diabetische nefropathie | Via huisarts of diabetesverpleegkundige |
| NSAID’s vermijden (ibuprofen, naproxen) | Voorkomt acute nierdruk | Ja, overstap naar paracetamol |
| Voldoende drinken (1,5-2 liter water/dag) | Ondersteunt nierdoorbloeding | Ja |
| Matig eiwit eten (alleen bij G3+) | Vermindert filterbelasting | Vraag diëtist bij G3 of hoger |
Bij eGFR 66 hoef je normaal gesproken nog geen strikt eiwitbeperkt dieet te volgen: dat is pas relevant bij G3b of lager. Wel is het zinvol om overmatig proteïnesupplement te vermijden als je sport, omdat de extra eiwitlading extra filterbehoefte bij de nieren legt.
Bloedwaardenafwijkingen die ook samengaan met nierproblemen, zoals een lage ferritine of afwijkende LDH-waarden, kunnen door de huisarts tegelijk worden gecontroleerd. Lees daarvoor ook over welke klachten bij laag ferritine horen of hoe hoog de LDH-waarde mag zijn.
Als je daarnaast reuma hebt, is het extra relevant om nierfunctie bij te houden. Sommige reumamiddelen (zoals NSAID’s en bepaalde DMARD’s) zijn nierbelastend. Op de pagina bloedwaarden bij reuma: wat meten ze en wat betekenen ze? lees je welke waarden dan in de gaten worden gehouden.
Veelgestelde vragen
Is een nierfunctie van 66 procent gevaarlijk?
Niet automatisch. Een eGFR van 66 valt in stadium G2, wat op zichzelf alleen als chronische nierschade geldt als er ook andere tekenen zijn, zoals albumine in de urine of een bekende aandoening zoals diabetes. Bij ouderen is eGFR 66 vaak een gewone, leeftijdsgerelateerde waarde zonder gevaar. Laat het altijd beoordelen door je huisarts samen met de urinetest op albumine.
Wanneer is eGFR 66 een teken van nierschade?
Dat is het geval als de eGFR 66 langer dan 3 maanden aanhoudt EN er tegelijk sprake is van albuminurie (albumine-creatinineratio boven 30 mg/g), structurele nierafwijkingen op echografie, of een bekende nierziekte. Alleen de lage waarde is op zich niet voldoende voor de diagnose chronische nierschade. De combinatie van eGFR plus urinetest geeft het echte beeld.
Kan een eGFR van 66 verbeteren?
Als de lage waarde het gevolg is van een tijdelijke oorzaak, zoals uitdroging, gebruik van NSAID’s of een infectie, kan de eGFR na herstel terugkeren naar het oude niveau. Echte chronische nierschade is doorgaans niet volledig omkeerbaar, maar de progressie kan sterk worden vertraagd door bloeddrukbeheersing, stoppen met roken, minder zout en goede diabetesregulatie.
Moet ik met eGFR 66 naar een nefroloog?
In de meeste gevallen hoeft dat niet bij eGFR 66 alleen. De huisarts kan dit stadium zelf begeleiden. Verwijzing naar een internist of nefroloog is gebruikelijk bij een combinatie van G2 met ernstige albuminurie (A3), bij snelle daling van de nierfunctie (meer dan 5 ml/min per jaar), bij onverklaarbare oorzaak of bij bijkomende complicaties zoals ernstige bloedarmoede of sterk verhoogde kaliumwaarden.
Hoe vaak moet ik mijn nierfunctie laten controleren bij eGFR 66?
Bij stabiele G2 zonder albuminurie volstaat in de NHG-richtlijn een controle eens per jaar of eens per twee jaar, afhankelijk van het risicoprofiel. Heb je diabetes, hoge bloeddruk of een familiegeschiedenis van nieraandoeningen, dan is jaarlijkse controle van zowel eGFR als albumine-creatinineratio standaard. Vraag je huisarts om een persoonlijk controleplan.
Welke medicijnen zijn schadelijk voor nieren bij eGFR 66?
NSAID’s zoals ibuprofen en naproxen zijn bij verminderde nierfunctie riskant en kunnen een acute verslechtering veroorzaken. Ook sommige antibiotica (aminoglycosiden), contrastmiddelen bij scans en hoge doses metformine worden bij eGFR 66 met extra voorzichtigheid gebruikt of zelfs aangepast. Overleg altijd met je apotheker of huisarts voordat je vrij verkrijgbare pijnstillers neemt. Paracetamol is in normale dosering de veiligste optie.










