Ferrari is opgericht in 1947 door Enzo Ferrari in Maranello, een klein stadje in de provincie Modena, Noord-Italië. Wat begon als een klein raceteam groeide uit tot een van de meest herkenbare en waardevolle automerken ter wereld. De naam Ferrari staat vandaag de dag synoniem met snelheid, vakmanschap en Italiaans design op zijn allerbest.
De weg naar dit succes was allesbehalve vlak. Enzo Ferrari moest decennialang vechten, rouwen, investeren en soms zelfs zijn eigen bedrijf gedeeltelijk verkopen om het merk overeind te houden. Dat verhaal is het waard om van begin tot eind te volgen.
De jeugd van Enzo Ferrari en zijn eerste stappen in de autosport
Enzo Anselmo Ferrari werd op 18 februari 1898 geboren in Modena. Als tiener raakte hij gebiologeerd door de autosport, mede nadat hij als toeschouwer een race in Bologna had bijgewoond. Zijn vader stierf vroeg, net als zijn broer, en ook Enzo zelf was ernstig ziek tijdens de Spaanse griepgolf van 1918. Het leven leek hem niet te sparen, maar hij herstelde en zette zijn ambitie door.
Na de Eerste Wereldoorlog probeerde hij bij Fiat te solliciteren, maar die deur bleef dicht. Uiteindelijk belandde hij bij een kleine autoconstructeur in Turijn, die hem leerde rijden op circuit. In 1919 nam hij deel aan zijn eerste officiële race, de Targa Florio op Sicilië, en dat was het begin van een carrière die hem via CMN naar Alfa Romeo leidde.
Bij Alfa Romeo werd Ferrari coureur en later hoofd van de raceafdeling. Hij reed met wisselend succes, maar organiseren en aansturen lag hem beter dan rijden. In 1929 richtte hij de Scuderia Ferrari op, een semi-zelfstandig raceteam dat Alfa Romeo-auto’s inzette namens Italiaanse amateurs en rijke liefhebbers. Dit team werd de voorbode van alles wat volgde.
In 1939 verbrak Enzo zijn banden met Alfa Romeo na een conflict. Onderdeel van de overeenkomst was dat hij vier jaar lang geen auto’s mocht bouwen onder zijn eigen naam. Hij richtte een machinebedrijf op, Auto Avio Costruzioni, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog gereedschappen en vliegtuigonderdelen maakte. Maar zodra de wapenstilstand getekend was en de vier jaar voorbij waren, begon hij aan iets nieuws.
De geboorte van Ferrari: 1947 en de eerste auto
Op 12 maart 1947 rolde de eerste auto met het Ferrari-embleem de fabriek uit in Maranello. Dit was de Ferrari 125 S, aangedreven door een 1,5-liter V12-motor ontworpen door Gioachino Colombo. Het was een raceauto, geen straatauto, met een vermogen van circa 118 pk.
De eerste race vond plaats op 11 mei 1947 op het circuit van Piacenza. Franco Cortese reed de 125 S, maar moest opgeven door een technisch defect. Een week later, op 25 mei 1947, won diezelfde Cortese in Rome de eerste race ooit van een Ferrari. Van de 125 S werden slechts twee exemplaren gebouwd.
De 125 S werd al snel opgevolgd door de 159 S en de 166 S, die meer cilinderinhoud kregen. De 166 Inter van 1948 was de eerste echte straatauto van Ferrari, hoewel de grens tussen race- en straatvoertuig in die tijd nog erg wazig was. Klanten kochten een chassis met motor en lieten een carrossier naar keuze het koetswerk bouwen, vaak Pininfarina of Vignale.
In 1951 won Alberto Ascari op een Ferrari zijn eerste Formule 1-race. Het jaar daarna pakte hij de wereldtitel, en in 1953 deed hij dat opnieuw. Ferrari was binnen vijf jaar na oprichting al de dominante kracht in de autosport. Dat was meteen de reputatie die het merk vestigde en nooit meer losliet.
Wat een Ferrari door de decennia heen kostte: historisch overzicht
Een Ferrari is altijd een kostbare auto geweest. Maar de prijsontwikkeling vertelt veel over hoe het merk zijn positie definieerde. Onderstaande tabel geeft een beeld van de oorspronkelijke verkoopprijzen (nieuw, in het betreffende jaar) van tien iconische modellen.
| Model | Bouwjaar | Originele prijs (circa) | Huidige veilingwaarde (circa) |
|---|---|---|---|
| Ferrari 166 Inter | 1948 | circa 1.800.000 Italiaanse lire | 300.000 – 600.000 euro |
| Ferrari 250 GT Berlinetta | 1956 | circa 6.200.000 lire | 1.500.000 – 3.000.000 euro |
| Ferrari 250 GTO | 1962 | circa 6.000 USD | 40.000.000 – 70.000.000 euro |
| Ferrari Daytona (365 GTB/4) | 1968 | circa 20.000 USD | 500.000 – 900.000 euro |
| Ferrari 308 GTB | 1975 | circa 22.000 USD | 40.000 – 80.000 euro |
| Ferrari Testarossa | 1984 | circa 85.000 USD | 100.000 – 200.000 euro |
| Ferrari F40 | 1987 | circa 400.000 gulden | 1.200.000 – 2.000.000 euro |
| Ferrari F50 | 1995 | circa 500.000 USD | 3.000.000 – 5.000.000 euro |
| Ferrari Enzo | 2002 | circa 660.000 USD | 2.500.000 – 4.500.000 euro |
| Ferrari LaFerrari | 2013 | circa 1.300.000 euro | 3.500.000 – 6.000.000 euro |
De 250 GTO springt er historisch het meest uit. In 1962 kostte een nieuw exemplaar vergelijkbaar met een gewone sportwagen, maar inmiddels is het de duurste Ferrari die ooit van eigenaar wisselde. In 2018 werd er een verkocht voor meer dan 70 miljoen dollar. Slechts 36 stuks werden er gebouwd, wat de waarde enorm drijft.
De gouden jaren: Ferrari en de Formule 1 van de jaren 50 tot 2000
Ferrari en de Formule 1 zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Scuderia Ferrari is het enige team dat in elk seizoen van het Formule 1-kampioenschap heeft deelgenomen, van 1950 tot en met vandaag. Dat maakt het de oudste en meest succesvolle constructeur in de geschiedenis van de sport.
De grote successen wisselden af met droge periodes. In de jaren 60 domineerde Ferrari met Britse constructeurs als concurrent. De 250 GTO won het GT-kampioenschap drie jaar op rij (1962-1964), maar in de Formule 1 zorgde Britse concurrentie van Lotus en later Brabham voor tegenstand. In de jaren 70 was Ferrari jarenlang niet de snelste wagen. Niki Lauda bracht de wederopstanding: in 1975 pakte hij de wereldtitel, en in 1977 deed hij dat opnieuw, ditmaal nadat hij bijna omgekomen was bij zijn beroemde ongeluk op de Nürburgring in 1976.
De jaren 90 en vroege jaren 2000 waren de meest dominante periode in de Formule 1-geschiedenis van Ferrari. Met Michael Schumacher wonnen ze vijf wereldtitels op rij voor rijders (2000-2004) en ook de constructeurstitel voor het team in die jaren. Schumacher en Ferrari, samen met topontwerper Ross Brawn en technisch directeur Rory Byrne, vormen nog altijd het succesvolste combinatie ooit in de Formule 1.
Tot en met 2025 heeft Ferrari in totaal zestien constructeurstitels gewonnen, meer dan welk ander team dan ook. Dat cijfer vertelt waarom het rode embleem van Scuderia Ferrari wereldwijd herkend wordt, ook door mensen die nooit een race hebben gekeken. Het is onderdeel van het culturele erfgoed van Italië.
De opvolging na Enzo en de verkoop aan Fiat
In de jaren 60 raakte Ferrari in financiële moeilijkheden. De kosten van de raceactiviteiten waren enorm, en de straatauto-productie was klein. Enzo Ferrari onderhandelde met Ford over een overname, maar die deal brak op het laatste moment af, naar verluidt omdat Ford inzage wilde in de raceactiviteiten en Enzo dat weigerde. Ford richtte daarna zijn eigen raceprogramma op en won Le Mans met de GT40 van 1966 tot en met 1969, een directe reactie op dat afgeknipte overnamegesprek.
Uiteindelijk verkocht Enzo Ferrari in 1969 vijftig procent van het bedrijf aan Fiat. Dit gaf Ferrari het kapitaal om te overleven en verder te groeien. Enzo hield de controle over de racedivisie, en Fiat bemoeide zich in de beginjaren nauwelijks met de dagelijkse gang van zaken. De samenwerking bleek vruchtbaar: de productie groeide gestaag zonder dat het exclusieve karakter verdween.
Enzo Ferrari overleed op 14 augustus 1988 op 90-jarige leeftijd. Dat jaar was de F40 net gepresenteerd, zijn persoonlijk afscheidsauto. Na zijn dood nam Luca di Montezemolo de leiding over. Onder diens bewind (1991-2014) groeide Ferrari van een winstgevend nichebedrijf naar een globaal luxemerk met sterke financiën en een strak bewaakt productieaantal. Fiat vergrootte zijn aandeel door de jaren heen, en via de fusie met Chrysler (Fiat Chrysler Automobiles, later Stellantis) werd Ferrari uiteindelijk volledig afgesplitst.
In 2015 ging Ferrari naar de beurs op Wall Street (NYSE: RACE). Sindsdien publiceert het bedrijf kwartaalcijfers. In het eerste kwartaal van 2026 rapporteerde Ferrari een netto-omzet van 1,848 miljard euro, een stijging van 3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het bedrijf bevestigde ook de aankondiging van een nieuw model, de Ferrari Luce, en gaf aan dat de orderboeken doorlopen tot eind 2027.
Drie iconische modellen die de Ferrari-identiteit definieerden
Ferrari heeft door de decennia heen tientallen modellen gebouwd. Maar drie auto’s springen er in het bijzonder uit omdat ze op een scharnierpunt in de merkgeschiedenis staan, elk op hun eigen manier.
Ferrari 250 GTO (1962): de heilige graal
De 250 GTO is niet zomaar de duurste Ferrari, het is de auto die de collectieursmarkt voor klassieke sportwagens in zijn geheel heeft geshapen. Slechts 36 stuks werden gebouwd, bedoeld voor GT-races. De auto had een 3,0-liter V12 met circa 300 pk, een aluminium carrosserie en absolute pure mechaniek zonder elektronische hulpmiddelen. Op het circuit was hij vrijwel onverslaanbaar in zijn klasse. De “GTO” staat voor Gran Turismo Omologato, wat aangeeft dat de auto gehomologeerd was voor de racekalender van die tijd.
Ferrari F40 (1987): de auto van het volk, maar dan niet
De F40 werd gepresenteerd op 21 juli 1987, precies veertig jaar na de eerste overwinning van een Ferrari. Het was het persoonlijke project van Enzo Ferrari en zijn laatste grote auto. Met een biturbo 2,9-liter V8 van 478 pk was de F40 de eerste productieauto die officieel meer dan 320 km/h kon rijden. De carrosserie was van Kevlar en koolstofvezel, er was geen airconditioning of elektrische ramen. Puur en recht naar voren. In Nederland kostte de F40 bij introductie circa 400.000 gulden, maar bij levering was de marktprijs door speculatie al verdubbeld.
Ferrari LaFerrari (2013): hybride en hypercar
De LaFerrari was het antwoord van Ferrari op hybride technologie. Niet als zuinige middenklasser, maar als 963 pk sterke hypercar met een KERS-systeem (Kinetic Energy Recovery System) dat rechtstreeks overgewaaid was uit de Formule 1. Van de LaFerrari werden 499 coupés en 210 Aperta-versies (open dak) gebouwd. Elke koper werd persoonlijk geselecteerd door Ferrari. De instapprijs lag op circa 1,3 miljoen euro, maar bij verkoop stegen de prijzen al snel ver daarboven uit. De LaFerrari toont dat Ferrari technologische vooruitgang kan omarmen zonder zijn DNA te verliezen.
Los van deze drie zondert ook de eerste moderne auto uit 1886 zich af als referentiepunt: het toont hoe de auto als concept in anderhalve eeuw van basisvervoer naar supercar evolueerde, en Ferrari zit precies aan het uiteinde van die ontwikkeling.
Ferrari vandaag: exclusiviteit als bedrijfsmodel
Ferrari bouwt opzettelijk minder auto’s dan er vraag naar is. In 2024 produceerde het bedrijf iets meer dan 13.700 voertuigen, verspreid over de hele wereld. Dat is een bewuste keuze: een wachtlijst van soms meerdere jaren houdt de druk op de markt hoog en beschermt de tweedehandswaarde. Je koopt geen Ferrari bij de dealer en rijdt er dezelfde dag in weg. Nieuwe klanten wachten soms jaren, en wie speciale of gelimiteerde modellen wil, moet bewezen klant zijn.
Het huidige modelaanbod loopt van de instapper Roma (vanaf circa 230.000 euro) tot de SF90 Stradale (vanaf circa 520.000 euro) en de beperkte specials als de Daytona SP3 en de SF90 XX. Ferrari geeft ook steeds meer aandacht aan SUV-achtige modellen: de Purosangue, gelanceerd in 2022, is de eerste vierdeurs, vierwielergedreven Ferrari. Veel puristen waren kritisch, maar commercieel was het een enorm succes. In het eerste jaar was de Purosangue al goed voor een aanzienlijk deel van de totale omzet.
Ferrari blijft ook een referentie in de Formule 1. Na jaren van dominantie door Red Bull Racing en Mercedes tekenden Charles Leclerc en Lewis Hamilton (die in 2025 overkwam van Mercedes) voor het Scuderia Ferrari-team. Hamilton bij Ferrari is voor veel fans een droomcombinatie: de meest succesvolle F1-rijder ooit in de meest iconische auto in de sport.
Het verschil met merken als Porsche of Lamborghini is subtiel maar reëel. Porsche bouwt meer volume (circa 300.000 auto’s per jaar) en is toegankelijker. Lamborghini is al decennia eigendom van de Volkswagen Groep en bouwt scherpe sportwagens met vergelijkbare prijzen, maar mist de racehistorie van Ferrari in de Formule 1. Ferrari heeft het over beide fronten: een echt racemerk dat ook straatauto’s maakt, niet andersom.
Als je nadenkt over autotechniek, loont het ook om te begrijpen hoe kleine technische keuzes grote gevolgen hebben. Zo speelt de keuze op welke kilometerstand je een distributieriem vervangt ook een rol bij oudere Ferrari’s: die V12-motoren zijn prachtig maar vragen nauwkeurig onderhoud. En net als bij andere merken zoals de Volkswagen Golf of de Audi A3, bepalen onderhoudshistorie en technische staat de waarde van een gebruikte auto enorm.
Ferrari’s financiële resultaten weerspiegelen de exclusiviteitsstrategie. In het eerste kwartaal van 2026 boekte het bedrijf een EBITDA van 722 miljoen euro op een omzet van 1,848 miljard euro. Dat zijn marges die de meeste autofabrikanten niet eens dromen. De aandelenkoers (NYSE: RACE) heeft zich in tien jaar meer dan verachtvoudigd. Ferrari is niet alleen een automerk, het is een luxeconcern, vergelijkbaar met LVMH of Hermès.
Ferrari en Italië: meer dan een bedrijf
Ferrari is diep verweven met de Italiaanse nationale identiteit. Maranello, het stadje waar alles geproduceerd wordt, telt circa 17.000 inwoners. De Ferrari-fabriek is de grootste werkgever, maar ook het Museo Ferrari (het Museo Enzo Ferrari in Modena en het museum in Maranello) trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers uit de hele wereld. Voor Italië is Ferrari wat Rolls-Royce is voor Engeland of wat Hermès is voor Frankrijk: een symbool van nationaal vakmanschap dat verder gaat dan het product zelf.
Het Ferrari-embleem, het springende zwarte paard op gele achtergrond, heeft een eigen oorsprong. Enzo Ferrari nam het over van de moeder van Francesco Baracca, een Italiaanse vliegenier uit de Eerste Wereldoorlog die het symbool op zijn vliegtuig had. Baracca stierf in 1918. Zijn moeder vroeg Enzo Ferrari in 1923 om het symbool te gebruiken, met de hoop dat het hem geluk zou brengen. Sindsdien staat het paard op elke Ferrari.
De kleur rood, het zogenoemde Rosso Corsa (renrood), heeft ook een historische achtergrond. In de vroege internationale autosport kreeg elk land een eigen kleur toegewezen: blauw voor Frankrijk, groen voor Groot-Brittannië, zilver voor Duitsland, en rood voor Italië. Italiaanse raceteams reden in het rood, en hoewel dat systeem allang is afgeschaft, hield Ferrari de kleur als identiteit. Rood is Ferrari, en Ferrari is rood.
De culturele impact strekt zich ook uit tot de muziek, de film, de mode en het design. De Italiaanse modehuizen verwijzen regelmatig naar Ferrari, en omgekeerd heeft Ferrari samenwerkingen gehad met ontwerpers als Pininfarina (die decennialang de carrosserieën tekende), Giorgio Armani, en anderen. Het merk is een cultureel exportproduct dat Italië wereldwijd op de kaart zet, elk jaar opnieuw.
Wil je vergelijken hoe andere Europese automerken omgaan met technische problemen en waardebehoud, dan is het nuttig om te weten wat de veelvoorkomende problemen bij de Fiat 500 zijn. Fiat en Ferrari zijn beide Italiaans, maar richten zich op totaal verschillende marktsegmenten.
Veelgestelde vragen
Wanneer is Ferrari opgericht en door wie?
Ferrari is opgericht door Enzo Ferrari. Het raceteam Scuderia Ferrari werd al in 1929 opgezet, maar de formele oprichting van Ferrari S.p.A. als autoconstructeur dateert van 1947, toen de eerste Ferrari 125 S werd gebouwd in Maranello. De eerste raceoverwinning volgde op 25 mei 1947 in Rome.
Wat was de eerste echte straatauto van Ferrari?
De Ferrari 166 Inter uit 1948 geldt als de eerste echte straatauto van het merk. De 125 S en 159 S daarvoor waren puur racevoertuigen. De 166 Inter had een carrosserie van externe carrossiers zoals Touring en Vignale, en werd geleverd als rijdbaar voertuig voor dagelijks of reisgebruik, al bleef het een bijzonder voertuig voor een klein publiek.
Waarom is de Ferrari 250 GTO zo duur?
De Ferrari 250 GTO combineert drie factoren die de waarde astronomisch hoog houden: er zijn slechts 36 stuks gebouwd, ze werden gebruikt in echte topracerij en hebben een documenteerbare racehistorie, en het zijn volwaardige kunstwerken op het gebied van Italiaans design en motorenbouw. In 2018 wisselde een exemplaar van eigenaar voor meer dan 70 miljoen dollar bij een veiling. Dat is een record voor een auto.
Hoeveel auto’s bouwt Ferrari per jaar?
Ferrari produceert bewust weinig auto’s om de exclusiviteit te bewaren. In 2024 werden iets meer dan 13.700 voertuigen gebouwd. Dit is een bewuste keuze van het bedrijf: door de productie laag te houden ten opzichte van de vraag, blijven wachtlijsten lang en de prijzen hoog. Dit beschermt ook de tweedehandswaarde van Ferrari-modellen.
Wat betekent het springende paard op het Ferrari-embleem?
Het zwarte springende paard op gele achtergrond is overgenomen van Francesco Baracca, een Italiaanse vliegenier die het symbool op zijn vliegtuig had tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na zijn dood in 1918 vroeg zijn moeder aan Enzo Ferrari om het symbool te gebruiken als geluksbrenger. Enzo deed dat, en sindsdien staat het paard op alle Ferrari-auto’s. De gele achtergrond staat voor de stad Modena.
Wat is het nieuwste Ferrari-model in 2026?
In 2026 heeft Ferrari de aankondiging gedaan van de Ferrari Luce, een nieuw model waarvan verdere details nog worden bekendgemaakt. Het huidige leverbare gamma omvat onder meer de Roma, Portofino M, SF90 Stradale, 296 GTB, de Purosangue SUV, en de beperkte Daytona SP3. De orderboeken van Ferrari lopen door tot eind 2027, wat aangeeft dat de vraag ruim het aanbod overtreft.










