Welke antibiotica bij blaasontsteking? Uitleg per situatie

Esmee Koster

Geupdate op:

Welke antibiotica bij blaasontsteking? Ontdek de juiste keuze!
Je leest dit artikel in 7 minuten

Laatst bijgewerkt: 19 februari 2026

Bij een ongecompliceerde blaasontsteking schrijft de huisarts in Nederland vrijwel altijd nitrofurantoïne voor als eerste keuze. Fosfomycine (eenmalige dosis) is de tweede optie. Trimethoprim wordt steeds minder gebruikt vanwege oplopende resistentie. Welk middel geschikt is hangt af van wie je bent: gezonde vrouw, zwangere, man, of iemand met een chronische aandoening. Hieronder lees je precies wat de NHG-richtlijn aanbeveelt, wat de verschillen zijn per situatie, en wanneer je géén antibiotica nodig hebt.

De eerste keus: nitrofurantoïne

Nitrofurantoïne is al tientallen jaren het standaardmiddel bij blaasontstekingen en dat is niet voor niets. Het middel werkt gericht op de urinewegen en heeft weinig invloed op de darmflora vergeleken met breedspectrumantibiotica. De resistentiecijfers in Nederland blijven relatief laag, wat betekent dat het middel bij de meeste patiënten gewoon aanslaat.

De gebruikelijke dosering voor vrouwen is 100 mg tweemaal daags (of 50 mg viermaal daags) gedurende vijf dagen. Let op: je neemt nitrofurantoïne bij de maaltijd in, want dat verbetert de opname aanzienlijk en vermindert maagklachten. Het middel kleurt je urine donkerbruin of geel. Dat is volkomen normaal en geen reden voor alarm.

Nitrofurantoïne werkt minder goed als je nierfunctie beperkt is. Beneden een eGFR van 30 ml/min wordt het middel afgeraden, omdat het dan niet goed meer in voldoende concentratie de urine bereikt. Heb je een verminderde nierfunctie? Lees dan ook hoe laag je nierfunctie mag zijn en wat de eGFR-stadia betekenen. In dat geval wijkt de huisarts uit naar fosfomycine of een ander middel.

De tweede keus: fosfomycine

Fosfomycine is aantrekkelijk omdat het als eenmalige dosis van 3 gram poeder (opgelost in water) wordt ingenomen. Dat vergroot de therapietrouw sterk. Je neemt het bij voorkeur ’s avonds laat in, vlak voor het slapengaan, zodat het middel de nacht de kans krijgt om in hoge concentraties in de blaas te werken.

De NHG plaatst fosfomycine officieel als tweede keuze, onder andere omdat de resistentie in sommige regio’s toeneemt en onderzoek aanwijzingen geeft dat het klinisch herstel iets trager kan verlopen dan bij nitrofurantoïne. Toch is het in de praktijk een uitstekende optie als je moeite hebt met een kuur van vijf dagen, als je nitrofurantoïne niet verdraagt, of als je nierfunctie matig is maar nog niet te laag (fosfomycine wordt renaal uitgescheiden en werkt doorgaans nog bij eGFR boven 10 ml/min).

Fosfomycine is ook bruikbaar bij zwangere vrouwen, maar daarvoor gelden strengere regels dan bij niet-zwangeren. Overleg altijd met de huisarts of verloskundige.

Trimethoprim: derde keus door resistentie

Vroeger was trimethoprim de standaard bij blaasontstekingen, maar de tijden zijn veranderd. In de huisartsenpraktijk is de resistentie van de meest voorkomende verwekker (Escherichia coli) tegen trimethoprim opgelopen tot wel 27%. Dat betekent dat bij meer dan één op de vier patiënten het middel simpelweg niet aanslaat. Daarmee heeft trimethoprim zijn positie als eerstelijnsmiddel verloren.

De huisarts schrijft trimethoprim nog wel voor als uit een kweekcitogram (urinekweek met gevoeligheidsbepaling) blijkt dat de bacterie er gevoelig voor is. De standaarddosis is 300 mg eenmaal daags of 150 mg tweemaal daags gedurende zeven dagen. Gebruik je ook foliumzuursuppletie? Bespreek dat dan, want trimethoprim kan de werking van foliumzuur beïnvloeden.

Trimethoprim wordt ook afgeraden bij zwangere vrouwen, met name in het eerste trimester, vanwege mogelijke effecten op de folaathuishouding van de foetus.

Blaasontsteking bij bijzondere groepen

De keuze van het antibioticum hangt sterk af van de situatie. Hieronder drie groepen waarbij de aanpak afwijkt van de standaard niet-zwangere vrouw:

Mannen

Bij mannen is een blaasontsteking minder gewoon en vaak een teken van een onderliggende afwijking of een begin van een prostaatontsteking. Nitrofurantoïne dringt niet goed door in prostaatweefsel en is daarom voor mannen geen goede keus. De NHG adviseert bij mannen een urinekweek af te nemen en te starten met een quinolone (zoals ciprofloxacine) of trimethoprim, afhankelijk van het kweekresultaat. De kuur duurt ook langer: minimaal zeven tot veertien dagen. Onderzoek heeft aangetoond dat nitrofurantoïne bij mannen relatief vaak onvoldoende werkt, wat leidt tot terugkeer van klachten.

Zwangeren

Een blaasontsteking tijdens de zwangerschap wordt altijd direct behandeld, ook als er weinig klachten zijn. Een onbehandelde infectie kan leiden tot een nierbekkenontsteking (pyelonefritis), vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De NHG adviseert voor zwangeren nitrofurantoïne (met uitzondering van het derde trimester, vanwege een klein risico op bloedarmoede bij de pasgeborene) of amoxicilline/clavulaanzuur. Fosfomycine kan ook worden ingezet. Trimethoprim en quinolonen worden vermeden tijdens de zwangerschap.

Mensen met diabetes of verminderde weerstand

Bij mensen met diabetes mellitus, een verminderd immuunsysteem of afwijkingen aan de nieren of urinewegen geldt altijd een directe behandeling met antibiotica, zonder afwachtend beleid. De NHG beschouwt deze groepen als “risicogroep”. De keuze van het middel hangt af van nierfunctie en eventuele allergieën. Pivmecillinam, een middel dat soms in andere landen wordt ingezet, wordt door de NHG voor deze risicogroepen nadrukkelijk afgeraden.

Wel doen en niet doen bij blaasontsteking

De tabel hieronder geeft een overzicht van de do’s en don’ts bij de behandeling van blaasontsteking met antibiotica. Dit helpt je om fouten te vermijden en de kuur zo effectief mogelijk te laten werken.

Wel doen Niet doen
Nitrofurantoïne innemen bij de maaltijd (betere opname, minder misselijkheid) Nitrofurantoïne op een lege maag innemen
De volledige kuur afmaken, ook als de klachten al weg zijn na twee dagen De kuur vroegtijdig stoppen (vergroot kans op terugkeer en resistentie)
Veel water drinken (minimaal 1,5 liter per dag) om de blaas te spoelen Weinig drinken omdat plassen pijn doet (houdt bacteriën juist langer vast)
Bij zwangerschap altijd direct behandelen, ook bij weinig klachten Een afwachtend beleid aannemen tijdens zwangerschap
Bij mannen altijd een urinekweek laten afnemen Bij mannen standaard nitrofurantoïne gebruiken zonder kweek
Fosfomycine innemen vlak voor het slapengaan (’s avonds laat) Fosfomycine ’s ochtends innemen (lagere blaasspiegels overdag)
Bij nierfunctiestoornissen de nierfunctie controleren voor je een keuze maakt Nitrofurantoïne geven bij eGFR lager dan 30 ml/min
Bij recidiverende klachten een kweekcitogram aanvragen Blindelings steeds hetzelfde antibioticum voorschrijven zonder kweek
Trimethoprim alleen gebruiken als de kweek aantoont dat de bacterie er gevoelig voor is Trimethoprim empirisch voorschrijven (gezien 27% resistentie)
Bij klachten langer dan zeven dagen of koorts: de huisarts bellen op dezelfde dag Klachten van koorts, rillingen of flankpijn afdoen als gewone blaasontsteking

Wanneer heb je geen antibiotica nodig?

Niet elke blaasontsteking vereist meteen antibiotica. Gezonde, niet-zwangere vrouwen met een typische, ongecompliceerde blaasontsteking (pijn bij plassen, frequenter plassen, geen koorts) kunnen soms afwachten. In de praktijk biedt de huisarts dan een uitgesteld recept aan: je vult het pas in als de klachten na twee tot drie dagen nog niet zijn verbeterd.

Onderzoek laat zien dat een deel van de ongecompliceerde blaasontstekingen spontaan geneest, maar dat dit bij lang niet iedereen het geval is. Bij twijfel is het verstandig om de huisarts te raadplegen en niet op eigen houtje antibiotica te bewaren van een eerdere kuur. Antibiotica die je thuis bewaart passen mogelijk niet bij de huidige bacteriestam of zijn verlopen.

Let ook op bijkomende signalen. Koorts boven 38,5 graden Celsius, pijn in de flanken of het nierbedgebied, rillingen of algehele malaise kunnen wijzen op een nierbekkenontsteking. Dan is onmiddellijke behandeling nodig. Mensen met te veel of te weinig witte bloedcellen in het bloed kunnen ook een atypisch ziektebeloop hebben. Als je vaker terugkerende infecties hebt, is het zinvol om ook te laten controleren of er eiwitten in de urine zitten: een abnormale eiwituitscheiding kan wijzen op een nier- of blaasaandoening die aandacht verdient. Meer over dat onderwerp lees je op de pagina over te veel eiwitten in de urine.

Alternatieven en aanvullende behandelingen

Naast antibiotica zijn er middelen die de klachten verlichten of de bacteriën helpen losweken, maar die de infectie zelf niet genezen:

  • Cysticlean / D-mannose: een suikerachtige stof die E. coli-bacteriën aan zich bindt zodat ze met de urine worden meegespoeld. Er is wetenschappelijk bewijs voor een preventief effect bij recidiverende infecties, maar het vervangt geen antibiotica bij een actieve infectie.
  • Cranberrysap en cranberrysupplementen: hebben een zeker preventief effect bij frequente blaasontstekingen, maar zijn niet effectief als behandeling van een bestaande infectie.
  • Pijnstillers (paracetamol of ibuprofen): verlichten de pijn bij plassen en kunnen worden gebruikt naast de antibioticabehandeling. Ibuprofen heeft een licht ontstekingsremmend effect, maar is geen vervanging voor antibiotica.
  • Urinealkaliserende middelen (zoals Mictasol of natriumbicarbonaat): maken de urine minder zuur, wat de branderige pijn bij plassen kan verminderen. Ze doden de bacteriën niet.

Heb je last van terugkerende blaasontstekingen, meer dan twee per half jaar? Dan kan de huisarts je doorverwijzen naar een uroloog voor aanvullend onderzoek. Soms speelt een anatomische afwijking, een verminderde immuniteit of een hormoongebonden verandering (zoals bij menopauze) een rol. Ook de uitslag van bloedwaarden bij chronische ontstekingsziekten kan soms aanwijzingen geven over onderliggende oorzaken van terugkerende infecties.

Resistentie en hoe jij dat kunt beperken

Antibioticumresistentie is een van de grootste gezondheidsproblemen van deze tijd. Bij blaasontstekingen is dit goed zichtbaar: trimethoprim, ooit het eerstelijnsmiddel, werkt inmiddels bij bijna een kwart van de patiënten niet meer. Ook voor nitrofurantoïne en fosfomycine stijgen de resistentiecijfers langzaam, al zijn ze nog relatief laag in Nederland.

Wat kun jij doen? Ten eerste: maak de kuur altijd af. Een onvolledige kuur laat de sterkste bacteriën overleven, en die kunnen resistentie doorgeven. Ten tweede: vraag de huisarts naar een kweek als een kuur niet aanslaat of als je meerdere infecties per jaar hebt. Op basis van een kweek kan een gericht middel worden gekozen in plaats van een breed werkend antibioticum. Ten derde: bewaar geen resterende antibiotica. Het kan verleidelijk zijn, maar een halve kuur is bijna altijd ontoereikend en draagt bij aan resistentie.

Het is ook goed om te weten hoe het immuunsysteem reageert op een infectie. Een verhoogd aantal witte bloedcellen in het bloed, de zogenoemde leukocytose, is een normaal teken van een actieve infectie. Lees meer over wat een afwijkend aantal witte bloedcellen betekent op de pagina over te veel witte bloedcellen.

Veelgestelde vragen

Hoe snel werken antibiotica bij een blaasontsteking?

Bij nitrofurantoïne en fosfomycine beginnen de klachten bij de meeste patiënten al binnen 24 tot 48 uur te verbeteren. De pijn bij plassen neemt af en je voelt je minder frequent aandringen. Dat betekent echter niet dat de infectie al weg is. Stop de kuur niet eerder dan voorgeschreven, ook al voel je je na twee dagen al beter. De bacteriën die nog aanwezig zijn maar nog geen klachten geven, kunnen anders snel terugkeren en dan zijn ze soms al minder gevoelig voor hetzelfde middel.

Mag ik dezelfde antibiotica gebruiken als de vorige keer?

In principe niet. Restanten van een eerdere kuur zijn zelden voldoende voor een complete nieuwe behandeling. Bovendien kan de verwekker dit keer anders zijn of een andere resistentie hebben. De NHG adviseert bij terugkerende infecties een urinekweek te laten afnemen om het juiste middel te kiezen. Gebruik nooit antibiotica die voor iemand anders zijn voorgeschreven.

Kan ik een blaasontsteking ook zonder antibiotica behandelen?

Gezonde, niet-zwangere vrouwen met een ongecompliceerde blaasontsteking kunnen een paar dagen afwachten. Een deel van de infecties geneest spontaan. Maar het risico op een opstijgende infectie naar de nieren bestaat altijd. Bij koorts, flankpijn, rillingen, of als je zwanger bent, behoort tot een risicogroep, of als de klachten na twee tot drie dagen niet verbeteren, is antibiotische behandeling noodzakelijk. Bespreek dit altijd met je huisarts.

Wat is het verschil tussen nitrofurantoïne en fosfomycine?

Nitrofurantoïne neem je vijf dagen lang in, twee of vier keer per dag. Fosfomycine is een eenmalige dosis van 3 gram poeder, opgelost in water. Beide middelen werken goed bij ongecompliceerde blaasontstekingen. Fosfomycine is handiger voor mensen die moeite hebben met langdurige kuren. Nitrofurantoïne is de eerste keus bij de NHG omdat het langdurig bewezen resultaten heeft en de resistentiecijfers laag zijn. Bij een verminderde nierfunctie kies je eerder voor fosfomycine.

Welke antibiotica mogen niet bij zwangerschap?

Trimethoprim is afgeraden in het eerste trimester vanwege het risico op foliumzuurtekort bij de foetus. Quinolonen (zoals ciprofloxacine) worden tijdens de hele zwangerschap vermeden vanwege mogelijke effecten op de botaanleg van het kind. Nitrofurantoïne mag worden gebruikt in het eerste en tweede trimester, maar wordt afgeraden in de derde maand vanwege een klein risico op bloedarmoede bij de pasgeborene. Amoxicilline/clavulaanzuur is een veilige optie gedurende de zwangerschap. Overleg altijd met de huisarts of verloskundige.

Hoe lang duurt een kuur met antibiotica bij blaasontsteking?

Voor gezonde niet-zwangere vrouwen is de standaard vijf dagen voor nitrofurantoïne. Fosfomycine is eenmalig. Trimethoprim wordt zeven dagen gegeven. Bij mannen duurt de kuur langer, minimaal zeven tot veertien dagen, afhankelijk van of er ook een prostaatontsteking vermoed wordt. Bij zwangere vrouwen is de duur afhankelijk van het gekozen middel, maar bedraagt doorgaans drie tot zeven dagen. Bij nierbekkenontsteking (pyelonefritis) is een kuur van twee weken of langer nodig.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie