Nierstenen geven klachten zodra een steentje klem komt te zitten in de urinewegen. Zolang een steen rustig in de nier ligt, merk je er vaak niets van. Dat verandert schlagartig als de steen begint te bewegen: dan volgt een van de hevigste pijnen die er bestaan, de niersteenkoliek. Hieronder lees je precies welke klachten horen bij nierstenen, wat het verschil is tussen een eerste aanval en een terugkerende situatie, en wanneer je direct medische hulp moet zoeken.
Wat zijn nierstenen en hoe ontstaan ze?
Je nieren filteren elke dag grote hoeveelheden bloed. Afvalstoffen en overtollige mineralen zoals calcium, oxalaat, urinezuur en fosfaat belanden in de urine. Normaal gesproken lost dat allemaal op, maar soms is de concentratie te hoog of is er te weinig vocht. Dan klonteren de kristallen samen tot een steentje.
De meeste nierstenen bestaan uit calciumoxalaat. Dat is verantwoordelijk voor ongeveer 70 tot 80 procent van alle gevallen. Urinezuurstenen komen voor bij zo’n 5 tot 10 procent. Struviet- en cystinestenen zijn zeldzamer. Elk type heeft zijn eigen oorzaken en zijn eigen aanpak.
Nierstenen zijn verrassend vaak aanwezig zonder klachten. Kleine steentjes (kleiner dan 4 millimeter) verlaten het lichaam spontaan via de urine, zonder dat je het doorhebt. De problemen beginnen pas als een steen groter is en klem raakt in de ureter, de smalle buis die nier en blaas verbindt.
Hoeveel last je hebt, hangt af van de grootte en de positie van de steen. Een steen van 5 millimeter heeft al zo’n 50 procent kans dat hij vanzelf doorkomt. Een steen van 8 millimeter of groter gaat vrijwel altijd een procedure vereisen.
De typische klachten: wat voel je bij een niersteenkoliek?
Een niersteenkoliek is plotselinge, krampende pijn die in golven komt. Veel mensen omschrijven het als de ergste pijn die ze ooit hebben gevoeld, vergelijkbaar met bevallingsweeën. De pijn begint in de flank of de onderrug, aan één kant, en straalt uit naar de lies, de binnenkant van de dij en soms naar het geslachtsorgaan.
Kenmerkend is dat je niet kunt stilzitten. Bij buikpijn van een blindedarmontsteking of maagprobleem ga je liever liggen. Bij een niersteenkoliek beweeg je juist constant: staan, lopen, bukken, alles om de pijn een beetje te verlichten. Dat helpt zelden.
Naast de koliek zijn er meer klachten die kunnen optreden:
- Misselijkheid en braken (door de hevige pijn en de link met het autonome zenuwstelsel)
- Bloed in de urine (hematurie), waardoor de urine roze, rood of bruin kleurt
- Troebele of stinkende urine als er ook een infectie bij is
- Pijnlijk of branderig plassen
- Frequente aandrang om te plassen, ook als er weinig uitkomt
- Zweten en bleek zien tijdens de aanval
De aanval kan minuten duren, maar ook uren. Daarna kalmeert de pijn, om later weer op te laaien als de steen zich verder verplaatst.
Beginner: je eerste niersteenaanval herkennen
Voor wie nog nooit nierstenen heeft gehad, is de eerste aanval vaak verwarrend en angstaanjagend. De pijn is zo hevig en zo onverwacht dat veel mensen denken aan een hartaanval, een ernstige darmontsteking of een gebarsten bloedvat.
Een paar kenmerken helpen je om de aanval te herkennen als waarschijnlijk een niersteen. Ten eerste zit de pijn eenzijdig in de flank of rug, niet in het midden van de buik. Ten tweede is de pijn krampend en golfachtig, niet constant. Ten derde is er geen koorhts als het alleen om de steen gaat (koorts is een alarmsignaal voor infectie).
Wat doe je als beginner bij een eerste aanval? Ga naar de huisarts of de spoedeisende hulp. Een eerste aanval vraagt om een diagnose. Normaal gesproken doet de arts een urineonderzoek en een echo of CT-scan van de buik om de steen te bevestigen en de grootte te bepalen. Bloedonderzoek kan erbij om de nierfunctie te checken. Kijk ook naar hoe laag de nierfunctie mag zijn als je je zorgen maakt over wat de steen doet met je nieren.
Meteen 112 bellen is nodig als je koorts hebt boven de 38,5 graden, als je erg ziek bent of als de pijn ondraaglijk is en niet reageert op pijnstillers. Een niersteen met een infectie (pyonefrose) is een spoedsituatie.
Gevorderd: terugkerende nierstenen en wat dat betekent
Als je al eerder nierstenen hebt gehad, weet je hoe een aanval voelt. Je herkent het direct. Maar terugkerende nierstenen zijn meer dan alleen een bekende pijn: ze kunnen wijzen op een onderliggende oorzaak die behandeling verdient.
Mensen met terugkerende nierstenen (meer dan twee aanvallen) komen in aanmerking voor uitgebreider onderzoek. Dat bestaat uit een 24-uurs urineverzameling, waarbij wordt gemeten hoeveel calcium, oxalaat, urinezuur, citraat en andere stoffen je uitplast. Die uitslag bepaalt het profiel: of je te veel calcium uitplast, te weinig citraat (een beschermende stof), of een te hoog urinezuurgehalte hebt.
Op basis van dat profiel kan de behandeling worden aangepast:
| Soort niersteen | Aandeel | Behandeling/preventie |
|---|---|---|
| Calciumoxalaat (whewellite) | 50-60% | Meer drinken, minder oxalaatrijke voeding, normaal calciumgebruik |
| Calciumoxalaat (weddellite) | 15-20% | Meer drinken, minder natrium en dierlijk eiwit |
| Urinezuursteen | 5-10% | Urine alkalisch maken, minder purinerijke voeding, soms allopurinol |
| Calciumfosfaat | 5-10% | Oorzaak onderzoeken (bijschildklier, tubulaire acidose) |
| Struviet | 5-10% | Behandeling van onderliggende urineweginfectie |
| Cystine | 1-2% | Hoge vochtinname, alkalisch maken urine, soms D-penicillamine |
Gevorderde patienten weten ook dat je bij terugkerende aanvallen soms vroeg kunt ingrijpen. Als je een bekende steen in de nier hebt (die nog niet klem zit), kan de uroloog voorstellen hem alvast te verwijderen of te verbrijzelen voordat hij problemen geeft.
Drie veelvoorkomende scenario’s uitgelegd
Nierstenen manifesteren zich niet altijd op dezelfde manier. Hieronder staan drie situaties die bij veel mensen voorkomen, met elk eigen klachten en aanpak.
Scenario 1: Kleine steen, milde klachten
Een steen kleiner dan 4 millimeter zorgt soms voor een kort moment van pijn of lichte bloed in de urine, en verdwijnt dan vanzelf. Je merkt misschien dat je urine even roze kleurt of dat plassen even pijnlijk is. Dit lost vaak op binnen een paar uur tot een dag. Toch is het verstandig de huisarts te bellen: een urineonderzoek laat zien of er ook een infectie bij is.
Scenario 2: Steen klem in de ureter, hevige koliek
Dit is het klassieke plaatje: plotseling verscheurende pijn in de flank, uitstralend naar de lies. Je bent misselijk, kunt niet stilzitten. De steen zit vast in de smalle urineleider en de nier probeert hem eruit te persen. Dit vereist pijnstilling: diclofenac, naproxen of ibuprofen werken het best omdat ze ook de krampen verminderen. De huisarts of SEH geeft vaak eerst een injectie, gevolgd door zetpillen (die beter werken dan tabletten als je misselijk bent). De meeste stenen van 5-7 millimeter passeren binnen een paar dagen tot weken.
Scenario 3: Steen met infectie (spoedsituatie)
Als je naast de pijn ook koorts hebt, rillingen, of erg ziek bent, kan er een infectie zijn achter de geblokkeerde steen. Dit heet een geobstrueerde infectie of pyonefrose en is een medisch spoedgeval. De nier kan beschadigd raken. Bel 112 of ga direct naar de SEH. Behandeling bestaat uit antibiotica en spoedafvoer van de steen, via een katheter in de nier (nefrostomie) of een stent via de blaas. De aanwezigheid van eiwitten in de urine kan ook een aanwijzing zijn voor nierproblematiek die verder onderzoek verdient.
Medische behandelingen: van afwachten tot opereren
Niet elke niersteen heeft een ingreep nodig. Het beleid hangt af van de grootte, de positie en jouw klachten.
Bij kleine stenen (tot 6-7 millimeter) is afwachten het eerste advies, mits de pijn beheersbaar is en er geen infectie is. Drink 1,5 tot 2 liter water per dag, gebruik pijnstillers en probeer de steen op te vangen in een potje of zeef. Dat klinkt onprettig, maar het geeft waardevolle informatie: de uroloog kan het steentje analyseren om te bepalen welk type het is.
Bij grotere stenen of als afwachten te lang duurt, zijn er drie opties:
- ESWL (extracorporale schokgolflithotripsie): Schokgolven van buitenaf verbrijzelen de steen zonder operatie. Werkt het best bij stenen kleiner dan 2 centimeter in de nier, minder goed voor stenen in de ureter of harde steentypen.
- URS (ureteroscopie): Een dun kijkertje gaat via de plasbuis en blaas tot in de ureter. De steen wordt in stukken gelaserd en verwijderd. Effectief voor stenen in de ureter en kleine nierstenen. Daarna plaatst de arts soms tijdelijk een stent.
- PCNL (percutane nefrolithotomie): Via een kleine snee in de rug gaat een kijker rechtstreeks de nier in. Voor grote stenen (meer dan 2 centimeter) of koraalstenen die de helft of meer van het nierbekken vullen.
Na de behandeling blijft follow-up belangrijk, zeker bij terugkerende stenen. De uroloog controleert met beeldvorming of alle stukjes weg zijn en bespreekt preventie.
Risicofactoren en hoe je nierstenen voorkomt
Sommige mensen zijn gevoeliger voor nierstenen dan anderen. Mannen krijgen vaker nierstenen dan vrouwen, met name tussen de 30 en 60 jaar. Maar dat verschil is in de afgelopen decennia kleiner geworden, mede door veranderingen in leefstijl en voeding.
De belangrijkste risicofactoren zijn:
- Te weinig drinken (geconcentreerde urine bevordert kristalvorming)
- Voeding rijk aan dierlijk eiwit, zout en oxalaat (spinazie, rabarber, noten, chocola)
- Overgewicht en het metabool syndroom
- Erfelijke aanleg (calciumoxalaatstenen en cystinestenen kunnen familiair zijn)
- Chronische urineweginfecties (risico op struvietstenen)
- Darmaandoeningen zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa (verhoogde oxalaatopname)
- Hyperparathyreodie (te actieve bijschildklieren, verhoogd calciumgehalte)
- Langdurig gebruik van sommige medicijnen (topiramat, vitamine C in hoge doses, indinavir)
Voorkomen begint met drinken. Twee tot 2,5 liter water per dag is de basisregel. Je urine hoort lichtgeel te zijn; donkergele of oranje urine wijst op te weinig vocht. Citroensap in water is nuttig: citraat remt de kristalvorming. Melk weglaten is niet nodig en zelfs afgeraden: normaal calciumgebruik (800 mg per dag) via zuivel beschermt juist, omdat calcium in de darm oxalaat bindt en de opname ervan vermindert. Wel veel calcium via supplementen slikken buiten de maaltijden om verhoogt het risico juist. Als je ook wilt weten hoe bloedwaarden er bij nierproblemen uitzien, lees dan meer over bloedwaarden die wijzen op ontsteking en nierbelasting.
Wat betreft voeding: beperk zout (meer dan 5 gram per dag verhoogt de calciumuitscheiding in de urine) en beperk dierlijk eiwit tot maximaal 0,8 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Oxalaatrijke producten volledig vermijden is zelden nodig, maar overdaad is onverstandig.
Wanneer ga je naar de huisarts of de SEH?
Niet elke aanval vereist direct een ziekenhuisbezoek, maar er zijn situaties waarbij je niet moet wachten.
Ga direct naar de SEH (of bel 112) als:
- Je koorts hebt boven de 38,5 graden Celsius naast de pijn
- Je erg ziek bent, rillingen hebt of je niet kunt bewegen
- De pijn niet reageert op sterke pijnstillers
- Je maar een nier hebt (aangeboren of na operatie)
- Je zwanger bent
Ga naar de huisarts (niet spoed) als:
- Je voor het eerst zoiets meemaakt en wilt weten of het een niersteen is
- De pijn beheersbaar is maar niet verdwijnt na 24 uur
- Je bloed in de urine ziet zonder duidelijke pijn
- Je eerder nierstenen hebt gehad en twijfelt of dit hetzelfde is
Bloed in de urine kan ook andere oorzaken hebben. Te veel witte bloedcellen in de urine wijst op een infectie die los of tegelijkertijd met nierstenen kan voorkomen. De huisarts bepaalt met een dipstick en zo nodig kweek of er behandeling nodig is.
Na een aanval verwijst de huisarts je door naar de uroloog als de steen meer dan 7 millimeter is, als hij na vier tot zes weken nog niet weg is, of als je terugkerende klachten hebt. Als je je ook zorgen maakt over de nierfunctie op de langere termijn, lees dan over de eGFR-stadia en wat een lage nierfunctie betekent.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of ik een niersteen heb of iets anders?
De combinatie van eenzijdige flank- of rugpijn die uitstraalt naar de lies, bloed in de urine en het niet kunnen stilzitten is zeer kenmerkend voor een niersteen. Toch kunnen andere aandoeningen zich vergelijkbaar presenteren, zoals een spierscheur, een urineweginfectie of, bij vrouwen, een eierstokprobleem. Een urineonderzoek en een echo of CT-scan bij de huisarts of SEH geeft de diagnose. Stel dat niet te lang uit bij hevige klachten.
Hoe lang duurt een niersteenaanval?
Een koliekaanval duurt van een kwartier tot enkele uren. Daarna kan de pijn verminderen als de steen een betere positie inneemt of even ophoudt met bewegen. De totale tijd totdat een steen het lichaam verlaat, varieert van een paar dagen tot zes weken. Dat hangt af van de grootte (stenen onder de 4 millimeter gaan sneller dan stenen van 6-7 millimeter) en van de positie in de ureter.
Mag ik eten en drinken tijdens een niersteenaanval?
Ja, gewoon eten en drinken is toegestaan en zelfs aan te raden. Thuisarts.nl adviseert 1,5 tot 2 liter per dag te drinken. Meer drinken versnelt het transport van de steen. Als je erg misselijk bent, begin dan met kleine slokjes water of isotone sportdrank. Vermijd alcohol tijdens een aanval omdat dat de nieren extra belast en de werking van pijnstillers kan beinvloeden.
Zijn nierstenen gevaarlijk voor mijn nieren?
Een eenmalige niersteen die snel passeert, laat zelden blijvende schade achter. Gevaarlijk wordt het als een steen de ureter langdurig blokkeert (meer dan enkele weken) of als er een infectie bij is. Dan kan de nierdruk zo hoog oplopen dat er littekenweefsel in de nier ontstaat. Terugkerende stenen kunnen op den duur de nierfunctie geleidelijk aantasten. Zie voor meer informatie over nierfunctie en wanneer die zorgelijk wordt het artikel over hoe laag de nierfunctie mag zijn.
Kan ik nierstenen voorkomen als ik er aanleg voor heb?
Ja, in veel gevallen lukt dat goed. De meest effectieve maatregel is elke dag 2 tot 2,5 liter water drinken, verdeeld over de dag en ook ’s avonds nog een glas. Verder helpt het om zout en dierlijk eiwit te beperken en oxalaatrijke voeding niet te overdrijven. Als jouw stenen van het calciumoxalaattype zijn, voeg dan citroensap toe aan water: citraat in citroensap remt de kristalvorming. Bij terugkerende stenen doet de uroloog een 24-uurs urineonderzoek om het exacte profiel te bepalen en gerichte adviezen te geven, soms aangevuld met medicatie.
Wat zijn alarmsymptomen bij nierstenen?
Koorts boven de 38,5 graden Celsius naast de pijn is het belangrijkste alarmsignaal. Dat kan wijzen op een geobstrueerde infectie (pyonefrose), wat een medisch spoedgeval is. Andere alarmsymptomen zijn rillingen, extreme misselijkheid waardoor je niet kunt drinken, pijn die na sterke pijnstillers niet afneemt, en bloed in de urine bij iemand met maar een nier. In die gevallen ga je direct naar de SEH of bel je 112, niet wachten tot een afspraak bij de huisarts.










