Roald Dahl was een Brits-Noorse schrijver die wereldwijd beroemd werd met kinderboeken als Sjakie en de Chocoladefabriek, Matilda en De GVR. Wat hem bijzonder maakte: hij schreef niet voor kinderen zoals de meeste volwassenen dat deden, maar vanuit het perspectief van het kind zelf. Volwassenen zijn in zijn verhalen vaak de schurken. Kinderen zijn de helden.
Hij werd geboren op 13 september 1916 in Llandaff, een wijk van Cardiff in Wales. Zijn ouders kwamen allebei uit Noorwegen. Zijn vader Harald stierf toen Roald drie jaar oud was, aan longontsteking. Zijn moeder Sofie bleef achter met vijf kinderen en koos er bewust voor in Wales te blijven, omdat haar man had gewild dat de kinderen Brits onderwijs zouden krijgen. Die combinatie van Noorse wortels en Britse opvoeding kleurt zijn hele leven en werk.
Jeugd, school en de eerste littekens
Dahls schooljaren waren niet idyllisch. Hij bezocht internaatscholen in Engeland, waaronder de befaamde Repton School in Derbyshire. Lijfstraf was er gewoon, en de kostschoolervaring liet diepe indrukken na. Later schreef hij er openlijk over in zijn autobiografische boek Boy uit 1984, een boek dat ook voor kinderen geschreven is maar rauw en eerlijk vertelt over de wreedheden die hij meemaakte. De directeuren van zijn scholen stonden bekend om hun harde aanpak. Dahl tekende die ervaringen op met de kenmerkende meedogenloze blik die zijn fictie later ook zou kenmerken.
Na zijn schooltijd koos hij niet voor de universiteit. In 1934 ging hij aan de slag bij Shell Oil Company in Tanzania, het huidige Tanzania. Hij was in die jaren een avonturier. Afrika fascineerde hem: het klimaat, de natuur, de mensen. Die jaren gaven hem een gevoel voor het vreemde en het onberekenbare dat later terugkeert in zijn verhalen.
Zoals historische figuren die blijven boeien door de combinatie van hun persoonlijkheid en hun tijd, was ook Dahl een product van een wereld in omwenteling. De Tweede Wereldoorlog zou hem voorgoed veranderen.
RAF-piloot: het vliegtuigongeluk dat alles veranderde
In 1939 brak de oorlog uit. Dahl meldde zich als vrijwilliger aan bij de Royal Air Force. Hij werd opgeleid als gevechtspiloot en vloog op Gloster Gladiatoren en later op Hurricane-jagers. Zijn eerste echte vlucht als gevechtspiloot liep echter vrijwel meteen mis.
In september 1940 crashte hij met zijn toestel boven de Libische woestijn nabij Mersah Matruh in Egypte, na een misverstand over de locatie van zijn landingsbaan. Het vliegtuig sloeg neer in de woestijn. Dahl raakte zwaargewond: gebroken schedel, gebroken neus, tijdelijk blind. Hij klom zichzelf uit de cockpit voordat het vliegtuig vlam vatte, en overleefde op het nippertje. Zijn neus werd later meerdere keren geopereerd; hij hield rugklachten voor de rest van zijn leven.
Na zijn herstel vloog hij nog wel, deelde zelfs successen in de strijd boven Griekenland in 1941, maar zijn gezondheid bleef kwetsbaar. Uiteindelijk werd hij vanwege aanhoudende hoofdpijnen en gezondheidsproblemen naar Washington D.C. gestuurd als militair attache. Daar begon hij te schrijven.
Zijn eerste gepubliceerde verhaal was Shot Down Over Libya (1942), een kort verslag van zijn crash, gepubliceerd in Saturday Evening Post. C.S. Forester, de schrijver van de Hornblower-reeks, had hem gevraagd zijn verhaal op te schrijven. Forester stuurde het zonder wijzigingen naar de krant. Dahl was verbaasd: hij had niet gedacht dat hij kon schrijven. Hij had het mis.
De dubbele carriere: volwassenenwerk en kinderboeken
Dahl begon als schrijver van korte verhalen voor volwassenen. Deze verhalen zijn griezelig, soms sadistisch, met zwarte humor en verrassende wendingen. Ze verschenen in tijdschriften als The New Yorker en werden gebundeld in collecties als Someone Like You (1953) en Kiss Kiss (1960). In die verhalen zie je al zijn handschrift: de onbetrouwbare verteller, de koele wreedheid, het onverwachte slot.
De stap naar kinderboeken maakte hij in de jaren zestig, deels geïnspireerd door het voorlezen aan zijn eigen kinderen. Hij had vijf kinderen met zijn eerste vrouw, de Amerikaanse actrice Patricia Neal. Iedere avond verzon hij verhalen voor hen. Die gewoonheid van improvisatie en experimenteren werd de basis voor zijn kinderboeken.
Zijn eerste grote succes voor kinderen was James and the Giant Peach in 1961, gevolgd door Charlie and the Chocolate Factory in 1964. Dat tweede boek werd een wereldwijde bestseller. De combinatie van fantasie, gevaar, humor en een kind als held sloeg aan bij lezers van jong tot oud.
“Dahl deed wat weinig schrijvers voor kinderen durfden: hij behandelde zijn jonge lezers als intelligente mensen die grote angsten en grote onrechtvaardigheid konden begrijpen, zonder dat hij hen daarmee beschermde of suikerde. Dat is zijn blijvende kracht. Een schrijver die kinderen serieus neemt, houdt hun aandacht voor altijd.”
Deze visie, dat kinderen geen zoetsappige verhalen nodig hebben maar echte spanning en echte gevaren, was in de jaren zestig en zeventig bepaald niet vanzelfsprekend. Het maakte Dahl zowel geliefd als controversieel.
Zijn bekendste werken op een rij
Dahl schreef tientallen boeken, verhalen en filmscripts. Zijn kinderboeken zijn het meest gelezen, maar zijn werk voor volwassenen verdient eveneens aandacht. Hieronder een overzicht van zijn belangrijkste titels:
| Titel | Jaar | Doelgroep | Bijzonderheid |
|---|---|---|---|
| James and the Giant Peach | 1961 | Kinderen | Eerste grote kinderboek, magisch-realisme |
| Charlie and the Chocolate Factory | 1964 | Kinderen | Mondiale bestseller, twee verfilmingen |
| Fantastic Mr Fox | 1970 | Kinderen | Compact, klassieker, animated film (2009) |
| Danny the Champion of the World | 1975 | Kinderen | Vader-zoonverhaal, meer realistisch dan gebruikelijk |
| The Witches | 1983 | Kinderen | Griezelig, controversieel einde |
| The BFG (De GVR) | 1982 | Kinderen | Nieuw woorden uitvinden, verfilmd door Spielberg (2016) |
| Matilda | 1988 | Kinderen | Laatste grote kinderboek, musical en Netflix-film |
| Someone Like You | 1953 | Volwassenen | Eerste verhalenbundel, griezelig en humoristisch |
| Kiss Kiss | 1960 | Volwassenen | Zwarte humor, onverwachte eindwendingen |
| Boy (autobiografie) | 1984 | Alle leeftijden | Eerlijk over zijn schooljaren, ook voor kinderen leesbaar |
Naast boeken schreef Dahl ook filmscripts, waaronder de James Bond-film You Only Live Twice (1967) en Chitty Chitty Bang Bang (1968). Die brede output laat zien hoe veelzijdig hij was als schrijver.
Privéleven: geluk en verdriet
Dahl trouwde in 1953 met de Oscarwinnende actrice Patricia Neal. Samen kregen ze vijf kinderen: Olivia, Tessa, Theo, Ophelia en Lucy. Hun leven werd meerdere keren door groot verdriet getroffen.
In 1960 werd hun zoontje Theo, toen vier maanden oud, aangereden door een taxi in New York. Theo raakte ernstig hersenletsel op door een beschadigde drainageklep in zijn hoofd. Dahl werkte mee met een neurochirurg en een speelgoeduitvinder aan een nieuwe, betere drainageklep, de zogenaamde Wade-Dahl-Till-klep. Die werd duizenden keren toegepast bij kinderen over de hele wereld. Theo herstelde uiteindelijk goed.
In 1962 stierf zijn oudste dochter Olivia, zeven jaar oud, aan een complicatie van de mazelen. Dahl was er door gebroken. Het verlies raakte hem diep en bleef hem bij. Later zou hij openlijk pleiten voor vaccinatie tegen mazelen.
In 1965 kreeg Patricia Neal een reeks ernstige beroertes. Ze was zwanger van hun vijfde kind en viel thuis bewusteloos neer. Dahl organiseerde haar revalidatie met de vastberadenheid die hij in alles legde. Hij mobiliseerde buren en vrienden om haar dagelijks te oefenen, en Neal herstelde tot grote verbazing van artsen voldoende om door te werken als actrice. Ze wonnen er allebei respect mee, maar het huwelijk overleefde het uiteindelijk niet. In 1983 scheidden ze, na dertig jaar.
Dahl trouwde daarna met Felicity “Liccy” Crosland. Ze bleven samen tot aan zijn dood op 23 november 1990 in Oxford, aan leukemie. Hij was 74 jaar oud.
De controversiele kant: antisemitisme en kritiek
Roald Dahl was geen heilige, en dat is een onderschatting. Hij deed in interviews herhaaldelijk openlijk antisemitische uitspraken. In 1983 zei hij in een interview dat Hitlers anti-joodse politiek deels te begrijpen was, omdat Joden “zelf de haat uitlokten” door hun gedrag. In een later interview, kort voor zijn dood, herhaalde hij soortgelijke uitspraken. Hij noemde zichzelf zelf antisemitisch.
Zijn familie bood in december 2020 officieel excuses aan, dertig jaar na zijn dood. De Roald Dahl Story Company publiceerde een verklaring op de website en erkende het “blijvende en begrijpelijke verdriet” dat zijn uitspraken hadden veroorzaakt. Joodse organisaties accepteerden de excuses, maar noemden ze tegelijk te laat en te weinig concreet.
Een andere controverse betrof de teksten van zijn boeken zelf. In 2023 maakte uitgever Puffin Books, onderdeel van Penguin, bekend dat nieuwe edities van zijn kinderboeken zouden worden herzien. Woorden gerelateerd aan ras, gewicht, geslacht en psychische gezondheid werden aangepast of verwijderd. Zo werden “fat” en “ugly” vervangen, en werd een karakter dat als vrouw beschreven werd als “a woman” toegevoegd. De aankondiging leidde tot brede discussie over censuur versus aanpassing, en uiteindelijk besloot de uitgever ook de originele versies beschikbaar te houden.
Netflix kocht in 2021 de rechten op het gehele Dahl-oeuvre via een overname van de Roald Dahl Story Company. De animatieserie Charlie and the Chocolate Factory en andere adaptaties zijn onderdeel van die deal. De musical-verfilming van Matilda the Musical (2022), geproduceerd met Netflix, werd goed ontvangen en bracht zijn werk bij een nieuwe generatie onder de aandacht.
Dahl blijft een figuur over wie je moeilijk neutraal kunt zijn. Zijn werk voor kinderen is van een kwaliteit die weinig evenaren, maar zijn persoon droeg donkere kanten met zich mee. Die combinatie maakt hem tot een van de meest gelaagde en besproken auteurs van de twintigste eeuw. Net zoals andere historische figuren wier erfenis zowel groot als complex is, vraagt Dahl om nuance in de beoordeling.
Wat hem schrijftechnisch bijzonder maakte
Dahls schrijfstijl is herkenbaar aan een paar vaste kenmerken die hem onderscheiden van tijdgenoten en navolgers.
Kinderen als helden, volwassenen als vijanden. In bijna al zijn kinderboeken staan kinderen tegenover volwassenen die onrechtvaardig, wreed of onnozel zijn. De Trunchbull in Matilda. Oom Henry en Tante Sponge in James and the Giant Peach. De boze heksen die kinderen haten. Dit is geen toeval: Dahl geloofde dat kinderen een inherente behoefte hebben aan verhalen waarin ze zelf de macht hebben.
Nieuw taalgebruik en verzonnen woorden. Dahl vond het geweldig om nieuwe woorden te bedenken. De GVR spreekt een eigen taal (“splendiferous”, “whizzpopping”, “scrumdiddlyumptious”). In het Nederlands zijn deze woorden vaak creatief vertaald, wat de boeken een extra speels karakter geeft. Zijn liefde voor taal is direct zichtbaar op de pagina.
Onverwachte eindwendingen. Dit geldt zowel voor zijn volwassenenwerk als zijn kinderverhalen. Een verhaal dat op een bepaalde manier lijkt te gaan, draait in de laatste alinea volledig om. In zijn volwassenenverhalen is die wending vaak kil en wreed. In zijn kinderboeken is de wending soms een bevrijding, soms een verbazing.
Humor als wapen. Dahl gebruikte humor niet om het leven leuker te maken, maar om het draaglijk te maken. Gevaar, onrecht en verlies worden bij hem altijd gemengd met iets grappigs. Dat maakt zijn verhalen zowel lichter als zwaarder dan ze op het eerste gezicht lijken.
Zijn schrijfproces was overigens zeer gestructureerd. Hij werkte iedere dag van tien uur ’s ochtends tot twaalf uur en van vier tot zes uur ’s middags in een klein tuinhuis achter zijn huis in Great Missenden, Buckinghamshire. Het huis heette “Gipsy House”. Hij schreef met de hand, op geel schrijfpapier, in een comfortabele stoel. Dat huisje is nu te bezichtigen als deel van het Roald Dahl Museum, dat in Great Missenden staat en door honderdduizenden bezoekers per jaar wordt bezocht. Zoals andere invloedrijke figuren een specifieke werkplek hadden die bij hun denken paste, had ook Dahl zijn vaste rituelen nodig om te kunnen schrijven.
Drie bijzondere deelgevallen uit zijn leven
Roald Dahls leven kent meerdere momenten die elk op zichzelf al een verhaal waard zijn.
De uitvinding van de hersenklep. Na het ongeluk van zijn zoontje Theo weigerde Dahl passief te blijven. Hij zocht contact met neurochirurg Kenneth Till en speelgoeduitvinder Stanley Wade. Samen ontwikkelden ze de Wade-Dahl-Till-klep, een verbeterd systeem om vloeistof uit de hersenen af te voeren bij kinderen met hydrocephalus. De klep werd tussen 1962 en de jaren tachtig bij ruim 3.000 patienten gebruikt. Dahl ontving er geen geld voor. Hij wilde gewoon dat er minder kinderen zouden sterven.
Spionage in Washington. Tijdens de oorlog werkte Dahl in Washington niet alleen als attache maar ook als informant voor de Britse inlichtingendienst. Hij rapporteerde over politieke figuren, verzamelde informatie over de stemming in Amerikaanse regeringskringen en werd ingezet om invloedrijke Amerikanen te beinvloeden zodat de VS de Britten zouden steunen. Dit deel van zijn leven werd pas decennia later volledig openbaar. Het past bij het beeld van iemand die nooit precies was wat hij op het eerste gezicht leek. Geheime operaties en verborgen motieven waren hem niet vreemd.
De revalidatie van Patricia Neal. Na de beroertes van zijn vrouw in 1965 weigerde Dahl te accepteren dat ze niet zou herstellen. Hij organiseerde een dagelijks revalidatieprogramma waarbij tientallen buren rouleerden om Neal te begeleiden bij spraakoefeningen en bewegingstherapie. De aanpak was intensief, soms ook hard. Neal beschreef later dat Dahl haar geen medeleven gunde maar haar dwong verder te gaan. Ze won daarna een Emmy, speelde weer in films en werd tot op hoge leeftijd actief. Of Dahls methode de reden was voor haar herstel blijft onzeker, maar het liet zien hoe koppig en gedreven hij was buiten de pagina.
Erfenis en invloed tot op vandaag
Roald Dahl stierf in 1990, maar zijn werk is nooit weggeweest. Zijn boeken worden nog altijd in meer dan vijftig talen uitgegeven. Wereldwijd zijn er meer dan 300 miljoen exemplaren verkocht van zijn kinderboeken alleen. In het Verenigd Koninkrijk behoort hij consistent tot de populairste schrijvers aller tijden in publiekspeilingen.
Zijn invloed op de populaire cultuur is groot. Charlie and the Chocolate Factory werd twee keer verfilmd, in 1971 met Gene Wilder en in 2005 met Johnny Depp. Matilda werd een langspeelende musical op de West End en Broadway, en in 2022 een Netflix-film. The BFG werd in 2016 geanimeerd door Steven Spielberg. Fantastic Mr Fox werd in 2009 een animatiefilm van Wes Anderson.
Het Roald Dahl Museum and Story Centre in Great Missenden, zijn woonplaats in Buckinghamshire, trekt jaarlijks meer dan 100.000 bezoekers. Zijn tuinhuisje staat er nog, inclusief zijn stoel, zijn gele schrijfblokken en zijn persoonlijke verzamelingen.
De discussie over zijn antisemitische uitspraken gaat door. In 2023 werden zijn boeken herzien door Puffin Books voor nieuwe edities, wat een brede maatschappelijke discussie opriep over hoe we omgaan met het werk van auteurs wier priveopvattingen we afwijzen. Die discussie is niet uniek voor Dahl, maar hij staat er wel centraal in. Figuren wier nalatenschap omstreden is dwingen ons om te bepalen hoe we omgaan met de scheiding tussen werk en persoon.
Wat Dahl bijzonder maakt, is dat zijn werk de tand des tijds doorstaat ondanks of misschien juist dankzij zijn ongemakkelijke scherpte. Hij was geen gemakkelijk mens. Zijn verhalen zijn dat ook niet. Maar ze raken iets wat universeel is: het verlangen van het kind om serieus genomen te worden en om te winnen van de wereld der volwassenen.
Veelgestelde vragen
Wanneer en waar werd Roald Dahl geboren?
Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandaff, een wijk van Cardiff in Wales. Zijn ouders kwamen allebei uit Noorwegen. Zijn vader overleed toen Dahl drie jaar oud was. Hij groeide op in Wales maar bezocht Britse internaten en had daardoor een sterk Brits-Noors gecombineerde achtergrond die zijn leven en werk kleurt.
Waarom is Roald Dahl zo bijzonder als kinderboekenschrijver?
Dahl nam kinderen serieus als lezers. Hij schreef geen zoetsappige verhalen maar boeken met echte gevaren, onrechtvaardigheid en humor. Volwassenen zijn in zijn verhalen vaak de antagonisten, kinderen de helden. Zijn taalgebruik is speels, zijn plot wendingen zijn onverwacht en zijn fantasie heeft een ruw, soms donker randje dat andere kinderboekenschrijvers vermijden. Dat maakt zijn werk zowel gedenkwaardig als onderscheidend.
Hoe begon Roald Dahl met schrijven?
Dahl begon te schrijven tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij als RAF-officier in Washington D.C. gelegerd was. C.S. Forester vroeg hem zijn crashervaring op te schrijven voor een Amerikaans tijdschrift. Dahl deed dat, Forester plaatste het ongecorrigeerd, en Dahl realiseerde zich dat hij schrijver was. Zijn eerste kinderboeken kwamen later, in de jaren zestig, deels geinsireerd door het voorlezen aan zijn eigen kinderen.
Wat zijn de meest bekende boeken van Roald Dahl?
Zijn meest gelezen kinderboeken zijn Charlie and the Chocolate Factory (1964), Matilda (1988), The BFG (1982), James and the Giant Peach (1961) en Fantastic Mr Fox (1970). Voor volwassenen zijn de verhalenbundels Someone Like You en Kiss Kiss zijn bekendste werk. Zijn autobiografieën Boy en Going Solo zijn voor alle leeftijden te lezen.
Was Roald Dahl antisemitisch?
Ja, Dahl deed gedurende zijn leven herhaaldelijk openlijk antisemitische uitspraken in interviews, ook kort voor zijn dood in 1990. In december 2020 bood zijn familie officieel excuses aan. In 2023 kwamen zijn boeken opnieuw in het nieuws toen uitgever Puffin Books aankondigde nieuwe edities te willen herzien door beledigende taal te verwijderen, wat een brede discussie over censuur en cultureel erfgoed op gang bracht.
Wat is het Roald Dahl Museum en waar staat het?
Het Roald Dahl Museum and Story Centre staat in Great Missenden, een dorp in Buckinghamshire in Engeland, waar Dahl het grootste deel van zijn leven woonde. Het museum toont zijn leven en werk, en bevat zijn originele tuinhuisje waar hij schreef, inclusief zijn stoel, zijn gele schrijfblokken en persoonlijke bezittingen. Het museum trekt jaarlijks meer dan 100.000 bezoekers en is bedoeld voor bezoekers van alle leeftijden.









