Zorgtoeslag vervalt zodra je inkomen boven een bepaalde grens uitkomt. Voor 2026 geldt: alleenstaanden met een toetsingsinkomen boven 40.857 euro per jaar ontvangen geen zorgtoeslag meer. Heb je een toeslagpartner, dan ligt die grens op 51.142 euro gezamenlijk inkomen. Zit je onder die grenzen, dan heb je in de meeste gevallen gewoon recht op toeslag, mits je ook aan de vermogensgrens voldoet.
Wat is zorgtoeslag en hoe werkt de berekening?
Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid om de kosten van je verplichte zorgverzekering te helpen betalen. De Belastingdienst (via Dienst Toeslagen) berekent elk jaar hoe hoog jouw toeslag is, op basis van je zogenaamde toetsingsinkomen. Dat is je bruto-inkomen uit werk, uitkering of pensioen plus eventuele inkomsten uit vermogen (box 3).
Hoe meer je verdient, hoe lager de toeslag wordt. Dat gaat niet abrupt: de toeslag daalt geleidelijk per extra euro inkomen. Voor 2026 daalt de toeslag met ongeveer 13,73 cent voor elke euro extra boven het drempelinkomen. Bij de maximale inkomensgrens is de toeslag precies nul geworden. Er is dus geen harde klif waarbij je plotseling alles verliest; het is een glijdende schaal.
Naast je inkomen telt ook je vermogen mee. Spaar je of bezit je aandelen boven een bepaalde grens, dan vervalt het recht eveneens. Dit geldt los van je inkomen: zelfs met een laag salaris kun je geen toeslag krijgen als je te veel vermogen hebt.
De toeslag wordt maandelijks uitbetaald als een voorschot. Aan het einde van het jaar doet de Belastingdienst een definitieve berekening op basis van je werkelijke inkomen. Viel je inkomen hoger uit dan je had opgegeven, dan moet je bijbetalen. Was het lager, dan krijg je geld terug.
De inkomens- en vermogensgrenzen voor 2026 op een rij
De tabel hieronder geeft een compleet overzicht van alle grenzen die in 2026 gelden. Controleer altijd je eigen situatie op de website van Dienst Toeslagen, want de grenzen worden jaarlijks bijgesteld.
| Situatie | Maximaal toetsingsinkomen | Maximale toeslag per maand | Vermogensgrens |
|---|---|---|---|
| Alleenstaande | 40.857 euro | 129 euro | 146.011 euro |
| Met toeslagpartner (gezamenlijk) | 51.142 euro | 246 euro (samen) | 184.633 euro |
| Alleenstaande (max. toeslag bij laag inkomen) | ca. 20.000 euro of minder | 129 euro | 146.011 euro |
| Partner (max. toeslag bij laag gezinsinkomen) | ca. 30.000 euro of minder | 246 euro | 184.633 euro |
| Alleenstaande (grens 2025 ter vergelijking) | 37.496 euro | 131 euro | n.v.t. (andere regels) |
| Met toeslagpartner (grens 2025 ter vergelijking) | 47.368 euro | 250 euro (samen) | n.v.t. (andere regels) |
| AOW-gerechtigde alleenstaande | 40.857 euro | Zelfde als regulier | 146.011 euro |
De inkomensgrens voor 2026 is flink verhoogd ten opzichte van 2025 (van 37.496 naar 40.857 euro voor alleenstaanden). Dat betekent dat meer mensen in aanmerking komen voor toeslag. De maximale maandelijkse bedragen daalden juist licht: 2 euro minder voor alleenstaanden en 4 euro minder voor partners ten opzichte van 2025.
De vermogensgrens gaat over je rendementsgrondslag in box 3. Daartoe behoren spaargeld, beleggingen en een tweede woning, minus de belastingvrije voet van de vermogensrendementsheffing. Een eigen woning in box 1 telt hier niet voor mee. Heb je een schenking ontvangen of een erfenis? Dan kan dat je vermogen tijdelijk boven de grens duwen. Bekijk ook de spelregels rondom schenkingen en de bijbehorende omschrijvingen als je dit wilt afstemmen.
Drie concrete situaties: wanneer vervalt jouw toeslag?
Hoeveel je precies ontvangt of kwijtraakt, hangt af van je persoonlijke situatie. Hieronder drie realistische voorbeeldgevallen die laten zien hoe de regels uitpakken.
Situatie 1: alleenstaande met parttime inkomen (25.000 euro)
Je werkt parttime en verdient 25.000 euro bruto per jaar. Je hebt geen toeslagpartner en je spaargeld bedraagt 10.000 euro. Omdat 25.000 euro ruim onder de grens van 40.857 euro ligt, heb je gewoon recht op zorgtoeslag. De toeslag bedraagt niet het volle maximum van 129 euro per maand, want die maximale vergoeding geldt bij een heel laag inkomen. Bij 25.000 euro ligt de toeslag ergens in het middensegment, ruwweg 50-80 euro per maand afhankelijk van de exacte berekening. Je kunt een precieze berekening doen via de rekentool op de website van Dienst Toeslagen.
Situatie 2: stel met gezamenlijk inkomen van 55.000 euro
Jij en je partner verdienen samen 55.000 euro bruto per jaar. De gezamenlijke inkomensgrens voor 2026 is 51.142 euro. Jullie inkomen overstijgt die grens met bijna 4.000 euro. Resultaat: geen zorgtoeslag voor dit huishouden. Het is hierbij niet relevant wie het meeste verdient. De Belastingdienst kijkt naar het gecombineerde toetsingsinkomen van beide partners. Zit een van jullie later in het jaar tijdelijk zonder werk, dan daalt het gezamenlijk inkomen en kan het recht op toeslag alsnog ontstaan. Let op dat je dit tijdig doorgeeft via Mijn Toeslagen, want de toeslag wordt anders niet uitbetaald. Voor inzicht in je belastingschijf bij dit inkomensniveau is het handig om te bekijken welke belastingschijf bij welk salaris hoort.
Situatie 3: alleenstaande met inkomen van 38.000 euro maar veel spaargeld
Je verdient 38.000 euro per jaar, wat onder de inkomensgrens van 40.857 euro valt. Op grond van je inkomen heb je dus recht op toeslag. Maar je hebt ook 160.000 euro spaargeld. De vermogensgrens voor een alleenstaande is 146.011 euro. Jouw vermogen van 160.000 euro overschrijdt die grens. Daarmee vervalt het recht op zorgtoeslag volledig, ook al voldoe je aan de inkomenseis. Dit is een situatie die mensen regelmatig overrast: de vermogenscheck is net zo streng als de inkomenscheck. Vermogen daalt door uitgaven, belasting of schenkingen. Als je spaargeld in een later jaar onder de grens uitkomt, kun je opnieuw aanspraak maken.
Wat is een toeslagpartner en hoe beïnvloedt dat de grens?
Een toeslagpartner is iemand met wie je op hetzelfde adres bent ingeschreven en die aan bepaalde eisen voldoet. Je bent automatisch elkaars toeslagpartner als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt. Woon je samen zonder huwelijk, dan ben je toeslagpartners als je samen een kind hebt, als een van jullie de ander heeft aangemeld als begunstigde in een pensioenregeling, of als jullie samen een koopwoning bezitten.
Het hebben van een toeslagpartner heeft twee effecten. Enerzijds stijgt de inkomensgrens van 40.857 naar 51.142 euro. Anderzijds telt het inkomen van jullie allebei mee. Een stel waarbij de een 30.000 euro en de ander 15.000 euro verdient, heeft een gecombineerd toetsingsinkomen van 45.000 euro. Dat ligt onder de grens van 51.142 euro, dus zij hebben recht op toeslag.
Woon je met een huisgenoot samen zonder aan de criteria te voldoen, dan zijn jullie geen toeslagpartners. Je wordt dan beoordeeld als alleenstaande, met de lagere grens van 40.857 euro. Dit kan voordelig zijn als je huisgenoot veel verdient, maar nadelig als jij zelf een inkomen hebt dat als alleenstaande net boven de grens valt terwijl jullie als stel eronder zouden blijven.
Studenten die op kamers wonen en ingeschreven staan bij hun ouders, zijn doorgaans geen toeslagpartner van hun ouders. Zij worden zelfstandig beoordeeld. Jongeren tot 27 jaar die op hetzelfde adres wonen als hun ouders, worden normaal gesproken niet als toeslagpartner beschouwd.
Inkomen uit meerdere bronnen: hoe telt dat mee?
Het toetsingsinkomen is niet hetzelfde als je bruto jaarsalaris op je loonstrook. De Belastingdienst combineert meerdere bronnen. Dat kunnen zijn: loon uit dienstverband, winst uit onderneming (voor zzp’ers), uitkeringen zoals WW of bijstand, en het zogenaamde voordeel uit sparen en beleggen (box 3, het fictieve rendement over je vermogen boven de vrijstelling).
Voor zzp’ers en ondernemers pakt dit soms anders uit dan verwacht. Je winst schommelt van jaar tot jaar. Heb je in 2026 een goed jaar en stijgt je winst flink, dan kan je toeslag achteraf worden teruggevorderd. Het is slim om je inkomensverwachting tussentijds bij te stellen via Mijn Toeslagen als je merkt dat je meer verdient dan je van tevoren had aangegeven.
Pensioenuitkeringen tellen ook volledig mee. AOW-gerechtigden vallen onder dezelfde inkomensgrens van 40.857 euro (alleenstaand) of 51.142 euro (met partner). Een laag pensioen gecombineerd met een kleine aanvulling kan alsnog recht geven op toeslag. Vergelijkbare informatie over de samenhang tussen leeftijd, pensioen en toelagen vind je in het overzicht over welke AOW-tabel bij welke leeftijd hoort.
Alimentatie die je ontvangt, telt als inkomen mee. Alimentatie die je betaalt, verlaagt je toetsingsinkomen niet altijd op dezelfde manier als bij de inkomstenbelasting. Controleer dit altijd in je belastingaangifte, zodat de Belastingdienst het juiste inkomen hanteert bij de toeslagberekening.
Vermogensgrens: wanneer speelt het een rol?
De vermogensgrens voor zorgtoeslag in 2026 is 146.011 euro voor alleenstaanden en 184.633 euro voor huishoudens met een toeslagpartner. Dit is je zogenaamde rendementsgrondslag per 1 januari van het betreffende jaar. De overheid bekijkt de stand van je vermogen op 1 januari 2026 voor het toeslagjaar 2026.
Wat telt mee voor de vermogensgrens? Voorbeelden zijn spaargeld op een rekening bij een Nederlandse of buitenlandse bank, beleggingen in aandelen of fondsen, een tweede woning of vakantiehuisje, en vorderingen op derden. Wat niet meetelt, is je eigen woning (die valt in box 1), de waarde van je auto voor privégebruik, en het saldo van pensioenregelingen via je werkgever.
- Spaargeld boven de vrijstelling voor box 3 telt mee
- Beleggingen in aandelen, obligaties of ETFs tellen mee
- Tweede woning of verhuurde woning: telt mee op basis van de WOZ-waarde min de eventuele hypotheek
- Belastingvrije voet box 3 in 2026: 57.684 euro per persoon (dit bedrag is vrijgesteld voordat de rendementsgrondslag voor toeslagen wordt bepaald)
- Heffingsvrij vermogen voor toeslagen wijkt enigszins af van de belastingvrijstelling: gebruik de tool op de website van Dienst Toeslagen voor de exacte berekening
- Erfenissen en grote schenkingen kunnen tijdelijk je vermogen boven de grens duwen
Als je vlak bij de grens zit, is het de moeite waard om je vermogen te berekenen voordat je je toeslag aanvraagt of aanpast. Bij overschrijding wordt de toeslag volledig stopgezet, ook als je er maar een paar honderd euro boven zit. Meer over de belasting op spaargeld lees je in het artikel over bij welk bedrag je belasting betaalt over je spaargeld.
Wat verandert er in 2026 ten opzichte van eerdere jaren?
In 2026 zijn de inkomensgrenzen voor zorgtoeslag flink verhoogd. Voor alleenstaanden steeg de grens van 37.496 euro (2025) naar 40.857 euro (2026): een stijging van ruim 3.000 euro. Voor partners steeg de grens van 47.368 naar 51.142 euro. Dit betekent dat een grotere groep Nederlanders in 2026 in aanmerking komt voor zorgtoeslag.
Tegelijkertijd daalde de maximale toeslag per maand licht. Alleenstaanden ontvangen in 2026 maximaal 129 euro per maand, in 2025 was dat nog 131 euro. Partners ontvangen samen maximaal 246 euro, terwijl dat in 2025 nog 250 euro was. De daling heeft te maken met de stijging van de normzorgpremie en de manier waarop het ministerie van Volksgezondheid de toeslag berekent. Per saldo gaat de gemiddelde ontvanger er niet veel op voor- of achteruit.
Houd er rekening mee dat de grenzen elk jaar opnieuw worden vastgesteld. De cijfers in dit artikel gelden voor het toeslagjaar 2026. Controleer elk jaar in januari de actuele grenzen via Mijn Toeslagen of de website van de Rijksoverheid, zodat je geen toeslag misloopt of een onverwachte terugvordering krijgt. Lees ook over bij welk inkomen je precies geen zorgtoeslag meer krijgt voor een aanvullend perspectief.
Zorgtoeslag aanvragen, wijzigen of stopzetten
Heb je nog geen zorgtoeslag aangevraagd maar denk je wel recht te hebben? Dan doe je dat via Mijn Toeslagen op de website van de Belastingdienst. Je hebt daarvoor DigiD nodig. Je kunt toeslag aanvragen voor het lopende jaar en maximaal drie jaar met terugwerkende kracht. Heb je 2024 of 2025 niet aangevraagd, dan is dat nu nog mogelijk.
Bij een wijziging in je inkomen of gezinssituatie, geef je dat zo snel mogelijk door. Stijgt je inkomen boven de grens, dan moet je de toeslag stoppen of aanpassen. Doe je dat niet op tijd, dan krijg je na afloop van het jaar een terugvordering. Die kan flink oplopen als je het hele jaar te veel hebt ontvangen. De Belastingdienst geeft je de mogelijkheid een betalingsregeling af te spreken, maar het is altijd beter om wijzigingen tijdig door te geven.
Verandert je situatie doordat je een toeslagpartner krijgt of verliest? Geef dit dan ook meteen door. De overstap van alleenstaande naar samenwonend met toeslagpartner verandert zowel de inkomensgrens als de hoogte van de toeslag. Controleer ook je rekeningnummer in het systeem: de toeslag wordt uitbetaald op het rekeningnummer dat bij de Belastingdienst bekend is. Meer hierover vind je in het artikel over welk rekeningnummer de Belastingdienst van je heeft.
Je kunt de toeslag ook met terugwerkende kracht aanvragen als je er niet van wist. Dat kan tot drie jaar na het betreffende jaar. Heb je in 2023 recht gehad op toeslag maar nooit aangevraagd, dan kun je dat tot en met 2026 alsnog doen. Na die termijn vervalt het recht definitief.
Veelgestelde vragen
Vanaf welk inkomen heb je in 2026 geen recht meer op zorgtoeslag?
Als alleenstaande heb je geen recht meer op zorgtoeslag zodra je toetsingsinkomen uitkomt boven 40.857 euro per jaar. Voor huishoudens met een toeslagpartner geldt een gecombineerde grens van 51.142 euro per jaar. Deze grenzen gelden specifiek voor het toeslagjaar 2026 en worden elk jaar opnieuw vastgesteld door de overheid. Bij een inkomen precies op de grens is de toeslag nagenoeg nul, maar je hebt er formeel nog wel recht op.
Telt het inkomen van mijn partner ook mee voor de zorgtoeslag?
Ja, als jullie elkaars toeslagpartner zijn, worden beide inkomens bij elkaar opgeteld. De Belastingdienst kijkt dan naar het gezamenlijke toetsingsinkomen. De grens stijgt mee naar 51.142 euro per jaar. Het maakt niet uit wie van jullie de toeslag aanvraagt: de berekening is gebaseerd op het totale huishoudinkomen. Ben je geen officiële toeslagpartner, dan wordt je inkomen apart beoordeeld, ook als je wel samenwoont.
Kan ik zorgtoeslag terugkrijgen als ik het vorig jaar niet heb aangevraagd?
Ja, dat is mogelijk. Je kunt zorgtoeslag met terugwerkende kracht aanvragen voor maximaal drie jaar. Dat betekent dat je in 2026 nog een aanvraag kunt doen voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Daarna vervalt het recht om met terugwerkende kracht te claimen. Heb je in die jaren aan alle voorwaarden voldaan (inkomen en vermogen binnen de grenzen, zorgverzekering), dan betaalt de Belastingdienst het bedrag alsnog uit.
Wat gebeurt er als ik mijn inkomen te laag heb ingeschat en te veel toeslag ontvangen heb?
Na afloop van het jaar berekent de Belastingdienst je definitieve toeslag op basis van je werkelijke inkomen. Als je te veel hebt ontvangen, moet je het verschil terugbetalen. Je ontvangt daarvoor een terugvorderingsbeschikking. Je hebt zes weken om bezwaar te maken als je het er niet mee eens bent. Is de terugvordering correct maar kun je het niet in een keer betalen, dan kun je een betalingsregeling aanvragen. Voorkom dit door je inkomensverwachting tussentijds bij te stellen via Mijn Toeslagen.
Heeft mijn spaargeld invloed op mijn recht op zorgtoeslag?
Ja, naast je inkomen geldt ook een vermogensgrens. Voor alleenstaanden is die grens in 2026 gesteld op 146.011 euro. Voor huishoudens met een toeslagpartner geldt een grens van 184.633 euro. Dit vermogen wordt gemeten op 1 januari van het toeslagjaar. Overschrijd je die grens, dan vervalt het recht op zorgtoeslag volledig, ongeacht hoe laag je inkomen is. Spaar je net onder de grens of heb je een grote erfenis ontvangen, dan is het verstandig de grenzen nauwkeurig te controleren.
Gelden er ook speciale regels voor mensen met een uitkering of bijstand?
Nee, er gelden geen apart hogere of lagere grenzen voor uitkeringsgerechtigden. De inkomensgrens van 40.857 euro (alleenstaand) of 51.142 euro (met partner) is voor iedereen hetzelfde, ongeacht of je inkomen bestaat uit loon, WW, AOW of bijstand. Mensen met een bijstandsuitkering vallen nagenoeg altijd ruimschoots onder de grens en hebben daarmee in principe recht op zorgtoeslag. Wel moeten zij, net als iedereen, ook voldoen aan de vermogensgrens. Bij bijstand gelden overigens eigen vermogensregels vanuit de gemeente, maar voor toeslagen geldt de landelijke grens.










