Belasting over je spaargeld betaal je in 2026 pas als je vermogen uitkomt boven 59.357 euro (alleenstaande) of 118.714 euro (fiscale partners samen). Zit je daaronder? Dan betaal je niets. Zit je erboven, dan rekent de Belastingdienst een fictief rendement van 1,28 procent over het spaardeel en heft daarna 36 procent belasting over dat fictieve rendement.
Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Hieronder lees je precies hoe het systeem werkt, wat jou concreet te wachten staat bij verschillende spaarBedragen, en wat de valkuilen zijn waar veel mensen tegenaan lopen.
Wat is box 3 en waarom speelt het een rol bij jouw spaargeld?
De Belastingdienst verdeelt inkomsten in drie “boxen”. Box 1 gaat over inkomen uit werk en eigen woning. Box 2 over aanmerkelijk belang in een bedrijf. Box 3 gaat over vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, cryptovaluta en andere bezittingen. Schulden (boven een bepaalde drempel) mag je daarna aftrekken.
Spaargeld op je betaalrekening, spaarrekening, deposito of zelfs een buitenlandse rekening valt allemaal in box 3. De Belastingdienst kijkt naar de stand van je vermogen op 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2026 is dat dus de stand op 1 januari 2026. Had je die dag net een grote aankoop gedaan of een erfenis ontvangen? Dat heeft direct gevolgen voor je belastingaangifte in 2027.
Het systeem van box 3 heeft de afgelopen jaren veel veranderingen doorgemaakt. Na het zogeheten Kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021 bleek het oude systeem (met een vast fictief rendement van 5,5 procent voor iedereen) onhoudbaar. De overheid heeft sindsdien een overbruggingswetgeving ingevoerd waarbij de werkelijke samenstelling van je vermogen (hoeveel spaar je en hoeveel beleg je) leidend is voor het berekende fictieve rendement. Vanaf 2028 is de bedoeling dat je belasting betaalt over wat je werkelijk verdient met je vermogen.
De heffingvrije drempel: bij welk bedrag begint het?
Het heffingvrij vermogen is het bedrag waarover je sowieso geen box 3-belasting betaalt. Heb je minder vermogen dan deze grens? Dan hoef je box 3 niet eens in te vullen.
| Situatie | Heffingvrij vermogen 2026 |
|---|---|
| Alleenstaande | 59.357 euro |
| Fiscale partners (samen) | 118.714 euro |
| Alleenstaande, belastbaar deel bij 80.000 euro spaar | 20.643 euro |
| Fictief rendement spaargeld 2026 | 1,28 procent (voorlopig tarief) |
| Fictief rendement beleggingen en overige bezittingen 2026 | 6,00 procent |
| Belastingtarief over fictief rendement | 36 procent |
| Schulddrempel alleenstaande | 3.800 euro |
| Schulddrempel fiscale partners | 7.600 euro |
Let op: het fictieve rendement van 1,28 procent voor spaargeld is een voorlopig percentage dat de Belastingdienst hanteert voor de voorlopige aanslag 2026. Het definitieve tarief wordt pas na afloop van 2026 vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde spaarrente in dat jaar. In 2025 lag dit percentage nog op 1,44 procent; doordat spaarrentes iets zijn gedaald, daalt ook het fictieve rendement.
Drie concrete scenario’s: wat betaal je bij 50.000, 100.000 en 250.000 euro spaargeld?
Hier zie je drie casussen naast elkaar, uitgewerkt voor een alleenstaande met uitsluitend spaargeld (geen beleggingen, geen schulden boven de drempel). Dit geeft direct inzicht in wat box 3 in de praktijk betekent.
Casus 1: 50.000 euro spaargeld
Je vermogen op 1 januari 2026 is 50.000 euro. Dat ligt onder de vrijstelling van 59.357 euro. Je betaalt dus 0 euro belasting in box 3. Je hoeft dit deel van je spaargeld niet eens in de aangifte te vermelden, al doet de Belastingdienst dit tegenwoordig automatisch via rekeningkoppelingen.
Casus 2: 100.000 euro spaargeld
Je vermogen is 100.000 euro. Aftrekken van de vrijstelling (59.357 euro) geeft een belastbaar vermogen van 40.643 euro. Over dit bedrag rekent de Belastingdienst een fictief rendement van 1,28 procent: dat is 40.643 x 0,0128 = 520 euro fictief inkomen. Vervolgens betaal je 36 procent belasting over dat fictieve inkomen: 520 x 0,36 = afgerond 187 euro aan belasting per jaar. Dat is minder dan 0,19 procent van je totale spaargeld.
Casus 3: 250.000 euro spaargeld
Je vermogen is 250.000 euro. Na aftrek vrijstelling resteert 190.643 euro belastbaar vermogen. Fictief rendement: 190.643 x 0,0128 = 2.440 euro. Belasting: 2.440 x 0,36 = afgerond 878 euro per jaar. Nog steeds relatief bescheiden ten opzichte van het totale vermogen, maar het loopt wel op naarmate je meer spaart.
Heb je naast spaargeld ook beleggingen? Dan tilt de Belastingdienst het fictieve rendement op dat deel naar 6,00 procent, wat de belastingdruk fors verhoogt. Bij een mix van 100.000 euro spaargeld en 50.000 euro beleggingen rekent de Belastingdienst over elke categorie afzonderlijk het bijpassende fictieve percentage.
Hoe werkt het voor fiscale partners?
Ben je getrouwd of heeft je partner hetzelfde woonadres en hebben jullie gekozen voor fiscaal partnerschap? Dan mag je vermogen optellen en de gecombineerde vrijstelling van 118.714 euro gebruiken. Dat scheelt aanzienlijk.
Stel: jij en je partner hebben samen 150.000 euro spaargeld. Als alleenstaanden zou elk afzonderlijk 25.000 euro boven de grens uitkomen (samen 50.000 euro belastbaar). Als fiscale partners is de gecombineerde vrijstelling 118.714 euro, zodat slechts 31.286 euro belastbaar is. Het fictieve rendement op dat bedrag is 400 euro, de belasting 144 euro. Dat is aanzienlijk minder dan wanneer jullie afzonderlijk aangifte doen.
Bovendien kun je als fiscale partners het vermogen in de aangifte gunstig verdelen. In de meeste gevallen is het slim om zo te verdelen dat de belasting voor beide partners zo laag mogelijk uitvalt, of dat de partner met het laagste toetsingsinkomen het meeste vermogen toebedeeld krijgt (relevant voor toeslagen zoals zorgtoeslag). Meer weten over hoe toeslagen en inkomen samenhangen? Lees ook bij welk inkomen geen zorgtoeslag voor een concreet overzicht.
Fiscale partners mogen elk jaar opnieuw kiezen hoe ze het box 3-vermogen verdelen, zolang het totaal maar klopt. Hier zit soms nog belastingvoordeel dat mensen onbenut laten.
Schulden en de schulddrempel: dit verandert de berekening
Heb je schulden? Dan mag je die in box 3 aftrekken van je vermogen, maar pas nadat je een drempel hebt overschreden. In 2026 is de schulddrempel 3.800 euro per persoon (7.600 euro voor fiscale partners). Alles daarboven vermindert je belastbaar vermogen.
Voorbeeld: jij bent alleenstaand met 120.000 euro spaargeld en een persoonlijke lening van 20.000 euro. De drempel is 3.800 euro, dus je mag 20.000 – 3.800 = 16.200 euro aftrekken van je vermogen. Belastbaar vermogen wordt dan 120.000 – 16.200 = 103.800 euro. Minus de vrijstelling van 59.357 euro resteert 44.443 euro belastbaar vermogen.
Let op: een hypotheek valt doorgaans niet in box 3. Hypotheekschuld hoort bij box 1, gekoppeld aan je eigen woning. Kijk je ook naar de kosten rondom een koopwoning? Dan is het artikel over welke kosten aftrekbaar zijn bij de aankoop van een huis nuttig.
Schulden die wél in mindering komen op je box 3-vermogen zijn onder andere: leningen bij familie, achterstand op creditcard, studieschuld bij DUO (mits je daarvoor hebt gekozen bij de aangifte) en krediet bij de bank niet zijnde hypotheek.
Situatie met gemengd vermogen: sparen én beleggen
Steeds meer mensen hebben naast een spaarrekening ook beleggingen, cryptovaluta of een vakantiewoning. De Belastingdienst rekent dan met een gewogen fictief rendement op basis van de werkelijke verdeling van je vermogen.
- Spaargeld op bank- en spaarrekening: 1,28 procent fictief rendement (2026)
- Beleggingen, aandelen, obligaties, ETF’s: 6,00 procent fictief rendement
- Cryptovaluta: valt onder “overige bezittingen”, dus 6,00 procent
- Vakantiewoning (niet eigen woning): WOZ-waarde x 6,00 procent fictief rendement
- Groene beleggingen: vrijgesteld tot 30.000 euro per persoon (2026), bovenop de reguliere vrijstelling
Stel: je hebt 80.000 euro op je spaarrekening en 40.000 euro belegd in een wereldwijd indexfonds. Totaal vermogen: 120.000 euro. Na aftrek vrijstelling (59.357 euro) blijft 60.643 euro belastbaar. De Belastingdienst verdeelt dit naar verhouding: twee derde is spaargeld, een derde zijn beleggingen. Over het spaardeel (40.429 euro) rekent ze 1,28 procent en over het beleggingsdeel (20.214 euro) rekent ze 6,00 procent. Het fictieve inkomen bedraagt dan 517 + 1.213 = 1.730 euro. Belasting: 1.730 x 0,36 = 623 euro per jaar.
Hoe je belastingschijf er in zijn geheel uitziet, inclusief de wisselwerking tussen je inkomen en je belastingtarief, lees je op welke belastingschijf bij welk salaris.
Groene beleggingen en andere vrijstellingen die je kunt benutten
Naast het heffingvrij vermogen zijn er nog andere vrijstellingen waarmee je de belasting over je spaargeld en beleggingen kunt verlagen. Het gaat om de volgende categorieën:
Groene beleggingen. Beleg je in erkende groene fondsen (aangewezen door de overheid)? Dan geldt een extra vrijstelling van 30.000 euro per persoon (60.000 euro voor fiscale partners) in 2026. Bovendien ontvang je over dit deel een heffingskorting van 0,7 procent. Dit kan een aanzienlijk bedrag schelen als je milieubewust belegt.
Contant geld. Kleine bedragen aan contant geld worden vrijgesteld. In 2026 is de vrijstelling voor contant geld 654 euro per persoon. Heb je meer contant dan dat, dan telt het mee als box 3-vermogen.
Inboedel en gebruiksvoorwerpen. De dagelijkse spullen in huis (meubels, kleding, elektronica voor eigen gebruik) vallen buiten box 3. Kunstcollecties of antiek die je als belegging aanhoudt, tellen wel mee.
Lijfrente en pensioenspaarpremies. Bedragen die je via een geblokkeerde lijfrenterekening of pensioenverzekering spaart, vallen niet in box 3. Ze worden bij uitkering belast in box 1. Dit is een belangrijk fiscaal voordeel van pensioensparen boven gewoon sparen. Ben je benieuwd wanneer je AOW ontvangt en hoe dat samenhangt met je totale vermogensopbouw? Kijk dan ook op bij welke leeftijd krijg je AOW.
Wat verandert er in 2028: belasting over werkelijk rendement
Het huidige systeem, waarbij de Belastingdienst een fictief rendement berekent in plaats van je werkelijke rente-inkomsten te belasten, is tijdelijk. Het kabinet werkt aan de Wet werkelijk rendement box 3, die per 2028 zou moeten ingaan. Wat houdt dat in?
Onder het nieuwe systeem betaal je belasting over wat je spaargeld daadwerkelijk oplevert: de rente die je bank uitkeert, de koerswinst op je beleggingen, de huurinkomsten van een vakantiehuisje. Dat is eerlijker voor mensen wiens werkelijke rendement lager ligt dan het fictieve percentage, maar kan nadelig uitpakken voor succesvolle beleggers.
Er zijn al ingrijpende juridische uitspraken gedaan die de transitie beïnvloeden. Het Kerstarrest van 2021 en latere uitspraken zorgden voor rechtsherstel voor mensen die te veel belasting betaalden over de jaren 2017-2022. Heb jij in die periode box 3-belasting betaald terwijl jouw werkelijke rendement lager was dan het fictieve? Dan heeft de Belastingdienst (in de meeste gevallen automatisch) rechtsherstel toegepast of doe je er verstandig aan bezwaar te overwegen.
Overigens heeft het rekeningnummer dat de Belastingdienst van je kent, ook invloed op hoe snel teruggaven verwerkt worden. Controleer op welk rekeningnummer bekend is bij de Belastingdienst om te voorkomen dat een teruggave vertraging oploopt.
Praktische tips: zo betaal je zo min mogelijk belasting over spaargeld
Er zijn legale manieren om je box 3-belasting te verlagen of uit te stellen. Geen van deze opties is “verboden”; het zijn gewoon keuzes binnen de spelregels van de Belastingdienst.
- Verlaag je saldo op 1 januari. De peildatum voor box 3 is 1 januari. Heb je een grote aankoop gepland? Doe die vóór de jaarwisseling. Let op: de Belastingdienst let op “peildatumarbitrage” waarbij je spaargeld kortstondig omzet in schulden of contant geld om de belasting te ontlopen. Dit kan leiden tot naheffingen.
- Gebruik het heffingvrij vermogen van je fiscale partner. Verdeel het vermogen zo dat beide partners optimaal gebruik maken van hun eigen vrijstelling van 59.357 euro.
- Spaar via een pensioenproduct of lijfrente. Bedragen in een erkend pensioenproduct vallen buiten box 3 en zijn pas belastbaar bij uitkering in box 1, vaak tegen een lager tarief als je dan minder verdient.
- Beleg (deels) in groene fondsen. De extra vrijstelling van 30.000 euro per persoon voor erkende groene beleggingen kan de belastingdruk merkbaar verlagen.
- Trek schulden af. Heb je consumptieve schulden boven de drempel van 3.800 euro (per persoon)? Die verlagen je belastbaar box 3-vermogen euro voor euro.
- Doe tijdig aangifte. Als je definitieve rendement over spaargeld lager is dan het fictieve percentage waarmee de Belastingdienst rekent, kun je via de aangifte een correctie aanvragen. Dit wordt steeds relevanter naarmate spaarrentes dalen.
- Check of je recht hebt op rechtsherstel. Had je in 2017-2022 box 3-vermogen waarop je meer betaalde dan op basis van werkelijk rendement? Controleer je aanslagen van die jaren.
Bekijk ook de uitleg over belastingschijven en salaris als je naast box 3 ook grip wilt krijgen op je box 1-belasting. Beide systemen samen bepalen hoeveel je uiteindelijk betaalt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel spaargeld mag je belastingvrij hebben in 2026?
Als alleenstaande mag je in 2026 tot 59.357 euro vermogen hebben zonder dat je box 3-belasting betaalt. Fiscale partners mogen samen tot 118.714 euro belastingvrij aanhouden. Dit heffingvrij vermogen geldt voor je totale box 3-bezittingen, dus niet alleen spaargeld maar ook beleggingen, cryptovaluta en andere vermogensbestanddelen. Zit je eronder? Dan hoef je niets te betalen en hoef je box 3 niet eens in te vullen.
Hoe berekent de Belastingdienst de belasting over spaargeld?
De Belastingdienst kijkt naar je vermogen op 1 januari. Het bedrag boven je vrijstelling (59.357 euro per persoon) is je belastbaar vermogen. Over het spaardeel berekent ze een fictief rendement van 1,28 procent in 2026. Vervolgens betaal je 36 procent belasting over dat fictieve rendement. Bij 40.000 euro belastbaar spaargeld is het fictieve rendement 512 euro en de belasting 184 euro per jaar. Over beleggingen rekent de Belastingdienst een veel hoger fictief rendement van 6,00 procent.
Telt buitenlands spaargeld ook mee voor box 3?
Ja. Als je in Nederland woont, ben je belastingplichtig over je wereldwijde vermogen. Spaargeld op een buitenlandse bankrekening (in Duitsland, Belgie, Spanje of elders) moet je opgeven in box 3. De Belastingdienst wisselt automatisch financiële informatie uit met banken in andere EU-landen en tientallen niet-EU-landen. Verzwijg je dit vermogen, dan riskeer je een boete en navordering tot vijf jaar terug.
Moet ik belasting betalen als ik alleen een spaarrekening heb van 75.000 euro?
Ja, maar weinig. Bij 75.000 euro spaargeld als alleenstaande is je belastbaar vermogen 75.000 minus 59.357 euro vrijstelling, dus 15.643 euro. Het fictieve rendement is 1,28 procent, dat is 200 euro. De belasting bedraagt 36 procent van 200 euro, dus 72 euro per jaar. Dat is een bescheiden bedrag. Als fiscale partner met dezelfde vrijstelling van de ander erbij, betaal je helemaal niets.
Wat verandert er aan box 3 in 2028?
Het kabinet wil per 2028 overstappen op een systeem waarbij je belasting betaalt over je werkelijke rendement in plaats van een fictief percentage. Dat betekent: als je 2 procent rente ontvangt op je spaargeld, betaal je belasting over die daadwerkelijke 2 procent. Dit pakt gunstiger uit voor mensen met laagrentend spaargeld, maar ongunstiger voor succesvolle beleggers met hoge rendementen. De exacte uitwerking van de wet is nog in ontwikkeling en kan voor de inwerkingtreding nog wijzigen.
Kan ik belasting over spaargeld terugvragen als mijn werkelijke rendement lager was?
Ja, maar dat geldt specifiek voor de jaren 2017 tot en met 2022 via het rechtsherstel na het Kerstarrest van de Hoge Raad. De Belastingdienst heeft voor veel belastingplichtigen automatisch rechtsherstel toegepast. Had je in die jaren vermogen in box 3 en was je werkelijke rendement lager dan het gehanteerde fictieve percentage? Controleer je aanslagen en ga na of je rechtsherstel hebt ontvangen, of dien alsnog bezwaar in als de termijn nog open staat. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst.










