Welke loonbelastingtabel geldt bij de AOW-leeftijd in 2026?

Samira de Bruijn

Geupdate op:

Welke tabel bij AOW-leeftijd? Ontdek jouw pensioenopties!
Je leest dit artikel in 9 minuten

Laatst bijgewerkt: 30 mei 2026

Als je de AOW-leeftijd bereikt, verandert de manier waarop loonheffing wordt berekend. Werkgevers en uitkeringsinstanties gebruiken dan een andere kolom in de loonbelastingtabel, omdat je geen AOW-premie meer betaalt. Welke tabel van toepassing is, hangt af van of je loon ontvangt uit een huidige of vroegere dienstbetrekking en of je de AOW-leeftijd al hebt bereikt.

De AOW-leeftijd in 2026 is 67 jaar. Ben je voor 1 januari 2026 al 67 geworden, dan val je het hele jaar in de kolom “AOW-leeftijd en ouder”. Ben je pas halverwege het jaar 67 geworden, dan pas je de juiste kolom toe vanaf de maand waarin je verjaardag valt. Hieronder lees je precies welke tabel wanneer van toepassing is, wat het financieel oplevert en welke heffingskortingen erbij komen.

Witte tabel of groene tabel: het basisonderscheid

De Belastingdienst kent twee hoofdtabellen voor de loonheffing: de witte tabel en de groene tabel. Het verschil zit in de aard van het inkomen, niet in je leeftijd.

De witte tabel geldt voor loon uit een tegenwoordige dienstbetrekking. Dat wil zeggen: je werkt nog actief en ontvangt daarvoor loon. Denk aan iemand die na de AOW-leeftijd nog parttime in dienst is. De witte tabel houdt rekening met arbeidskorting.

De groene tabel geldt voor loon uit een vroegere dienstbetrekking. Hieronder vallen AOW-uitkeringen van de SVB, aanvullende pensioenen van een pensioenfonds of verzekeraar, VUT-uitkeringen en lijfrente-uitkeringen. De groene tabel houdt geen arbeidskorting in rekening, omdat je niet meer actief werkt voor dit inkomen.

Binnen elke tabel bestaan twee kolommen: een voor mensen jonger dan de AOW-leeftijd en een voor mensen die de AOW-leeftijd al hebben bereikt. Die tweede kolom heeft een aanzienlijk lager tarief, omdat de AOW-premie (17,90% in 2026) hierin niet meer is opgenomen. Dat merk je direct in je netto-inkomen.

  • Witte tabel, kolom “jonger dan AOW-leeftijd”: volledige loonheffing inclusief AOW-premie
  • Witte tabel, kolom “AOW-leeftijd en ouder”: loonheffing zonder AOW-premie
  • Groene tabel, kolom “jonger dan AOW-leeftijd”: volledige heffing over pensioen of uitkering
  • Groene tabel, kolom “AOW-leeftijd en ouder”: lagere heffing, AOW-premie valt weg

Bij het invullen van je belastingaangifte rekent de Belastingdienst dit uiteindelijk nauwkeurig af. De tabel is een voorheffing: te veel betaald krijg je terug, te weinig betaald moet je bijbetalen.

Belastingtarieven bij AOW-leeftijd in 2026

Zodra je de AOW-leeftijd hebt bereikt, daal je belastingtarief in de eerste schijf aanzienlijk. Dit is de meest tastbare financiële verandering die je belasting betreft.

Wie nog geen 67 is, betaalt in 2026 over het inkomen in de eerste schijf (tot 38.883 euro) een gecombineerd tarief van 36,97 procent. Dit bestaat uit de inkomstenbelasting plus de premies voor de volksverzekeringen, waaronder de AOW-premie van 17,90 procent.

Wie 67 of ouder is, betaalt over diezelfde eerste schijf slechts 17,92 procent. De besparing is bijna 19 procentpunt. Op een bruto pensioeninkomen van 2.000 euro per maand is dat al snel meer dan 300 euro per maand verschil in nettobedrag, puur door de wegvallende AOW-premie.

Schijf Inkomen (2026) Tarief jonger dan AOW-leeftijd Tarief AOW-leeftijd en ouder
Schijf 1 tot 38.883 euro 36,97% 17,92%
Schijf 2 38.883 tot 78.426 euro 37,48% 37,48%
Schijf 3 boven 78.426 euro 49,50% 49,50%

In de tweede en derde schijf maakt leeftijd geen verschil meer. De AOW-premie is namelijk maximaal verschuldigd tot het einde van schijf 1. Heb je een hoog aanvullend pensioen bovenop je AOW, dan betaal je over het gedeelte boven 38.883 euro gewoon hetzelfde tarief als iedereen.

Voor wie de AOW-leeftijd bereikt tijdens het jaar, pas je de tabel aan per uitbetalingstijdvak. In de maanden voor je verjaardag gebruik je de kolom “jonger dan AOW-leeftijd”. Vanaf de maand van je verjaardag schakel je over op de kolom “AOW-leeftijd en ouder”. Je werkgever of uitkeringsinstantie is verantwoordelijk voor deze aanpassing, maar het is verstandig dit zelf te controleren.

Heffingskortingen speciaal voor AOW-gerechtigden

Naast het lagere tarief kom je als AOW-gerechtigde in aanmerking voor extra heffingskortingen. Deze kortingen verlagen je belasting direct, euro voor euro. Er zijn twee specifieke kortingen voor ouderen.

De ouderenkorting bedraagt in 2026 maximaal 2.067 euro per jaar. Je krijgt dit volledige bedrag als je verzamelinkomen niet hoger is dan 46.002 euro. Verdien je meer, dan daalt de korting met 15 procent van elk extra verdiende euro boven de grens. Bij een inkomen van ongeveer 59.782 euro is de ouderenkorting volledig uitgewerkt en ontvang je niets meer.

De alleenstaande ouderenkorting is er bovenop als je geen fiscale partner hebt. In 2026 bedraagt die 540 euro per jaar. Dit is een vaste korting, zonder afbouwtraject: je krijgt hem volledig of helemaal niet, afhankelijk van je leefsituatie.

De algemene heffingskorting geldt voor iedereen, maar het maximumbedrag verschilt licht. Voor AOW-gerechtigden is de maximale algemene heffingskorting in 2026 1.068 euro. Voor wie jonger is dan de AOW-leeftijd is dat maximaal 3.362 euro. Het grote verschil zit hem erin dat jongere belastingplichtigen een hogere opbouw hebben in de lagere inkomensschijven.

Ten slotte geldt de arbeidskorting alleen als je actief werkt. Combineer je je AOW met een baan, dan heb je recht op arbeidskorting via de witte tabel. Ontvang je uitsluitend pensioen en AOW (groene tabel), dan geldt de arbeidskorting niet.

Meer informatie over belastingkortingen en drempelinkomens vind je ook in ons artikel over bij welk inkomen je geen zorgtoeslag meer krijgt, wat eveneens een drempelgrens kent die relevant is rond de AOW-leeftijd.

Drie situaties: welke tabel past bij jou?

Afhankelijk van je persoonlijke situatie is een andere combinatie van tabel en kolom van toepassing. Hieronder volgen drie veelvoorkomende gevallen uitgewerkt.

Situatie 1: je ontvangt alleen AOW en aanvullend pensioen

Dit is de meest voorkomende situatie voor mensen die met pensioen zijn. Je AOW ontvang je van de SVB (Sociale Verzekeringsbank) en je aanvullend pensioen van een pensioenfonds of verzekeraar. Beide betalers passen de groene tabel, kolom AOW-leeftijd en ouder toe.

Heb je meerdere pensioenbetalers tegelijk, dan mag bij slechts een van hen de loonheffingskorting worden toegepast. Dien bij de SVB of bij je pensioenfonds een verzoek in om de loonheffingskorting toe te passen en zet die bij de andere instelling uit. Pas je de korting bij beide toe, dan betaal je aan het einde van het jaar bij via de aangifte inkomstenbelasting.

Situatie 2: je werkt door na je AOW-leeftijd

Steeds meer mensen werken na hun 67e door, parttime of volledig. In dat geval zijn er twee inkomstenstromen: je AOW plus pensioen (groene tabel) en je loon uit werk (witte tabel).

Je werkgever past de witte tabel, kolom AOW-leeftijd en ouder toe op je loon. Je hebt dan ook recht op arbeidskorting, omdat je actief werkt. Let op: de loonheffingskorting mag je maar bij een van de betalers toepassen. Combineer je een actieve baan met pensioenuitkering, zet de loonheffingskorting dan bij je werkgever aan en bij je pensioenfonds uit.

Situatie 3: je bereikt de AOW-leeftijd halverwege het jaar

Word je in 2026 pas in de loop van het jaar 67, dan loopt de overstap mee met je uitbetalingen. Stel je wordt 67 in augustus 2026. Dan geldt van januari tot en met juli de kolom “jonger dan AOW-leeftijd” en van augustus tot en met december de kolom “AOW-leeftijd en ouder”.

Bij de definitieve aangifte inkomstenbelasting, die je in 2027 doet over 2026, berekent de Belastingdienst het exacte bedrag op basis van je werkelijke inkomen en de heffingskortingen waarop je recht hebt. Eventuele over- of onderbetaling door de tabelwissel wordt hierbij gecorrigeerd.

Kijk ook eens naar onze uitleg over bij welke leeftijd je AOW krijgt, inclusief de regels voor mensen die tijdelijk in het buitenland hebben gewoond.

AOW-bedragen in 2026 en wat je netto overhoudt

De hoogte van je AOW hangt af van je leefsituatie. De SVB keert per 1 januari 2026 de volgende bedragen uit (bruto per maand inclusief vakantiegeld).

Situatie Bruto per maand (2026) Vakantiegeld per maand Totaal bruto
Alleenstaand ca. 1.279 euro ca. 91 euro ca. 1.370 euro
Gehuwd of samenwonend (per persoon) ca. 890 euro ca. 64 euro ca. 954 euro
Met loonheffingskorting (alleenstaand, netto) ca. 1.068 euro inbegrepen per maand netto
Zonder loonheffingskorting (alleenstaand, netto) ca. 868 euro inbegrepen per maand netto
Gedeeltelijke AOW (40 jaar onvolledig opgebouwd) naar rato naar rato 2% minder per ontbrekend jaar
AOW met partnerpensioen gecombineerd afhankelijk van fonds apart via fonds opgeteld maatgevend inkomen

De nettobedragen zijn een indicatie. Het exacte nettobedrag hangt af van of je de loonheffingskorting hebt aangevraagd en of je ook aanvullend pensioen of ander inkomen hebt. Heb je een aanvullend pensioen, dan kunnen de heffingskortingen bij de aangifte worden herverdeeld of teruggevorderd als ze dubbel zijn toegepast.

Wil je inzicht in hoe je belastingen zich verhouden tot andere aftrekposten, lees dan ook over welke belastingschijf bij welk salaris hoort.

Loonheffingskorting bij AOW: hoe vraag je het aan?

De loonheffingskorting is een verzamelbegrip voor kortingen die de inhoudingsplichtige (je werkgever, de SVB of je pensioenfonds) mag verrekenen bij de uitbetaling. Je moet dit expliciet aanvragen, anders wordt de korting niet toegepast en houd je minder netto over dan je recht hebt.

Bij de SVB vraag je de loonheffingskorting aan via het online formulier op svb.nl of schriftelijk. De SVB verwerkt dit in de uitbetaling van je AOW. Je ontvangt dan een hogere nettobetaling elke maand, zonder dat je hoeft te wachten op een teruggave via de aangifte.

Bij je pensioenfonds of verzekeraar doe je hetzelfde: je stuurt een verzoek om de loonheffingskorting toe te passen. Let goed op dat je dit bij maximaal een instelling aanvraagt als je meerdere inkomstenbronnen hebt. Vraag je hem bij meer betalers aan, dan wordt er te weinig ingehouden en moet je bijbetalen.

Heb je een wisselend inkomen of meerdere uitkeringsstromen, dan is het slim om elk jaar na het indienen van je aangifte inkomstenbelasting te controleren of de loonheffingskorting correct is toegepast. Je kunt ook een voorlopige aanslag aanvragen bij de Belastingdienst zodat je belasting maandelijks wordt verrekend en je niet voor verrassingen staat in mei.

Lees ook hoe het zit met je rekeningnummer bij de Belastingdienst, want teruggaves bij de aangifte worden automatisch overgemaakt naar het bekende rekeningnummer.

Pensioenopties rondom de AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd is niet alleen een belastingmoment, maar ook het startpunt voor je bredere pensioensituatie. Naast de AOW heb je mogelijk aanvullend pensioen, eigen spaargeld, een lijfrente of een koopwoning. Hoe die elementen samenkomen, bepaalt je netto besteedbaar inkomen.

Het aanvullend pensioen dat je via je werkgever hebt opgebouwd, ga je typisch tegelijk met je AOW ontvangen, maar dat hoeft niet. Je kunt dit pensioen eerder of later laten ingaan. Eerder ingaan betekent een lagere maandelijkse uitkering; later ingaan levert een hogere uitkering. Sommige fondsen hanteren hier strikte regels; vraag dit na bij je fonds. Wil je weten vanaf welke leeftijd je bij ABP pensioen opbouwt, bekijk dan ons artikel over pensioenopbouw bij ABP.

Een lijfrente is een verzekeringsproduct dat je zelf hebt gesloten. De uitkering hieruit wordt ook via de groene tabel belast. De ingangsdatum is doorgaans flexibel, maar de fiscale regels koppelen lijfrente-uitkeringen aan de AOW-leeftijd als uiterste einddatum. Keer je de lijfrente eerder uit, dan betaal je een revisierente (boete van 20 procent) tenzij je aan specifieke uitzonderingsgronden voldoet.

Heb je een eigen woning, dan kan verkoop of overwaarde meespelen in je pensioenplan. De overwaarde heeft geen directe invloed op je AOW-bedrag, maar kan invloed hebben op toeslagen zoals zorgtoeslag. Lees meer over bij welk inkomen je geen zorgtoeslag meer krijgt als je overweegt vermogen vrij te maken.

Een doorwerkbonus bestaat in Nederland niet (meer) in de oude fiscale vorm, maar werkgevers mogen oudere werknemers wel boven cao betalen als prikkel. Werk je door na je 67e, dan betaal je loonheffing via de witte tabel maar je bouwt geen nieuwe AOW-rechten meer op. Wat je al hebt opgebouwd, staat vast.

Veelgestelde vragen

Welke tabel gebruikt de SVB voor mijn AOW-uitkering?

De SVB past de groene loonbelastingtabel toe, kolom “AOW-leeftijd en ouder”. Dit is de tabel voor loon uit vroegere dienstbetrekking. Je AOW-premie wordt niet meer ingehouden, waardoor het tarief in de eerste schijf rond de 17,92 procent uitkomt in plaats van de 36,97 procent die geldt voor mensen jonger dan 67. Je kunt de loonheffingskorting bij de SVB aanvragen om je netto maandbedrag te verhogen.

Mag ik de loonheffingskorting bij zowel de SVB als mijn pensioenfonds aanvragen?

Nee, je mag de loonheffingskorting in principe maar bij een van je uitkeringsinstanties of werkgevers toepassen. Vraag je hem bij meerdere betalers aan, dan wordt er maandelijks te weinig loonheffing ingehouden. Bij de aangifte inkomstenbelasting moet je het verschil dan terugbetalen aan de Belastingdienst. Kies de betaler waarbij je het hoogste inkomen ontvangt, zodat de korting het meeste effect heeft.

Wat is de ouderenkorting en hoeveel bedraagt die in 2026?

De ouderenkorting is een heffingskorting die je recht op hebt zodra je de AOW-leeftijd hebt bereikt. In 2026 bedraagt de maximale ouderenkorting 2.067 euro per jaar. Dit volle bedrag ontvang je als je verzamelinkomen niet hoger is dan 46.002 euro. Daarboven daalt de korting met 15 procent per extra euro tot nul bij een inkomen van ca. 59.782 euro. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt bovenop dit bedrag 540 euro per jaar voor mensen zonder fiscale partner.

Betaal ik ook nog AOW-premie als ik de AOW-leeftijd heb bereikt?

Nee. Vanaf de maand dat je de AOW-leeftijd bereikt, ben je vrijgesteld van het betalen van AOW-premie. Die premie maakt in 2026 17,90 procentpunt uit van het gecombineerde tarief in de eerste belastingschijf. Daardoor daalt je effectieve tarief van 36,97 procent naar circa 17,92 procent over inkomen tot 38.883 euro. Je betaalt nog wel premie Anw (nabestaanden) en premie Wlz (langdurige zorg), maar die zijn aanzienlijk lager.

Hoe werkt de belasting als ik zowel pensioen als loon uit werk ontvang na mijn 67e?

Heb je tegelijk een baan en een pensioenuitkering na je 67e, dan gelden er twee tabellen naast elkaar. Voor je loon uit werk past je werkgever de witte tabel toe, kolom “AOW-leeftijd en ouder”. Voor je pensioen past het pensioenfonds de groene tabel toe, zelfde kolom. Je hebt bij een actieve baan ook recht op arbeidskorting. De loonheffingskorting mag je maar bij een van beide aanvragen. Bij de aangifte inkomstenbelasting worden beide inkomens samengeteld en wordt de juiste heffing definitief vastgesteld.

Wat verandert er voor mijn belastingaangifte als ik in de loop van het jaar 67 word?

Als je pas halverwege 2026 de AOW-leeftijd bereikt, heb je te maken met twee tariefperiodes in hetzelfde belastingjaar. Van januari tot de maand van je verjaardag geldt het hogere tarief inclusief AOW-premie. Vanaf je verjaardag geldt het lagere tarief. Bij de aangifte inkomstenbelasting (in 2027 voor het jaar 2026) rekent de Belastingdienst alles over het hele jaar na. Eventuele overschotten of tekorten worden dan verrekend. De ouderenkorting heb je recht op voor de maanden dat je al 67 was, berekend naar rato.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie