Welke bloedwaarden zijn verhoogd bij galstenen?

Noor Jansen

Geupdate op:

Welke bloedwaarden zijn verhoogd bij galstenen? Ontdek nu!
Je leest dit artikel in 7 minuten

Laatst bijgewerkt: 16 februari 2026

Bij galstenen zijn vooral de leverenzymen alkalische fosfatase (AF) en gamma-GT verhoogd, samen met bilirubine. ALAT en ASAT kunnen ook stijgen, maar doen dat minder uitgesproken tenzij er al levercelschade is. Welke waarden precies afwijken hangt sterk af van de situatie: sluimerende galstenen in de galblaas, een acuut galsteenkoliek of een steen die de galgang blokkeert geven elk een ander patroon.

Waarom galstenen bloedwaarden verstoren

Galstenen vormen zich wanneer stoffen in de gal, vooral cholesterol en bilirubine, in vaste vorm neerslaan. Zolang een steentje rustig in de galblaas blijft liggen, zijn er nauwelijks afwijkende bloedwaarden. De problemen beginnen zodra een steen de galblaashals of de galafvoergang (ductus choledochus) gedeeltelijk of volledig blokkeert.

Door die blokkade kan gal niet meer vrij afvloeien naar de dunne darm. De druk in de galwegen neemt toe en gal wordt teruggeperst de lever in. Leverenzymen lekken dan uit de galwegcellen de bloedbaan in. Bilirubine, een afbraakproduct van rode bloedcellen dat normaal via de gal het lichaam verlaat, hoopt zich op in het bloed. Het resultaat is een herkenbaar patroon van cholestatische bloedwaarden, iets anders dan het patroon dat je ziet bij directe levercelschade.

Het onderscheid is klinisch relevant. Een patroon met sterk verhoogde AF en gamma-GT bij relatief bescheiden ALAT en ASAT wijst op galwegobstructie. Een patroon met sterk verhoogde ALAT en ASAT bij bescheiden AF wijst eerder op virale hepatitis of directe levercelbeschadiging. Galstenen zitten dus veel meer aan de “cholestase-kant” van het spectrum.

De vijf bloedwaarden die de huisarts checkt bij vermoeden van galstenen

Bij klachten die passen bij galstenen, zoals pijn rechts boven in de buik na een vetrijke maaltijd of aanvallen van galsteenkoliek, vraagt de huisarts doorgaans een leverenzympanel aan. Daarin zitten de volgende waarden.

Bloedwaarde Wat het meet Normaalwaarde (globaal) Patroon bij galstenen
Alkalische fosfatase (AF) Enzym in galwegcellen en botcellen 35-105 U/L (volwassenen) Sterk verhoogd bij galwegobstructie
Gamma-GT (GGT) Enzym in galwegcellen en lever Vrouwen <40 U/L, mannen <60 U/L Sterk verhoogd bij cholestase
Bilirubine (totaal) Afbraakproduct van hemoglobine <17 micromol/L Verhoogd bij galwegblokkade, geelzucht >35
ALAT (ALT) Enzym in levercellen Vrouwen <35 U/L, mannen <45 U/L Matig verhoogd bij leverceldruk door gal
ASAT (AST) Enzym in lever-, hart- en spiercellen <40 U/L Mild tot matig verhoogd
LDH (lactaatdehydrogenase) Weefselbeschadiging algemeen 135-225 U/L Licht verhoogd bij weefselstress
CRP (C-reactief proteïne) Ontsteking <10 mg/L Verhoogd bij cholecystitis (ontstoken galblaas)

Normaalwaarden zijn laboratoriumafhankelijk. Je eigen uitslagenbrief vermeldt altijd de referentiewaarden van dat specifieke lab. Zie voor meer uitleg over de LDH-waarde ook het artikel over hoe hoog de LDH-waarde mag zijn, en voor ALAT specifiek hoe hoog de ALAT-waarde mag zijn.

Drie situaties: welke waarden zijn per omstandigheid verhoogd?

Galstenen zijn niet één situatie. De bloedwaarden verschillen sterk afhankelijk van wat de steen precies doet. Hieronder vind je drie veelvoorkomende varianten.

Variant 1: galstenen zonder klachten (symptoomloos)

Veel mensen hebben galstenen zonder dat ze dat weten. Een echografie van de buik, gedaan om een andere reden, onthult dan toevallig galstenen. In deze situatie zijn de bloedwaarden vaak volledig normaal. Er is geen obstructie, geen ontsteking en geen galterugstroom. AF, gamma-GT en bilirubine zijn in rust normaal. ALAT en ASAT zijn normaal. De enige reden om te twijfelen aan de uitslag is als iemand tegelijkertijd overgewicht heeft: verhoogde AF of gamma-GT kan dan ook een teken zijn van vetlever, los van de galstenen.

Variant 2: galsteenkoliek zonder infectie

Een koliek ontstaat wanneer een steen tijdelijk de galblaashals blokkeert. De pijn is hevig, straalt uit naar de rechterschouder en duurt minuten tot uren. Als de steen loskomt en weer terugvalt in de galblaas, verdwijnt de blokkade. In dat geval zie je een tijdelijk patroon: AF en gamma-GT licht tot matig verhoogd, bilirubine licht verhoogd of nog normaal, ALAT en ASAT milde stijging die binnen enkele dagen weer daalt. Dit “transiente” patroon is typisch voor galstenen en verschilt van chronische leverziekte.

Variant 3: steen in de galgang met obstructie-icterus

Dit is de ernstigste situatie. Een steen valt via de galblaas naar de ductus choledochus (de grote galgang) en blokkeert die volledig. Gal kan niet meer de darm in. Het gevolg heet obstructie-icterus. Bloedwaarden gaan fors omhoog: bilirubine stijgt boven de 35-50 micromol/L, wat leidt tot zichtbare geelzucht. AF kan drie tot vijf keer de bovengrens bereiken. Gamma-GT volgt hetzelfde patroon. ALAT en ASAT stijgen ook, maar minder sterk. Dit patroon vraagt om spoedverwijzing naar het ziekenhuis voor echografie of MRI van de galwegen (MRCP) en eventueel een ERCP-ingreep om de steen te verwijderen.

Alkalische fosfatase en gamma-GT: de sleutelbloedwaarden

Van alle bloedwaarden zijn alkalische fosfatase (AF) en gamma-GT de sterkste aanwijzingen voor galwegproblematiek. Ze zijn allebei aanwezig in de epitheelcellen die de binnenkant van de galwegen bekleden. Zodra de druk in die galwegen toeneemt, komen deze enzymen in de bloedbaan terecht.

Een verhoogde AF zegt echter niet altijd “galstenen”. AF is namelijk ook verhoogd bij botaandoeningen (bot wordt ook actief gebouwd bij botbreuk of -tumoren), bij bepaalde medicijnen en bij zwangerschap. Gamma-GT stijgt weinig bij botaandoeningen, maar sterk bij leverziekte en galwegproblemen. Het lichaam geeft je als het ware een tweede mening: als AF verhoogd is maar gamma-GT normaal, denk dan eerder aan bot dan aan gal.

De combinatie van verhoogde AF én verhoogde gamma-GT wijst vrijwel zeker op een lever-galwegprobleem. Bij galstenen zijn beide verhoogd. Bij alcoholgebruik of vetlever is gamma-GT ook verhoogd, maar in een ander patroon dan bij galwegobstructie. De hoogte van de stijging en de combinatie met bilirubine en de klinische klachten geeft de arts de informatie die hij nodig heeft.

Bilirubine: van licht verhoogd tot geelzucht

Bilirubine is het afbraakproduct van hemoglobine, de rode stof in rode bloedcellen. Normaal verwerkt de lever bilirubine en scheidt het uit via de gal naar de darmen. Bij een galwegblokkade lukt die uitscheiding niet meer, waardoor bilirubine opstapelt in het bloed.

Er zijn twee vormen: ongeconjugeerd (indirect) bilirubine, dat wordt aangemaakt bij bloedcelafbraak, en geconjugeerd (direct) bilirubine, dat door de lever al klaargemaakt is voor uitscheiding. Bij galstenen die de galgang blokkeren stijgt het geconjugeerde bilirubine het sterkst, omdat de lever het weliswaar klaarmaakt maar het vervolgens nergens naartoe kan.

Pas bij bilirubine boven de 35 micromol/L wordt geelzucht zichtbaar, eerst in het oogwit (sclerae), dan in de huid. De urine wordt donker (gal in de urine) en de ontlasting juist licht van kleur omdat de gal niet meer de darmen bereikt. Dit is een snel herkenbaar beeld voor de arts. Zie ook de uitleg over klachten bij alvleesklier, want een tumor op de alvleesklier kan hetzelfde beeld geven als een galsteenobstructie.

ALAT en ASAT bij galstenen: wat je mag verwachten

ALAT (alanineaminotransferase) en ASAT (aspartaataminotransferase) zijn de levercelspecifieke enzymen. Ze stijgen bij beschadiging van levercellen zelf, zoals bij virale hepatitis, alcoholschade of paracetamolvergiftiging. Bij galstenen zijn ze secundair verhoogd: de terugdruk van gal beschadigt ook de levercellen, maar minder direct dan bij hepatitis.

In de praktijk zie je bij galwegobstructie ALAT en ASAT verhoogd tot twee tot vier keer de bovengrens. Bij acute hepatitis A of B kunnen ze tien tot vijftig keer de bovengrens bereiken. Het patroon is dus herkenbaar anders. Als bij jouw bloedonderzoek ALAT sterker verhoogd is dan AF en gamma-GT, denkt de arts eerder aan levercelschade dan aan galstenen. Als AF en gamma-GT sterker verhoogd zijn dan ALAT en ASAT, wijst alles naar galwegproblemen.

Voor een bredere vergelijking met bloedwaarden bij andere aandoeningen is het nuttig te weten dat bij reuma heel andere markers worden bekeken: lees meer over bloedwaarden bij reuma.

Andere bloedwaarden die worden meegenomen bij galstenenonderzoek

Naast de leverenzymen kijkt de arts bij vermoeden van galstenen of complicaties naar een aantal aanvullende waarden.

  • CRP en leukocyten: Als de galblaas ontstoken raakt (acute cholecystitis) door een steen die vastgeklemd zit, stijgt het CRP fors boven de 10 mg/L. Tegelijkertijd stijgt het aantal witte bloedcellen (leukocyten). Dit wijst op een infectieuze of ontstekingscomponent. Meer over te veel witte bloedcellen lees je in het artikel over te veel witte bloedcellen: oorzaken en behandeling.
  • Amylase en lipase: Als een steen de afvoergang van de alvleesklier (die uitmondt vlak bij de galgang) blokkeert, kan acute pancreatitis ontstaan. Amylase en lipase stijgen dan sterk, soms tot tien keer de bovengrens. Dit is een ernstige complicatie van galstenen.
  • Hemoglobine en rode bloedcellen: Normaal gesproken zijn deze bij galstenen niet primair afwijkend, tenzij er sprake is van hemolyse (extra afbraak van rode bloedcellen als oorzaak van verhoogde bilirubine, een heel andere categorie).
  • INR en stollingsfactoren: Bij langdurige galwegobstructie kan de lever minder goed stollingsfactoren aanmaken en vitamine K opnemen, waardoor de INR stijgt.
  • Alkalische fosfatase isoenzym: In twijfelgevallen kan de arts dit nader laten onderzoeken om te bepalen of de verhoogde AF van de lever of van het bot afkomstig is.

Wanneer zijn de waarden normaal ondanks galstenen?

Een normaal bloedonderzoek sluit galstenen niet uit. Dat is een belangrijk punt dat mensen soms verbaast. Zolang een steen rustig in de galblaas ligt en niets blokkeert, zijn alle bloedwaarden normaal. De diagnose galstenen wordt in dat geval gesteld met echografie, niet met bloedonderzoek. Pas als er een obstructie of ontsteking is, gaan de bloedwaarden afwijken.

Dit betekent ook dat bij herhaalde episoden van buikpijn rechts boven, ook als het bloedonderzoek normaal was, een echografie van de galblaas zinvol is. De huisarts vraagt zo’n echografie dan ook bij klinische verdenking, los van de bloedwaarden. Omgekeerd geldt: verhoogde AF of gamma-GT zonder buikklachten vraagt ook om een echografie, want er kan een steen zijn die sluipend de galgang gedeeltelijk blokkeert zonder acute pijn te geven.

Naast de bloedwaarden zijn de klachten van de patiënt de sterkste diagnostische aanwijzing. Koliekpijn na een vetrijke maaltijd, misselijkheid, misselijk gevoel in de rechterschouder: dat is een typisch galsteenpatroon dat de arts herkent, ook bij normale bloedwaarden.

Veelgestelde vragen

Welke bloedwaarde is het meest specifiek voor galstenen?

Er is geen bloedwaarde die uitsluitend verhoogd is bij galstenen, maar de combinatie van sterk verhoogde alkalische fosfatase en verhoogde gamma-GT, samen met verhoogd bilirubine en relatief bescheiden ALAT en ASAT, is het meest kenmerkend voor galwegobstructie door een steen. De arts kijkt altijd naar het patroon als geheel, niet naar één losstaande waarde. Echografie bevestigt de diagnose.

Kan bilirubine normaal zijn terwijl er wel galstenen zijn?

Ja. Bilirubine stijgt alleen als de galafvoer daadwerkelijk geblokkeerd is. Bij galstenen die rustig in de galblaas liggen zonder obstructie is bilirubine normaal. Ook bij een tijdelijk koliek, waarbij de steen loskomt voor de test wordt gedaan, kan bilirubine al weer genormaliseerd zijn. Een normale bilirubinewaarde sluit galstenen dus zeker niet uit.

Hoe snel normaliseren de bloedwaarden na verwijdering van de galstenen of galblaas?

Na een geslaagde ERCP (waarbij een galgangsteen wordt verwijderd) of na een cholecystectomie (verwijdering galblaas) dalen de bloedwaarden doorgaans snel. ALAT en ASAT zijn vaak binnen een week genormaliseerd. AF en gamma-GT kunnen langer verhoogd blijven, soms enkele weken, omdat de galwegcellen meer tijd nodig hebben om te herstellen. Bilirubine normaliseert bij een goede galwegdrainage binnen enkele dagen.

Kunnen galstenen ook de nierfunctie beïnvloeden?

Indirect wel. Bij ernstige galsteencomplicaties zoals sepsis na acute cholangitis (bacteriële infectie van de galwegen) kan de nierwerking afnemen door de systemische ontsteking. In dat geval stijgt creatinine en daalt de eGFR. Dit is een complicatie van de infectie, niet van de galstenen zelf. Lees meer over nierfunctie in het artikel over hoe laag de nierfunctie mag zijn.

Wat is het verschil tussen galstenen en leukemie wat betreft bloedwaarden?

Galstenen geven een cholestatisch patroon: hoge AF, hoge gamma-GT, hoge bilirubine en matige stijging van ALAT en ASAT. Bij leukemie zijn het juist de bloedcellen zelf die afwijken: een sterk verhoogd of verlaagd aantal witte bloedcellen, afwijkende bloedcelvormen en soms ook een secundaire leverinfiltratie. De patronen zijn duidelijk onderscheidend. Meer details lees je in het artikel over bloedwaarden bij leukemie.

Moet ik nuchter zijn voor een bloedonderzoek op galstenenwaarden?

Voor leverenzymwaarden (ALAT, ASAT, AF, gamma-GT) hoef je strikt genomen niet nuchter te zijn, maar de meeste laboratoria adviseren toch om nuchter te komen, omdat vetrijke maaltijden de triglyceridenmeting en indirect ook de gamma-GT licht kunnen beïnvloeden. Voor bilirubine maakt nuchter weinig verschil. Vraag je huisarts of het laboratorium altijd om de specifieke instructies, want protocollen kunnen per instelling verschillen.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie