Welke chemo bij borstkanker? Schema’s en keuzes uitgelegd

Semir van Dijk

Geupdate op:

Welke chemo bij borstkanker? Ontdek de beste opties hier!
Je leest dit artikel in 9 minuten

Laatst bijgewerkt: 10 maart 2026

Bij borstkanker bestaat de chemotherapie vrijwel altijd uit een combinatie van meerdere middelen. De meest gebruikte schema’s in Nederland zijn AC-T (adriamycine, cyclofosfamide, gevolgd door een taxaan) en FEC-T. Welke combinatie voor jou het beste is, hangt af van het type borstkanker, de tumorkenmerken en de vraag of chemo voor of na de operatie wordt gegeven.

Dat klinkt ingewikkeld, en dat is het ook. De oncologie rond borstkanker heeft de afgelopen tien jaar enorme stappen gemaakt. Waar vroeger bijna iedereen hetzelfde schema kreeg, is de behandeling nu veel persoonlijker. Hieronder lees je hoe dat werkt, welke schema’s er zijn en wanneer welk type wordt ingezet.

Het probleem: waarom is borstkanker zo lastig te behandelen?

Borstkanker is geen enkelvoudige ziekte. Er bestaan tientallen varianten, die zich gedragen alsof het aparte aandoeningen zijn. De tumor kan hormoonreceptorpositief zijn (gevoelig voor oestrogeen of progesteron), HER2-positief (overexpressie van een groeieiwit), of geen van beide, wat artsen “triple negatief” noemen.

Die indeling is cruciaal omdat elke variant anders reageert op behandeling. Een middel dat bij hormoonreceptorpositieve borstkanker fantastisch werkt, kan bij triple negatieve borstkanker volkomen ineffectief zijn. Dat maakt het kiezen van de juiste chemo meer dan alleen “de sterkste kuur kiezen”.

Daarbij speelt de fase van de ziekte een rol. Is de tumor nog gelokaliseerd? Dan richt chemo zich op genezing. Heeft de kanker uitgezaaid naar lymfeklieren of andere organen? Dan verschuift het doel naar het zo lang mogelijk onderdrukken van de ziekte en het verminderen van klachten. Beide situaties vragen om verschillende schema’s.

Een tweede complicatie is de balans tussen effectiviteit en bijwerkingen. Sommige combinaties zijn agressiever maar geven ook zwaardere bijwerkingen, zoals hartschade of hoge infectiegevoeligheid. De oncoloog weegt die balans af op basis van jouw leeftijd, conditie en eventuele andere aandoeningen. Zo kan iemand met al verminderde nierfunctie een ander schema krijgen dan iemand met perfect gezonde nieren. Lees ook meer over hoe laag de nierfunctie mag zijn bij medische behandelingen, want dat speelt ook bij chemo een rol.

De oorzaak van de keuze: tumorkenmerken bepalen alles

Voordat de oncoloog een schema kiest, laat hij of zij uitgebreid pathologisch onderzoek doen op het tumorweefsel. Dat levert een profiel op met meerdere factoren die samen de behandelkeuze bepalen. De vier voornaamste zijn:

  • Hormoonreceptorstatus (HR): is de tumor oestrogeen- en/of progesteronreceptorpositief?
  • HER2-status: overexpressie van het HER2-eiwit of amplificatie van het HER2-gen?
  • Lymfekliermetastasen: zijn er al uitzaaiingen naar de oksel of omliggende klieren?
  • Ki-67 (proliferatie-index): hoe snel deelt de tumor zich?

Aanvullend wordt tegenwoordig bij HR-positieve, HER2-negatieve tumoren soms een genomische test gedaan, zoals Oncotype DX of MammaPrint. Deze test meet de activiteit van specifieke genen en voorspelt of chemo bovenop hormonale therapie echt meerwaarde heeft. Dat heeft in de praktijk bij veel vrouwen geleid tot het vermijden van onnodige chemo.

Op basis van dit profiel deelt de oncoloog jouw tumor in in een risicocategorie: laag, intermediair of hoog risico op terugkeer. Die categorie bepaalt grotendeels of je chemo nodig hebt en zo ja, welk schema het meest passend is. Vrouwen met een lage-risicocategorie krijgen steeds vaker geen chemo maar uitsluitend hormonale therapie.

De drie grote groepen: welk type chemo bij welk borstkankertype

De chemobehandelingen bij borstkanker vallen grofweg uiteen in drie groepen, elk passend bij een bepaald tumortype.

1. Hormoonreceptorpositief, HER2-negatief (HR+/HER2-)

Dit is het meest voorkomende type, goed voor ongeveer 70 procent van alle borstkankerdiagnoses. De hoeksteen van de behandeling is hormonale therapie (zoals tamoxifen of aromataseremmer). Chemo komt er bovenop als er een hoog terugkeerrisico is: lymfeklieruitzaaiingen, grote tumor of hoge Ki-67.

Het meest gebruikte schema in Nederland is AC-T: vier kuren adriamycine en cyclofosfamide, gevolgd door vier kuren met een taxaan (paclitaxel of docetaxel). Soms wordt AC vervangen door FEC (5-fluorouracil, epirubicine, cyclofosfamide), waarna ook een taxaan volgt. Als het risico laag genoeg is, kan de oncoloog ook alleen voor vier kuren TC (docetaxel en cyclofosfamide) kiezen, zonder anthracycline.

2. HER2-positief

Bij HER2-positieve borstkanker (circa 15-20 procent van de gevallen) is chemo standaard, vrijwel altijd gecombineerd met HER2-gerichte therapie. De bekendste combinatie is trastuzumab (Herceptin), maar bij hogere risico’s wordt ook pertuzumab (Perjeta) toegevoegd.

Het gebruikelijke schema is vier kuren AC of FEC gevolgd door een taxaan plus trastuzumab, soms aangevuld met pertuzumab. Een alternatief schema zonder anthracycline is TCH: docetaxel, carboplatine en trastuzumab. Dat laatste schema geeft minder kans op hartschade en wordt ingezet bij vrouwen bij wie anthracycline extra risico’s met zich mee brengt.

3. Triple negatief (HR-/HER2-)

Triple negatieve borstkanker (circa 15 procent van de gevallen) reageert niet op hormonale therapie en evenmin op HER2-gerichte therapie. Chemo is hier de voornaamste systemische behandeling. Tegelijkertijd is dit het type waarbij chemo het meest indrukwekkend kan werken: een deel van de tumoren verdwijnt volledig voor de operatie.

De standaard bestaat tegenwoordig uit een anthracycline-taxaan-schema, aangevuld met immunotherapie. Pembrolizumab (Keytruda) is bij hoog-risico triple negatieve borstkanker door de richtlijnen opgenomen als combinatie met chemo vóór de operatie (neoadjuvant). Na de operatie volgt verdere behandeling op basis van de respons. Als er nog resterende ziekte is, wordt capecitabine gegeven als nabehandeling.

Neoadjuvant versus adjuvant: voor of na de operatie

Een belangrijk onderscheid bij chemo bij borstkanker is het tijdstip ten opzichte van de operatie.

Type Wanneer Voordeel Typisch ingezet bij
Neoadjuvant (voor de operatie) Vóór chirurgie Tumor verkleinen, sparendere operatie mogelijk, respons zichtbaar maken Grote tumor, HER2-positief, triple negatief, lokaal gevorderd
Adjuvant (na de operatie) Na chirurgie Eventuele achtergebleven kankercellen doden, kans op terugkeer verkleinen HR+/HER2- met hoog risico, operatie al mogelijk bij diagnose
Palliatief (bij uitzaaiingen) Continu of in kuren Ziekteprogressie afremmen, klachten verminderen Uitgezaaide borstkanker, niet meer te genezen maar wel te controleren

Neoadjuvante chemo geeft de arts en patiënt waardevolle informatie: als de tumor sterk krimpt of zelfs volledig verdwijnt (pathologisch complete respons), is de prognose aanzienlijk beter. Dat maakt neoadjuvante behandeling meer dan alleen operatievertrag, het is ook een diagnostisch middel. Bovendien maakt het bij grotere tumoren soms een borstsparende operatie mogelijk in plaats van een amputatie.

Bij adjuvante behandeling is de tumor al verwijderd. De chemo richt zich dan op eventueel achtergebleven microscopische uitzaaiingen die nog niet zichtbaar zijn op scans. De duur en intensiteit hangen af van het risicoprofiel.

Overzicht veelgebruikte chemotherapieschema’s bij borstkanker

Hieronder vind je de meest gebruikte schema’s in de Nederlandse praktijk, zoals beschreven in de richtlijnen van de NVvO (Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie).

Schema Middelen Aantal kuren Toegepast bij
AC-T Adriamycine, cyclofosfamide, paclitaxel of docetaxel 4+4 HR+/HER2-, HER2+
FEC-T 5-fluorouracil, epirubicine, cyclofosfamide, taxaan 3+3 HR+/HER2-, variabele risico’s
TAC Docetaxel, adriamycine, cyclofosfamide gelijktijdig 6 Hoog risico, lymfekliermetastasen
TC Docetaxel, cyclofosfamide 4 HR+/HER2- laag-intermediair risico, zonder anthracycline
TCH Docetaxel, carboplatine, trastuzumab 6 HER2+ met verhoogd hartrisico
Carboplatine-paclitaxel + pembrolizumab Carboplatine, paclitaxel, pembrolizumab Variabel Triple negatief hoog risico (neoadjuvant)
Capecitabine Capecitabine (tablet) 8 cycli Triple negatief, rest na neoadjuvante chemo

Let op: dit zijn algemene schema’s. In de praktijk zijn er kleine variaties per ziekenhuis en per patiënt, afhankelijk van de precieze tumorkenmerken en de conditie van de patiënt. Controleer altijd het schema dat jouw eigen oncoloog opstelt.

Bijwerkingen en hoe ermee om te gaan

Chemo bij borstkanker brengt bijwerkingen met zich mee. Welke en hoe zwaar die zijn, hangt sterk af van het gebruikte schema. Anthracyclines (zoals adriamycine en epirubicine) kunnen de hartfunctie belasten. Dat is een van de redenen waarom bij HER2-positieve patiënten soms gekozen wordt voor TCH in plaats van AC-TH: trastuzumab verhoogt het hartrisico van anthracyclines, dus de combinatie vermijdt men als er aanleiding voor is.

Taxanen (paclitaxel en docetaxel) geven vaak gevoelsstoornissen in handen en voeten (perifere neuropathie). Bij wekelijks paclitaxel is dat risico kleiner dan bij drierwekelijkse toediening, maar het blijft aandacht vragen. Die neuropathie kan soms ook de bloedwaarden beïnvloeden. Lees meer over welke bloedwaarden bij kanker en chemo veranderen, want tijdens chemo worden deze waarden nauwgezet gevolgd.

De meest voorkomende bijwerkingen van chemo bij borstkanker op een rij:

  • Vermoeidheid (bij vrijwel alle schema’s)
  • Misselijkheid en verminderde eetlust
  • Haaruitval (met name bij anthracyclines en taxanen; bij TC minder ernstig)
  • Verhoogde infectiegevoeligheid door verminderd aantal witte bloedcellen
  • Anemie (bloedarmoede) door daling van rode bloedcellen
  • Perifere neuropathie (gevoelloosheid of tintelingen in handen en voeten, vooral bij taxanen)
  • Nagelproblemen
  • Mond- en slijmvliesklachten (mucositis)

Als de witte bloedcellen (neutrofielen) te sterk dalen, is er risico op ernstige infecties. Daarom krijgen patiënten met bepaalde schema’s groeifactoren (G-CSF, zoals filgrastim) toegediend om de aanmaak van witte bloedcellen te stimuleren. Ook worden bloedwaarden tussentijds geprikt om te zien of de daling acceptabel is. Meer over witte bloedcellen en hun rol bij infectie en ziekte lees je hier.

Chemo bij speciale situaties

Er zijn een aantal situaties waarbij de keuze voor chemo afwijkt van het standaardpad.

Ouder dan 70 jaar

Bij oudere patiënten weegt de oncoloog de balans tussen voordeel en risico nog nauwkeuriger. Intensieve schema’s zoals TAC worden bij mensen boven de 70 jaar voorzichtiger ingezet. Soms is een minder intensief schema zoals TC voldoende, of wordt afgezien van chemo als de verwachte winst klein is ten opzichte van de belasting. Een geriatrisch assessment (screening op kwetsbaarheid) maakt steeds vaker deel uit van de behandelplanning.

Zwangerschap

Borstkanker tijdens de zwangerschap is zeldzaam maar komt voor. Chemo is ook tijdens de tweede en derde trimester mogelijk, en dan worden schema’s op anthracycline-basis ingezet (AC of FEC). Taxanen en trastuzumab worden in de zwangerschap vermeden vanwege risico’s voor de foetus. Na de bevalling kan het schema worden uitgebreid als dat nodig is.

Uitgezaaide borstkanker (stadium IV)

Bij uitgezaaide borstkanker is chemo geen curatieve behandeling maar een middel om de ziekte zo lang mogelijk in toom te houden en klachten te verlichten. De keuze voor een schema hangt af van eerdere behandelingen, de locatie van de uitzaaiingen en hoe snel de ziekte zich uitbreidt. Veelgebruikte middelen bij gemetastaseerde borstkanker zijn capecitabine (tabletten), vinorelbin, gemcitabine, eribulin en platina-bevattende schema’s. Bij triple negatieve, uitgezaaide borstkanker met een PD-L1-positieve tumor komt ook pembrolizumab in aanmerking. De bloedwaarden tijdens behandeling worden ook bij uitgezaaide kanker nauwlettend gemonitord.

BRCA-mutatiedragers

Vrouwen met een BRCA1- of BRCA2-mutatie hebben een erfelijk verhoogd risico op borstkanker. Bij hen werkt platina-bevattende chemo (carboplatine) extra goed, omdat BRCA-gemuteerde cellen slecht omgaan met DNA-beschadiging door platina. Bovendien komen BRCA-mutatiedragers met uitgezaaide borstkanker in aanmerking voor behandeling met PARP-remmers (olaparib, talazoparib), die los van chemo of gecombineerd kunnen worden ingezet.

Wat te verwachten tijdens de behandeling

Als je chemo krijgt voor borstkanker, is het handig om te weten hoe het praktisch verloopt. De meeste schema’s worden poliklinisch gegeven via een infuus (al duurt dat soms een halve dag). Capecitabine is een tablet die je thuis inneemt. Elke kuur heeft een cyclus van twee tot drie weken, waarbij je na de infuusdag een herstelperiode hebt.

  1. Voorbereiding: bloedonderzoek vóór elke kuur om te controleren of de bloedwaarden goed genoeg zijn (voldoende witte bloedcellen, goede lever- en nierfunctie).
  2. Infuusdag: toediening in het dagcentrum van het ziekenhuis, vaak 2-6 uur per kuur afhankelijk van het schema.
  3. Eerste week na kuur: de bijwerkingen zijn het zwaarst, misselijkheid en vermoeidheid pieken.
  4. Tweede week: bloedwaarden (witte cellen) zijn op hun laagst, infectierisico is verhoogd.
  5. Derde week: herstel, bloedwaarden herstellen, conditie trekt wat bij.
  6. Tussentijdse controle: de oncoloog evalueert respons en bijwerkingen na twee tot vier kuren.
  7. Afsluiting: na alle kuren volgt een scan of pathologisch onderzoek (bij neoadjuvante chemo) om het resultaat te beoordelen.
  8. Nazorg: herstelplan opstellen, eventuele nabehandeling (capecitabine bij triple negatief, trastuzumab bij HER2+) starten.

Sommige middelen kunnen worden toegediend via een poortkatheter (port-a-cath), een klein reservoir dat onder de huid van de borst of het sleutelbeen wordt geplaatst. Dat is aangenamer dan steeds opnieuw een infuus prikken in de arm. Als je ook subcutane injecties krijgt zoals groeifactoren of andere middelen, leer je al snel welke naald daarvoor wordt gebruikt.

Een goede voeding en voldoende vocht zijn cruciaal tijdens chemo. Eiwitten ondersteunen het herstel. Als je te veel eiwitten in de urine verliest, kan dat een teken zijn dat de nieren extra belast raken. Wat te doen bij te veel eiwitten in de urine lees je hier. Ook leverwaarden worden gevolgd omdat sommige chemomiddelen de lever belasten. De ALAT-waarde is daarvoor een veelgebruikte maatstaf. Meer over de ALAT-waarde vind je in dit artikel.

Veelgestelde vragen

Hoeveel kuren chemo krijg je bij borstkanker?

Het aantal kuren hangt af van het gekozen schema. Bij AC-T zijn dat in totaal acht kuren (vier AC gevolgd door vier taxaan-kuren). Bij FEC-T zijn het zes kuren (drie plus drie). Het TAC-schema bestaat uit zes kuren. TC bestaat uit vier kuren. Bij palliatieve chemo wordt de duur bepaald door de respons en de verdraagzaamheid, niet door een vast aantal.

Is chemo altijd nodig bij borstkanker?

Nee. Chemo is niet bij alle vrouwen met borstkanker noodzakelijk. Bij kleine, hormoonreceptorpositieve, HER2-negatieve tumoren zonder lymfeklieruitzaaiingen en met een lage genomische risicoScore (zoals Oncotype DX laag) kan worden volstaan met hormonale therapie. De keuze hangt af van het individuele risicoprofiel en wordt altijd in overleg met de patiënt gemaakt.

Wat is het verschil tussen anthracyclines en taxanen?

Anthracyclines (adriamycine, epirubicine) zijn een groep chemomiddelen die het DNA van kankercellen beschadigen door tussenkomst in het reproductieproces. Ze werken breed maar geven meer kans op hartproblemen bij hoge cumulatieve doseringen. Taxanen (paclitaxel, docetaxel) remmen de celdeling door de spindelvezels te blokkeren. Ze zijn effectief bij borstkanker en geven meer risico op neuropathie. Veel schema’s combineren beide groepen voor maximale effectiviteit.

Kun je tijdens chemo werken?

Dat verschilt sterk per persoon en per schema. Sommige mensen werken gedeeltelijk door tijdens een minder intensief schema zoals wekelijks paclitaxel of capecitabine. Anderen voelen zich na elke kuur een of twee weken te vermoeid en ziek om te werken. De meeste werkgevers en bedrijfsartsen houden hier rekening mee via een aangepaste arbeidsregeling. Bespreek dit vooraf met je oncoloog en bedrijfsarts.

Hoe lang duurt haaruitval bij chemo voor borstkanker?

Haaruitval begint doorgaans twee tot vier weken na de eerste kuur. Na de laatste kuur begint het haar in de meeste gevallen binnen drie maanden te hergroeien. Het haar kan aanvankelijk iets anders van structuur of kleur zijn dan voor de behandeling. Bij sommige schema’s (met name TC zonder anthracyclines) is de haaruitval minder ernstig. Koude capjes (scalp cooling) kunnen bij bepaalde schema’s de haaruitval verminderen.

Wat is een pathologisch complete respons en waarom is het belangrijk?

Een pathologisch complete respons (pCR) betekent dat er na neoadjuvante chemo geen levende kankercellen meer aantoonbaar zijn in het operatiepreparaat en de lymfeklieren. Dat is een zeer positief teken: patiënten met pCR hebben een aanzienlijk betere prognose dan degenen met resterende ziekte. Vooral bij triple negatieve en HER2-positieve borstkanker is pCR een belangrijk behandeldoel. Het percentage pCR is bij moderne schema’s met pembrolizumab of pertuzumab hoger dan bij oudere combinaties.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie