De Wet langdurige zorg (Wlz) kent vijf officiele grondslagen: somatische aandoening, psychogeriatrische aandoening, verstandelijke beperking, lichamelijke beperking en zintuiglijke beperking. Alleen wie op minimaal een van deze grondslagen valt en daarnaast permanent toezicht of 24 uurszorg nodig heeft, komt in aanmerking voor een Wlz-indicatie. De beoordeling ligt bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Wat is een Wlz-indicatie en wie beoordeelt die?
De Wlz regelt de zwaarste en meest langdurige zorg in Nederland. Denk aan verpleeghuiszorg voor mensen met gevorderde dementie, of permanente begeleiding voor mensen met een ernstige meervoudige beperking. Het gaat nadrukkelijk niet om tijdelijke zorg na een operatie of om lichte ondersteuning thuis. Die valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Het CIZ beoordeelt aanvragen voor een Wlz-indicatie. Het CIZ is een onafhankelijke overheidsorganisatie die onderzoekt of iemand aan de toegangseisen voldoet. Daarvoor kijkt het naar de grondslag van de aandoening, naar de zorgbehoefte en naar de vraag of er een ernstig nadeel dreigt als de zorg wegvalt. Een huisarts, specialist of zorginstelling kan helpen bij de aanvraag, maar de eindbeoordeling is altijd aan het CIZ.
Na een positieve indicatie krijg je een zorgprofiel toegewezen. Dat profiel bepaalt hoeveel en welk soort zorg je geleverd krijgt via een zorgkantoor. Je kunt kiezen voor zorg in natura (verblijf in een instelling), een volledig pakket thuis (vpt) of een persoonsgebonden budget (pgb). Elk jaar stelt het CIZ nieuwe beleidsregels vast: de versie die geldt voor 2026 is in december 2025 gepubliceerd en trad in werking op 1 januari 2026.
De vijf grondslagen: welke aandoeningen tellen mee?
De grondslag is het medische of functionele vertrekpunt van de indicatie. Je moet op zijn minst een van de vijf grondslagen hebben. Sommige mensen hebben er meerdere tegelijk, wat soms een hogere zorgprofiel oplevert.
1. Somatische aandoening of beperking (SOM)
Hierbij gaat het om lichamelijke ziekten of beperkingen die niet in de eerste plaats de hersenfunctie aantasten. Voorbeelden zijn vergevorderd hartfalen, ernstige COPD in eindstadium, niet-aangeboren hersenletsel (NAH) met blijvende gevolgen, of een progressieve spierziekte zoals ALS of MS in een gevorderd stadium. De aandoening moet chronisch en onomkeerbaar zijn, en de gevolgen moeten zodanig zijn dat je zonder voortdurende zorg ernstige schade oploopt.
2. Psychogeriatrische aandoening (PG)
Dementie is verreweg de meest voorkomende grondslag binnen deze categorie. Het gaat om aandoeningen waarbij hersenfuncties als geheugen, oriëntatie en gedrag structureel achteruitgaan. Dat kan ook gelden voor andere vormen van cognitief verval zoals frontotemporale dementie of de ziekte van Lewy-body. Kenmerkend voor de psychogeriatrische grondslag is dat de persoon zichzelf in gevaar brengt zonder permanent toezicht, ook al beseft hij dat zelf niet meer.
3. Verstandelijke beperking (VB)
Een verstandelijke beperking als Wlz-grondslag betreft mensen met een IQ onder de 70 in combinatie met beperkingen in adaptief gedrag die voor het 18e levensjaar zijn ontstaan. Hoe ernstiger de beperking, hoe groter de kans op een Wlz-indicatie. Mensen met een licht verstandelijke beperking (IQ 50-70) worden doorgaans via de Wmo geholpen, tenzij de zorgbehoefte uitzonderlijk hoog is. Bij een ernstige meervoudige beperking (EMB) is een Wlz-indicatie bijna altijd aangewezen.
4. Lichamelijke beperking (LG)
Deze grondslag betreft aangeboren of vroeg verworven motorische of fysieke beperkingen, zoals een aangeboren afwijking aan het bewegingsapparaat, dwarslaesie of ernstige vormen van spasticiteit. Het onderscheid met de somatische grondslag zit hem in het moment van ontstaan en de aard van de beperking: de lichamelijke grondslag is gericht op mensen voor wie de beperking al vroeg in het leven een structureel onderdeel vormt.
5. Zintuiglijke beperking (ZG)
Doofblindheid valt het duidelijkst onder deze grondslag. Ook mensen die zowel ernstig slechtziend als slechthorend zijn, kunnen hier aanspraak op maken als de communicatieve en praktische beperkingen zo groot zijn dat permanent toezicht of begeleiding noodzakelijk is. Een losse gehoorbeperking of visuele beperking zonder combinatie is in de meeste gevallen niet voldoende voor een Wlz-indicatie.
Wel doen en niet doen bij een Wlz-aanvraag
Een Wlz-aanvraag is een ingrijpend proces. Kleine fouten of misverstanden kunnen leiden tot een afwijzing of vertraging, terwijl de juiste voorbereiding de kans op een vlotte toewijzing vergroot. De tabel hieronder geeft een direct overzicht van wat wel en niet verstandig is.
| Wel doen | Niet doen |
|---|---|
| Laat je huisarts of specialist schriftelijk de diagnose en de zorgbehoefte bevestigen | Ga er niet van uit dat een diagnose alleen voldoende is: de zorgbehoefte moet ook aantoonbaar zijn |
| Vraag om een Wlz-aanvraagformulier bij het CIZ of vul het digitaal in via MijnCIZ | Dien de aanvraag niet alleen in via de huisarts zonder eigen dossier mee te sturen |
| Voeg verklaringen toe van alle betrokken zorgverleners (specialist, psycholoog, begeleider) | Verwacht niet dat het CIZ zelf contact opneemt met behandelaren: de bewijslast ligt bij de aanvrager |
| Gebruik de gratis ondersteuning van een cliëntondersteuner (beschikbaar via de gemeente) | Vergeet niet dat cliëntondersteuning gratis is: betaal geen commercieel bureau voor basishulp |
| Noteer concreet in hoeverre iemand zichzelf in gevaar brengt zonder toezicht | Omschrijf de situatie niet te rooskleurig: een eerlijk en compleet beeld is in het belang van de aanvrager |
| Teken bezwaar aan bij afwijzing: een bezwaarschrift binnen zes weken is wettelijk mogelijk | Accepteer een negatieve beslissing niet blindelings: een bezwaar- of beroepsprocedure leidt regelmatig tot een herziening |
| Controleer of de aandoening als grondslag in de Wlz-beleidsregels staat vermeld | Meld je niet aan voor de Wlz als de situatie beter past bij de Wmo of de Zvw |
| Vraag bij complexe situaties een herindicatie aan als de toestand verslechtert | Wacht niet te lang met een herindicatie als de zorgbehoefte fors toeneemt |
De toegangscriteria naast de grondslag
Een grondslag alleen is niet genoeg. Het CIZ toetst altijd aan drie aanvullende criteria voordat er een positieve indicatie volgt. Alle drie moeten van toepassing zijn.
Permanent toezicht of 24 uurszorg: De zorgbehoefte moet zo groot zijn dat er altijd iemand in de buurt moet zijn om in te grijpen, of dat er doorlopend zorg nodig is. Dit is het meest onderscheidende criterium tegenover de Wmo. Wie met een beperkt aantal uur thuiszorg per dag toekan, valt doorgaans niet onder de Wlz.
Ernstig nadeel: Als de toezicht of zorg wegvalt, moet er een reeel risico op ernstige schade bestaan. Voor de psychogeriatrische grondslag gaat het dan om gevaar door dwalen of valincidenten. Bij een verstandelijke beperking kan het gaan om het onvermogen om basisbehoeften te bevredigen zonder hulp. Het CIZ beoordeelt dit op basis van medische rapportages en, soms, een huisbezoek.
Onveranderbaarheid: De zorgvraag moet structureel en langdurig zijn. Tijdelijke verhoogde zorgbehoefte, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname, valt buiten de Wlz. De verwachting moet zijn dat de situatie niet wezenlijk verbetert.
Voor mensen met een psychische stoornis geldt een extra drempel: zij moeten kunnen aantonen dat behandeling in een psychiatrische instelling niet langer tot verbetering leidt. Pas dan opent de Wlz zich voor de groep mensen met een ernstige en langdurige psychiatrische aandoening, ook wel de GGZ-doelgroep genoemd.
Drie concrete situaties waarbij een Wlz-indicatie aan de orde is
De criteria worden in de praktijk al snel abstract. Drie herkenbare situaties laten zien hoe de Wlz in het echte leven werkt.
Situatie 1: Mevrouw van 78 jaar met gevorderde dementie. Ze woont nog thuis maar loopt dagelijks weg en herkent haar man niet meer. De thuiszorg biedt dagopvang, maar ’s avonds en ’s nachts is er niemand. Haar man is 80 en kan de zorg niet meer aan. De huisarts bevestigt dat sprake is van een psychogeriatrische aandoening in een gevorderd stadium. Het CIZ kent een verblijfsindicatie toe: ze verhuist naar een verpleeghuis met een PG-afdeling. Voor informatie over hoe aandoeningen het lichaam verder beinvloeden, kun je ook lezen over klachten bij een versleten heup die soms bij ouderen samengaan met dementie.
Situatie 2: Een jongeman van 24 jaar met een ernstige meervoudige beperking. Hij heeft een IQ onder de 35, is rolstoelafhankelijk en heeft een ernstige spraakbeperking. Zijn ouders hebben hem jarenlang thuis verzorgd, maar door eigen gezondheidsproblemen lukt dat niet meer. Hij heeft zowel de grondslag verstandelijke beperking als de lichamelijke grondslag. Het CIZ wijst een hoog zorgprofiel (VG7 of VB5) toe. Hij gaat wonen in een woongroep van een gespecialiseerde zorginstelling, gefinancierd via de Wlz.
Situatie 3: Een vrouw van 55 jaar met ALS. Haar spieren verzwakken snel. Ze kan nauwelijks meer ademen zonder beademing, eten en drinken gaan via een sonde en ze is bedlegerig. Er is sprake van een somatische grondslag met een duidelijke aantoonbare permanente zorgbehoefte. Omdat ALS progressief is en onomkeerbaar, voldoet ze aan het onveranderbaarheidscriterium. Ze kiest voor een volledig pakket thuis (vpt) zodat ze in haar eigen huis kan blijven met intensieve thuiszorg. Hoe bepaalde medische waarden zoals de nierfunctie of LDH-waarde in de zorgbeoordeling worden meegenomen, is relevant voor mensen met meerdere aandoeningen.
Zorgprofielen: wat je na de indicatie kunt verwachten
Een positieve Wlz-indicatie resulteert in een zorgprofiel. Dat profiel is een pakket van zorgfuncties en -zwaarte, uitgedrukt in een code. De codes lopen per grondslag, maar in grote lijnen zijn er de volgende indelingen.
- VV (Verpleging en Verzorging): voor mensen met een somatische of psychogeriatrische grondslag. VV1 is licht, VV10 is de zwaarste categorie voor palliatieve terminale zorg. De meeste mensen met dementie vallen in VV5 of VV6.
- VG (Verstandelijk Gehandicapt): voor mensen met een verstandelijke beperking. VG1 t/m VG8, waarbij VG8 de groep met ernstige gedragsproblematiek betreft.
- LG (Lichamelijk Gehandicapt): voor mensen met een lichamelijke beperking als primaire grondslag. LG1 t/m LG5.
- ZGvis (Zintuiglijk Gehandicapt, visueel) en ZGaud (auditief): voor mensen met een ernstige zintuiglijke beperking inclusief doofblindheid.
- GGZ-B (Geestelijke Gezondheidszorg, langdurig): voor de groep met een ernstige psychiatrische aandoening die niet meer behandelbaar is via de reguliere GGZ.
Het zorgkantoor in jouw regio is verantwoordelijk voor de inkoop van Wlz-zorg en helpt je bij het zoeken naar een geschikte zorgaanbieder als je kiest voor zorg in natura. Voor een pgb regel je zelf de zorgverleners, maar het zorgkantoor keurt het budgetplan goed.
Mensen met een Wlz-indicatie betalen een eigen bijdrage, berekend door het CAK op basis van het inkomen en vermogen. In 2026 gelden vaste rekenmethodes, waarbij een maximumbedrag per maand van toepassing is. Voor meer informatie over de financiele kant kun je ook kijken naar hoe bepaalde lichamelijke klachten bijdragen aan een hogere zorgzwaarte, zoals klachten bij laag ferritine die op onderliggende chronische ziekten kunnen wijzen.
Wanneer val je buiten de Wlz: de grens met Wmo en Zvw
Een veelgemaakte vergissing is denken dat iedereen met een ernstige chronische aandoening automatisch recht heeft op Wlz-zorg. Dat is niet zo. De Wlz is de zwaarste laag, en de toegangseisen zijn bewust hoog gesteld.
De Zorgverzekeringswet (Zvw) dekt medische zorg, waaronder wijkverpleging en geriatrische revalidatie. Wie thuis zorg nodig heeft maar geen permanent toezicht, valt doorgaans in de Zvw. Dat geldt ook voor mensen die na een ziekenhuisopname tijdelijk intensieve thuiszorg nodig hebben. Aandoeningen zoals bloedafwijkingen, waarvoor regelmatige medische controles noodzakelijk zijn zoals bij bloedwaarden bij leukemie of bloedwaarden bij reuma, leiden op zichzelf niet tot een Wlz-indicatie, maar kunnen wel onderdeel zijn van het bredere medische dossier.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. Mensen met een lichte verstandelijke beperking, een stabiel psychiatrisch beeld of een ouder die wat hulp in huis nodig heeft, vallen hier doorgaans in. De Wmo is meer gericht op maatschappelijke participatie dan op intensieve medische zorg.
De scheiding kan in de praktijk lastig zijn. Iemand die al jaren Wmo-begeleiding ontvangt en achteruitgaat, kan op een gegeven moment de Wlz-drempel bereiken. In die gevallen is een herindicatie bij het CIZ de aangewezen weg. Een cliëntondersteuner van Zorgbelang of MEE kan hierbij helpen.
Veelgestelde vragen
Kan ik zelf een Wlz-indicatie aanvragen?
Ja, je kunt een aanvraag indienen via de website van het CIZ of via MijnCIZ. Je kunt ook iemand anders, zoals een familielid, mantelzorger of wettelijk vertegenwoordiger, de aanvraag namens jou laten indienen. Een verwijzing van een huisarts is niet verplicht, maar medische verklaringen van betrokken behandelaren zijn wel cruciaal voor de beoordeling. Zorg dat je dossier zo volledig mogelijk is voordat je het instuurt.
Hoe lang duurt een Wlz-indicatietraject?
Het CIZ streeft ernaar om binnen zes weken een beslissing te nemen na ontvangst van een volledige aanvraag. In de praktijk kan het langer duren als er aanvullende informatie of medisch advies nodig is. Bij spoedsituaties, bijvoorbeeld als iemand acuut niet meer thuis kan wonen, kan het CIZ sneller schakelen. Vraag in dat geval expliciet om spoedbehandeling en leg de urgentie schriftelijk vast.
Wat als mijn aanvraag wordt afgewezen?
Je hebt zes weken de tijd om bezwaar te maken bij het CIZ. Beschrijf in het bezwaarschrift waarom je het niet eens bent met de beslissing en voeg zo mogelijk nieuwe of aanvullende medische informatie toe. Als het bezwaar ook wordt afgewezen, kun je beroep aantekenen bij de rechter. Uit de praktijk blijkt dat een goed onderbouwd bezwaar regelmatig leidt tot een herziening van de beslissing, zeker als er onduidelijkheden waren over de ernst van de zorgbehoefte.
Kan iemand met een psychiatrische aandoening ook een Wlz-indicatie krijgen?
Dat is mogelijk, maar de lat ligt hoog. De wet stelt dat behandeling in de GGZ aantoonbaar geen verbetering meer oplevert. Pas dan kan iemand met een ernstige psychiatrische aandoening, zoals een langdurige psychotische stoornis of een ernstige persoonlijkheidsstoornis, toegang krijgen tot de Wlz via de GGZ-B-grondslag. Het CIZ hanteert hiervoor de DSM-5-criteria. In de beleidsregels 2026 zijn de voorwaarden voor deze groep verder verduidelijkt. Zie ook informatie over psychisch lijden en de urgentie van hulp voor mensen in kwetsbare situaties.
Wat is het verschil tussen een volledig pakket thuis en zorg in natura?
Bij zorg in natura ga je wonen in een erkende zorginstelling (zoals een verpleeghuis of woongroep voor mensen met een beperking) en regelt het zorgkantoor de zorg. Bij een volledig pakket thuis (vpt) ontvang je dezelfde hoeveelheid zorg als in een instelling, maar dan in je eigen huis. De zorgaanbieder levert de zorg bij je thuis. Een pgb geeft je de vrijheid om zorgverleners zelf te kiezen en te contracteren, maar brengt ook meer administratieve verantwoordelijkheid met zich mee.
Verandert een Wlz-indicatie als mijn toestand verbetert?
Ja. Het CIZ kan een indicatie herzien als er aanwijzingen zijn dat de situatie significant is veranderd. Bij veel Wlz-doelgroepen is verbetering niet te verwachten, maar bij jongere mensen, bijvoorbeeld na een hersentrauma, kan de zorgbehoefte wel afnemen. In dat geval kan het CIZ besluiten tot herindicatie en zo nodig verwijzen naar de Wmo of de Zvw. Zorgaanbieders zijn verplicht veranderingen in de zorgbehoefte te melden aan het zorgkantoor.










