Welke landen waren de oprichters van de Europese Gemeenschap?

Timo van Loon

Geupdate op:

Welke landen waren de oprichters van de Europese Gemeenschap?
Je leest dit artikel in 9 minuten

Laatst bijgewerkt: 13 februari 2026

De zes oprichtende landen van de Europese Gemeenschap zijn Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg. Zij ondertekenden op 25 maart 1957 de Verdragen van Rome, waarmee de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom officieel werden opgericht. Maar rondom die oprichting bestaan nogal wat hardnekkige misverstanden. Welk land was erbij, wat werd er precies opgericht en wie bedacht het eigenlijk? Hieronder worden de meest voorkomende mythes stuk voor stuk doorgeprikt.

Mythe 1: “De EU is opgericht in 1957”

Dit is de meest gehoorde versimpeling. In 1957 werd niet de Europese Unie (EU) opgericht, maar de Europese Economische Gemeenschap (EEG). De EU bestaat pas sinds 1 november 1993, toen het Verdrag van Maastricht in werking trad. Dat verdrag transformeerde de EEG en andere Europese Gemeenschappen formeel tot de Europese Unie.

De EEG was dus een voorloper. En ook die EEG was niet de allereerste vorm van Europese samenwerking. Al in 1951, zes jaar eerder, tekenden dezelfde zes landen het Verdrag van Parijs, waarmee de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd opgericht. Dat was de echte eerste stap.

De tijdlijn ziet er in grote lijnen zo uit:

Jaar Organisatie Verdrag Doel
1951 EGKS Verdrag van Parijs Gemeenschappelijke markt kolen en staal
1957 EEG Verdrag van Rome Bredere economische integratie
1957 Euratom Verdrag van Rome Samenwerking rond kernenergie
1967 EG Fusieverdrag EGKS, EEG en Euratom samengevoegd
1993 EU Verdrag van Maastricht Politieke unie inclusief gemeenschappelijke munt
2009 EU (huidig) Verdrag van Lissabon Institutionele hervorming, meer democratische controle

Het onderscheid is niet alleen academisch. Als je het over “de oprichters van de EU” hebt, benoem je eigenlijk de oprichters van de EEG. En dat zijn twee verschillende dingen, ook al overlappen de landen volledig.

Mythe 2: “Het Verdrag van Rome was het eerste Europese samenwerkingsverdrag”

Velen denken dat de samenwerking in 1957 begon. Dat klopt niet. Al in april 1951 sloten dezelfde zes landen het Verdrag van Parijs, waarmee de EGKS in het leven werd geroepen. Dit verdrag trad op 23 juli 1952 in werking en was het allereerste supranationale orgaan in Europa: een organisatie waarbij landen een deel van hun soevereiniteit overdroegen aan een gemeenschappelijk bestuur.

De EGKS richtte zich bewust op kolen en staal. Waarom juist die twee sectoren? Omdat kolen en staal de basisgrondstoffen zijn voor wapenfabricage. Door de productie en handel van deze materialen in gezamenlijk beheer te brengen, wilde men een nieuwe bewapeningswedloop tussen vooral Frankrijk en Duitsland onmogelijk maken. De Fransen waren na twee verwoestende wereldoorlogen doodsbang voor een hergewapend Duitsland. De logica was simpel: als je met elkaar samenwerkt en van elkaars industrieën afhankelijk bent, begin je geen oorlog.

Het idee voor de EGKS werd op 9 mei 1950 gepresenteerd door de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman. Die datum, 9 mei, is nu Europa Dag. Schuman werkte daarbij nauw samen met de Franse econoom en politicus Jean Monnet, die als een van de voornaamste architecten van de Europese integratie wordt beschouwd.

De EGKS was overigens tijdelijk: het verdrag gold voor vijftig jaar en liep op 23 juli 2002 officieel af. Daarna werden de bevoegdheden overgedragen aan de reguliere EU-instellingen.

Mythe 3: “Er waren zeven of acht oprichters”

Soms hoor je dat ook Groot-Brittannië, Denemarken of Ierland bij de oprichters hoorden. Dat is onjuist. De zes oorspronkelijke oprichters zijn altijd dezelfde geweest:

  • Frankrijk: drijvende kracht achter de integratie, zeker onder Charles de Gaulle later ook een rem op uitbreiding
  • West-Duitsland (Bondsrepubliek Duitsland): wilde via Europese samenwerking internationaal rehabiliteren na de Tweede Wereldoorlog
  • Italië: economisch achter maar politiek gemotiveerd; de Italiaan Alcide de Gasperi was een van de founding fathers
  • Nederland: handelsland bij uitstek, sterk voorstander van een gemeenschappelijke markt
  • België: Paul-Henri Spaak, Belgisch premier en minister, speelde een sleutelrol als voorzitter van het comité dat het EEG-verdrag voorbereidde
  • Luxemburg: klein land, maar bestuurlijk en symbolisch zwaargewicht; Luxemburg-Stad werd vestigingsplaats van meerdere Europese instellingen

Groot-Brittannië ontbrak bewust. Londen was sceptisch over supranationale samenwerking en had sterke banden met het Commonwealth. Pas in 1973 trad het Verenigd Koninkrijk toe, samen met Denemarken en Ierland. En zoals bekend verliet het VK de EU in 2020 via de Brexit. De eerste uitbreiding vond dus niet in 1957 maar zestien jaar later plaats.

Mythe 4: “Het was puur een economisch project zonder politieke agenda”

Een veelgehoord misverstand: de EEG zou louter een vrijhandelszone zijn geweest. Dat klopt slechts ten dele. Het economische doel stond voorop, maar achter de samenwerking zat een nadrukkelijke politieke bedoeling: nooit meer oorlog op het Europese continent.

De oprichters waren mensen die zelf de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt of er direct gevolgen van ondervonden. Konrad Adenauer (West-Duitsland), Alcide de Gasperi (Italië), Robert Schuman (Frankrijk) en Paul-Henri Spaak (België) deelden een overtuiging: economische vervlechting maakt oorlog zinloos, want je vernietigt dan je eigen handelspartners en leveranciers.

Bovendien bevatte het EEG-verdrag van meet af aan politieke mechanismen: een gemeenschappelijke landbouwpolitiek, een Europese Commissie met initiatiefrecht en een Europees Parlement (aanvankelijk alleen consultatief). Dat gaat verder dan een simpele vrijhandelszone zoals de latere WTO of NAFTA. Jean Monnet schreef zelf dat economische integratie een middel was, geen doel op zich. Het doel was politieke vrede en stabiliteit.

Er was ook een veiligheidsdimensie: de Europese Defensiegemeenschap (EDG) was in 1952 al voorgesteld, maar het Franse parlement verwierp dat plan in 1954. De militaire samenwerking liep daarna via de NAVO. Wie meer wil weten over de militaire kant van Europese veiligheid na 1945, kan lezen over welke landen bij de NAVO horen en wat hun rol is.

Mythe 5: “De Benelux werd pas later gevormd en speelde geen rol”

Ook dit klopt niet. De Benelux (België, Nederland, Luxemburg) bestond al voor de EEG. In 1944, nog tijdens de Tweede Wereldoorlog, sloten de drie landen in ballingschap in Londen al een douane-unie. Die trad in 1948 in werking. De Benelux was feitelijk een proeftuin voor Europese economische samenwerking en vormde de blauwdruk voor wat de EEG later op grotere schaal zou doen.

Nederland had in de Benelux al ervaring met het opgeven van douanetarieven en het harmoniseren van handelsregels. Dat maakte Nederlandse onderhandelaars relatief pragmatisch bij de EEG-besprekingen. België stuurde met Paul-Henri Spaak een van de invloedrijkste figuren naar de onderhandelingstafel. Het zogenaamde Spaak-rapport van 1956 legde de inhoudelijke basis voor de Verdragen van Rome.

De drie Benelux-landen hadden dus in 1957 al bijna tien jaar ervaring met economische integratie. Ze waren geen passieve toeschouwers maar actieve architecten van het nieuwe systeem.

Mythe 6: “Het Verdrag van Rome werd in een recordtijd doorgedrukt”

Het tegendeel is waar. De weg naar het Verdrag van Rome was lang en moeizaam. Na de mislukte Europese Defensiegemeenschap in 1954 leek Europese integratie even gestrand. Toch kwamen de zes landen in juni 1955 bijeen in Messina (Sicilie) voor een nieuwe conferentie. Daar besloten ze een commissie in te stellen onder leiding van Paul-Henri Spaak om de mogelijkheden voor verdere integratie te onderzoeken.

Het Spaak-comité werkte van 1955 tot 1956 aan een gedetailleerd rapport. Daarna volgden nog maanden van diplomatieke onderhandelingen. Pas in maart 1957 waren alle partijen het eens. De ondertekening vond plaats op 25 maart 1957 in Rome, op het Capitool. Het verdrag trad op 1 januari 1958 in werking.

Van idee tot uitvoering duurde het dus ruim twee jaar na Messina, en als je de EGKS als startpunt neemt zelfs zes jaar. Europese samenwerking is altijd een traag, moeizaam en politiek beladen proces geweest, geen snelle top-downbeslissing.

Wie geinteresseerd is in hoe internationale organisaties worden opgericht en hoe ze falen of slagen, kan ook lezen over de oprichting van de Volkenbond en waarom die mislukte. De lessen die de oprichters van de EEG daaruit trokken, zijn direct terug te vinden in het ontwerp van de Europese instellingen.

Mythe 7: “Het Verdrag van Rome ging alleen over handel en douane”

Veel mensen denken dat het EEG-verdrag van 1957 weinig meer was dan een afspraak om tarieven af te schaffen. Het verdrag was echter aanzienlijk ambitieuzer. Het omvatte:

  • Een gemeenschappelijke douane-unie, met afschaffing van alle onderlinge tarieven (gerealiseerd per 1 juli 1968)
  • Een gemeenschappelijk extern tariefmuur tegenover derde landen
  • Vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal (de vier vrijheden)
  • Een gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), dat jarenlang een van de kostbaarste en meest omstreden onderdelen was
  • Een Europees Sociaal Fonds voor arbeidsmarktbeleid
  • Een Europese Investeringsbank (EIB) voor infrastructuurleningen
  • Regelingen voor overzeese gebiedsdelen van de lidstaten

Tegelijkertijd werd naast het EEG-verdrag ook Euratom opgericht: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Dat verdrag regelde samenwerking op het gebied van vreedzaam gebruik van kernenergie. Euratom bestaat formeel nog steeds, al heeft het in de praktijk aan betekenis ingeboet.

Beide verdragen werden op dezelfde dag in Rome ondertekend, en samen worden ze de “Verdragen van Rome” (meervoud) genoemd. Dat is ook een detail dat mensen soms vergeten: er waren twee verdragen, niet een.

Een overzicht van de onderwerpen die in de twee Verdragen van Rome werden geregeld:

Verdrag Organisatie Onderwerpen
EEG-verdrag Europese Economische Gemeenschap Gemeenschappelijke markt, douane-unie, GLB, vier vrijheden, EIB, ESF
Euratom-verdrag Europese Gemeenschap voor Atoomenergie Nucleaire energie voor vreedzame doeleinden, veiligheidstoezicht, onderzoek

Mythes over de Founding Fathers: wie verdiende die titel werkelijk?

In populaire beschrijvingen worden de “founding fathers” van Europa soms gereduceerd tot drie namen: Schuman, Adenauer en De Gasperi. Dat doet anderen tekort. Een meer volledig beeld:

Robert Schuman (Frans-Luxemburgse achtergrond): als minister van Buitenlandse Zaken presenteerde hij op 9 mei 1950 het plan dat zijn naam draagt. Zijn verklaring geldt als het startschot van de Europese integratie.

Jean Monnet (Frans): econoom en bestuurder, de intellectuele architect achter het Schuman-plan. Werd de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit van de EGKS. Velen beschouwen hem als de echte motor achter de Europese gedachte.

Konrad Adenauer (West-Duits): als bondskanselier zorgde hij ervoor dat West-Duitsland snel internationaal rehabiliteerde via Europese samenwerking. Zonder zijn bereidheid om soevereiniteit af te staan was er geen EGKS geweest.

Alcide de Gasperi (Italiaans): premier en overtuigd Europeaan, wist Italie in de eerste rij te krijgen ondanks de zwakke naoorlogse positie van het land.

Paul-Henri Spaak (Belgisch): veelzijdig politicus en diplomaat, voorzitter van de EGKS-vergadering en later voorzitter van het comite dat de EEG-verdragen voorbereidde. Soms “Meneer Europa” genoemd.

Johan Willem Beyen (Nederlands): de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken stelde in 1953-1954 samen met Spaak het plan voor een gemeenschappelijke markt voor, ook wel het Beyen-plan genoemd. Dit plan vormde de directe voorloper van de EEG. Buiten Nederland is zijn naam nauwelijks bekend, maar zijn bijdrage was cruciaal.

De oprichting was dus het werk van een kleine groep gedreven politici en ambtenaren uit zes landen, niet van een enkel briljant individu. Wie meer wil weten over hoe politieke besluitvorming op nationaal en lokaal niveau werkt, kan ook lezen over hoe gouverneurs vroeger in de provincies werden benoemd.

Hoe de Europese Gemeenschap uitgroeide tot de EU

Na 1958 bleef de EEG niet bij zes landen. De eerste grote uitbreiding vond plaats in 1973, toen het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken toetraden. In 1981 volgde Griekenland, in 1986 Spanje en Portugal. Die uitbreidingen brachten ook politieke spanningen mee: rijkere landen moesten solidair zijn met armere, en belangen verschilden soms sterk.

Een mijlpaal was de inwerkingtreding van de Europese Akte in 1987, waarmee de interne markt werd voltooid en besluitvorming versneld. In 1993 trad het Verdrag van Maastricht in werking: de EG werd de EU, en er kwamen afspraken over een gemeenschappelijke munt. De euro werd in 1999 ingevoerd als rekeneenheid en in 2002 als chartaal betaalmiddel in twaalf landen, waaronder Nederland.

Sindsdien is de EU verder uitgebreid. In 2004 traden tien nieuwe landen toe, waaronder Polen, Hongarije en de drie Baltische staten. In 2007 volgden Bulgarije en Roemenie, in 2013 Kroatie als voorlopig laatste lid. De EU telt nu 27 lidstaten, nadat het Verenigd Koninkrijk in 2020 vertrok.

Wie meer wil weten over welke landen momenteel kandidaat-lid zijn van de EU, kan lezen over welke landen toetreding overwegen en wat hun kansen zijn. Denk aan Oekraine, Moldavie en landen op de Westelijke Balkan.

De zes oprichters van 1957 zijn inmiddels onderdeel van een organisatie die qua leden, bevoegdheden en politiek gewicht ver uitstijgt boven wat zij in Rome ondertekenden. Maar de kern van de gedachte, economische vervlechting als middel voor vrede en stabiliteit, is dezelfde gebleven. Voor wie dat in een bredere internationale context wil plaatsen: ook de VN en hun rol wereldwijd zijn opgericht vanuit dezelfde naoorlogse overtuiging dat samenwerking oorlog kan voorkomen.

Veelgestelde vragen

Welke zes landen waren de oprichters van de Europese Gemeenschap?

De zes oprichters waren Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Nederland, Belgie en Luxemburg. Zij ondertekenden op 25 maart 1957 de Verdragen van Rome, waarmee de EEG en Euratom werden opgericht. Dezelfde zes landen hadden al in 1951 de EGKS opgericht via het Verdrag van Parijs. Ze worden ook wel de “inner six” of “oprichterslanden” van de Europese integratie genoemd.

Was het Verdrag van Rome in 1957 het eerste Europese verdrag?

Nee. Al in 1951 sloten dezelfde zes landen het Verdrag van Parijs, waarmee de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd opgericht. Dat verdrag trad in 1952 in werking en was het allereerste supranationale samenwerkingsverband in Europa. Het Verdrag van Rome van 1957 was dus een tweede, bredere stap, geen beginpunt. De EGKS liep overigens af in 2002 omdat het verdrag voor vijftig jaar was gesloten.

Was het Verdrag van Rome een oprichting van de EU?

Nee. In 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht, niet de EU. De Europese Unie ontstond pas in 1993 met het Verdrag van Maastricht. De EEG was een voorloper. In 1967 fuseerden de EGKS, EEG en Euratom in de Europese Gemeenschap (EG), en in 1993 werd die omgezet in de EU. Het zijn dus drie verschillende namen voor historisch opeenvolgende organisaties met dezelfde zes kernlanden als basis.

Waarom deed het Verenigd Koninkrijk niet mee bij de oprichting in 1957?

Groot-Brittannie was sceptisch over supranationale samenwerking. Londen gaf de voorkeur aan losse intergouvernementele samenwerking en hechtte veel waarde aan zijn relatie met het Commonwealth en de speciale band met de VS. De Britten richtten in 1960 de EFTA op als alternatief voor de EEG. Pas in 1973 trad het VK toe. In 2016 stemde de Britse bevolking voor vertrek, de zogeheten Brexit, die in 2020 definitief werd.

Wie waren de belangrijkste architecten van de Europese Gemeenschap?

De meest genoemde namen zijn Robert Schuman (Frans, presenteerde het Schuman-plan in 1950), Jean Monnet (Frans econoom, intellectueel architect), Konrad Adenauer (West-Duits bondskanselier), Alcide de Gasperi (Italiaans premier) en Paul-Henri Spaak (Belgisch politicus, voorzitter van het voorbereidend comite). De Nederlander Johan Willem Beyen stelde het plan voor een gemeenschappelijke markt voor en is buiten Nederland minder bekend maar minstens zo invloedrijk geweest.

Hoeveel landen telt de Europese Unie nu in 2026?

De EU telt in 2026 27 lidstaten. Na de uitbreidingen van 1973, 1981, 1986, 1995, 2004, 2007 en 2013 groeide de organisatie van zes naar achtentwintig leden. Door de Brexit in 2020 daalde dat naar 27. Kroatie, dat in 2013 toetrad, is vooralsnog het jongste lid. Er zijn meerdere kandidaat-lidstaten in onderhandeling, waaronder Oekraine en verschillende West-Balkanlanden, maar een concrete toetredingsdatum staat voor geen van hen vast.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie