Een verblijfskatheter kan zes veelvoorkomende complicaties veroorzaken: urineweginfectie, katheterlekkage, katheterobstructie, blaasspasmen, bloedverlies via de urine en urethraletsel. Elk van deze complicaties heeft andere oorzaken, andere signalen en vraagt een andere aanpak. Hieronder vind je per complicatie een checklist van waarschuwingssignalen en concrete tips.
Wat is een verblijfskatheter en waarom geeft hij complicaties?
Een verblijfskatheter (ook wel Foley-katheter of transurethrale katheter) is een slangetje dat via de plasbuis of via de buikwand (suprapubische katheter) in de blaas wordt ingebracht om urine continu af te voeren. Hij zit vastgehouden door een klein ballonnetje gevuld met steriel water.
De katheter doorbreekt de natuurlijke barriere van de plasbuis. Bacterien kunnen langs de buitenkant omhoog kruipen of via het drainagesysteem de blaas binnendringen. Uit onderzoek blijkt dat het risico op bacteriurie (bacterien in de urine) per dag met 3 tot 10 procent toeneemt. Na vijf dagen heeft vrijwel iedereen met een verblijfskatheter bacterien in de urine.
Naast infectierisico speelt ook het materiaal een rol. Siliconen katheters worden minder snel bedekt met neerslag dan latex katheters. De verblijfsduur is de belangrijkste risicofactor: hoe langer de katheter in situ is, hoe groter de kans op elke complicatie. Dat is precies waarom zorgverleners dagelijks evalueren of de katheter nog nodig is en hem zo snel mogelijk verwijderen zodra dat mogelijk is.
Hieronder behandelen we de zes meest voorkomende complicaties met een herkenningschecklist en praktische adviezen.
Complicatie 1: Kathetergebonden urineweginfectie (CAUTI)
De kathetergebonden urineweginfectie (Catheter-Associated Urinary Tract Infection, CAUTI) is veruit de meest voorkomende complicatie. De infectie begint in de blaas maar kan zich uitbreiden naar de nieren of zelfs het bloed (urosepsis). Urosepsis is een levensbedreigende situatie die directe medische aandacht vereist.
Bacterien die de infectie het meest veroorzaken zijn Escherichia coli, Klebsiella, Proteus, Pseudomonas en Enterococcus. Proteus-soorten zijn extra lastig omdat ze urease aanmaken: dat enzym splitst ureum in ammoniak, waardoor de urine basischer wordt en neerslag sneller ontstaat.
Herkenningschecklist CAUTI:
- Troebele of sterk riekende urine
- Koorts boven 38 graden Celsius zonder andere verklaring
- Pijn of drukgevoel boven het schaambeen of in de flank
- Verwardheid of plotselinge achteruitgang (vooral bij ouderen)
- Roodheid of warmte rondom de insteekopening
- Urine die donkerder of bruinachtig kleurt
- Koude rillingen in combinatie met hoge koorts (alarmsignaal voor sepsis)
Wat kun je doen? Drink minimaal 1,5 tot 2 liter per dag om de blaas te doorspoelen. Zorg dat het drainagesysteem altijd gesloten blijft en de opvangzak nooit hoger hangt dan de blaas. Was regelmatig de insteekopening met water en zeep. Gebruik geen antibiotica preventief bij een asymptomatische bacteriurie: dit bevordert resistentie en helpt niet bij het voorkomen van echte infecties. Bij koorts of andere alarmsignalen: neem altijd contact op met een arts.
Mensen met een nierfunctieprobleem lopen extra risico op een ernstig beloop. Lees meer over nierfunctie bij hoe laag je nierfunctie mag zijn, en over mogelijke bloedafwijkingen bij te veel witte bloedcellen in het bloed.
Complicatie 2: Lekkage langs de katheter
Lekkage (ook wel bypass of bypassing genoemd) betekent dat urine naast de katheter langs de plasbuis naar buiten lekt, terwijl de katheter zelf nog doorloopt. Dit is vervelend, vochtig en kan huidirritatie veroorzaken, maar is op zich niet gevaarlijk. Het is echter wel een signaal dat er iets niet klopt.
De meest voorkomende oorzaken van lekkage:
- Blaasspasmen: de blaas trekt samen en perst urine langs de katheter heen
- Constipatie: volle darm drukt op de blaas en katheter
- Te groot katheterformaat (te dikke katheter irriteert de plasbuis)
- Verstopte katheter waardoor de urine geen andere weg heeft
- Overvulde opvangzak die terugdruk veroorzaakt
- Infectie die blaasspasmen uitlokt
Herkenningschecklist lekkage:
- Nat incontinentiemateriaal of natte kleding ondanks werkende katheter
- Urine zichtbaar langs de katheter bij de insteekopening
- Opvangzak blijft opvallend leeg terwijl lekkage optreedt
- Prikkelend gevoel of aandrang in de blaas ondanks katheter
De oplossing hangt af van de oorzaak. Controleer eerst of de katheter niet verstopt is. Zorg dat de darm goed werkt. Bij aanhoudende blaasspasmen kan een arts een middel voorschrijven dat de blaas rustiger maakt. Vergroot het ballonnetje of de katheter niet zomaar als quick fix: een grotere katheter irriteert juist meer en verergert het probleem op de lange termijn.
Complicatie 3: Verstopte katheter (obstructie)
Een verstopte of geblokkeerde katheter is een urgente situatie. Als de urine niet meer afvloeit, rekt de blaas op en neemt de druk toe. Dit veroorzaakt ernstige pijn en kan, als het lang aanhoudt, schade aan de blaas of nieren geven.
De meest voorkomende oorzaken van katheterobstructie:
| Oorzaak | Beschrijving | Wie loopt meer risico |
|---|---|---|
| Incrustaties (kalkafzetting) | Kalkneerslag van calcium- en magnesiumfosfaat bij alkalische urine | Iedereen met langdurige katheter, vooral bij Proteus-infectie |
| Bloedstolsels | Bloedklontjes na operatie of trauma die de drain afsluiten | Postoperatieve patienten, mensen met bloedverdunners |
| Slijmprop | Overtollig blaasslijm verstopt de katheter | Mensen met een blaasaandoening of recent operatie |
| Knik of dichtklemmen | Slang ligt krom of wordt afgekneld door kleding/lichaamshouding | Iedereen met een verblijfskatheter |
| Te klein lumen | Te dun katheterformaat bij hematuria | Postoperatieve of urologische patienten |
| Ballon niet goed geplaatst | Ballonnetje zit in de plasbuis in plaats van blaas | Risico bij inbrengen, niet bij bestaande katheter |
Herkenningschecklist obstructie:
- Opvangzak blijft meer dan 4 uur leeg terwijl je wel hebt gedronken
- Toenemende buikpijn of krampen onder het schaambeen
- Zichtbaar opgezette buik laag in de onderbuik
- Lekkage langs de katheter bij een verder lege zak (urine zoekt een andere weg)
- Misselijkheid of onrust, zeker bij ouderen
Actie: controleer eerst de slang op knikkingen. Rol de patient of pas de ligging aan. Als de zak na 30 minuten nog steeds leeg is: bel de verpleegkundige of arts. Spoel nooit eigenmachtig de katheter door zonder opdracht van de zorgverlener. Bij mensen die ook eiwitten verliezen via de urine, kunnen niercomplicaties sneller optreden; lees meer bij te veel eiwitten in de urine.
Complicatie 4: Blaasspasmen en pijn
Blaasspasmen zijn plotselinge, krampachtige samentrekkingen van de blaasmusculatuur. Ze voelen aan als hevige aandrang of krampen in de onderbuik en kunnen gepaard gaan met lekkage langs de katheter. Ze zijn op zichzelf niet gevaarlijk, maar wel erg oncomfortabel en verminderen de kwaliteit van leven sterk.
Blaasspasmen komen vaker voor bij:
- Irritatie door het ballonnetje dat te dicht bij de blaashals zit
- Katheter die beweegt of trekt bij onvoldoende fixatie
- Een infectie of ontsteking in de blaas
- Constipatie (volle darm irriteert blaas)
- Te groot katheterformaat
- Mensen met overactieve blaas of neurologische aandoeningen (dwarslaesie, MS)
Wat helpt bij blaasspasmen? Zorg voor goede fixatie van de katheter aan het been zodat er geen trekkracht op de blaashals komt. Houd de darm goed werkend. Drink voldoende, want geconcentreerde urine irriteert de blaas extra. Als spasmen aanhouden, kan een arts anticholinergica (zoals oxybutynine of solifenacine) of een alfablokker voorschrijven. Bij een neurologische aandoening in de achtergrond zijn er specifieke behandelopties: bespreek dit met de uroloog of neuroloog.
Pijn rondom de insteekopening of in de plasbuis kan ook wijzen op urethraletsel (zie complicatie 6). Pijn in de flank kan duiden op een opstijgende infectie naar de nieren.
Complicatie 5: Hematuria (bloed in de urine)
Een beetje roze of licht bloedige urine direct na het inbrengen van de katheter is normaal en verdwijnt meestal snel. Aanhoudende of hevig bloedige urine (macroscopische hematuria) is een serieuzer teken dat verder onderzoek vereist.
Oorzaken van bloedverlies via de urine bij een verblijfskatheter:
- Mechanisch letsel bij het inbrengen of verwisselen
- Infectie van blaas of urinewegen
- Blaasontsteking door de katheter (kathetergebonden cystitis)
- Onderliggende blaas- of nierpathologie (gezwel, stenen)
- Bloedverdunnende medicatie die kleine beschadigingen ernstiger maakt
- Straining/trekken aan de katheter waardoor de blaashals of plasbuis beschadigt
Herkenningschecklist hematuria:
- Roze tot rode urine in de opvangzak
- Bloedstolsels zichtbaar in de zak of slang
- Pijn bij het plassen naast de katheter
- Kleur houdt meer dan 24 uur aan of wordt donkerder
Licht bloedige urine na een katheterwissel hoeft niet direct alarmerend te zijn. Drink extra om de blaas te spoelen. Maar bij hevig of aanhoudend bloedverlies, bij stolsels die de katheter dreigen te verstoppen, of bij pijn, koorts of plotseling opgetreden bloedverlies zonder duidelijke aanleiding: direct contact opnemen met een arts.
Bloedafwijkingen, zoals een verhoogd aantal rode bloedcellen of afwijkende bloedwaarden, kunnen een aanwijzing geven over het beloop; meer over behandeling bij te veel rode bloedcellen.
Complicatie 6: Urethraletsel en stricturen
Een verblijfskatheter kan de plasbuis (urethra) beschadigen, zowel tijdens het inbrengen als bij langdurig gebruik. Bij mannen is de plasbuis langer en heeft hij een knik, wat het risico op letsel groter maakt dan bij vrouwen. Schade kan acuut zijn (scheurtje bij inbrengen) of sluipend (slijmvliesirritatie die na maanden leidt tot littekenweefsel).
Littekenweefsel in de plasbuis heet een urethrastrictuur. Een strictuur vernauwt de doorgang en maakt plassen moeilijk, ook nadat de katheter verwijderd is. In ernstige gevallen is een kleine operatie (urethrotomie) nodig om de strictuur op te rekken.
Risicofactoren voor urethraletsel:
- Herhaald katheteriseren
- Te grote maat katheter
- Onervaren inbrenger of forceerkracht
- Al bestaande vernauwing (vergroot prostaat bij mannen)
- Ballonnetje opblazen terwijl het nog in de plasbuis zit
- Katheter die niet goed gefixeerd is en constant trekt
Herkenningschecklist urethraletsel:
- Pijn of branderig gevoel in de plasbuis bij of na het inbrengen
- Bloed bij de uitmonding van de plasbuis (niet alleen in de urine)
- Weerstand of onmogelijkheid om de katheter in te brengen
- Zwelling of hematoom rondom de penis of schaamboog
- Na verwijdering: moeite met plassen, dunne straal, of gevoel van onvolledige lediging
Bij tekenen van urethraletsel mag je nooit doorduwen. Stop de procedure en raadpleeg direct een ervaren zorgverlener of uroloog. Voor injectieprocedures elders in het lichaam gelden vergelijkbare regels over de juiste techniek; voor vergelijking zie welke naald bij subcutaan injecteren.
Praktische checklist voor dagelijks katheteronderhoud
Goede verzorging verkleint de kans op alle zes complicaties. Gebruik de onderstaande dagelijkse checklist als houvast.
- Controleer elke ochtend de kleur en helderheid van de urine in de opvangzak
- Let op de hoeveelheid: minder dan 30 ml per uur kan wijzen op obstructie of uitdroging
- Reinig de insteekopening en het aangrenzende gedeelte van de katheter met water en zeep (geen desinfectantia routinematig)
- Zorg dat de opvangzak altijd lager hangt dan de blaas, maar nooit de vloer raakt
- Leg de katheter vast aan het been om trekkracht te voorkomen (fixatiepleisters of -bandje)
- Spoel de zak leeg voordat hij meer dan driekwart vol is
- Drink minimaal 1,5 tot 2 liter per dag, tenzij een arts dit heeft beperkt
- Houd de darm regelmatig werkend: constipatie verergert spasmen en lekkage
- Wissel de opvangzak elke 5 tot 7 dagen of eerder als hij beschadigd of vervuild is
- Houd bij wanneer de katheter voor het laatst gewisseld is (siliconen elke 10 tot 12 weken, latex elke 6 tot 8 weken)
- Registreer alarmsignalen: koorts, troebele urine, pijn, lekkage, lege zak
Bij goed geplaatste katheters en correcte verzorging zijn complicaties lang niet altijd te voorkomen, maar wel te beperken en vroeg te signaleren. Het allerbelangrijkste is dat de katheter verwijderd wordt zodra hij niet meer nodig is. Vraag de arts dagelijks: “Is de katheter vandaag nog nodig?”
Voor andere medische aandoeningen die de urinesamenstelling beinvloeden lees je meer bij klachten bij laag ferritine en bij bloedwaarden bij reuma.
Drie specifieke situaties: langdurig, thuis en bij neurologische aandoeningen
De risicos en de aanpak van complicaties verschillen afhankelijk van de situatie. Drie veelvoorkomende scenario’s verdienen aparte aandacht.
1. Langdurig kathetergebruik (meer dan 4 weken)
Bij langdurig gebruik stapelen complicaties zich op. Incrustaties bouwen zich op in het kathetermateriaal, het risico op blaasstenen en nierstenen neemt toe en de blaasmusculatuur kan verzwakken. Bij langdurige indicatie overweegt de arts vaak een suprapubische katheter (via de buikwand) omdat dit het risico op urethraletsel en infectie via de plasbuis vermindert. Mensen met een suprapubische katheter ervaren vaak minder pijn en hebben minder infecties dan bij een transurethrale katheter. Regelmatige urologische controle, inclusief echografie van nieren en blaas, is bij langdurig gebruik aan te raden.
2. Katheter thuis (thuiszorg)
Thuis ben je grotendeels op jezelf aangewezen. Het is belangrijk dat je, of degene die je verzorgt, goed geinstrueerd is door de verpleegkundige. Zorg voor een schriftelijk plan met daarin: hoe de katheter te verzorgen, wanneer te bellen (koorts, lekkage, lege zak), wanneer de volgende katheterwissel is gepland en welke zorgverlener bereikbaar is buiten kantooruren. Bewaar reservemateriaal thuis voor het geval de katheter per ongeluk uitgetrokken wordt. Bij een katheter die eruit trekt en het ballonnetje nog opgeblazen is: ga direct naar de spoedeisende hulp.
3. Neurologische aandoening (dwarslaesie, MS, CVA)
Bij mensen met een neurologische aandoening functioneert de blaas anders. Ze voelen vaak de normale waarschuwingssignalen niet, waardoor complicaties later opgemerkt worden. Autonome dysreflexie is een specifiek gevaar bij hoge dwarslaesie: een verstopte katheter kan een plotselinge, gevaarlijke bloeddrukstijging veroorzaken met kloppende hoofdpijn, zweten en huidverkleuring boven het letselsniveau. Dit is een medische noodsituatie. Bij deze groep gaat de voorkeur vaker uit naar intermitterend katheteriseren (zichzelf meerdere keren per dag katheteriseren) in plaats van een verblijfskatheter, precies omdat complicaties hiermee minder frequent zijn. Meer informatie over medicijnen rondom maagklachten die soms ook bij kathetergebruikers spelen: waar Pantomed goed voor is.
Veelgestelde vragen
Hoe snel kan een urineweginfectie ontstaan bij een verblijfskatheter?
Het risico op bacteriurie neemt elke dag met 3 tot 10 procent toe. Na vijf dagen heeft bijna iedereen bacterien in de urine. Dat hoeft niet direct een infectie te zijn: bacteriurie zonder klachten (asymptomatische bacteriurie) wordt bij kathetergebruikers niet behandeld met antibiotica. Pas als er klachten zijn, zoals koorts, pijn of koude rillingen, spreek je van een kathetergebonden urineweginfectie die behandeling nodig heeft.
Mag ik zelf de katheter verwisselen?
In principe nee, tenzij je daarvoor specifiek getraind bent door een verpleegkundige of arts. Een incorrecte wisseling kan leiden tot urethraletsel, een fout geplaatst ballonnetje of het inbrengen van bacterien. Thuiszorgpatienten krijgen de katheterwissel doorgaans gedaan door een wijkverpleegkundige, op een vast interval van 6 tot 12 weken afhankelijk van het kathetermateriaal.
Wat moet ik doen als de opvangzak na 4 uur leeg blijft?
Controleer eerst de hele slang op knikken of dichtklemmen. Controleer of de zak zelf goed sluit. Pas je houding aan. Als de zak na 30 minuten nog steeds leeg is en je hebt goed gedronken, bel dan de verpleegkundige of arts. Spoel de katheter nooit zelf door zonder opdracht van de zorgverlener. Een verstopte katheter kan binnen een paar uur leiden tot een pijnlijk overvolle blaas en schade aan de blaasmusculatuur.
Kan een verblijfskatheter nierstenen veroorzaken?
Indirect ja. Langdurig kathetergebruik bevordert bacteriurie met urease-producerende bacterien (vooral Proteus). Deze bacterien maken de urine basischer, waardoor calcium- en magnesiumfosfaat neerslaat. Dat neerslag vormt zich eerst als incrustaties op de katheter, maar kan ook in de blaas en nieren kristalliseren tot stenen. Voldoende drinken, regelmatig wisselen van katheter en vroeg behandelen van infecties verminderen dit risico.
Wanneer wordt een suprapubische katheter verkozen boven een transurethrale?
Een suprapubische katheter, ingebracht via een kleine opening in de buikwand net boven het schaambeen, is beter geschikt bij langdurig kathetergebruik, bij recidiverende infecties via de transurethrale route, bij urethraletsel of een vernauwing in de plasbuis, en bij mechanische klachten van de transurethrale katheter. Ook bij seksueel actieve vrouwen of mannen met een vergroot prostaat heeft de suprapubische variant soms de voorkeur. De beslissing ligt bij de uroloog.
Zijn er alternatieven voor een verblijfskatheter?
Ja. De belangrijkste alternatieven zijn intermitterend katheteriseren (zichzelf meerdere keren per dag katheteriseren, het meest fysiologisch en met de minste complicaties), het gebruik van een externe opvangzak (bij mannen een condoomkatheter), en medische behandeling van de onderliggende oorzaak, zoals medicatie voor een overactieve blaas of een operatie bij een vergroot prostaat. Intermitterend katheteriseren geeft aantoonbaar minder infecties, minder urethrastricturen en minder blaas- en nierstenen. Het is bij de meeste urologen de voorkeursmethode als de patient het zelf kan uitvoeren of aanleren.










