Sedatie betekent het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patient door het toedienen van medicijnen. In de zorgsector gebruik je dit begrip voor heel verschillende situaties: van een lichte kalmering bij een zenuwachtige patient voor een kleine ingreep, tot diepe sedatie aan het levenseinde bij ondraaglijk lijden. Het doel is altijd hetzelfde: comfort en veiligheid voor de patient, met zo min mogelijk bijwerkingen.
Het woord komt van het Latijnse sedare, wat “tot rust brengen” betekent. Zorgprofessionals maken een scherp onderscheid tussen de verschillende vormen, omdat elk type andere middelen, andere bewaking en andere juridische kaders vereist.
De vier bewustzijnsniveaus bij sedatie
Om goed te begrijpen wat sedatie inhoudt, is het handig te weten dat zorgverleners werken met vier officieel beschreven niveaus. De Nederlandse richtlijn Sedatie en analgesie bij volwassenen (herzien in 2024) beschrijft deze niveaus nauwkeurig, omdat het niveau bepalend is voor welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen.
Op het eerste niveau, anxiolyse (angstreductie), is de patient wakker en reageert normaal op vragen en aanraking. Angst en spanning zijn verminderd. Dit zie je bijvoorbeeld bij een patient die een spuit krijgt maar erg angstig is voor naalden. Een kleine dosis midazolam of lorazepam is dan voldoende.
Het tweede niveau is lichte sedatie: het bewustzijn is verlaagd maar de patient reageert nog steeds op verbale instructies. Luchtwegreflexen en ademhaling blijven intact. Dit niveau is geschikt voor veel scopieen en tandheelkundige ingrepen.
Op het derde niveau, matige tot diepe sedatie, reageert de patient alleen op pijnprikkels of herhaling van luidere commando’s. Ademhaling kan iets afnemen en vraagt bewaking. Dit niveau gebruik je bij pijnlijker procedures zoals colonoscopie, kardioversie of botmergonderzoek.
Het vierde niveau is algehele anesthesie (narcose): het bewustzijn is volledig uitgeschakeld, de patient is niet wekbaar. Ademhaling valt weg en moet mechanisch worden ondersteund. Dit valt strikt genomen onder anesthesiologie en niet meer onder reguliere sedatie, al gliden de grenzen soms in elkaar.
| Niveau | Bewustzijn | Reactie op aanspreken | Ademhaling | Typische toepassing |
|---|---|---|---|---|
| Anxiolyse | Wakker, ontspannen | Normaal | Ongestoord | Angst voor injectie, kleine verbanden |
| Lichte sedatie | Licht verlaagd | Normaal | Ongestoord | Tandheelkunde, kleine scopie |
| Matige sedatie | Verlaagd | Alleen op aanraking | Voldoende | Colonoscopie, bronchoscopie |
| Diepe sedatie | Sterk verlaagd | Alleen op pijnprikkel | Bewaking nodig | Kardioversie, botmergbiopsie |
| Algehele anesthesie | Uitgeschakeld | Niet wekbaar | Mechanisch beademd | Operaties onder narcose |
| Palliatieve sedatie | Sterk verlaagd of opgeheven | Minimaal of geen | Bewaking indien mogelijk | Levenseinde, refractair lijden |
Procedurele sedatie: gereedschap voor ingrepen
De meest voorkomende vorm in ziekenhuizen is procedurele sedatie en analgesie, afgekort PSA. Dit is de combinatie van een kalmerings- en een pijnstillend middel bij een kortdurende ingreep. Je gebruikt het als iemand niet wakker en meewerkend hoeft te zijn, maar ook geen volledige narcose nodig heeft.
Typische ingrepen waarbij PSA wordt toegepast zijn endoscopieen van de maag of darm, het rechtzetten van een gebroken been of verstuikte schouder (repositie), kardioversie (het elektrisch terugzetten van een hartritme), bronchoscopie bij longonderzoek en pijnlijke wondverzorging bij brandwonden.
Bij procedurele sedatie is de voorbereiding gestandaardiseerd. De patient mag doorgaans een paar uur van tevoren niets eten of drinken. Tijdens de ingreep monitort een verpleegkundige of arts continu de zuurstofsaturatie, bloeddruk en hartslag. Na afloop blijft de patient een tijdje op een herstelkamer totdat het middel is uitgewerkt.
Een belangrijk kenmerk van procedurele sedatie is dat de patient zelf blijft ademen. Dat onderscheidt het van narcose. Soms is een extra zuurstofmasker nodig, maar mechanische beademing is in principe niet vereist. Wel moet er altijd materiaal klaarliggen om de ademweg vrij te houden, voor het geval het bewustzijn dieper daalt dan bedoeld.
Bij subcutaan injecteren of intramusculaire injecties voor reguliere medicatie is sedatie doorgaans niet nodig, maar bij angstige of niet-meewerkende patienten kan anxiolyse vooraf worden overwogen.
De veelgebruikte sedatiemiddelen: wat zet je in wanneer
Zorgprofessionals beschikken over een gereedschapskist aan middelen. De keuze hangt af van het beoogde diepteniveau, de duur van de ingreep, de leeftijd en gezondheidstoestand van de patient en de mogelijkheden voor bewaking. Hieronder de meest gebruikte middelen in de Nederlandse praktijk.
Midazolam is een benzodiazepine dat angst vermindert en het geheugen tijdelijk uitschakelt. Het heeft een snel begin (1-3 minuten intraveneus) en een werkingsduur van ruwweg 20-40 minuten. Het middel heeft relatief weinig bijwerkingen maar kan bij oudere patienten of bij te hoge dosering de ademhaling remmen. Er bestaat een tegenmiddel: flumazenil. Midazolam is het meest gebruikte middel voor lichte tot matige sedatie in Nederland.
Propofol werkt razendsnel (binnen 30-60 seconden) en is kort werkzaam, waardoor je het bewustzijnsniveau nauwkeurig kunt sturen. Het middel geeft een diepe ontspanning en soms ook pijn bij injectie. De voornaamste risicos zijn tijdelijke bloeddrukdaling en ademhalingsdepressie, reden waarom propofol alleen mag worden toegediend door iemand die getraind is in het beheren van de ademweg. In het UMC Utrecht, het Jeroen Bosch Ziekenhuis en vrijwel alle andere Nederlandse ziekenhuizen is propofol standaard bij colonoscopie.
Ketamine is een dissociatief middel dat pain en bewustzijn blokkeert zonder de ademhaling te onderdrukken. Het heeft een gunstig veiligheidsprofiel voor bloeddruk en is populair bij kinderen, bij patienten in shock en bij spoedgevallen op de SEH. Een bijwerking is de zogenoemde emergence reactie: bij het bijkomen kunnen patienten verward, dromerig of geagiteerd raken. Combinatie met midazolam of een kalmerend middel verkleint dat risico.
Esketamine is de actieve isomeer van ketamine en wordt in lagere doseringen gebruikt, onder meer in combinatie met midazolam om psychische bijwerkingen te beperken.
Opiaten zoals fentanyl of morfine worden vaak gecombineerd met een sedativum. Fentanyl werkt snel en kort en is de standaard keuze als pijnstiller bij PSA. Het onderdrukt de pijnreactie en maakt diepere sedatie mogelijk met lagere doses van het sedativum.
- Midazolam: lichte tot matige sedatie, anxiolyse, tegenmiddel beschikbaar
- Propofol: matige tot diepe sedatie, snelle titratie, bloeddrukdaling mogelijk
- Ketamine: dissociatief, ademhaling gespaard, geschikt bij shock
- Esketamine: lagere dosering dan ketamine, minder bijwerkingen bij combinatie
- Fentanyl: pijnstilling bij PSA, snel en kortdurend
- Lorazepam: langduriger werking, gebruikt bij angst en onrust op IC
- Dexmedetomidine: lichte sedatie met behoud van cooperatie, populair op IC
Palliatieve sedatie: bewustzijn verlagen bij ondraaglijk lijden
Palliatieve sedatie staat los van procedurele sedatie. Het gaat om een bewuste, medisch-ethische beslissing om het bewustzijn van een patient in de laatste levensfase te verlagen omdat er sprake is van ondraaglijk, niet te behandelen (refractair) lijden. Denk aan extreme pijn, benauwdheid, verwardheid (delier) of andere klachten die met alle beschikbare middelen niet meer te controleren zijn.
De herziene richtlijn van IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland) uit 2022 beschrijft drie vormen van palliatieve sedatie:
- Intermitterende palliatieve sedatie: de patient wordt tijdelijk gesedeerd en weer wakker gemaakt. Dit gebruik je als het lijden episodisch is, bijvoorbeeld bij paniekaanvallen of tijdelijk ondraaglijke pijn bij wisselen van wondverband. Tussen de periodes door kan de patient nog met naasten praten.
- Continue palliatieve sedatie tot het overlijden: het bewustzijn wordt permanent verlaagd en de patient wordt niet meer wakker gemaakt. Dit is aan de orde als het overlijden binnen maximaal twee weken verwacht wordt en de situatie onhoudbaar is geworden. Voeding en vocht worden doorgaans niet meer toegediend.
- Acute palliatieve sedatie: soms is er een acute noodsituatie in de allerlaatste uren of minuten van het leven, zoals een massale bloeding of extreme verstikking. Dan kan direct worden gesedeerd zonder uitgebreid overleg vooraf. De arts handelt op basis van zijn medische inschatting en de eerder uitgesproken wensen van de patient.
Een cruciaal punt: palliatieve sedatie is geen euthanasie. Het doel is het verlichten van lijden, niet het bespoedigen van de dood. Onderzoek laat consequent zien dat correct uitgevoerde palliatieve sedatie het leven niet verkort. Euthanasie is een actieve levensbeeindiging op uitdrukkelijk verzoek van de patient en valt onder een geheel ander juridisch en procedureel kader.
Palliatieve sedatie vereist een grondige indicatiestelling. Twee artsen beoordelen samen of er inderdaad sprake is van een refractair symptoom. De wensen en het wilsbekwaamheidsoordeel van de patient worden zorgvuldig vastgelegd. Doorgaans gebruikt men continu midazolam via een subcutane pomp, soms aangevuld met morfine voor pijn of haloperidol bij delier.
Sedatie op de intensive care
Op de intensive care (IC) is sedatie een dagelijks gereedschap. Patienten die mechanisch beademd worden, liggen vaak in een onnatuurlijke houding, ondergaan regelmatig pijnlijke handelingen en kunnen zonder sedatie in grote angst en verwardheid raken. Tegelijkertijd is de trend de afgelopen jaren sterk verschoven naar zo min mogelijk sedatie.
Vroeger werden IC-patienten standaard diep gesedeerd: ze lagen de hele dag te slapen. Onderzoek liet zien dat dit leidde tot spierzwakte, verwardheid na ontwaken (IC-delier) en langere beademingsduur. Nu werken de meeste Nederlandse IC’s met het principe van lichte, doelgerichte sedatie: de patient is licht suf maar nog aanspreekbaar, reageert op eenvoudige opdrachten en kan de kamer rondkijken.
Middelen die op de IC populair zijn geworden zijn dexmedetomidine (een alfa-2-agonist die sederend en pijnstillend werkt zonder ademhalingsdepressie) en propofol in lage dosering. Opiaten zoals morfine of fentanyl worden altijd gegeven voor pijnstilling. Regelmatige sedatieholidays (tijdelijke stop van het middel om te beoordelen hoe wakker de patient is) zijn standaard in de Nederlandse IC-richtlijnen.
Bij patienten met nierfunctiestoornissen is extra voorzichtigheid geboden: sommige sedativa en hun afbraakproducten stapelen op als de nieren niet goed werken, wat leidt tot onbedoeld langere sedatie of bijwerkingen.
Juridisch en ethisch kader: wie mag sederen en wanneer
Sedatie is een voorbehouden handeling in Nederland. Dat betekent dat niet iedereen zomaar sedativa mag toedienen. De wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) regelt welke professionals welke handelingen zelfstandig of in opdracht mogen uitvoeren.
Voor procedurele sedatie geldt dat een arts (of een verpleegkundige in opdracht van een arts) het middel toedient, terwijl een tweede persoon de patient bewaakt. De Nederlandse richtlijn PSA bij volwassenen (2024) schrijft voor welke opleiding en training vereist zijn afhankelijk van het diepteniveau.
Bij palliatieve sedatie is de behandelend arts verantwoordelijk. De KNMG heeft hiervoor de Richtlijn Palliatieve Sedatie gepubliceerd, die duidelijk maakt dat een arts te allen tijde beschikbaar of bereikbaar moet zijn. Verpleegkundigen mogen de pomp bijvullen en het middel aanpassen binnen de gestelde marges, maar de indicatiestelling is altijd een medische beslissing.
De patient (of zijn wettelijk vertegenwoordiger) moet toestemming geven, tenzij het om een acute noodsituatie gaat waarbij tijdsdruk elk overleg onmogelijk maakt. Eerder opgestelde wilsverklaringen spelen een grote rol, met name bij continue palliatieve sedatie. Een vastgelegd gesprek over de wensen aan het levenseinde maakt de beslissing voor alle betrokkenen eenvoudiger en minder belastend.
Interessant in dit verband is ook dat extreme angst of verwardheid soms leidt tot vragen over sedatie die niets met levenseinde of operaties te maken hebben. Zo kan bij een patient die in suicidale crisis wordt opgenomen kortdurende anxiolyse worden ingezet als onderdeel van crisismanagement, naast gesprekstherapie en medicamenteuze behandeling.
Sedatie bij bijzondere groepen: kinderen, ouderen en kwetsbare patienten
Sedatie werkt niet bij iedereen hetzelfde. Drie groepen vragen extra aandacht:
Kinderen reageren anders op sedativa dan volwassenen. Dosering is altijd gewichtsgericht en de marges zijn kleiner. Ketamine is populair bij kinderen op de SEH omdat het de ademhaling niet onderdrukt en kinderen niet bang maakt (ze zijn soms zelfs vrolijk bij het bijkomen). Chloraalhydraat werd vroeger veel gebruikt maar valt nu meer af vanwege onvoorspelbaarheid. Bij kinderen die regelmatig procedurele sedatie nodig hebben (denk aan kinderen met kanker die wekelijkse puncties ondergaan) wordt soms gekozen voor lachgas (N2O) als alternatief voor intraveneuze sedatie.
Ouderen zijn gevoeliger voor bijna alle sedativa. De lever en nieren werken minder goed, waardoor middelen langer in het lichaam blijven. Benzodiazepines zoals midazolam geven bij ouderen een verhoogd risico op verwardheid en vallen. De gangbare vuistregel is: halveer de startdosis en titreer langzamer. Propofol gedraagt zich iets gunstiger omdat het snel wordt afgebroken, maar ook hier geldt dat de bloeddrukdaling bij ouderen sterker kan zijn.
Patienten met chronische ziekten zoals lever- of nierproblemen, hartfalen of longziekte vragen specifieke middelen en een hogere bewakingsfrequentie. Bij ernstig verminderde nierfunctie (zie ook de toelichting bij eiwitten in de urine als teken van nierschade) worden middelen die renaal worden uitgescheiden zoveel mogelijk vermeden. Propofol is hier relatief gunstig omdat het voornamelijk door de lever wordt afgebroken.
Bij patienten met bloedarmoede of verstoorde bloedwaarden, zoals bij leukemie, is het risico op complicaties bij sedatie groter. Een lagere hemoglobinewaarde betekent minder zuurstofcapaciteit in het bloed, wat de veiligheidsmarges bij matige tot diepe sedatie verkleint.
Veelgestelde vragen
Is sedatie hetzelfde als narcose?
Nee. Bij sedatie blijft de patient zelf ademen en reageert hij op prikkels; het bewustzijn is verlaagd maar niet volledig uitgeschakeld. Bij narcose (algehele anesthesie) is het bewustzijn volledig weg en ademt de patient niet meer zelfstandig: mechanische beademing is noodzakelijk. Sedatie en narcose zijn twee punten op een glijdende schaal, maar qua vereiste bewaking, personeel en materiaal zijn ze wezenlijk anders.
Hoe lang duurt het voor sedatie uitgewerkt is?
Dat hangt af van het gebruikte middel. Propofol is na 10-15 minuten grotendeels uitgewerkt. Midazolam werkt langer: gemiddeld 1-2 uur, maar bij hoge dosering of bij ouderen kan dat oplopen tot 4-6 uur. Na procedurele sedatie mag je doorgaans niet autorijden en wordt aangeraden iemand mee naar huis te nemen. Hoe lang het duurt is ook persoonsafhankelijk: lever- en nierfunctie, leeftijd en eventuele andere medicijnen spelen allemaal mee.
Wat is het verschil tussen palliatieve sedatie en euthanasie?
Bij palliatieve sedatie is het doel het verlichten van ondraaglijk lijden door het bewustzijn te verlagen; het leven wordt daardoor niet actief beeindigd of verkort. Bij euthanasie wordt het leven actief beeindigd op uitdrukkelijk, herhaald verzoek van de patient, via een dodelijke injectie. Beide vereisen zorgvuldigheid en toestemming, maar het juridische en ethische kader is heel anders. Euthanasie is in Nederland straffeloos onder strikte voorwaarden; palliatieve sedatie is gewone medische zorg.
Kan een patient weigeren gesedeerd te worden?
Ja. Een wilsbekwame patient heeft altijd het recht behandelingen te weigeren, ook sedatie. Bij palliatieve sedatie is toestemming een absolute voorwaarde. Als een patient eerder een wilsverklaring heeft opgesteld waarin hij aangeeft geen sedatie te willen, moet de arts dat respecteren. Omgekeerd kan een patient ook vastleggen dat hij bij ondraaglijk lijden wel gesedeerd wil worden, zodat de arts daar op een moeilijk moment snel naar kan handelen.
Welke bijwerkingen heeft sedatie?
De meest voorkomende bijwerkingen zijn tijdelijke bloeddrukdaling, een lichte daling van de ademhalingsfrequentie en misselijkheid bij het bijkomen. Bij benzodiazepines bestaat een kleine kans op paradoxale opwinding: de patient wordt juist drukker in plaats van rustiger. Propofol veroorzaakt soms pijn op de injectieplaats. Op de lange termijn (IC-sedatie) zijn spierzwakte en IC-delier risicos. Al deze bijwerkingen zijn bekende, goed gedocumenteerde risicos waarvoor in de richtlijnen concrete maatregelen staan.
Hoeveel kost sedatie in Nederland?
Procedurele sedatie bij een ingreep in het ziekenhuis valt onder het zorgtraject van die ingreep en is opgenomen in de DBC (Diagnose Behandel Combinatie). Je betaalt er als patient geen aparte rekening voor, maar het gaat wel mee in je eigen risico. Voor palliatieve sedatie thuis of in een hospice geldt dat de kosten van middelen en zorgverlening vallen onder de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet, afhankelijk van de setting. Thuiszorgorganisaties en huisartsen werken hierbij samen en declareren via de reguliere kanalen.










