Welke antibiotica bij een bacteriële infectie? Uitleg per type

Lieke van der Veen

Geupdate op:

Welke antibiotica bij bacteriële infectie? Ontdek de beste opties!
Je leest dit artikel in 8 minuten

Laatst bijgewerkt: 30 maart 2026

Bij een bacteriële infectie schrijft de arts het antibioticum voor dat het beste past bij de vermoedelijke of bewezen verwekker. Er is geen universeel “beste” antibioticum: de keuze hangt af van welke bacterie de infectie veroorzaakt, waar de infectie zit, hoe ernstig die is en of jij allergisch bent voor bepaalde middelen. Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende infecties, de bijbehorende antibiotica en hoe de keuze door de tijd heen is veranderd.

Hoe antibiotica werken: de basis

Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriën doden of hun groei stoppen. Ze werken uitsluitend bij bacteriële infecties, niet bij virusziekten zoals een gewone verkoudheid of griep. Dit onderscheid is cruciaal: te veel of verkeerd antibioticagebruik draagt bij aan resistentie, een groeiend probleem wereldwijd.

Er zijn twee hoofdstrategieën. Bactericide antibiotica doden bacteriën direct, bacteriostatische middelen remmen de groei zodat het immuunsysteem de rest kan afhandelen. Welke aanpak de arts kiest, hangt af van de ernst van de infectie en de conditie van de patiënt.

Antibiotica worden ook ingedeeld op werkingsspectrum. Smalspectrum middelen richten zich op een beperkte groep bacteriën. Dat is vaak de voorkeur: zo spar je resistentieontwikkeling en verstoort je de normale darmflora zo min mogelijk. Breedspectrum antibiotica pakken meer bacteriesoorten aan tegelijk. Die zijn nuttig als de verwekker onbekend is of bij ernstige infecties waarbij snel ingrijpen noodzakelijk is, terwijl je wacht op kweekunitslagen.

Bekende antibioticaklassen zijn penicillines (zoals amoxicilline), cefalosporines, macroliden (zoals azitromycine), tetracyclines (zoals doxycycline), fluorochinolonen (zoals ciprofloxacine) en nitroimidazolen (zoals metronidazol). Elke klasse heeft een ander werkingsmechanisme en een ander profiel van gevoelige bacteriën.

Tijdlijn: hoe de keuze van antibiotica zich ontwikkelde

De geschiedenis van antibiotica begint in 1928, maar de klinische toepassing en richtlijnen zijn voortdurend geëvolueerd. De tijdlijn hieronder laat zien welke mijlpalen de huidige adviezen hebben gevormd.

Periode Ontwikkeling Betekenis voor de praktijk
1928 Alexander Fleming ontdekt penicilline Eerste bewijs dat schimmels bacteriedodende stoffen maken
1940-1945 Klinische toepassing penicilline (Florey en Chain) Penicilline redt in WOII duizenden levens bij wondinfecties
1950-1960 Introductie tetracyclines, cefalosporines, macroliden Breder arsenaal voor infecties die penicilline-resistent zijn
1970-1980 Opkomst fluorochinolonen (ciprofloxacine 1987 in Nederland) Effectieve optie bij gram-negatieve infecties en urineweginfecties
1980-1990 MRSA (meticilline-resistente Staphylococcus aureus) wordt probleem Vancomycine wordt standaard bij ernstige MRSA-infecties in ziekenhuizen
2000-2010 NHG-Standaarden systematisch bijgewerkt; smalspectrum als eerste keuze Amoxicilline bij pneumonie, nitrofurantoïne bij blaasontsteking
2015-2020 SWAB-richtlijnen voor ziekenhuizen; ESBL-producerende bacteriën nemen toe Terughoudender gebruik van fluorochinolonen; carbapenems als reserve
2024-2026 RIVM NethMap 2025: resistentie bij urinewegverwekkers stijgt in NL Striktere kweekpraktijk voor tweede keuze; ciprofloxacine minder als eerste keuze

De rode draad door deze tijdlijn is duidelijk: elk nieuw antibioticum dat breed wordt ingezet, stuit op termijn op resistentie. Daardoor wordt de selectiestap, het kiezen van het meest gerichte middel, steeds belangrijker.

Antibiotica per infectiesoort: drie veelvoorkomende situaties

De arts kiest op basis van de locatie en de verwachte verwekker. Hieronder de drie meest voorkomende situaties in de huisartsenpraktijk, met de bijbehorende keuzes.

Situatie 1: urineweginfectie (cystitis)

Een ongecompliceerde blaasontsteking wordt bij vrouwen veroorzaakt door Escherichia coli in meer dan 80 procent van de gevallen. Volgens de actuele NHG-Standaard Urineweginfecties is nitrofurantoïne nog steeds de eerste keuze: 5 dagen, 4 maal daags 50 mg of 2 maal daags 100 mg retardvorm. De resistentie van E. coli tegen nitrofurantoïne is in Nederland relatief laag gebleven (onder de 5 procent).

Bij contra-indicatie of intolerantie zijn fosfomycine (eenmalige dosis, praktisch) en trimethoprim alternatieven. Ciprofloxacine, jarenlang een populaire keuze bij huisartsen, wordt nu uitdrukkelijk afgeraden als eerste keuze bij ongecompliceerde cystitis. De reden: het draagt sterk bij aan resistentie bij E. coli en verstoort de darmflora meer dan nodig. Het RIVM signaleerde in 2025 dat de resistentie bij urinewegverwekkers voor specifieke middelen toenam, wat het belang van terughoudend gebruik onderstreept. Lees ook over de achtergrond bij te veel eiwitten in urine, wat een aanwijzing kan zijn voor een niercomplicatie van een onbehandelde infectie.

Situatie 2: luchtweginfectie (longontsteking)

Bij een community-acquired pneumonie (CAP), een longontsteking die buiten het ziekenhuis is opgelopen, is amoxicilline de eerste keuze in de eerstelijn. De verwekker is in de meeste gevallen Streptococcus pneumoniae, en die is goed gevoelig voor amoxicilline. De dosering is 3 maal daags 500 mg gedurende 5-7 dagen voor milde gevallen.

Doxycycline werd vroeger ook gebruikt bij longontsteking in de eerste lijn, maar de NHG-Standaard Acuut hoesten raadt dit inmiddels af vanwege de toegenomen resistentie van S. pneumoniae tegen tetracyclines. Azitromycine (een macrolide) blijft een optie bij penicilline-allergie, maar ook hierbij is resistentie een punt van zorg. In het ziekenhuis, bij een ernstiger beloop, komen breedspectrum middelen of combinatietherapie in beeld. De SWAB-richtlijnen voor ziekenhuizen (2025) adviseren bij ernstige CAP een combinatie van bètalactam plus een macrolide of een respiratoir fluorochinolon als moxifloxacine.

Situatie 3: huidinfectie (cellulitis, impetigo)

Bij cellulitis, een diepere huidinfectie, zijn Staphylococcus aureus en Streptococcus pyogenes de meest voorkomende verwekkers. Flucloxacilline is dan de eerste keuze in Nederland: het is een penicillinase-resistent penicilline dat goed werkt tegen stafylokokken. De gebruikelijke dosering is 4 maal daags 500 mg gedurende 7-10 dagen.

Bij oppervlakkige impetigo kan lokale behandeling met fusidinezuurcrème of mupirocine volstaan, zonder oraal antibioticum. Bij uitgebreide impetigo schrijft de arts flucloxacilline of, bij bewezen streptokokkeninfectie, feneticilline voor. Als iemand penicilline-allergisch is, is claritromycine een alternatief voor huidinfecties. Het is verstandig de allergiehistorie goed na te gaan: een echte anafylactische reactie op penicilline is zeldzaam, maar vereist een volledig ander antibioticum.

Speciale situaties: wanneer is een ander middel nodig?

Niet iedereen kan standaard antibiotica gebruiken. Vier groepen verdienen extra aandacht.

Nierinsufficiëntie: veel antibiotica worden via de nieren uitgescheiden. Bij een verminderde nierfunctie (lage eGFR) stapelen sommige middelen op en kunnen toxisch worden. Nitrofurantoïne werkt niet meer bij een eGFR onder de 30 en is dan gecontra-indiceerd bij een blaasontsteking. Aminoglycosiden zoals gentamicine zijn bij matige nierproblemen alleen te gebruiken met strikte dosisaanpassing en spiegelcontrole. Meer achtergrond over nierfunctiestadia vind je bij hoe laag je nierfunctie mag zijn.

Zwangerschap: penicillines en cefalosporines zijn over het algemeen veilig tijdens zwangerschap. Doxycycline, fluorochinolonen en metronidazol (eerste trimester) worden vermeden. Nitrofurantoïne mag in het eerste en tweede trimester, maar niet vlak voor de bevalling vanwege kans op hemolytische anemie bij de pasgeborene.

Kinderen: tetracyclines zijn gecontra-indiceerd bij kinderen onder de 8 jaar vanwege tandverkleuring. Fluorochinolonen worden bij kinderen zo veel mogelijk vermeden vanwege mogelijk effect op kraakbeen. Amoxicilline en cefalosporines zijn de hoekstenen bij de meeste kinderinfecties.

Ouderen: meer kans op bijwerkingen, interacties en verminderde nierfunctie. Fluorochinolonen verhogen bij ouderen het risico op peesontstekingen (tendinitis, peesruptuur) en QT-verlenging. De SWAB beveelt aan extra voorzichtig te zijn met breedspectrummiddelen bij kwetsbare ouderen.

Voor wie injecties nodig heeft, zijn er ook praktische overwegingen. Zie de uitleg over welke naald bij subcutaan injecteren en welke naald bij intramusculair injecteren voor situaties waarbij antibiotica niet oraal maar via injectie worden toegediend.

Overzichtstabel: veelgebruikte antibiotica in de huisartsenpraktijk

Onderstaande tabel biedt een snel overzicht van de meest voorgeschreven antibiotica in de Nederlandse eerste lijn, de bijbehorende infecties en de belangrijkste aandachtspunten.

Antibioticum Klasse Typische toepassing Aandachtspunt
Amoxicilline Aminopenicilline Longontsteking, oorontsteking, streptokokkenkeelontsteking Niet bij penicilline-allergie; cave resistentie bij urineweginfecties
Amoxicilline/clavulaanzuur Penicilline + remmerstof Huidinfecties, bijholteontsteking, bijnierinfecties Breder spectrum; kans op diarree en leverproblemen
Flucloxacilline Penicillinase-resistent penicilline Cellulitis, stafylokokkeninfecties van huid en weke delen Op nuchtere maag innemen voor optimale opname
Nitrofurantoïne Nitroimidazol-derivaat Ongecompliceerde blaasontsteking bij vrouwen Niet bij eGFR onder 30; niet vlak voor bevalling
Doxycycline Tetracycline Chlamydia, de ziekte van Lyme, acne (langdurig) Niet bij zwangerschap of kinderen onder 8 jaar; zonlichtgevoeligheid
Azitromycine Macrolide Atypische longontsteking (Mycoplasma), chlamydia Korte kuur (3-5 dagen); let op QT-verlenging
Ciprofloxacine Fluorochinolon Gecompliceerde urineweginfectie, reizigersdiarree, anthrax Niet meer eerste keuze bij cystitis; risico peesontstekingen bij ouderen
Metronidazol Nitroimidazol Anaerobe infecties, bacteriële vaginose, Clostridioides difficile Geen alcohol tijdens kuur; niet in eerste trimester zwangerschap

Antibioticaresistentie: wat speelt er in 2025-2026?

Nederland heeft van oudsher een relatief laag resistentieniveau vergeleken met Zuid-Europese landen. Maar het RIVM-rapport NethMap One Health 2025 signaleert dat de resistentie bij bepaalde urinewegverwekkers toeneemt, met name bij E. coli voor trimethoprim en cefalosporines van de derde generatie. Ook ESBL-producerende darmbacteriën (bacteriën die bepaalde antibiotica afbreken) worden vaker aangetroffen.

De overheid heeft het Nationaal Actieplan Antimicrobiële Resistentie 2024-2030 vastgesteld. Daarin staan doelen als: terugdringen van voorschriften voor breedspectrum antibiotica, versterken van diagnostiek (snellere kweekuitslagen), en bewustmaking bij zorgverleners en patiënten. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op correct antibioticagebruik in ziekenhuizen.

Wat betekent dit voor jou als patiënt? Ten eerste: vraag niet om antibiotica bij een virale infectie. De meeste keelpijnen, verkoudheden en bronchitissen verdwijnen vanzelf. Ten tweede: maak altijd de volledige kuur af, ook als je je beter voelt. Stopzetten halverwege kan leiden tot overleving van deels resistente bacteriën. Ten derde: bewaar nooit resterende antibiotica voor eigen gebruik later. Ze kunnen een verkeerde infectie behandelen of de dosis is onvoldoende.

Witte bloedcellen spelen een sleutelrol in de reactie op bacteriële infecties. Lees meer over wat te veel witte bloedcellen betekenen en waarom dat relevant kan zijn als antibiotica niet aanslaan. Bij een ernstige infectie kunnen ook de bloedwaarden veranderen op manieren die verdere diagnostiek vereisen.

Hoe kiest een arts het juiste antibioticum?

De keuze begint bij de klinische blik: waar zit de infectie, hoe ernstig is die, hoe lang al? Bij een ongecompliceerde blaasontsteking bij een gezonde jonge vrouw is een kweek vaak niet nodig: de kans op E. coli is zo groot dat het empirisch behandelen (zonder kweekuitslag afwachten) verantwoord is.

Bij twijfel, bij terugkerende infecties, bij ernstige of atypische gevallen, of als een eerste kuur niet aansloeg, neemt de arts altijd een kweek af. Die kweek geeft uitsluitsel over de exacte verwekker én de gevoeligheid (antibiogram). Aan de hand van dat antibiogram wordt zo nodig overgestapt op een gerichter middel.

In het ziekenhuis is de diagnostische drempel lager. Bloedkweken bij vermoedelijke bacteriëmie (bacteriën in het bloed), sputumkweken bij pneumonie, liquorkweken bij meningitis: ze zijn standaard. Bij een sepsis start de arts doorgaans empirisch met breedspectrum antibiotica en smal daarna bij op basis van de kweekuitslag. Snel starten is dan levensreddend; wachten op de uitslag is dat niet.

Naast het antibiogram spelen ook de allergiehistorie, nierfunctie, leverwaarden en bijkomende medicatie mee. Sommige antibiotica interacteren met bloedverdunners, statines of maagbeschermers zoals pantoprazol. Meer over de interacties van maagmedicatie lees je bij waar Pantomed goed voor is.

Veelgestelde vragen

Moet je bij elke bacteriële infectie antibiotica nemen?

Nee. Veel milde bacteriële infecties, zoals een oppervlakkige huidinfectie of een sinusitis in de beginfase, verdwijnen ook zonder antibiotica. Het immuunsysteem is in staat lichte infecties zelf op te ruimen. Antibiotica zijn noodzakelijk bij ernstige infecties, bij infecties die niet overgaan, of als er risico is op complicaties zoals bij longontsteking, nierbekkenontsteking of meningitis. Je arts maakt die afweging op basis van jouw klachten en achtergrond.

Waarom slaat het antibioticum soms niet aan?

Er zijn meerdere oorzaken. De bacterie kan resistent zijn tegen het gekozen middel, wat pas blijkt uit een kweekuitslag. Het kan ook zijn dat de infectie viraal is en dus helemaal niet reageert op antibiotica. Andere redenen zijn: onvoldoende opname van het middel (soms door maagproblemen), te korte kuur, of een locatie van de infectie waar het antibioticum slecht doordringt, zoals in bot of bij abcessen.

Wat is het verschil tussen smalspectrum en breedspectrum antibiotica?

Smalspectrum antibiotica zijn gericht op een beperkte groep bacteriën, zoals alleen gram-positieven of alleen bepaalde gram-negatieven. Ze verstoren de normale flora minimaal en dragen minder bij aan resistentie. Breedspectrum antibiotica pakken veel meer soorten tegelijk aan. Ze zijn nuttig bij onbekende verwekkers of ernstige infecties, maar hebben meer bijwerkingen en bevorderen resistentieontwikkeling. De voorkeur gaat altijd naar smalspectrum als de verwekker bekend is.

Hoe lang duurt een antibioticakuur?

De duur varieert sterk per infectie en per middel. Een ongecompliceerde blaasontsteking behandel je met nitrofurantoïne gedurende 5 dagen of met fosfomycine als eenmalige dosis. Een huidinfectie met flucloxacilline duurt 7-10 dagen. Een longontsteking behandel je 5-7 dagen met amoxicilline. Chlamydia met doxycycline 7 dagen of azitromycine eenmalig. Lyme-borreliose vereist 14-21 dagen doxycycline. Maak altijd de volledige kuur af, ook als de klachten al verdwenen zijn.

Welk antibioticum wordt gebruikt bij de ziekte van Lyme?

De ziekte van Lyme, veroorzaakt door Borrelia burgdorferi overgebracht via een tekenbeet, wordt in de eerste lijn behandeld met doxycycline: 100 mg tweemaal daags gedurende 14 dagen (bij vroeg stadium). Bij kinderen onder de 8 jaar of bij zwangere vrouwen wordt amoxicilline gebruikt vanwege de contra-indicatie voor doxycycline. Bij ernstige gevallen met neurologische betrokkenheid of Lyme-artritis kan intraveneus ceftriaxon noodzakelijk zijn, en dat gebeurt dan in het ziekenhuis.

Kan je antibiotica combineren met andere medicatie?

Sommige antibiotica hebben bekende interacties. Doxycycline werkt minder goed in combinatie met calcium, ijzer of magnesiumsupplementen: die verminderen de opname in de darm. Azitromycine en ciprofloxacine kunnen het QT-interval in het hart verlengen, wat gevaarlijk is bij mensen die al bepaalde hartritmemedicatie gebruiken. Metronidazol gecombineerd met alcohol geeft heftige misselijkheid en koorts (antabuse-effect). Bespreek altijd je volledige medicatielijst met de apotheek of arts voordat je een antibioticakuur start. Dit geldt zeker als je bloedverdunners of statines gebruikt.

VL
Redactie Veel.nlOnze redactie schrijft informatieve artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie